Onderwijs als investeringskans voor de private sector

Onderwijs als investeringskans voor de private sector image
1 jul 2011 | | 2067 keer bekeken
Voor pensioenfondsen kan het interessant zijn te investeren in studenten die een lening willen afsluiten voor het volgen van hoger onderwijs, stelt Tjitsger Hulshoff. Deze investering in ‘menselijk kapitaal’ vormt een hoogrenderende investeringsmogelijkheid voor de langere termijn. Voor pensioenfondsen is deze mogelijkheid extra interessant doordat de rendementen op deze investering net als de uit te keren pensioenen gekoppeld zijn aan de inflatie en omdat dit een concrete invulling vormt van maatschappelijk verantwoord beleggen. Studenten betalen de studielening op basis van hun latere inkomen terug, waardoor de studielening per definitie betaalbaar blijft.

Onderwijs als investering

Uitgaven aan onderwijs zijn te zien als een investering in menselijk kapitaal. Het individuele rendement van een jaar onderwijs ligt gemiddeld rond de 6 tot 8 procent (Groot en Maassen van den Brink, 2003). Het rendement op het volgen van hoger onderwijs ligt nog hoger (OESO, 2007). Al eerder is het idee gelanceerd om vanwege dit investeringskarakter de overheidssubsidies op het volgen van hoger onderwijs om te zetten in risicodragende financiering, bijvoorbeeld in de vorm van een sociaal leenstelsel (Jacobs 2002). De overheid schiet via uitgifte van staatsobligaties de kosten van collegegeld en beurzen voor met een lening. Ex-studenten betalen deze lening inkomensafhankelijk terug door een percentage van hun inkomen af te dragen.

Investeren in studenten kan ook interessant zijn voor private partijen. Het gaat dan om investeerders met een lange termijn beleggingshorizon en beperkte liquiditeitsbehoefte, zoals pensioenfondsen (en eventueel trust-funds en vermogende individuen) en niet de investeerders met een korte horizon zoals traditionele vermogensbeheerders of hedge funds. Voor de lange termijn investeerders is onderwijs een extra interessante investeringscategorie, omdat de toekomstige rendementen, via de lonen, gekoppeld kunnen zijn aan de inflatie. Op dit moment ontbreekt het Nederlandse pensioenfondsen aan de mogelijkheid om investeringen te doen die gekoppeld zijn aan Nederlandse inflatie (noot 1).

Voor institutionele beleggers geldt dat zij meestal een breed gespreide beleggingsportefeuille aanhouden. De waarde van een investering in onderwijs zal zich anders gedragen dan een traditionele investering in aandelen, obligaties of onroerend goed. De toevoeging van deze investering in een beleggingsportefeuille heeft daarmee een risicoreducerend effect op de totale beleggingsportefeuille. Daarnaast zal door de uitbreiding van het beleggingsuniversum het theoretisch optimale beleid dichter benaderd worden. Het theoretische optimale beleggingsbeleid zou namelijk voor een deel moeten bestaan uit ‘menselijk kapitaal’ , terwijl nu vrijwel alleen kan worden belegd in financieel kapitaal. Eventueel gecombineerd met een garantie van de overheid kan het door investeerders vereiste reëel rendement relatief laag kan zijn, hetgeen de kosten in toom zal houden. Extra veiligheden inbouwen – via bijvoorbeeld een overheidsgarantie - kan gewenst zijn, omdat de toekomstige inkomsten van een student niet kan dienen als onderpand van een investering.

Tenslotte geldt dat veel pensioenfondsen op een maatschappelijke verantwoorde manier wensen te beleggen. De meeste pensioenfondsen vertalen een dergelijke eis in een uitsluitingbeleid van bijvoorbeeld producenten van clusterbommen. In dit perspectief is investeren in onderwijs de ultieme vorm van maatschappelijk beleggen.

Voorbeelden van investeren in menselijk kapitaal

Investeren in menselijk kapitaal is niet nieuw zoals blijkt uit een aantal voorbeelden. Hoewel meer bekend van klassiekers als “Space Oddity”, “Ashes to Ashes” en “Heroes” is David Bowie ook bekend van een financiële innovatie. In 1997 verkocht David Bowie de toekomstige royalties van 25 van zijn albums aan zakenbank Prudential Insurance Company die dit vervolgens verpakte in een obligatie en doorverkocht. Dit type obligatie is later bekend geworden als Bowie Bonds. David Bowie was hiermee grondlegger voor het verpanden (‘securitization’) van intellectueel eigendom.

Een ander voorbeeld komt uit de golfsport. Dit is een zeer lucratief sport, althans voor hen die in de top meedraaien. Om aan de top te komen is behalve veel talent ook veel oefening en toewijding nodig. In zijn jonge jaren was Maarten Lafeber een Nederlands golftalent. Om de stap naar de top te kunnen zetten gaf Maarten Lafeber in 1998 aandelen in zichzelf uit. Op deze manier kon Lafeber zichzelf een salaris betalen, een trainer inhuren en de reis en verblijfskosten voor de internationale toernooien financieren. In ruil daarvoor ontvingen de aandeelhouders dividenden via (toekomstige) inkomsten uit prijzengeld. In 2003 heeft Lafeber de aandelen teruggekocht, met in totaal 85 procent winst voor de aandeelhouders.

David Bowie en Maarten Lafeber zijn in het oogspringende voorbeelden van het verpanden van toekomstige (onzekere) inkomsten. Er zijn echter ook voorbeelden van investeringsmaatschappijen die investeren in “gewone talenten”. In Duitsland bestaat het bedrijf Brain Capital. Brain Capital betaalt het collegegeld voor geselecteerde studenten (en bij geselecteerde universiteiten) in ruil voor een percentage van het latere inkomen, gegeven dat het inkomen een vooraf bepaalde grens overschrijdt.

Hoe zou dit in Nederland kunnen werken?

Belangrijker dan de technische details is de politieke bereidheid om private investeringen toe te staan in het publieke domein. Pensioenfondsen krijgen er zo een goed stabiel renderend investeringsalternatief bij, met een aantal specifieke voordelen die goed passen bij de aard en missie van het pensioenfonds. Dit alles kan worden gerealiseerd zonder dat er voor de studenten sprake is een verhoogd risico of beperking van flexibiliteit.

In ieder geval is het nodig dat er privaat kapitaal beschikbaar komt, en dat er een organisatie is die de distributie tussen de studenten en de fondsen kan regelen, de administratie voert en de inning van de leningen verzorgt. Dit zou via bestaande financiële instellingen kunnen lopen, maar de belastingdienst is ook een optie.

In Nederland kan een investering in onderwijs vorm krijgen door een (aantal) pools te creëren van studenten. Deze studenten kunnen via deze pools een inkomen krijgen om hun collegegeld en levensonderhoud te financieren tijdens de studieperiode. Wanneer later in hun leven hun inkomen boven een bepaald niveau uitkomt betaalt men een vast percentage van het inkomen aan de pools terug, voor een maximum aantal jaren of tot een maximum rendement op de investering is bereikt. Door te werken via breed gespreide pools kan tevens het kredietrisico worden geminimaliseerd.

Op deze manier wordt de student niet opgezadeld met een grote vaste studieschuld en is het terug te betalen bedrag per definitie betaalbaar (want het betreft een percentage van het inkomen). Tevens geldt dat de student een financiële prikkel blijft houden om meer te verdienen, maar niet de verplichting om te gaan werken in een vak dat niet zijn hart heeft. Zelfs een wereldreis na de studie, of een sabattical blijft tot de mogelijkheden behoren voor de student. Door in pools te werken is het risico voor de investeerder klein (in tegenstelling tot de Lafeber-aandelen die waardeloos zouden zijn geworden als Lafeber een ernstig auto-ongeluk had gekregen).

Het huidige financiële en politieke klimaat, met beoogde overheidsbezuinigingen op onderwijs en de door de lage kapitaalmarktrente gedwongen zoektocht naar rendement door investeerders, biedt kansen voor een constructieve, vernieuwende samenwerking tussen overheid, financiële sector en de pensioenwereld.

Referenties

Groot, Wim en Henriette Maassen van den Brink, 2003, Investeren en terugverdienen: kosten en baten van onderwijsinvesteringen, SBO, Den Haag.

Jacobs, Bas, 2002, Equity participation in het hoger onderwijs, ESB, 21 juni, 484-487.

OESO, 2007, The private internal rates of return to tertiary education: new estimates for 21 OECD countries, Parijs.

Noot

(1) Pensioenfondsen kunnen wel beleggen in Euro inflatie, Franse inflatie en Duitse inflatie, maar deze inflatie verschilt op korte termijn van de Nederlandse inflatie. Vanuit pensioenfondsen leeft de wens om inflatie-gelinkte Nederlandse staatsobligaties te kopen, maar vooralsnog is de overheid niet voornemens om dit soort obligatie uit te geven.

Bron foto bij artikel: VVBAD, Flickr.

Te citeren als

Tjitsger Hulshoff, “Onderwijs als investeringskans voor de private sector”, Me Judice, 1 juli 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.