Pensioenfondsen eten tot een kwart van jaarlijkse premiebetalingen op

dikke man
Afbeelding ‘Fat Man in Hat 2’ van Dan Iggers (CC BY-NC-SA 2.0)
6 feb 2014 |
Jaarlijks gaat 16 tot 26 procent van de pensioenpremies op aan zaken als bestuurderssalarissen, huisvesting, accountantskosten en transactiekosten. In totaal bedragen deze jaarlijkse kosten ruim vier miljard euro voor de vijf grootste pensioenfondsen van Nederland. Dit blijkt uit een inventarisatie op basis van jaarverslagen van de pensioenfondsen door David Hollanders.

Meer aandacht voor kosten

De pensioenhoogte wordt niet enkel bepaald door rendementen en premiehoogten maar ook door kosten van pensioenfondsen. In 2011 vroeg toezichthouder AFM in het rapport ‘Kosten pensioenfondsen verdienen meer aandacht’ dan ook aandacht voor de kosten van pensioenfondsen. Het goede nieuws is dat pensioenfondsen sinds deze oproep steeds opener zijn over hun kosten. Het slechte nieuws is dat die kosten bij veel fondsen hoog zijn en daarmee leiden tot lagere uitkeringen. De kosten vallen daarbij niet te rechtvaardigen door prestaties.

De kosten variëren per fonds. In onderstaande beperk ik mij tot de kosten van de vijf grootste pensioenfondsen (ABP, PFZW, PME, Bouw en PMT), zoals gerapporteerd in hun eigen jaarverslagen over 2012. De kosten voor pensioenfondsen bestaan uit ten minste drie categorieën.

De eerste categorie zijn vermogensbeheerkosten. Onder deze post vallen, zo schrijft het ABP in het jaarverslag, “vaste beheerkosten van beleggingen, bewaarloon, prestatieafhankelijke vergoedingen en overige kosten (toegerekende kosten bestuursbureau, kosten van toezicht, administratiekosten, accountantskosten, taxatiekosten enzovoort).”

De tweede categorie is pensioenbeheer. Deze kostenpost wordt gevormd door –zo stelt de Pensioenfederatie- “kosten deelnemer en gepensioneerde, werkgeverskosten, kosten bestuur en financieel beheer, en projectkosten.”.

Ten derde zijn er transactiekosten, die worden gemaakt bij aan- en verkoop van financiele titels. Het fonds PMT onderscheidt daarbij nog “operationele transactiekosten” van “strategische herallocaties”.

Figuur 1 geeft op basis van de jaarverslagen de kosten weer in miljoenen euro's.

Figuur 1. Jaarlijkse kosten vijf grootste pensioenfondsen, in miljoenen euro's

jaarlijkse kosten

Bron: jaarverslagen pensioenfondsen.

Tezamen maken de vijf fondsen ruim vier miljard euro aan kosten. Dit is een groot bedrag. Hoe dat bedrag te duiden? Pensioenfondsen presenteren de vermogensbeheerkosten als percentage van het belegd vermogen (ruim € 1000 mrd), waarmee de kosten mee lijken te vallen. Dat is evenwel misleidend omdat jaarlijks terugkerende kosten (een stroomvariabele) afgezet worden tegen een vaste geaccumuleerde hoeveelheid (een voorraadvariabele).

Gemaakte kosten versus betaalde premies

Het is inzichtelijker om de jaarlijkse kosten af te zetten tegen de jaarlijkse premie-inkomsten, zoals in figuur 2. Dat geeft namelijk een beeld van het percentage van de premies dat niet direct ten goede komt aan vermogensopbouw. Daarbij moet wel aangetekend worden dat fondsen ook kosten maken voor deelnemers die niet premieplichtig zijn (gewezen deelnemers en pensioengerechtigden). De kosten variëren als percentage van de premies van 16,4% (PMT) tot 25,8% (ABP). Niettegenstaande deelnemers zonder premieplicht gaat het hier duidelijk om een zeer hoog aandeel.

Figuur 2. Kosten pensioenfondsen als aandeel in de premiebetalingen (%)

premies en kosten

Bron: jaarverslagen pensioenfondsen.

Magere prestaties

Hoge kosten kunnen gerechtvaardigd worden als er prestaties tegenover staan. Dat is evenwel niet het geval, althans sectorbreed zijn de prestaties al jaren slecht. De gemiddelde dekkingsgraad is gedaald van 144 in 2007 naar circa 105 nu. Fondsen zelf wijzen daarbij op invloed van de lage rente op de dekkingsgraad.

Maar dit is geen steekhoudend argument. In de eerste plaats hadden fondsen het rente-risico kunnen afdekken, en gezien hun hoge dekkingsgraad hadden ze dat moeten afdekken. Ten tweede gaat het niet aan om vermogensbeheerders niet af te rekenen op resultaat als hen dat slecht uitkomt (bij lage rente) maar ze wel bonussen toe te kennen ten tijde van een bubbel, waar ze evenmin invloed op hebben.

Tijd voor Balkenendenorm

De salariskosten van de bestuurders van vermogensbeheerders zijn bijzonder hoog. Dit klemt omdat vermogensbeheerders feitelijk geen private partijen zijn, zoals zijzelf lijken te denken. Vermogensbeheerders als APG zouden op de markt niet overleven. Zij zijn met langjarige contracten ‘preferred supplier’ van fondsen die met de verplichtstelling en fiscale vrijstellingen de facto publieke instanties zijn. De Balkenendenorm zou moeten gelden.

Verlaging van de kosten leidt ook tot substantieel hogere uitkeringen. Een structurele daling van de (salaris)kosten met ongeveer 10% zou het mogelijk maken om pensioenen structureel te indexeren (voetnoot 1). In een tijd waarin het kabinet ambtenarensalarissen bevriest, lijkt een dergelijke kostenreductie op voorhand niet onredelijk. Hoog tijd dus dat de AFM nog eens aandacht vraagt voor de kosten.

Verantwoording

Tenzij anders vermeld, zijn alle cijfers en citaten afkomstig uit de jaarverslagen voor 2012 van het betreffende pensioenfonds. Voor PMT betreft het deels schattingen van de (niet vermelde) absolute kosten o.b.v. (wel vermelde) kosten als % van het gemiddelde belegd vermogen. Het (niet vermelde) gemiddeld belegd vermogen is benaderd door (vermelde) gemiddeld belegd vermogen ultimo 2011 en 2012.

Noot

(1) Een structurele daling van de kosten met 10% levert jaarlijks 0,6 miljard euro op. In 2012 werd er 25,9 miljard euro aan uitkeringen verstrekt door pensioenfondsen (www.dnb.nl, aldaar statistieken). Uitgaande van een inflatie van 2% (het plafond van de door de ECB nagestreefde bandbreedte voor inflatie) is er jaarlijks 0,52 miljard euro nodig om de uitkeringen te indexeren aan inflatie. Hierbij moet aangetekend dat de uitkeringen zullen toenemen in de loop van de tijd. Hier staat tegenover dat een inflatie van 2% een overschatting is.

Te citeren als

David Hollanders, “Pensioenfondsen eten tot een kwart van jaarlijkse premiebetalingen op”, Me Judice, 6 februari 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.