Mensenhandel op de Academie?

Mensenhandel op de Academie? image

Afbeelding ‘human_trafficking_image_free’ van Imagens Evangélicas (CC BY 2.0)

18 jul 2013 |

Het werven van nieuwe universitaire medewerkers in het buitenland lijkt verdacht veel op mensenhandel, aldus de Groningse econoom Wilfred Dolfsma. De salarissen zijn lager dan bijvoorbeeld in de VS en de gevraagde prestaties zijn net zo hoog. Bij strikte toepassing van het Wetboek van Strafrecht moet de conclusie zijn dat benoemingscommissies zich schuldig maken aan mensenhandel. Voor een deel faalt de wetgever door deze bovenmatig breed geformuleerde wetten in het leven te roepen, maar je kunt ook wel eens nadenken of het werven academici op deze voet verder moet, aldus Dolfsma.

Ronselen

Dezer dagen zoeken we actief naar nieuwe medewerkers voor onze groep. Zoals dat hedentendage op de arbeidsmarkt voor academici gebruikelijk is, werven we vaak ver buiten de landsgrenzen. Deels nemen we interviews af op locaties in het buitenland waar een conferentie wordt gehouden. Soms hebben we aldaar dan een interview met een Nederlandse kandidaat, die in een ver buitenland haar PhD behaalde of de conferentie bezoekt vanwege de vele interviews die daar gehouden worden. We schatten in dat de kans groot is dat, net als in vorige rondes, vooral serieuze niet-Nederlandse kandidaten zullen solliciteren.

De Nederlandse overheid maakt het fiscaal aantrekkelijker voor dergelijke kenniswerkers om hier te komen werken bijvoorbeeld door de zogenaamde 30%-regel: een deel van iemands inkomen (30%) blijft dan onbelast, zij het onder strikte voorwaarden. De realiteit wil namelijk, dat de salarissen die we bieden lager tot soms zelfs veel lager liggen dan goede kandidaten elders kunnen krijgen. Hoe groot dat verschil is, wisselt per academische discipline en per land. Gelukkig kunnen we een lager inkomen in Nederland, vastgelegd door de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU), compenseren door andere aspecten van werken aan een universiteit hier te lande. Nederland blijft voor hoogopgeleide buitenlanders een aantrekkelijke plek om te leven. De universiteiten zijn goed tot zeer goed wat onderzoek betreft. Publiceren is nog niet verheven tot een bloederige vechtsport vergelijkbaar met K1 zoals dat wel het geval is in de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk. Onderwijs overheerst niet zoals dat elders wel het geval is, en blijft dus een lust. Het onderwijs kan ook op hoger niveau worden aangeboden, en sluit dus meer aan bij eigen onderzoek.

Bij een aanmerkelijk lager salaris dan bijvoorbeeld wel geboden wordt in de Verenigde Staten en aan private universiteiten, vragen we anderzijds wel dat onze nieuwe collega’s prestaties leveren op het gebied van onderzoek vooral die aanmerkelijk ambitieuzer zijn dan niet al te lang geleden in Nederland en in toenemende mate vergelijkbaar zijn aan die van de betere instellingen in het Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk. Pas wanneer die criteria gehaald zijn, volgt een vaste aanstelling en promotie. Menigeen die nu hoogleraar is zou dat in het nieuwe systeem misschien niet zijn geworden. We laten deze mensen, die zelf zeggen vrijwillig naar Nederland te komen, tot maximaal 6 jaar in de onzekerheid van een los contract nadat zij zelf jaren investeerden voor studie en promotieonderzoek.

Mensenhandel?

Dat doen velen graag – de omstandigheden die zij als jonge universitair medewerkers ontvluchten in Zuid en Oost Europa, maar ook het Duitstalige deel van Europa zijn niet aantrekkelijk. Desondanks is de academische vraag die men zichzelf kan stellen de volgende: is deze wijze van werven van en omgaan met nieuwe medewerkers geen vorm van mensenhandel? Mijn stelling is, dat dit bij een strikte toepassing van de betreffende wet (artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht) het geval is. Artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht zegt hierover het volgende, onder lid 1 (nadruk toegevoegd):

1°. degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met het oogmerk van uitbuiting van die ander [of de verwijdering van diens organen];

Uiteraard is deze wet bedoeld om misstanden in de prostitutie aan te kunnen pakken. Echter, slechts één van de 9 voorwaarden die onder lid 1 worden genoemd moet van toepassing zijn om te kunnen spreken van mensenhandel. Hierbij hoeft van prostitutie in de enge zin van het woord geen sprake te zijn. De bovenstaande formulering is bijzonder breedlopig en vaag. De toelichting, gepubliceerd als “Aanwijzing mensenhandel” in de Staatscourant van 31 december 2008, biedt niet veel meer richting.

Overheid als wetgever faalt

Deze wetgeving is een voorbeeld van wat ik zou willen noemen overheidsfalen (Dolfsma 2013). Bovenmatig breed geformuleerde wetten zijn een vorm van overheidsfalen. Dat academici niet worden aangeklaagd waar anderen dat onder volgens deze wet vergelijkbare omstandigheden duidt op willekeur, een andere, veelal gerelateerde vorm van overheidsfalen.

Zijn we bij de werving van nieuwe medewerkers schuldig aan mensenhandel? Dat de kansen voor sommige goede kandidaten -  en dan met name in Duitsland of Zuid-Europa waar de arbeidsmarkt voor jonge academici bijzonder onaantrekkelijk is - in Nederland goed zijn, doet, volgens de commissie die mensenhandel onderzoekt, niets af aan een eventuele constatering dat er sprake is van een strafbaar feit. Aangifte door het slachtoffer zelf is daarvoor niet nodig. Het opleggen van zware eisen, en het verschaffen van een vergoeding die (veel) lager is dan elders voor vergelijkbaar werk wel gangbaar is, is volgens deze wet voldoende om de arbeidsvoorwaarden die we bieden te beschouwen als een vorm van ‘uitbuiting’. Een economische logica zou stellen dat alleen uniform-hoge salarissen dan als bewijs gelden dat er geen uitbuiting is, met uitsluiting van het marktmechanisme. De logica van het recht volgt die van de economische wetenschap echter lang niet altijd. Het is zeker zo dat Nederlandse universiteiten er als werkgever hier ‘voordeel uit trekken’. Universiteiten of faculteiten hebben, als overheidsinstelling, verder de wijze van aanwerven van nieuwe medewerkers, en de omgang met hen in uitgebreide beleidsdocumenten vastgelegd. Hier is dus sprake van ‘opzet’. Enerzijds de komst van kenniswerkers stimuleren met bijvoorbeeld de 30%-regel, maar anderzijds zou de overheid ook de komst moeten verbieden verwijzend naar artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. Dat is conflicterend beleid, een volgende vorm van overheidsfalen.

Twijfel over werving buitenlanders

De vraag die mij nu bekruipt is: Wat hieruit te concluderen? Moeten we wel zo actief, en in het buitenland, zoeken naar nieuwe medewerkers als (deel van de) benoemingsadviescommissie van “twee of meer verenigde personen” (273f, lid 3)? We riskeren immers een gevangenisstraf van ten hoogste 15 jaar of een fikse geldboete….

Referentie:

Dolfsma, W. (2013) Government Failure. Cheltenham: Edward Elgar.

Te citeren als

Wilfred Dolfsma, “Mensenhandel op de Academie?”, Me Judice, 18 juli 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.