Nederland moet IMF-zetel opgeven

Nederland moet IMF-zetel opgeven image
7 nov 2010 | | 2145 keer bekeken
Volgende maand zal de G-20 in Seoul beslissen over een aanpassing in het 24-koppig bestuur van het IMF. Waarnemers voorspellen het vertrek van twee IMF-bestuurders uit de Eurozone, volgend jaar of in 2012. Misschien sneuvelt de Nederlandse zetel. Zou dat een verlies zijn voor Nederland? Eduard Bomhoff meent van niet en betoogt dat Nederland nu beter niet bij de achterdeur kan vechten met België en Zwitserland, maar de zetel vrijwillig moet opgeven.

Onno Ruding (minister van financiën, 1982-89) was de laatste Nederlandse politicus met diepe interesse in het IMF. Opvolger Wim Kok had het te druk met het leiderschap van de PvdA, Gerrit Zalm richtte de focus op Europa vanwege de start van de Euro en Wouter Bos had opnieuw de handen vol aan de PvdA. De periodieke toespraken van Bos bij de halfjaarlijkse vergaderingen van het IMF staan op de website van het IMF: ambtelijke gemeenplaatsen zonder eigen, progressief, Nederlands geluid. “Ruding was een conservatief, maar hij had interesse in internationale monetaire zaken en wist waar hij over sprak – Kok zou als sociaaldemocraat meer aandacht moeten hebben om arme landen te helpen, maar hij had nooit tijd, dus we hadden meer aan Ruding” – zo hoorde ik van stafleden toen ik werkte bij het IMF in Washington.

Toen: IMF als belangbehartiger VS

Vanaf het begin in 1945 is de VS dominant geweest in het IMF. Dat was eerst ook logisch en redelijk, want de VS was de helft van de wereldeconomie en de Amerikaanse dollar het fundament van het wereld geldstelsel. De VS konden in dat systeem te gemakkelijk tekorten maken en excessief dollars drukken. Europese regeringen werden wantrouwig en begonnen papieren dollars uit hun internationale reserves terug te ruilen voor goud tegen de vaste prijs, president De Gaulle van Frankrijk voorop. De goudvoorraad in Fort Knox slonk gevaarlijk en in 1971 was President Nixon gedwongen om de band tussen de dollar en een vaste goudprijs op te geven. Er volgde een decade met chaotische wisselkoersen en hoge inflatie (ook in Nederland onder de overschatte Jelle Zijlstra). Toen in 1980 de VS eindelijk omschakelden op een anti-inflatiebeleid onder Paul Volcker (de voorganger van Alan Greenspan), gingen rente en dollar tegelijk omhoog. Mexico had 80 miljard dollar geleend van international banken en kon in Juni 1982 niet meer betalen. Volcker zorgde dat het IMF de rentebetalingen aan de Amerikaanse banken overnam. Het IMF gaf geen krediet aan Mexico, maar boekte direkt dollars over naar banken in New York en schreef het bedrag bij de Mexicaanse schuld. Zo ook bij crises in Argentinië en Brazilië. Niet alleen Mexico maar heel Latijns Amerika verloor tien jaar economische groei, omdat de VS het IMF inschakelden om de belangen van Amerikaanse banken veilig te stellen. Historicus Allan Meltzer schrijft: “het belang van de financiële markten en de banken in de VS kreeg voorrang boven de belangen van de ontwikkelingslanden... Het was beter geweest om de schuld gedeeltelijk af te boeken en de markt met overbruggingskrediet in stand te houden”.

Dit patroon herhaalt zich in latere internationale crises. De VS – met steun van andere rijke landen inclusief Nederland – dwingen het IMF om de belangen van de grote Westerse banken voorrang te geven boven de arme inwoners van de ontwikkelingslanden. Academische specialisten zoals Jeffrey Sachs en Meltzer leggen uit dat gedeeltelijke afboeking en snelle herfinanciering van internationale schulden de onzekerheid voor het international financiele verkeer oplossen, zodat de economische groei kan hervatten, maar in iedere crisis zet het IMF zich 100 procent in voor de belangen van Wall Street.

Bijna fataal voor het IMF wordt de Oost-Aziatische crisis van 1997. Het IMF schrijft een fout recept uit op basis van een verkeerde analyse: dit was niet een crisis bij de overheid, zoals meestal in Latijns Amerika, maar een crisis van project-ontwikkelaars die met geleende dollars te veel hotels en winkelcentra opstartten in Bangkok en andere grote steden. Premier Mahathir van Maleisië wordt beroemd met de claim dat zijn land ook zonder IMF uit de crisis komt – hij krijgt daar gelijk mee – en wereldwijd kiezen landen voor vrijere wisselkoersen en meer monetaire autonomie.

IMF zoekt naar nieuwe rol

De invloed van het IMF in een wereld van dagelijks veranderende wisselkoersen is niet zo duidelijk. De officiële rol om advies te geven over de houdbaarheid van vaste wisselkoersen is niet meer van toepassing, en de VS blijven mordicus tegen bevoegdheden voor het Fonds om dwingende aanwijzingen te geven aan de lidstaten. Onder president Bush wordt de VS zelfs het enige belangrijke land dat weigert om het IMF een sterkte-zwakte analyse te laten maken van het eigen financiële systeem. Pas dit jaar, onder Obama, mocht het IMF voor het eerst rapporteren over Wall Street.

Verschuivende balans in de wereld

De aanpassingen in het IMF-bestuur passen bij een wereld waarin de VS en Europa minder economisch gewicht krijgen ten gunste van Azië. Cijfers voor de nationale schuld tonen de onmiskenbare trend. In Amerika is de staatsschuld per gezin van twee ouders en twee kinderen voor het eerst in de geschiedenis meer dan 100.000 dollar. Volgens het IMF wordt die last de komende tien jaar nog eens meer dan twee keer zo groot. Dan beslaat rente op de staatsschuld bijna een vijfde van de begroting en moet een Amerikaanse familie ieder jaar zo’n 10.000 dollar opbrengen voor rente op de gemeenschappelijke staatsschuld. Dat is alleen nog de rente; van aflossen is al helemaal geen sprake. In Frankrijk en Duitsland zijn de cijfers niet anders; in Italië nog een stuk dreigender.

China staat er anders voor. De nationale schuld is laag en groeit nauwelijks, en de internationale reserves zijn een veelvoud van die nationale schuld – met dollars uit de internationale reserves kan China moeiteloos de hele Chinese staatsschuld aflossen. De financiële macht in de wereld moet dus wel verschuiven naar Oost-Azie, en de politieke en militaire macht gaan volgen.

Nederland kan beter zijn zetel opgeven

Nederland mist niets door de IMF-zetel op te geven, want ons land heeft geen mondiale spelers meer in het bankwezen, maar wél Shell, Unilever, en zo veel andere exporterende bedrijven in de industrie en de niet-financiële diensten. Die hebben weinig te maken met het IMF, maar alle belang bij vrije handel, openbare aanbesteding van overheidsinvesteringen, en strijd tegen corruptie. Actief optreden in de Wereldbank, de WTO, en Transparency International is een direct Nederlands belang, veel meer dan een bestuurszetel in het IMF, zeker wanneer die toch alleen maar dient om mee te stemmen met de VS ten gunste van de grote spelers op Wall Street.

De Nederlandse IMF-man, Age Bakker, claimt nu dat België of Zwitserland maar eerst moeten opstappen. Dat maakt geen vrienden in die landen; diplomatieker is het voor Nederland om zelf de IMF bestuurszetel vrijwillig op te geven, bij voorbeeld ten gunste van Indonesië. Op dit moment heeft de Eurozone zes leden in het bestuur, maar Asean, de club van Zuid-Oost Azië met bijna twee keer zo veel inwoners, slechts één: Thailand. Indonesië is de grootste lidstaat van het IMF zonder stem in het bestuur, en economisch nu al bijna de helft groter dan Nederland. Waarom ruzie met België en Zwitserland, als we ook vrienden kunnen maken in Azië met een fraaie geste?

Wat het IMF betreft kan Nederland met trots terugzien op Jacques Polak, lang de hoofdeconoom bij het Fonds, en Johan Witteveen, hoofd van het IMF van 1973-78 en onder andere verantwoordelijk voor de redding van Engeland door het IMF in 1976. Nu is het billijk dat er meer ruimte komt voor Azië, en dat is geen verlies voor Nederland – er is geen snipper bewijs dat Nederland de laatste twintig jaar iets unieks heeft bijgedragen aan de besluitvorming. Een vrijwillige exit uit het IMF bestuur is een passende en elegante geste voor een land dat moet accepteren dat Azië relatief sterker wordt en dat Holland nuttiger werk kan doen in Wereldbank, WTO en Transparency International.

* Dit artikel verscheen eerder in het Financieele Dagblad.

Bron foto: IMF

Te citeren als

Eduard Bomhoff, “Nederland moet IMF-zetel opgeven”, Me Judice, 7 november 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.