Noodlening aan Griekenland is goed verhulde subsidie

Noodlening aan Griekenland is goed verhulde subsidie image
De noodleningen aan Griekenland, waaraan Nederland 1,8 miljard euro bijdraagt, zijn economisch gezien een bail out, stellen Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic. De leningen zijn voor drie jaar, met mogelijk verdere uitloop, wat neerkomt op inmenging op de kapitaalmarkt. De kans dat het geld terugkomt niet groot. De kans dat meer van dit soort leningen volgen aan landen als Portugal en Spanje is wel groot.

‘Lening, geen subsidie’

De kogel is door de kerk. Griekenland krijgt maximaal 30 miljard euro aan noodleningen van de landen van de eurozone mocht dat nodig zijn, schreef demissionair minister van Financiën Jan Kees de Jager zondagavond laat aan de Tweede Kamer. Maar het is geen bail out, haasten de Europese ministers van financiën te zeggen afgelopen weekeinde. Immers, het zijn overeenkomsten tussen afzonderlijke landen en Griekenland en het is geen subsidie maar een lening.

Juridisch gesproken mag het geen bail-out te zijn, economisch gezien is het er wel degelijk. Het heeft te maken met de lange looptijd van die leningen. ‘Er wordt uitgegaan van een driejarig programma’, schrijft De Jager, om iets later op te tekenen dat ‘de financiële steun voor de jaren daarna wordt bepaald als onderdeel van het gezamenlijke hulpprogramma met het IMF’. Dit wijst erop dat de looptijd van de noodleningen uiteindelijk langer dan drie jaar kan zijn. Dit betekent dat de Europese overheden zich inmengen met de werking van de kapitaalmarkt, het kenmerk van een bail out. Veel beter was geweest de bemoeienis te beperken tot de geldmarkt. Dat is de markt voor leningen met een looptijd van maximaal één jaar. Zo zou de druk op Griekenland groot zijn, wat met de looptijden die nu overeengekomen zijn, veel minder het geval is.

Verbroken beloften

Daarnaast verbraken Europa en de Nederlandse politici hun nog niet eens twee weken oude belofte dat noodleningen alleen zouden komen als Griekenland afgesloten zou worden van de kapitaalmarkt en tegen de marktrente. De hele Tweede Kamer stond daarop en op het meedoen van het Internationaal Monetair Fonds. De rente die de Grieken gaan betalen is in de nieuwe afspraken echter lager dan de marktrente. Maar dat is niet het ergste deel. Nogmaals, die eer heeft de looptijd van de noodleningen.

De 16 landen van de eurozone zullen Griekenland 30 miljard euro lenen mocht dat nodig zijn. Olli Rehn, eurocommissaris voor Economische en Monetaire Aangelegenheden, zei daarbij dat de verdeelsleutel voor hoeveel geld elk euroland zou bijdragen, het belang in de Europese Centrale Bank (ECB) zal zijn. Dan blijkt dat, uiteraard, Frankrijk en Duitsland het meest zullen bijdragen, als twee grootste economieën van de eurozone. Het Nederlandse deel is 1,8 miljard euro. Ook in die landen zijn de begrotingstekorten hoog, maar niet alarmerend hoog. Ook is de staatsschuld relatief laag en genieten die landen de hoogste kredietbeoordeling. Kortom, zij hebben de ruimte om te hepen.

Ook noodlijdende eurolanden moeten Griekenland helpen

Maar de afspraak waar Rehn het over had, impliceert dat álle eurolanden bij zullen dragen, dus ook landen die binnenkort zelf om hulp zullen moeten vragen volgens veel economen omdat ze vergelijkbare problemen hebben als Griekenland. Het gaat om de overige Club Med-landen Portugal, Spanje en Italië. Ook Ierland kampt met enorme financiële problemen thuis. Afgaand op het belang in de ECB moet Portugal echter bijna 800 miljoen euro – dat het niet heeft en als het ergens kan halen beter kan gebruiken om eigen problemen op te lossen – ophoesten om Griekenland te helpen. Spanje, waarvoor hetzelfde geldt als voor Portugal, wordt geacht 3,7 miljard euro over te maken terwijl Italië 5,5 miljard euro vrij moet maken voor de Grieken. Ierland moet bijna 500 miljoen euro extra zien te lenen om de Grieken te helpen.

Als één van die landen niet meedoet, en die optie is er, zullen de andere landen, en dus ook Nederland, hun aandeel over moeten nemen. Bovendien wordt de situatie voor Portugal en Spanje steeds nijpender en ook Italië staat er niet al te goed voor. Met de noodleningen aan Griekenland is een precedent geschapen. Portugal of die andere landen niet helpen is daarmee geen optie meer.

Weg lening

Aan het einde van de rit kan Nederland met enkele mooie boekhoudposten blijven zitten: leningen aan IJsland en Griekenland en waarschijnlijk ook Portugal en Spanje waarvan er grote kans is dat die nooit terugbetaald zullen worden. Dan gaat de staat over een paar jaar hetzelfde doen als wat de banken hebben moeten doen: flink afschrijven op oninbare leningen. Immers, een bail out is er voor landen die op de rand van afgrond zweven. Als die het niet redden, en die kans is groot, kunnen eurolanden fluiten naar hun geld.

De in allerijl gemaakte afspraken afgelopen weekeinde mogen geen bail out heten van de Europese en Nederlandse ministers van Financiën. Het doet denken aan de schilderij ‘La trahison des images’ van de Belgische René Magritte. Daarop is een pijp afgebeeld met eronder geschilderd de tekst: "Ceci n'est pas une pipe" (Dit is geen pijp).

Te citeren als

Sylvester Eijffinger, Edin Mujagic, “Noodlening aan Griekenland is goed verhulde subsidie”, Me Judice, 15 april 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.