Rio+20: bedrijfsleven en NGO’s spelen hoofdrol

Uitzicht op het centrum van Rio de Janeiro
Image ‘Centro do Rio de Janeiro’ by Rodrigo Soldon (CC BY-NC-SA 2.0)
29 jun 2012 | | 1116 keer bekeken
Gezien de officiële slotverklaring heeft de Rio+20 Earth Summit weinig opgeleverd. Maar en marge van de summit gebeurde het meest belanghebbende, stelt Bastiaan Zoeteman. Dit soort conferenties zijn een ontmoetingsplaats geworden voor andere partijen dan de overheden: bedrijven en NGO’s. Zij zijn volop betrokken bij nieuwe initiatieven en hebben de kracht om zelf besluiten te nemen en ze ook uit te voeren.

Magere resultaten

Temidden van de perikelen van de financiële crisis in de eurozone en de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen vond ver weg in Brazilië van 20-22 juni 2012 een summit plaats om de wereld in het spoor van duurzame ontwikkeling te krijgen. Er kwamen 45.000 mensen en ruim 100 staatshoofden naar deze Rio+20 Earth summit. Echter Barack Obama, Angela Merkel, David Cameron en Vladimir Putin lieten zich niet zien. Evenmin als Mark Rutte die de eer liet aan minister Uri Rosenthal, o nee, aan staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken om namens Nederland het woord te doen.

Velen hadden al lucht gekregen van de magere resultaten die de Rio+20 top, ondanks het motto The future we want, zou opleveren. Het zou nauwelijks gaan over nieuwe vergezichten, maar over de implementatie van de eerdere afspraken in de wel spraakmakende top van Rio in 1992 en de al wat minder spannende top in Johannesburg van 2002. De oude ambities om milieubescherming en economische ontwikkeling c.q. armoedebestrijding als gelijkwaardige doelen te zien moesten worden herbevestigd en de voortgang moest tegen het licht worden gehouden. Op zich weinig inspirerende zaken voor staatshoofden die bezig zijn met persoonlijke en financiële overlevingskwesties.

Geen controversiële onderwerpen

Op de agenda van Rio+20 stonden evenmin belangrijke verdragen zoals in 1992 toen o.a. het klimaatverdrag en het biodiversiteitsverdrag werden gesloten. Wel op de agenda stonden zaken als het lanceren van een Groene Economie en het opwaarderen van het UN Environmental Programme (UNEP) tot een volwaardige VN organisatie. Maar de ambities om doelstellingen voor de transitie naar een groene mondiale economie af te spreken en tot een Wereld Milieu Organisatie te komen verdampten als sneeuw voor de zon toen Brazilië als organiserend land vlak voor de aanvang van de top de al weinig ambitieuze en daarmee controversiële onderwerpen uit de slottekst schrapte uit angst dat anders een zelfde debacle als bij de klimaatonderhandelingen in 2009 in Kopenhagen zou resulteren.

Het concept van de Groene Economie werd door achterdocht van ontwikkelingslanden weggezet als ‘een nuttig instrument dat landen kunnen toepassen als zij dit wensen’. En UNEP bleef gewoon wat het is, een programma en niet een vaste VN organisatie, zij het dat de begroting wat steviger wordt gemaakt (noot 1). Zelfs het vaststellen van de belangrijkste duurzaamheidthema’s voor de komende jaren werd vooruit geschoven naar een werkgroep die in 2013 moet rapporteren. Dit uit angst dat anders de kracht van de VN Millennium Development Goals die tot 2015 richtsnoer zijn, zou worden ondermijnd. Daarmee is Rio+20 in veler ogen een gemiste kans geworden (noot 2).

Bedrijfsleven en NGO’s nemen voortouw

Men moet zich afvragen wat er nog mag worden verwacht van dit soort regering summits. Dat ze gehouden worden en zoveel interesse hebben krijgt naar mij indruk een heel andere reden dan wat doorgaans in de media naar voren komt. Het promoten van duurzame ontwikkeling via regeringtops heeft na de conferentie van 1992 in Rio over ‘environment and development’ zijn hoogtepunt gehad. Het voortouw bij het thema duurzame ontwikkeling ligt steeds minder bij de overheid en wordt effectiever opgepakt door bedrijfsleven en NGO’s. Was dit in Johannesburg in 2002 al zichtbaar, in Rio+20 is dat alleen maar bevestigd. Deze conferenties worden daarmee plaatsen voor ontmoeting en inspiratie voor andere partijen dan de overheden, partijen die volop zijn betrokken bij nieuwe initiatieven en de kracht hebben om zelf besluiten te nemen en ze uit te voeren.

Enkele voorbeelden illustreren dit. En marge van het officiële deel van Rio+20 kwamen belangrijke initiatieven tot stand, zonder toedoen van overheden (ESDN, 2012). Microsoft gaat een interne CO2-heffing doorvoeren bij zijn operaties in meer dan 100 landen, als onderdeel van het plan om in 2030 CO2-neutraal te zijn. Een groep van ontwikkelingsbanken waaronder de Wereldbank en de Asian Development Bank kondigde aan 175 miljard dollar te gaan investeren in een initiatief dat openbaar vervoer en fietspaden boven wegen en snelwegen in de grootste steden van de wereld aanlegt.

Bedrijven hebben meer mondiaal perspectief

Het is ook wel te begrijpen dat duurzame ontwikkeling bij het multinationale bedrijfsleven meer aanslaat dan bij nationale overheden. Bedrijven voelen dagelijks de druk van de markt, in dit geval de burger die van bedrijven verantwoordelijke oplossingen verwacht. Bovendien denken bedrijven eerder mondiaal dan regeringen die steeds voor hun achterban de korte termijn nationale belangen over het voetlicht moeten brengen (noot 3). Het was daarom niet ten onrechte dat de grootmoeder van de duurzame ontwikkeling, de Noorse Gro Harlem Brundtland, in Rio+20 de deelnemers voorhield: “We are not going to get out of the crisis without taking seriously the need to create jobs and make changes. Forward-looking leaders should be taking that on board to create a sustainable development model instead of digging down and not daring to take initiatives with a longer-term perspective.” (noot 4)

Langzaam dringt het besef dat de samenleving op duurzaamheid gebied meer van het bedrijfsleven en particuliere initiatief te verwachten heeft dan van nationale regeringen ook door in Den Haag. Maar of we trots moeten zijn op wat staatssecretaris Knapen in Rio+20 op dit gebied namens ons allen heeft gezegd, moet worden betwijfeld: ‘The Kingdom of the Netherlands will contribute to this, through the private sector and civil society, but also by making our own contribution. 0.7 % of our GNP is earmarked for development aid.’ En ook dat laatste stukje dat de overheid doet staat op het punt na de komende verkiezingen te sneuvelen.

De auteur dankt Jaco Tavenier voor zijn waardevolle commentaar op een eerder concept, maar is alleen verantwoordelijk voor deze bijdrage.

Noten

(1) European Sustainable Development Network (ESDN), 2012, Rio+20 and its implications for Sustainable Development Policy at the EU and national level, 28-29 June, Copenhagen, ESDN conference discussion paper, www.sd-network.eu.

(2) Jonathan Watts en Liz Ford, Rio+20 Earth Summit: campaigners decry final document, The Guardian, 2012, 23 juni; and politics.co.uk, 22 june 2012.

(3) K. Zoeteman (ed.), 2012, Sustainable Development Drivers, Edward Elgar, Cheltenham.

(4) Jonathan Watts, 2012, Eurozone crisis and US presidential race 'damaged Rio+20 prospects', 'Mother of sustainability' Gro Harlem Brundtland laments the absence of Barack Obama and David Cameron from the summit, The Guardian, 21 June.

Te citeren als

Bastiaan Zoeteman, “Rio+20: bedrijfsleven en NGO’s spelen hoofdrol”, Me Judice, 29 juni 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.