Artikelen
Maak krekels tot mieren: Herstructureer pensioenen en arbeidsmarkt
Bernard van Praag - 02 jul 2010 - Pensioen - 657 keer bekeken - 3 reacties
Er is iets aan de hand met ons pensioensysteem. De AOW, die gebaseerd is op het omslagstelsel - waarbij de door werkenden betaalde premies direct worden uitgekeerd aan gepensioneerden - loopt gevaar door de vergrijzing. Maar ook het kapitaaldekkingssysteem, waarmee we onze aanvullende pensioenen genereren, staat onder druk. Naar mijn mening moeten we uitgaan van een lagere rentevoet dan we sinds vele decennia voor vanzelfsprekend hebben gehouden en hetzelfde geldt voor de economische groei. Voor het omslagsysteem zijn in de toekomst echter hogere premies nodig dan voor gelijke pensioenuitkeringen via het kapitaaldekkingssysteem. Het lijkt dus verstandig het kapitaaldekkingssysteem te promoten en onze afhankelijkheid van omslagstelsels te reduceren. Daarnaast ontkomen we niet aan een ophoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Daarvoor is het noodzakelijk dat de arbeidsmarkt wordt geherstructureerd, waarbij het begrip 'carrière' wordt vervangen door een 'eerste' en een 'tweede' carrière.
Klassiek spaarprobleem
In feite gaat het om een oud economisch probleem. Hoeveel moeten we apart leggen voor onze oude dag? Het elementaire economische model om het spaargedrag te verklaren, gaat uit van een afweging waarbij het individu zowel gebaat is bij consumptie nu als consumptie in de toekomst. De krekels onder ons hechten geen belang aan de consumptie van morgen en eten hun hele inkomen nu meteen op. De mieren denken wel vooruit en leggen graag een spaarpotje aan voor de toekomst. Zo werkt de besluitvorming over de AOW in feite ook. Wanneer wij nu veel premie betalen, terwijl we werken, verwachten we ook een hoge uitkering te krijgen wanneer we niet meer werken, en wanneer we nu weinig betalen, kunnen we ook weinig verwachten in de toekomst. De keuze voor een specifieke premie- en uitkeringshoogte is het resultaat van een afweging. Daarbij speelt de afhankelijkheidsratio een cruciale rol: ze bepaalt de efficiëntie van het omslagsysteem.
Afhankelijkheidsratio stijgt
Bij de beoordeling van de ontwikkeling van de AOW draait het om de verhouding gepensioneerden-actieven, de zogeheten afhankelijkheidsratio. Deze is van 1950 tot nu opgelopen van circa 1:8 tot circa 1:4 en in de jaren veertig van deze eeuw zal dit aantal zich stabiliseren op de verhouding van circa 1:2. Dat impliceert dat bij gelijkblijvende uitkeringen de premies sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw zouden moeten verviervoudigen.
Sinds het begin van deze eeuw is de AOW-premie gemaximeerd op 17,9%, de rest van de almaar stijgende uitkeringslast wordt uit de belastingopbrengsten gehaald. Hierdoor lijkt het voor de goegemeente of het wel meevalt, maar in feite wordt het AOW-systeem dus elk jaar duurder. Het omslagsysteem was uitermate handig en goedkoop toen er veel kinderen werden geboren en de resterende levensverwachting na het 65ste levensjaar nog relatief laag was, maar de evolutie van de demografie naar een laag kindertal en een hoge resterende levensduur maken het omslagsysteem extreem duur. En dat geldt natuurlijk ook voor de andere leeftijdsafhankelijke omslagsystemen zoals de AWBZ, de zorgverzekeringen en de WW.
Er wordt vaak gesproken van een demografische vergrijzingspiek in de jaren veertig van deze eeuw, waarmee wordt gesuggereerd dat het systeem daarna langzaam weer tot normale verhoudingen zou terugkeren. We moeten ons daardoor echter niet in slaap laten zingen. Wat 'normale' verhoudingen zijn, hangt af van de demografische sleutelparameters: de vruchtbaarheid (fertiliteit) en de levensverwachting.
Er is geen enkel teken dat de fertiliteit weer zal stijgen of dat de levensverwachting weer zal dalen. Dat zo zijnde, zal de afhankelijkheidsratio blijvend fluctueren om en nabij de 1:2. Wanneer we ons dat realiseren, is de vraag gerechtvaardigd of het huidige systeem van sociale verzekeringen in de toekomst wel houdbaar zal zijn. De stijging van de afhankelijkheidsratio dwingt tot een heroverdenking van premie- en uitkeringshoogte, maar ook tot een heroverweging van het systeem zelf.
Kapitaaldekkingsstelsel beter?
Het omslagstelsel is slechts een bepaalde techniek om ons pensioen veilig te stellen. Daarnaast hebben we nog het kapitaaldekkingsstelsel, waarbij ieder voor zich een eigen spaarpotje opbouwt, waarvan mettertijd het pensioen bekostigd kan worden. In ons land heeft dit tweede systeem vorm gekregen in de aanvullende pensioenen en verzekerde regelingen. De vraag rijst welk systeem relatief het meest opbrengt, het omslag- of het kapitaaldekkingsstelsel?
Wanneer we beide systemen vergelijken, komen we tot de conclusie dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw het omslagsysteem meer opleverde dan het kapitaaldekkingsstelsel door de zeer gunstige afhankelijkheidsratio, maar dat in de komende decennia het kapitaaldekkingsstelsel 'meer waar' voor de betaalde premie zal leveren dan het omslagstelsel, zelfs bij een minimale reële rentevoet van 0%. Dit is in feite een toepassing van de door de Amerikaanse econoom Henry Aaron in de jaren zestig van de vorige eeuw ontdekte 'regel van Aaron'.
Versobering noodzaak
De les die we hieruit zouden kunnen trekken, is dat we in de toekomst meer nadruk moeten leggen op het kapitaaldekkingsstelsel dan op het omslagstelsel. Toch lijkt het onverstandig het omslagstelsel bij het oud vuil te zetten. Het is immers 'inflation proof'.
Het probleem van het verschuiven naar een kapitaaldekkingssysteem is natuurlijk de overgangs- of transitiefase. Gedurende de transitiefase dient immers elke werker tweemaal te betalen, eenmaal via het omslagstelsel voor de AOW-uitkering voor de gepensioneerden van nu en eenmaal voor zijn eigen pensioen over een bepaald aantal jaren. Als wij hiertoe willen overgaan, krijgt die transitiegeneratie het zwaar. Natuurlijk zijn er allerlei modaliteiten denkbaar om die weg meer begaanbaar te maken, bijvoorbeeld een transitie over een lange periode. Het lijkt ook redelijk dat gepensioneerden een proportionele veer zouden laten.
Guur economisch klimaat
In de laatste vijftig jaar hadden wij een continue wind in de rug, die we zo normaal vonden dat we hem helemaal niet meer opmerkten. Het gaat hierbij om een gestage economische groei en een reële rente die praktisch constant op 2% lag. Het lijkt erop dat daar verandering in komt. Zowel rente als groei zal waarschijnlijk in de toekomst dalen. Dit ligt aan twee factoren.
Dalende prijs van kapitaal
Door de vergrijzing worden de pensioenspaarpotten beter gevuld en al dat geld zoekt naar belegging. Het gevolg is dat het aanbod van kapitaal per hoofd toeneemt. Diezelfde vergrijzing maakt echter dat ons bedrijfsleven zijn dynamiek verliest. Oudere mensen nemen nu eenmaal minder risico's. En daardoor loopt de vraag naar kapitaal langzaam terug. De combinatie van dalende vraag en stijgend aanbod van kapitaal op de kapitaalmarkt leidt tot een daling van de prijs van kapitaal, dat wil zeggen: de rente. Natuurlijk betekent dit niet dat rente niet tijdelijk kan fluctueren en een hoog peil kan bereiken. Het lijkt echter verstandig voor de beleggingen op de langere termijn uit te gaan van een zeer laag rentepeil en dus hoge pensioenpremies. Veel hoger dan de laatste jaren gebruikelijk is geworden. Kortom, het klimaat voor kapitaaldekking is aan het verslechteren. Bovendien leven we veel langer en daardoor moet er veel meer pensioen per individu worden uitgekeerd dan vroeger.
...en dalende groei
Ten slotte is er nog de deus ex machina waar politici en economen zo graag een beroep op doen: de economische groei. Het is een lang in stand gehouden geloofsartikel dat onze westerse economieën elk jaar opnieuw groeien met één of meer procent. En dankzij die groei zouden we dan vrij gemakkelijk meer pensioenpremie kunnen betalen en premies aan de AOW en andere collectieve voorzieningen. Het is ook een voorname reden waarom wij jaar op jaar een tekort kunnen hebben op de overheidsbegroting. Maar helaas, ook hier zijn de goden ons niet gunstig gezind. De economische groei wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door bevolkingsgroei en getriggerd door ondernemers en nieuwe, risicovolle investeringen. Een snel vergrijzend werelddeel dat afstuurt op een krimpende bevolking lijkt hiervoor niet het juiste klimaat te bieden. Een krimpende economie in de komende decennia, dus negatieve groei, is zeker niet denkbeeldig. Wanneer de vergrijzing alleen in Nederland had toegeslagen, zou er relatief weinig aan de hand zijn, maar de situatie is veel ernstiger. Heel Europa, maar bijvoorbeeld ook Japan en China, kampen ermee en onze open economie is volledig deel van de Europese economie.
Herstructurering pensioenen
Het beeld dat ik hier schetste, is niet rooskleurig. Velen zullen het terzijde schuiven, want het is een onprettige boodschap. Diegenen die dit scenario toch een zekere waarschijnlijkheid toekennen, zullen moeten erkennen dat in de nu passerende analyses de twee dimensies van een dalende reële rente en een lage of zelfs negatieve economische groei niet verwerkt zijn. De vraag is dan wat de repercussies zijn voor het Nederlandse pensioenstelsel wanneer we daarmee wel rekening zouden houden.
Het is hier niet de plaats, en ik heb ook niet de rekenmodellen tot mijn beschikking, om tot kwantitatieve uitspraken te komen. Het is echter duidelijk dat de eerste maatregel zal moeten zijn de afhankelijkheidsratio te verlagen. Dat betekent een herdefinitie van de pensioengerechtigde leeftijd. We maken een o zo voorzichtig beginnetje met een verhoging naar 66 over vijf of tien jaar, maar eigenlijk moeten we daar zo spoedig mogelijk mee beginnen, bijvoorbeeld door elk jaar vanaf 2011 twee maanden langer te gaan werken. Of die stijging tot en met 67 moet gaan of dat 70 tot de reële mogelijkheden behoort, moet nog maar bekeken worden, maar ik sluit dat geenszins uit.
Een tweede manier om de komende moeilijkheden te pareren, is de beperking van de pensioenambitie. Ik bedoel daarmee niet het opgeven van de indexering: dat is een horrorscenario voor elke gepensioneerde en elke serieuze actieve die over zijn pensioen nadenkt. Maar het lijkt wel mogelijk dat velen met minder kunnen rondkomen dan de 70%-norm, ook al moeten we die met een korrel zout nemen, omdat velen door pensioenbreuken die 70% niet eens bereiken. We moeten echter in geen geval de reële pensioenpremie verlagen. Een verhoging lijkt eerder voor de hand te liggen.
Herstructurering arbeidsmarkt
We komen er echter niet met een hogere pensioenleeftijd, een andere pensioenhoogte, en misschien een andere pensioenopbouw dan via de doorsneepremie. We zullen in ernst moeten nadenken over een nieuwe vormgeving van de arbeidscarrière. Tot nu toe was het in vele carrières mogelijk om na het bereiken van een top in arbeidsproductiviteit de laatste vijf jaren nog wat uit te freewheelen met behoud van salaris, ook al was men een 'dure' kracht, oftewel: er zijn jongeren die het beter doen voor minder. Wanneer mensen veel langer gaan werken en het verband tussen leeftijd en productiviteit niet wezenlijk verandert, wordt dat freewheelen onbetaalbaar voor bedrijven.
We mogen ook aannemen dat vele werkers na 65 of nog eerder hun werk niet meer kunnen en willen doen. Dat betekent dat een herstructurering van de arbeid nodig is, waarbij de arbeidscarrière gesplitst wordt in een eerste en een tweede carrière. De tweede carrière houdt een andere baan in, al dan niet bij dezelfde werkgever, en een andere beloning, waardoor productiviteit en beloning weer op elkaar worden aangepast. De tweede baan loopt bijvoorbeeld van 58 tot 68 jaar. Ook hier moet een vast contract na de proeftijd regel zijn.
Waarschijnlijk levert een dergelijk patroon ook voor de oudere werknemer weer een nieuwe uitdaging op. Een voorzichtig begin kan worden gemaakt door fiscale facilitering van bedrijven die zo'n tweede carrière mogelijk maken en fiscale facilitering van werknemers die zo'n tweede carrière ambiëren.
* Dit artikel is eerder verschenen in Het Financieele Dagblad van 19 juni 2010
Te citeren als:
Bernard van Praag, “Maak krekels tot mieren: Herstructureer pensioenen en arbeidsmarkt”, Me Judice, jaargang 3, 1 juli 2010.
Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice
- 5 juli 2010 16:30 -
R Pal
@Martin van Elp
Imho maakt u een denkfout mbt hoe eea geinvesteerd moet worden. Net als de schrijve overigensr.
Het geld hoeft natuurlijk niet alleen in NL belegd/geinvesteerd te worden. Zeker nu met de internationalisering.
Het is zelfs veel veiliger om een stuk in het buitenland te beleggen. Dan wordt het risico gespreid. Het geld wat nu in NL gespaard wordt , wordt ook denk ik voor een procent of 50 ergens anders geinvesteerd. Mn de Euro maakt ook buitenlandse investeringen/beleggingen eenvoudiger enerzijds doordat veel buitenland ook de Euro heeft anderzijds doordat de Euro (met de Dollar) een van de 2 grote valuta's is
De rente wordt ook grotendeels op wereldniveau bepaald en is dus maar gedeeltelijk afhankelijk van het zuivere NL vraag en aanbod. Daar gaat de schrijver mi ook in de fout hierboven. een relatief lage rente in NL heeft bovendien meestal een verhuizing van investeringsvermogen naar landen met een hoger rendement ten gevolge. Totdat er in NL weer een aanbod is die een ongeveer wereldmarktconform rendement oplevert.
Volgens mij zal de grijze druk zich overigends meer stabiliseren dan afnemen na 2040.
Hoe hoger het percentage dat dicht op de pensioenleeftijd zit des te meer zal risicolozer belegd moeten worden, is volgens mij vrijwel onbestreden. Echter door de 'buitenland mogelijkheid' zal dat dan bijvoorbeeld in Duitse Bunds kunnen gebeuren ipv alleen in Nederland. Ook zal een extra vraag dan naar bijvoorbeeld Nederlandse staatsobligaties dan waarschijnlijk grotendeels buitenlandse investeerders daarin doen besluiten iin een ander land te beleggen. Dus waarschijnlijk gaat dan de NL rente wel wat omlaag, maar niet overdreven veel, omdat andere beleggers dan ergens anders gaan zoeken. - 4 juli 2010 11:22 -
Martin van Elp
Interessant om te lezen. Alhoewel inderdaad kwalitatief lijkt de verhandeling mij economisch intuïtief sluitend.
Ik denk ook dat het correct is om het omslagstelsel als relatief gunstig te betitelen toen de AOW werd ingesteld. Zouden we bij aanvang een kapitaaldekking hebben gehad (AOW fonds), door zoals bv. hiervoor gesuggereerd het fonds vol te storten met aardgasbaten, dan was er nog meer kapitaal geweest dat een bestemming had moeten vinden. Dat lijkt nu al een probleem, en dat was dan nog groter geweest. In dat opzicht heb ik me ook wel eens de volgende dingen afgevraagd.
Bij een vergrijzende bevolking zou het aantal bijdragers aan het AOW fonds afnemen, en had dus uiteindelijk het totale niveau van de portefeuille onder druk kunnen komen staan.
- Wat zou er gebeurd zijn als de AOW met kapitaal gedekt zou zijn, en het AOW fonds dus onder druk van vergrijzing langzaam aan de markt onttrokken had moeten worden?
- Bij een vergrijzende bevolking had het AOW fonds bovendien steeds meer moeten differentiëren naar 'veilige' beleggingen. In hoeverre zou dat mogelijk geweest zijn?
Deze vragen zijn zolang de grijze druk toeneemt denk ik ook relevant voor de invoering van een kapitaal gedekte AOW. Idealiter zou kapitaaldekking ingevoerd worden zodra de grijze druk weer afneemt, dan vervallen immers bovengenoemde vragen en is de druk op de 'transitiegeneratie' het laagst. Nu de grijze druk tot 2040 eerst nog verdubbelt voordat deze afneemt, kunnen we daar, helaas, waarschijnlijk niet op wachten.
Uiteindelijk is mijn voornaamste vraag wat de bestemming zou moeten zijn van alle geld in een kapitaalgedekt AOW fonds. Er is, mede door de vergrijzing, een afnemende behoefte aan additionele investeringen. Vervanging van bestaande economische infrastructuur zal (spoedig?) de regel worden. In hoeverre zullen er dan überhaupt voldoende, verstandige, levensvatbare investeringsmogelijkheden zijn voor een AOW fonds, zonder dat er weer een bubbel ontstaat? - 3 juli 2010 13:06 -
R Pal
1. Erg interessant artikel.
2. Ik vraag mij af of NL hier al niet een beetje te laat is (andere landen zijn nog veel later). De AOW is ingevoerd toen er eigenlijk geen geld was. Het omslagstellsel was toen eigenlijk de enige mogelijkheid. Maar dit probleem was allang bekend, ik kan me een middelbare school discussie (70er jaren) hierover nog goed herinneren. Alleen is toen gekozen voor leuke dingen voor de mensen. De aardgasbaten waren natuurlijk ideaal hiervoor geweest.
3. Mi zal de NL economie post crisis aanzienlijk minder snel structureel groeien dan voor de crisis. Redenen hiervoor is dat er minder geleend kan worden zowel op staats als prive niveau. Deleveraging dus. Een behoorlijk gedeelte van de groei toen werd gefinancieerd door uitgeven(concumeren) met geleend geld. Ook de veroudering en het verslechteren van de concurrentiepositie tov EM's zal de groei negatief beinvloeden.
4. Rente niveau is imho moeilijk in te schatten, dit itt tot uw aanname. Al ben ik het helemaal met u eens dat je beter het zekere voor het onzekere kunt nemen.
-Deleveraging. Levert een hogere rente op minder aanbod. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste factor, het gaat nl om gigantische bedragen die niet meer geleend gaan worden. Echter hierdoor ook,
-Minder groei. Levert weer een lagere rente op (echter deze 2 bij elkaar vrijwel zeker een hogere rente)
-Meer aanbod (oude mensen sparen meer en er zal meer voor de oude dag geapaard worden). Op zich weer een lagere rente, echter kapitaal kan ook naar bijv. China gaan want die markt is heek internationaal.
-Inflatie. Zal waarschijnlijk eerst afnemen ivm lagere groei, maar zou later door loonsstijgingen in China ed weer kunnen opsteken ook in Europa omdat we zelf bijna niks dagelijks meer maken. Werkt dus waarschijnlijk rente verlagend.
Kortom het kan alle kanten uit.
5. Afhankelijkheidsratio betreft natuurlijk niet alleen ouderen. Maar ook arbeidsongeschikten en mn structureel werklozen. Dit zijn in NL gigantische aantallen. De WAO ed lijkt gestabiliseerd op een heel hoog niveau overigens.
De structurele werkloosheid zal aanzienlijk toenemen, ook in NL. Mn goedkope krachten zijn in NL 10-20X duurder dan in bijv. China. Er is een sterke trend om dit soort arbeid als het verplaatsbaar is ook te verplaatsen.
Het lijkt er dus op dat de WAO afname in de toekomst door werkloosheidstoename wordt gecompenseerd.
6. Door de outsource tendens zullen lagere in middeninkomens mi onder druk komen te staan. Meer aanbod door structurele werkloosheid en minder vraag. En dit lijkt aanzienlijk harder te gaan dan de veroudering. In de US wordt door vele economen geschat dat deze met 2% (tot. arb. populatie) is toegenomen.
7. Overheidstekorten moeten lager lijkt de mening. Dus van die kant zal weinig hulp te verwachten zijn. Maar belastingen kunnen dus voorlopig in ieder geval niet omlaag.
8. Betekent geen loonstijging, zelfde belastingen, en zowel omslag als kapitaal dekkingspremies. Ik denk dat dat gewoon te veel wordt.
9. In uw opmerkingen over de herstructurering van de arbeidsmarkt kan ik mij geheel vinden.
10. Is niet een andere oplossing mogelijk een soort 2 sporen beleid.
a. Enerzijds omgaan naar het kapitaaldekkingsstelsel met een overgang bijv. zoals door u geschetst.
b. limiteren van de AOW. Bijv. gedeeltelijk mensen met hoge pensioenen er buiten laten vallen of in ieder geval voor een groot gedeelte. Of meer mn de wat lagere inkomens verplichten bij te laten sparen om toch een volle AOW te hebben.
Ook zou het geheel afschaffen en verplicht pensioenopbouwen een mogelijkheid kunnen zijn.
Alles met stevige overgangsperioden.
11. Wel gaan dan de arbeidskosten omhoog met alle nadelen van dien , want eigenlijk zijn die al te hoog. Zie boven.
12. Het hoofdprobleem voor NL zit er mn in dat er teveel mensen niet werken en een uitkering in een of andere vorm krijgen. Niet werken van eigen geld levert geen problemen op imho. De vraag lijkt steeds meer te worden kan dit nog betaald worden en willen de belastingbetalers dat nog betalen. Maw moet de welvaartsstaat zoals we die kennen niet een keer goed onder de loep.



ShareThis




