Artikelen

Conclusies van commercieel pensioenonderzoek zijn te koop

Eduard Ponds - 24 mei 2009 - Pensioen, Verzekeringen - 1449 keer bekeken - 2 reacties

Al naar gelang de opdrachtgever stelt consultancybureau PricewaterhouseCoopers dat pensioencontracten onderbrengen bij een verzekeraar duurder of niet duurder is dan bij een pensioenfonds. Voor het maken van pensioenkeuzes kunnen werkgevers en werknemers zich beter richten op onderzoek door universiteiten en onafhankelijke onderzoeksinstellingen, stelt econoom Eduard Ponds.

De keuze: eigen pensioenfonds of verzekeraar
Ondernemingen die zich niet kunnen aansluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds staan voor een moeilijke keuze. De pensioenen kunnen ondergebracht worden in een eigen ondernemingsfonds. Dat is vaak relatief duur, omdat de hoge vaste kosten van de pensioenadministratie maar over een klein aantal deelnemers is te spreiden. Het collectieve pensioencontract onderbrengen bij een verzekeraar is ook niet aantrekkelijk. Verzekeraars zijn veel meer geld kwijt voor het uitvoeren van collectieve pensioencontracten dan pensioenfondsen. Zonder rekening te houden met winstopslag zijn verzekeraars tot vier keer duurder. Met winstopslag zelfs acht keer. Dit concludeerden twee onderzoekers van De Nederlandsche Bank (DNB) in 2006 (Bikker en De Dreu, 2006). Tabel 1 maakt de grote verschillen in uitvoeringskosten tussen pensioenfondsen en verzekeraars concreet.


Tabel 1: Uitvoeringskosten als percentage van brutopremie

Uitvoeringskosten als percentage van brutopremie

PwC: verzekeraars duur
Deze resultaten uit onafhankelijk onderzoek worden een jaar later bevestigd in een onderzoek door consultancybureau PricewaterhouseCoopers (PwC). Opdrachtgever van het onderzoek was de koepelorganisatie van ondernemingspensioenfondsen, OPF. De auteurs concluderen onder andere: “Ondanks het feit dat het verschil in uitvoeringskosten tussen verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen noodzakelijkerwijs onzuiver en gebrekkig is vastgesteld, kan zonder meer worden gesteld dat verzekeringsmaatschappijen duurder in de uitvoering zijn dan pensioenfondsen." (PwC 2007, p. 32). Uit het onderzoek bleek overigens dat een vergelijking op alleen uitvoeringskosten te beperkt is. Een eigen pensioenfonds, weliswaar wat duurder in de uitvoering dan grote bedrijfstakpensioenfondsen, biedt meerwaarde voor de eigen onderneming door versterking van de eigen identiteit.

PwC: verzekeraars niet duur
Verrassend genoeg kwam PwC vorige maand tot de tegenovergestelde conclusie. Verzekeraars kunnen de vaste kosten van de uitvoering (administratie, automatisering, communicatie) verdelen over meerdere collectieve contracten en dit schaaleffect zou leiden tot een aanzienlijke daling van de kosten per deelnemer. Verzekeraars zijn nu opeens wel aantrekkelijke uitvoerders van pensioencontracten. Opdrachtgever van dit tweede onderzoek is het Verbond van Verzekeraars. Hoe heeft PwC tot deze conclusie kunnen komen?

Allereerst betreft de conclusie uitsluitend pensioencontracten met 100 tot 100.000 deelnemers. De zeer grote en de kleine contracten vallen buiten de vergelijking. De onderzoekers van PwC verklaren de lagere uitvoeringskosten per deelnemer in deze middencategorie uit het feit dat pensioenfondsen per definitie voor één klant werken en verzekeraars voor meerdere klanten pensioencontracten verzorgen.

Tabel 2: Uitvoeringskosten per deelnemer (euro per jaar)

uitvoeringskosten per deelnemer

Het lijkt aan PwC te ontgaan dat juist voor kleinere ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf verzekeraars soms zeer ongunstige voorwaarden bieden. De afgelopen maanden is veel media-aandacht geweest voor het zogenoemde ‘woekerpensioen’ (Telegraaf, 2008). Het woekerpensioen is een collectief pensioencontract bij een verzekeraar die een vergelijkbare kostenstructuur kent als de woekerpolis voor een individueel contract (veelal een beleggingsverzekering). Tabel 1 uit het onderzoek van DNB geeft aan dat voor contracten met minder dan 100 deelnemers inderdaad sprake is van hoge kosten als percentage van de premies, vergelijkbaar met wat in de media gerapporteerd is over de individuele woekerpolissen. Toezichthouder AFM is inmiddels een onderzoek gestart. De Tweede Kamer bereidt wetgeving voor om de kosten van de woekerpensioenen in te perken.

Ook blijft in het nieuwe onderzoek van PwC de winstopslag van verzekeraars buiten beschouwing. De winstopslag is voor de klant een niet te verwaarlozen kostenpost. Voor het gemiddelde contract leidt de winstopslag tot een verdubbeling van de kosten. Ook de winstmarge in de activiteiten op het vlak van vermogensbeheer blijven buiten beeld. In de studie wordt dit als volgt verwoord: “Geen onderzoek is gedaan naar andere elementen van de totale pensioenlasten, zoals premies, koopsommen, risico-opslagen of overige opslagen die geen betrekking hebben op de uitvoering van de pensioenregeling”.

Tenslotte vergelijkt de nieuwe studie niet de inhoud van de pensioencontracten. De kosten als percentage van de premie geeft een betere vergelijking van de uitvoeringsefficiëntie van de verschillende aanbieders dan de kosten in euro. Als PwC deze maatstaf zou gebruiken, dan zouden de conclusies anders uitvallen.

Dit soort commercieel onderzoek niet informatief
De twee studies van PricewaterhouseCoopers zijn een goed voorbeeld hoe sturend commerciële belangen kunnen zijn wat betreft vraagstelling en conclusies van onderzoek in de pensioensector. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Voor goede keuzes kunnen we beter varen op onafhankelijk onderzoek, zoals dat gebeurt op universiteiten en overheidsinstellingen zoals De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau.

Referenties
Bikker J. en J. De Dreu (2006): “Uitvoeringskosten van pensioenverstrekkers”, in: Lecq van der F. en O. Steenbeek (red.): Kosten en baten van collectieve pensioensystemen, Kluwer, Dordrecht.

PricewaterhouseCoopers (2007), “Kosten en baten van ondernemingspensioenfondsen. Onderzoek naar de voor- en nadelen van ondernemingspensioenfondsen uitgevoerd door Pricewaterhouse Coopers in opdracht van OPF”, 8 november 2007.

PricewaterhouseCoopers (2009),  “Uitvoeringskosten van pensioenregelingen. Een onderzoek naar de kosten van verzekeraars en pensioenfondsen voor de uitvoering vna collectieve pensioenregelingen”, 23 april 2009.  Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Verbond van Verzekeraars.

De Telegraaf (2008), Vooral mkb getroffen door woekerpensioen, 19 maart 2008.

Te citeren als:
Eduard Ponds, 2009, “Conclusies van commercieel pensioenonderzoek zijn te koop”, Me Judice, Jaargang 2, 24 mei 2009.


Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice 

Reacties
  • 30 april 2010 22:07 - peter verhaar

    In bovenstaand artikel wordt helaas de 3e weg niet besproken, nl. het zelf doen via banksparen. Dit kan zowel bij een bank als de bank van een verzekeraar. Deze 3e weg is zeer transparant en goedkoop en doet m.b.t. het uiteindelijke beleggingsresultaat niet onder voor het onderbrengen van het pensioen bij een pensioenfonds of een verzekeraar. Nieuwe toetreders als Brand New Day bieden een zeer aantrekkelijke propositie voor deze 3e weg.

    Ondanks dat ze erg goedkoop in vergelijk met bestaande partijen zijn (slechts 0,6% beheervergoeding) kan het naar mijn mening nog veel goedkoper. Bijgaand artikel licht deze visie toe

    en nieuwe verdienmodel voor vermogensbeheerders

    Na Brand New day heeft nu ook ' vermogensbeheerder' Ohpen aangekondigd dat zij de markt opgaat met een nieuw businessmodel dat (1) transparanter is en (2) een stuk goedkoper is dan traditionele vermogensbeheerders. Beide instellingen kiezen voor een zeer simpel model voor het beleggingsbeleid, nl. één obligatietracker (BND)/obligatiebeleggingsfonds (Ohpen) en één aandelentracker(BND)/aandelenbeleggingsfonds (Ohpen). Software verdeelt de inleg van de klant op basis van het risicoprofiel over de twee beleggingsobjecten. Eenvoudiger kan het eigenlijk niet en de vraag is in hoeverre dit nog vermogensbeheer genoemd kan worden.

    Beide beheerders zijn aanhangers van het passief beleggen, m.a.w. de markt kan niet verslagen worden, dus besteed er dan ook geen aandacht en kosten aan. Brand New Day beheert het vermogen voor voor gemiddeld 0,55% van de waarde van het ingelegde vermogen plus 0,5% transactiekosten over elke storting. Ohpen is nog doorzichtiger: alleen 1% van het ingelegde vermogen.

    Het is in de wereld van de vermogensbeheerders gebruikelijk om de vergoeding afhankelijk te laten zijn van het beheerde vermogen. De rationale hierachter was (1) dat 'mensen' beleggen en dat naarmate er meer vermogen binnenkomt, relatief meer mensen nodig zullen zijn. Automatisering in samenhang met het volledig uitbesteden van het beleggings- en administratieve proces heeft hier een einde aan gemaakt en (2) dat de risico's voor claims evenredig toenemen met het ingelegde vermogen. De door BND en Ohpen gekozen beleggingsstrategie sluit deze risico's echter geheel uit (de klant is 100% verantwoordelijk voor het uiteindelijke rendement).

    De vraag rijst dan ook waarom BND en Ohpen vasthouden aan deze wijze van belonen. Voor deze twee aanbieders is de hierboven genoemde ratio verdwenen. De kosten ontwikkelen zich onafhankelijk van het ingelegde vermogen. Ik zie dan ook een nieuw verdienmodel ontstaan dat uit drie componenten zal bestaan: (1) een bedrag voor het openen van de rekening (denk hierbij aan een bedrag van enkele euro's), (2) een vergoeding voor het muteren van de (periodieke) inleg (Alex en Binck doen dit slechts voor 0,1% ) en (3) een vast bedrag, bijv. in de vorm van een abonnement, voor het onderhouden van de website, het call centre, software , marketing en rapportage. Deze provisiestructuur is ook niet geheel nieuw. Vermogensbank Alex heeft enige jaren geleden het tarief voor effectentransacties gemaximaliseerd en was daar zeer succesvol mee.

    Dit nieuwe model is vooral bedreigend voor de traditionele vermogensbeheerders met relatief vermogende klanten en zal een aanslag zijn op de verlies & winstrekening. Voor nieuwe toetreders biedt het model het voordeel dat de opbrengsten minder afhankelijk worden van exogene faktoren als koersontwikkelingen.

    Voor de klanten is het voordeel echter evident. Nu betaalt de klant meer provisie als de portefeuille meer waard wordt zonder dat de financiele instelling hier een bijdrage aan geleverd heeft. In het nieuwe verdienmodel betalen klanten echt alleen voor daadwerkelijk geleverde diensten.

  • 31 mei 2009 19:25 - Huigh van der Mandele

    wiens brood men eet, wiens woord...


    Ik heb bijna dertig jaar in consultancy gewerkt. Het belang dat een bureau heeft, of denkt te hebben bij de uitkomst van een onderzoek heeft soms invloed op de uitkomst. Maar dat geldt niet alleen voor bureaus, dat geldt ook voor universiteiten en dergelijke. Ook die hebben belangen. Zo herinner ik mij van decennia geledewn een onderzoek naar de kosten van consultants ten opzichte van free lancers in ontwikkelingslanden, waar aantoonbaar gesjoemeld was met de berekeningen.


    Veel belangrijker is overigens de zelf-censuur die optreedt. Zo is binnenskamers de evaluatie van ontwikkelingssamenwerking heftig negatief, maar geen mens zal daar mee in de openbaarheid komen. En dat geldt voor consultants maar ook voor "onafhankelijken".


    Huigh van der Mandele

Reageren
Auteurs
Aanmelden voor de nieuwsbrief