Artikelen
Geef iedere werknemer recht op keuze pensioenleeftijd
Jan van Ours - 28 jul 2010 - Pensioen - 873 keer bekeken - 3 reacties
Net als het recht op deeltijdarbeid zou er ook een recht op keuze van pensioenleeftijd en gefaseerde pensionering moeten komen, stelt arbeidseconoom Jan van Ours. Of de werkgevers dat nu leuk vinden of niet. Het zullen waarschijnlijk vooral de hoger opgeleiden zijn die dit recht vertalen in langer doorwerken: zij hebben nog niet zo lang gewerkt en hebben rond hun 65e vaak nog een lang en gezond leven voor zich.
De kogel is door de kerk
De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd komt eraan. In juni 2010 kwamen werkgevers en vakbonden in de Stichting van de Arbeid tot een akkoord over de toekomst van de AOW. Afgesproken werd dat in 2020 de AOW- en pensioenleeftijd omhoog zal gaan naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar. Daarna wordt om de vijf jaar bekeken of de AOW-leeftijd verder omhoog moet. In 2030 zou het 68 jaar kunnen worden. Een jaar eerder met pensioen gaan kan, maar is niet gratis, want de AOW-uitkering gaat dan omlaag met 6,5 procent, niet alleen voor het extra jaar, maar voor de rest van het leven.
Inmiddels heeft de achterban van de FNV in ruime meerderheid ingestemd met het akkoord. De noodzaak van die verhoging was jaren geleden al duidelijk en is met de kredietcrisis en de daarmee gepaard gaande problemen voor de pensioenfondsen alleen maar groter geworden. Zonder veranderingen zullen de pensioenpremies verder omhoog moeten en betalen jongeren nog meer voor ouderen.
De helft van de extra jaren in goede gezondheid
De noodzaak tot verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd hangt samen met het steeds ouder worden van de gemiddelde Nederlander. De linkergrafiek geeft voor mannen de relatie weer tussen feitelijke leeftijd en verwachte leeftijd in 1950, 1980 en 2008. Het patroon in 1950 is nagenoeg gelijk aan dat van 1980. Op jonge leeftijd vrij vlak, maar vanaf het 50ste levensjaar steeds sneller stijgend. Pas de afgelopen dertig jaar is de verwachte leeftijd sterk toegenomen; voor jonge mannen zelfs meer dan 5 jaar. Maar ook voor ouderen is de verwachte leeftijd gestegen. In 1980 had een 65-jarige man gemiddeld nog 14,3 jaar te leven, inmiddels is dat 17,3. Dat lijkt mooi, maar de gezonde levensverwachting voor 65-jarige mannen is slechts toegenomen van 9,2 naar 10,4 jaar. Van de 3 extra levensjaren zijn er slechts 1,2 met een goede gezondheid. Vooruitgang, maar geen grote getallen en met de verhoging van de AOW- leeftijd naar 66 zou de toename in gezonde levensverwachting van de afgelopen dertig jaar vrijwel in één keer worden opgesoupeerd.

Grote verschillen naar opleidingsniveau
De gemiddelde levensverwachting is vooral door de gestegen kwaliteit van de medische zorg omhooggegaan. Maar het betreft wel de gemiddelde Nederlander. Zo is er een opmerkelijk verschil in levensverwachting tussen hoog- en laagopgeleiden. In de rechtergrafiek wordt de relatie tussen feitelijke leeftijd en verwachte leeftijd weergegeven onderscheiden naar opleidingsniveau en met een onderscheid tussen uiteindelijk verwachte leeftijd en de verwachte leeftijd in goede gezondheid. Hogeropgeleiden leven naar verwachting even lang in goede gezondheid als lageropgeleiden uiteindelijk leven. Voor hogeropgeleide mannen van 65 jaar geldt een levensverwachting van 19,5 jaar, terwijl dat bij lageropgeleide mannen van dezelfde leeftijd 15,4 jaar is, een verschil van 4,1 jaar. Qua gezonde levensverwachting is het verschil zelfs 7,5 jaar: 15,3 voor hogeropgeleiden en 7,8 voor lageropgeleiden. Verschillen in toegang tot medische zorg tussen hoger en lager opgeleiden en verschillen in zwaarte van het beroep kunnen van belang zijn, maar het zijn vooral verschillen in leefgewoonten die een rol spelen. Van de lageropgeleiden in de leeftijd 50 tot 65 jaar heeft 60 procent overgewicht en steekt 40 procent dagelijks een sigaret op. Van de hogeropgeleiden in dezelfde leeftijdscategorie heeft nog geen 40 procent overgewicht terwijl slechts 15 procent dagelijks een sigaret opsteekt.
Wie ongezond leeft heeft na zijn of haar 65ste levensjaar niet veel gezonde levensverwachting. De verplichte en uniforme verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd steekt schril af tegen de enorme verschillen in gezonde levensverwachting, ook al zijn die voor een groot deel vrijwillig. In het licht van die enorme verschillen ligt een differentiatie van de pensioengerechtigde leeftijd voor de hand. Maar die is niet gemakkelijk te realiseren.
Opleidingsniveau is moeilijk te legitimeren als criterium voor zo’n onderscheid. Er zijn veel lageropgeleiden die gezond leven, maar ook behoorlijk wat hogeropgeleiden die ongezond leven. De gezondheid als criterium lijkt ook niet verstandig, want dat zou een perverse prikkel kunnen hebben op ongezonde leefgewoonten. Keuzevrijheid met daaraan gekoppelde consequenties voor de hoogte van het pensioen (en AOW) ligt meer voor de hand. Eerder met pensioen? Geen probleem, maar wel met een lager pensioen. Langer doorwerken? Graag, minder tijd om te rentenieren, maar wel met een hoger pensioen.
Recht op keuze pensioenleeftijd
Voor sommige werknemers bestaat al zo’n keuzevrijheid. Zo kent het ABP een ‘keuzepensioen’ waarbij de werknemer met pensioen kan gaan tussen de 60 en 70 jaar. Het is ook mogelijk om geleidelijk met pensioen te gaan. Probleem is dat het geen vrije keuze is: de werkgever moet akkoord gaan. En voor veel werkgevers zijn oudere werknemers eerder een last dan een lust. Dus is het nog maar de vraag of werknemers langer mogen doorwerken ook als ze dit zouden willen.
Net als recht op deeltijdarbeid zou er ook recht op keuze van pensioenleeftijd en recht op gefaseerde pensionering moeten komen. Of de werkgevers dat nu leuk vinden of niet. De Wet gelijke behandeling zou het verbod van discriminatie op grond van leeftijd moeten uitbreiden zodat die ook ontslag bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd omvat. Vermoedelijk zullen vooral hogeropgeleiden van het recht op doorwerken gebruikmaken, want zij hebben nog niet zo lang gewerkt en nog een lang en gezond leven voor zich.
Dit artikel is op 27 juli 2010 verschenen in Schinkels Forum, een samenwerking tussen NRC Handelsblad en Me Judice.
Te citeren als:
Jan van Ours, “Geef iedere werknemer recht op keuze pensioenleeftijd”, Me Judice, jaargang 3, 28 juli 2010.
Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice
- 30 juli 2010 10:24 -
Johan Beckers
Voor veel mensen bestaat de vrijheid in pensioenleeftijd al langer. Het ABP (grootste pensioenfonds van Nederland) kent als jaren het keuze-pensioen. Hierbij kan de (aanstaande) gepensioneerde zelf bepalen wanneer hij/zij met pensioen gaat, mits tussen het 60e en 70e levensjaar. Men kan ook met deeltijdpensioen gaan. Het is b.v. mogelijk om met 60 voor 10% met pensioen te gaan, met 61 voor 20 %, enz. tot men met 70 geheel stopt met werken. Over afbouwen gesproken....
- 29 juli 2010 11:13 -
R Pal
Ik ben het helemaal met u eens dat er een meer 'bespoke' aanpak van pensioenen nodig, in ieder geval wenselijk, is.
U vergeet imho echter een heel belangrijk punt. De financiering van pensioen, AOW en ook de ziekte- en verzorgingskosten van de ouderen.
-AOW is met omslagstelsel en omgaan naar kapitaalsdekking is niet meer te betalen.
-Verhouding ouderen-werkenden loopt naar 1:2.
-Ziekte- en verzorgingskosten lopen sterk op door enerzijds veroudering en anderzijds hetgeen u ook aangeeft meer ongezonde jaren aan het eind.
-Door toename van eerder genoemde kosten zouden de pensioenen wel eens omhoog moeten (en daarmee de kosten darvan) om een gelijk besteedbaar inkomen te houden.
Dit legt een hele zware financiele last op de maatschappij. Een van de oplossingen kan zijn bijvoorbeeld halftime doorwerken na 65 tot 69 ipv volledig doorwerken tot 67.
Ik vraag mij af of het mn de hoogbetaalden worden. Deze hebben weliswaar de door u genoemde eigenschappen, maar zijn waarschijnlijk ook die groep die voldoende op kan bouwen om toch bij 65 met pensioen te gaan. Een grote plus en een grote min, hoe dat in de praktijk uitgaat pakken moeten we afwachten.
Overigens maken dit soort maatregelen imho in het midden en mn onderste segment het aannemen van mensen niet aantrekkelijker voor werkgevers. Dit terwijl imho de komende decennia lonen en ook werkgelegenheid voor deze groepen toch al flink onder druk zullen staan. - 29 juli 2010 8:57 -
Theo Gommer
Helemaal mee eens. Ook het recht op 'levensloop' moet dan naar analogie worden geregeld. Pas als er voor werknemers voldoende mogelijkheden komen om flexibele arbeid 'af te dwingen' kun en mag je van werknemers verlangen daarvoor (mede) verantwoordelijk te zijn.



ShareThis




