Angstbeeld van immigranten die verzorgingsstaat uithollen klopt niet

Angstbeeld van immigranten die verzorgingsstaat uithollen klopt niet image
Afbeelding ‘Schiphol’ van Alexander Meijer (CC BY-NC-SA 2.0)
1 dec 2014 |

De zorgen dat het merendeel van de immigranten uit ontwikkelingslanden een zwaar beslag legt op de Nederlandse verzorgingsstaat is ongegrond. Aldus econometrist Govert Bijwaard. Een groot deel van de migranten vertrekt tegenwoordig namelijk weer als ze werkloos worden of als ze geen of een laag inkomen hebben. Daarnaast is de bezorgdheid over een “brain-drain” voor de landen van oorsprong ook ongegrond, aangezien migranten uit deze landen met een hoog inkomen ook weer snel terugkeren.

Vertekend beeld door retourmigratie

Migratie is lang verklaard als een reactie op loonverschillen of verschillen in werkloosheidsniveaus. Gegeven de grote en blijvende loon– en werkloosheidsverschillen tussen ontwikkelingslanden en de Westerse landen, is de relatief kleine migratiestroom en de aanwezigheid van retourmigratie niet te verklaren. Retourmigratie is echter altijd substantieel geweest. Van de recente migranten naar Nederland vertrekt, bijvoorbeeld, 20 tot 50 procent binnen vijf jaar weer (Bijwaard; 2010). Als retourmigratie samenhangt met het arbeidsmarktsucces van de migranten in het gastland, zal het negeren van het dynamische karakter van migratie tot een grote vertekening leiden in de interpretatie van de (arbeids)integratie van migranten. Als de minder succesvolle migranten eerder vertrekken, lijkt het of de integratie van migranten stijgt met de verblijfsduur, zelfs als dat niet het geval is. Als de succesvolle migranten eerder vertrekken, lijkt integratie zich juist minder te voltrekken.

Wat bepaalt retourbeslissing?

Volgens Borjas en Bratsberg (1996) is retourmigratie een gevolg van een locatieplanning over de levensloop, waarbij de immigranten terugkeren als ze een bepaald bedrag bij elkaar hebben gespaard of als ze - wegens onvoorziene omstandigheden - de economische mogelijkheden in het gastland hebben onderschat. Andere theorieën duiden op een voorkeur voor het land van herkomst, hogere koopkracht van het in het gastland verdiende geld, of hogere opbrengsten van menselijk kapitaal in het land van herkomst als reden voor retourmigratie (Dustmann en Weiss, 2007). Zelfs als de immigrant geen specifieke voorkeur heeft voor het land van herkomst, kan terugkeer toch voordeel opleveren als de prijzen daar lager zijn.

Een belangrijk onderscheid in retourmigratie is door de migratie in te delen naar geplande en onvoorziene terugkeer. Een typisch geval van geplande terugkeer is een zogenaamde target saver, een migrant die naar bijvoorbeeld Nederland komt om een bepaald bedrag bij elkaar te sparen en zodra dat gelukt is weer terug te keren. Als migranten voornamelijk target savers zijn, zullen migranten met een hoog inkomen, die meer succes hebben op de arbeidsmarkt van het gastland, eerder terugkeren (Dustmann en Weiss, 2007). Zij kunnen immers meer sparen. Borjas en Bratsberg (1996) stellen echter dat retourmigratie meestal niet gepland is en hoofdzakelijk gedreven wordt door onverwachte gebeurtenissen, zoals werkloosheid, en daarom als een teken van mislukking gezien kan worden. Als dat de hoofdreden voor retourmigratie zou zijn zullen migranten met een laag inkomen eerder terugkeren.

Belang van inkomen

Op het moment dat immigranten voor het eerst in het gastland aankomen, hebben ze vaak een tekort aan kennis van de lokale arbeidsmarkt en de taal. Door het verblijf in het gastland zal, over het algemeen, dit soort kennis stijgen en daarmee hun productiviteit en hun inkomen. Het migratie-gedrag van de immigranten kan daarom niet los gezien worden van het arbeidsmarktgedrag. Daardoor staat de retourmigratiebeslissing waarschijnlijk niet op zichzelf maar wordt deze beïnvloed door zowel negatieve als positieve arbeidsmarktgebeurtenissen, denk hierbij aan werkloosheid respectievelijk verkrijging werk (Bijwaard et al, 2014).

Keren immigranten in Nederland terug naar huis?

Een open vraag is hoe deze factoren van invloed zijn op immigranten in Nederland. De bestaande onderzoeksliteratuur geeft niet veel houvast.om dat er weinig empirisch onderzoek is verricht naar het effect van de hoogte van het inkomen op de retourmigratiebeslissing. Borjas (1989) en Yang (2006) vinden beiden dat migranten met een hoger inkomen in het gastland minder snel vetrekken. Constant en Massey (2003) en Gibson en McKenzie (2011) vinden echter dat het inkomen geen invloed heeft op de retourmigratiebeslissing. Onlangs heb ik samen met mijn collega Wahba deze relatie onderzocht voor Nederland waarbij er verrassende inzichten boven tafel kwamen.

Data migratie

Hoe hebben we dat aangepakt? De gegevens voor dit onderzoek komen uit het Centraal Register Vreemdelingen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA). De onderzochte groep betreft uitsluitend officiële arbeidsmigranten. Officiële arbeidsmigranten hebben zich door middel van inschrijving in de GBA formeel in Nederland gevestigd. Volgens het CBS is men een migrant als men de intentie heeft om ten minste vier maanden in Nederland te blijven. Het gecombineerde bestand bevat gegevens over alle niet-Nederlandse immigranten van 18–64 jaar die in de periode 1999–2007 naar Nederland zijn gekomen. Het onderzoek is beperkt tot de arbeidsmigranten uit ontwikkelingslanden (n=16.974) die onmiddellijk bij aankomst aan het werk gingen. Alle migratie- en arbeidsmarktbewegingen van de arbeidsmigranten komen uit het Sociaal Statistisch Bestand van het CBS. De immigranten worden wat betreft hun arbeidsmarktsituatie onderscheiden in vier toestanden, te weten: werkend, uitkeringsontvanger, geen Nederlands inkomen en vertrokken naar het buitenland. Van de migranten in de steekproef is 10% minstens één keer werkloos, 19% een tijd zonder inkomen en is 42% vertrokken binnen de waarnemingsperiode.

En wat zijn nu de belangrijkste bevindingen op basis van deze gedetailleerde database? Het onderzoek laat zien dat zowel migranten met een hoog- als met een laag begininkomen sneller terugkeren (zie figuur 1). Dus lage inkomens-migranten lijken met verkeerde verwachtingen aan hun migratie-avontuur te zijn begonnen. En de hoge inkomensmigranten gedragen zich als ware target savers

Figuur 1: Gemiddelde verblijfsduur (in jaren) van immigranten in Nederland naar maandinkomen bij aankomst

Figuur 1: Gemiddelde verblijfsduur (in jaren) van immigranten in Nederland naar maandinkomen bij aankomst
Bron: Bijwaard & Wahba (2014)

De migranten met een laag inkomen zijn ook vaker werkloos en niet-participerend in Nederland. Als een migrant met een hoog inkomen werkloos wordt is hij/zij echter langer werkloos. Omdat dit veel minder vaak voorkomt is de totale tijd die arbeidsmigranten met een laag-inkomen doorbrengen in werkloosheid toch hoger dan dat van arbeidsmigranten met een hoog inkomen. Het snelle vertrek van deze migranten zorgt echter voor een lage uitkeringsdruk op de Nederlandse samenleving.

In het onderzoek is ook nog specifiek naar immigranten uit de belangrijkste herkomstlanden (arbeidsmigranten uit ontwikkelingslanden) gekeken, te weten India (19%), Turkije (11%), China (10%), Zuid-Afrika (8%) en Marokko (3%). De arbeidsmigranten uit Marokko en China hebben vaker een laag inkomen bij aankomst in Nederland, terwijl Indiërs en Zuid-Afrikanen oververtegenwoordigd zijn in hoogbetaalde banen. Indiërs en Chinezen keren het vaakst weer terug naar het land van herkomst en Marokkanen en Zuid-Afrikanen het minst.

Figuur 2: Terugkeerkans van immigranten in Nederland binnen vijf jaar, naar maandinkomen en land van herkomst

Figuur 2: Terugkeerkans van immigranten in Nederland binnen vijf jaar, naar maandinkomen en land van herkomst
Bron: Bijwaard & Wahba (2014)

Ook voor deze specifieke groepen van arbeidsmigranten hebben wij een vergelijkbaar U-vormig patroon in de relatie tussen inkomen en terugkeer gevonden (zie figuur 2). Voor alle vijf de groepen keren de migranten met het laagste inkomen het snelste terug. De grote verschillen tussen de herkomstlanden in retourmigratie is grotendeels te herleiden naar een verschil in het gedrag op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Conclusies en discussie

Een belangrijk kenmerk van (recente) arbeidsmigranten naar Nederland is dat een groot deel slechts tijdelijk in ons land verblijft. In de hedendaagse (politieke) debatten worden vaak de zorgen geuit dat ons land overstroomd zal worden door welvaartstaat uitbuitende migranten die slechts hier naartoe komen om van de vruchten van onze welvaartstaat te plukken. Dit is sterk overtrokken. De empirische resultaten voor Nederland laten overduidelijk zien dat migranten met een laag inkomen snel vertrekken, zeker als ze werkloos worden of zonder inkomen komen te zitten. Aan de andere kant vertrekken de succesvolle migranten (met een hoog inkomen) ook weer snel uit ons land. Dit geeft wel aan dat de zorgen over een “brain drain” van migranten uit ontwikkelingslanden naar ons land nauwelijks sprake is.

Natuurlijk zijn het inkomen en de arbeidsmarktsituatie van de migrant niet de enige factoren die de retourmigratiebeslissing van arbeidsmigranten bepalen. Andere factoren in het gastland of in het land van herkomst beïnvloeden ook het migratiegedrag. Zelfs als arbeidsmigranten grotendeels door economische factoren gestuurd worden, kunnen ook sociaal, politieke en persoonlijke factoren een rol spelen.

Deze inzichten zijn echter wel van belang voor wie wonderen verwacht van het Nederlandse migratiebeleid. De Nederlandse regering zet in het licht van vergrijzing of verwachte tekorten op de arbeidsmarkt steeds meer in op het faciliteren van kennismigratie naar ons land. Men verliest echter uit het oog dat een groot deel van deze migranten slechts tijdelijk in ons land zal blijven. Uit het bovenstaande blijkt dat de veel verdienende, en meestal hoogopgeleide migrant snel weer uit ons land vertrekt. Het aantrekken van deze migranten zal, zonder verdere maatregelen, daardoor slechts beperkt soelaas bieden voor het verlichten van deze huidige en toekomstige schaarste op de arbeidsmarkt.

Referenties

Borjas, G.J. (1989) “Immigrant and emigrant earnings: A longitudinal study”. Economic Inquiry 27: 21–37.

Borjas, G.J., en B. Bratsberg, (1996) “Who leaves? The outmigration of the foreignborn”, Review of Economics and Statistics 78 : 165-176.

Bijwaard, G.E., (2010) “Immigrant migration dynamics model for the NetherlandsJournal of Population Economics 23: 1213-1247.

Bijwaard, G.E., en J. Wahba, (2014) “Do high-income or low-income immigrants leave faster?Journal of Development Economics 108: 54-68.

Bijwaard, G.E., C. Schluter en J. Wahba, (2014) “The impact of labor market dynamics on the return-migration of immigrants,” Review of Economics and Statistics 96: 483-494.

Constant, A., en D.S. Massey. (2003) “Self-selection, earnings and out-migration: A longitudinal study of immigrants to Germany.” Journal of Population Economics 16: 631–653.

Dustmann, C. en Y. Weiss. (2007) “Return migration: Theory and empirical evidence.” British Journal of Industrial Relations 45: 236–256.

Gibson, J. en D. McKenzie. (2011) “The microeconomic determinants of emigration and return migration of the best and brightest: Evidence from the Pacific.” Journal of Development Economics 95: 18–29.

Yang, D. (2006) “Why do migrants return to poor countries? Evidence from Philippine migrants’ responses to exchange rate shocks.” The Review of Economics and Statistics 88:715–735.

Te citeren als

Govert Bijwaard, “Angstbeeld van immigranten die verzorgingsstaat uithollen klopt niet”, Me Judice, 1 december 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.