Niet zo trots op Nederland: een geschiedenis van financiële schandalen en speculaties

Groep mensen met vlag van de DSB Bank
Afbeelding ‘Amsterdam’ van PjotrP (CC BY-SA 2.0)
12 apr 2011 |
Groot was de schrik en verontwaardiging bij de ondergang van DSB. Wie bekend is met de financiële sector in Nederland, weet dat DSB bepaald niet op zichzelf staat. Wie herinnert zich bijvoorbeeld nog Nederlands grootste bankfaillissement van de twintigste eeuw? Een lesje Nederlandse economische geschiedenis door financieel-economisch journalist Roel Janssen, auteur van het net uitgekomen boek ‘Grof Geld’.

Herrie rond DSB was herhaling van zetten

De jaren zestig in Amsterdam staan in het nationale geheugen gegrift als de tijd van Provo, de rookbom bij het huwelijk van Beatrix met Claus, hippies in het Vondelpark en de bezetting van het Maagdenhuis. Het bankroet van de bank Gebroeders Teixeira de Mattos hoort in dat rijtje niet thuis. Nederland is kort van geheugen als het over de nationale traditie van financiële schandalen gaat.

De ondergang van Teixeira de Mattos in 1966 was het grootste bankfaillissement in Nederland in de twintigste eeuw. Het was een schok voor het publiek dat zoiets kon gebeuren, het was een blamage voor De Nederlandsche Bank omdat het toezicht had gefaald, het was een schandaal waarin gedupeerden veel (zwart) geld verloren. Het was bovenal een aaneenschakeling van duistere praktijken, die indertijd voor enorme ophef zorgden.

Toen in 2009 DSB, de bank van Dirk Scheringa, omviel, is geen parallel getrokken met wat zich bij Teixeira de Mattos had afgespeeld. Beide affaires beheersten maandenlang het nieuws. De toezichthouder trad niet tijdig in actie en bleek achteraf niet doortastend te zijn geweest. De Tweede Kamer reageerde onthutst, de ministers van Financiën dekten De Nederlandsche Bank en stelden vast dat het om een ongezonde bank ging die door eigen schuld in moeilijkheden was gekomen (Wouter Bos over DSB, Anne Vondeling over TdM). Beide banken werden geleid door één man en waren te klein om gered te worden. Er kwam een bankrun op gang – bij Teixeira doordat Unilever, Philips en de Utrechtse bank Vlaer & Kol hun deposito’s terug trokken, bij DSB na de oproep van Pieter Lakeman aan spaarders om hun geld weg te sluizen. Er waren gedupeerde spaarders en – in het geval van Teixeira – klanten die hun complete aandelenbezit kwijt raakten omdat ze de papieren aandelen anoniem in bewaring hadden gegeven bij de bank.

Er zijn ook verschillen: anders dan Dirk Scheringa kwam Jan Fehmers uit een gegoede Rotterdamse familie. Zijn zus was de moeder van de latere minister van Financiën Onno Ruding. En anders dan Scheringa werd Fehmers vier dagen na de surseance van Teixeira gearresteerd. Als drs. J.M.F. werd hij beschuldigd van valsheid in geschrifte, oplichting en verduistering en begin 1967 tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld. Fehmers, die in september 1968 vervroegd werd vrij gelaten en de rest van zijn leven thuis in Amsterdam in stilzwijgen heeft gesleten tot hij in 2007 overleed, is de enige bankdirecteur die in Nederland daadwerkelijk een gevangenisstraf heeft uitgezeten.

Nog op een andere manier zijn DSB en Teixeira met elkaar verbonden. Naar aanleiding van de ondergang van Teixeira werd de depositogarantieregeling ingevoerd, de regeling waarop gedupeerde spaarders bij Icesave (2008) en DSB (2009) een beroep op konden doen om hun spaargeld terug te krijgen.

Nederlands rijke traditie

De vergeten ondergang van Gebr. Teixeira de Mattos, met al zijn losse eindjes, is een voorbeeld van de onverschilligheid waarmee Nederland omgaat met zijn financiële geschiedenis. Hierdoor lijkt het alsof wat er zich afspeelde bij Icesave en DSB unieke gebeurtenissen zijn, aangewakkerd door de kredietcrisis die als een natuurramp over onschuldig Nederland heen kwam. De media waren geschokt, burgers verontwaardigd, de politiek zocht naar zondebokken. Dat er in 2005 ook al een Nederlandse bank was omgevallen, drong tot weinigen door. Van der Hoop Bankiers was een kleine vermogensbank, geen populaire internetspaarbank of volkse consumentenbank.

Nederland heeft een rijke financiële traditie, ook in schandalen en speculaties. Deze voert terug op de periode waarin Nederland de bakermat van het financiële handelskapitalisme was. Na de bloei van de geldhandel in Vlaanderen in de 15de en 16de eeuw vormden de oprichting van de VOC, de Wisselbank en de eerste effectenbeurs ,,de drie hoekstenen van een nieuw soort economie in de wereld”, aldus de Schotse financiële historicus Niall Ferguson. Deze drie-eenheid maakte het mogelijk dat Amsterdam vanaf het begin van de 17de eeuw tot het einde van de 18de eeuw het belangrijkste financiële centrum van de wereld was. Op de geld- en kapitaalmarkten van Amsterdam financierden Europese vorsten hun oorlogen, hofhoudingen, maîtresses, goederenhandel, veroveringen en expansieplannen. Uit alle Europese landen stroomde geld naar de Amsterdamse markt. Het gevolg was dat Nederland de stabielste munt en de laagste rente ter wereld kende. En dat Nederland gedurende twee eeuwen het rijkste land ter wereld was.

Dit had een keerzijde. Nederland is ook de pionier van financiële schandalen en crises. Zo vonden de eerste manipulaties op de geldmarkt in de 16de eeuw, de eerste short speculatie, de eerste financiële bubbel en de eerste beurscrash in de 17de eeuw, en de eerste Europese bankencrisis in de 18de eeuw hun oorsprong in de Nederlanden. Na de tulpengekte van 1637 verschenen hier de eerste spotprenten tegen de ‘geyle hoer’ van de geldzucht, in 1688 verscheen het eerste boek over de ‘verwarring aller verwarringen’ op de effectenbeurs en het begrip ‘windhandel’ deed in 1720 opgang in Amsterdam.

Deze gebeurtenissen stroken niet met het calvinistische zelfbeeld van de godvruchtige kooplieden en regenten die in soberheid de rijkdom van de Gouden Eeuw opbouwden. Aan het begin van de 17de eeuw speelden dominees een grote rol bij het opkomend Nederlandse handelskapitalisme. Isaac Lemaire, de koopman die als eerste speculeerde op een koersdaling, was in conflict met de VOC geraakt nadat dominee Petrus Plancius hem vanaf de kansel had beschuldigd van boekhoudfraude bij de afrekening van een vloot naar Indië.

Extreme zelfonderschatting

Tegenwoordig lijdt Nederland op financieel terrein aan een calimero-complex. Oud-premier Balkenende mocht graag de VOC aanhalen, maar nu zijn wij klein en zij zijn groot. Onze schandalen zijn onbeduidend in vergelijking met wat Bernard Madoff in New York heeft uitgevroten, de ondergang van Lehman Brothers of de wijze Nick Leeson de val van Barings Bank veroorzaakte.

Dit getuigt van extreme zelfonderschatting. Nederland is niet meer de hoofdrolspeler van de 17de en 18de eeuw, maar zelfs na de krimp die is opgetreden in de nasleep van de financiële crisis van 2008-2009, is de omvang van de Nederlandse financiële sector nog altijd vijf keer zo groot als het nationale inkomen. In de crisis scoorden Nederlandse financiële instellingen prominent op de ranglijst van ernstige probleemgevallen en moest de staat hard ingrijpen om erger te voorkomen. In plaats van dat te erkennen, houdt Nederland de illusie in stand dat de ondergang van ABN Amro de schuld was van listige Belgen en perfide Schotten en niet het resultaat van eigen hebzucht, dat ING eigenlijk die goeiige Postbank was met de leeuw van Jan Mulder en niet de bank die op grote schaal in Amerikaanse rotzooihypotheken had belegd, dat AEGON een door godvruchtige hervormde bestuurders geleide verzekeraar was en niet een aanjager van woekerhypotheken, en dat Dirk Scheringa altijd die joviale volkse jongen was gebleven en niet de man was die zijn bank gebruikte als de kasmachine voor zijn oer-Hollandse hobby’s: een voetbalclub, een schaatsteam en een museum voor realistische kunst.

Deze wegcijfering van de feiten vindt een welkome voedingsbodem in een samenleving die slordig met zijn verleden omgaat. Nederlanders willen niet weten dat ons land historisch gezien een prominente rol in de voorste linies van de opkomst van het financiële kapitalisme heeft gespeeld, en in dit opzicht geen haar beter of slechter is dan andere landen.

Dit artikel is gebaseerd op het boek van Roel Janssen ‘Grof Geld, financiële schandalen en speculaties in Nederland’, dat pas is uitgekomen bij uitgeverij De Bezige Bij.

Te citeren als

Roel Janssen, “Niet zo trots op Nederland: een geschiedenis van financiële schandalen en speculaties”, Me Judice, 12 april 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.