Banken veel minder gezond dan ze doen voorkomen

Banken veel minder gezond dan ze doen voorkomen image
22 okt 2009 | | 3156 keer bekeken
Banken geven een te geflatteerd beeld van hoe ze er voor staan, waarschuwen economen Huizinga en Laeven. De huidige boekhoudregels geven hen daar alle gelegenheid toe. Door onbetrouwbare verslaggevingsinformatie van banken kunnen toezichthouders onterecht van ingrijpen afzien en belastingbetalers onnodig risico lopen.

Crisis dwingt tot nadenken over boekhoudregels

De kredietcrisis maakt het debat over de bestaande boekhoud- en toezichtregimes voor banken bijzonder actueel. Er is een overvloed aan vragen, variërend van de hoogte van kapitaalbuffers die banken moeten aanhouden tot de grenzen van financiële regulering (zie Forum voor Financiële Stabiliteit, 2008).

Een deel van de discussie over financiële hervormingen gaat over de informatie die banken ten behoeve van effectieve marktdiscipline en toezichtactiviteiten moeten verstrekken. Het gaat daarbij niet alleen om de mate van detail waarin banken hun activa en passiva moeten verantwoorden, maar ook om hun waarderingstechnieken en de geschiktheid van de huidige verslaggevingsregels in het algemeen (zie Laux en Leuz, 2009).

Mogelijkheden genoeg voor flatteren van bankbalans

Recessies zetten banken ertoe aan de waarde van problematische activa te flatteren. Dat kan door gebruikmaking van hun boekhoudkundige vrijheden. Normaliter brengen boekhoudtechnieken geen grote verschillen tussen de boekwaarde en de marktwaarde van bankactiva teweeg. Tijdens financiële crises, die in financiële markten verliezen veroorzaken, kunnen echter grote verschillen tussen de boek- en marktwaarde van activa ontstaan, zeker wanneer die activa op basis van historische kostprijs zijn verantwoord. Dergelijke verschillen vormen voor banken vaak een prikkel om de boekwaarde met behulp van hun boekhoudkundige speelruimte op peil te houden, bijvoorbeeld door voordelige classificaties van de activa of gunstige waarderingstechnieken te gebruiken. Beoordelingsvrijheden in verslaggevingsregels bieden banken de mogelijkheid onderliggende pijnpunten op de balans op legitieme wijze te verhullen. Geflatteerde boekwaarden van bankactiva kunnen voor de toezichthouders aanleiding tot ongefundeerde coulance zijn.

Bewijzen voor overwaardering bankactiva

Tijdens de huidige financiële crisis zijn tussen marktwaarden en boekwaarden van Amerikaanse banken inderdaad grote verschillen ontstaan. De marktwaarde van de ondernemingen is door de verwachting van omvangrijke afboekingen en verliezen op vastgoedgerelateerde activa fors uitgehold. Eind 2008 was de verhouding tussen de marktwaarde en de boekwaarde van activa bij meer dan 60 procent van de Amerikaanse bankholdings lager dan één, terwijl dat eind 2001 slechts bij 8 procent het geval was. De gemiddelde verhouding tussen zogenoemd tier 1 vermogen en bankactiva bleef in de bovengenoemde periode constant (circa 11 procent). De marktwaarde van bankbezittingen daalde dus enorm, terwijl de boekwaarde ervan nagenoeg gelijk bleef.

Dit roept vragen op over de relevantie en de betrouwbaarheid van de verslaggevingsinformatie – de twee belangrijkste criteria bij de beoordeling van boekhoudsystemen – die banken tijdens een financiële crisis verstrekken.

Er is reden tot zorg. In een recent artikel laten wij zien dat banken de waardevermindering van hun vastgoedgerelateerde activa met behulp van boekhoudkundige vrijheden systematisch flatteren om hun balanspositie op peil te houden, met name sinds het begin van de huidige financiële crisis (Huizinga en Laeven, 2009). De stelling dat banken gebruikmaken van boekhoudkundige vrijheden om de boekwaarde van vermogensobjecten te flatteren, kunnen wij met de volgende drie argumenten onderbouwen.

1. Overwaardering van vastgoedgerelateerde activa

De aanzienlijke marktdisagio’s op vastgoedkredieten van banken zijn naar onze inschatting begonnen in 2005 en bedroegen in 2008 gemiddeld ongeveer 10 procent. Aangezien bij de doorsnee Amerikaanse bank meer dan 50 procent van de activa vastgoedkredieten betreft, wordt de huidige lage koers van bankaandelen voor een belangrijk deel verklaard door het impliciete disagio op deze kredieten. Beleggers zijn in 2008 begonnen posities in verhandelbare effecten met hypotheken als onderpand (zogenoemde mortgage-backed securities) in koersen te verdisconteren. Het disagio op dergelijke leningen bedroeg in 2008 gemiddeld 24 procent. Zelfs mortgage-backed securities die tegen reële waarde verantwoord zijn, lijken in de boeken van de banken aanzienlijk te zijn overgewaardeerd.

2. Na versoepeling boekhoudregels steeg de aandeelwaarde van banken met veel effecten met hypotheken als onderpand sterk

Vanaf medio 2008 is er toenemende druk uitgeoefend om banken meer speelruimte te geven bij het bepalen van de reële waarde van illiquide vermogensobjecten (zoals vrijwel niet verhandelde effecten met hypotheken als onderpand). Deze speelruimte zou nodig zijn om reële waarden geen uitverkoopprijzen te laten weerspiegelen. Op 10 oktober 2008 verduidelijkte de Financial Accounting Standards Board (FASB) dientengevolge in hoeverre niet-marktinformatie mag worden gebruikt om de reële waarde van financiële activa te bepalen wanneer de markt voor die activa niet actief is. Naderhand, op 9 april 2009, maakte de FASB bekend dat banken inderdaad meer vrijheid kregen niet-marktinformatie te gebruiken bij het bepalen van de reële waarde van moeilijk te waarderen activa.

Zoals verwacht reageerde de aandelenmarkt in beide gevallen enthousiast over de verruimde mogelijkheden van banken om in een klimaat van lage transactieprijzen voor mortgage-backed securities boekhoudkundig solvabel te blijven. Aan de hand van een event study-methodiek hebben wij geconstateerd dat aandelen van banken met een omvangrijke positie in deze mortgage backed securities rond de twee eerdergenoemde data een relatief sterke outperformance vertoonden. Dit wijst erop dat dergelijke banken naar verwachting van beleggers in het bijzonder van deze toegenomen boekhoudkundige vrijheid zullen profiteren.

3. De boekhoudkundige verantwoording van kredietverliezen en classificatie van activa is gericht op het op peil houden van de balanspositie

Banken genieten een aanzienlijke speelruimte bij de timing van voorzieningen voor dubieuze debiteuren en de verantwoording van kredietverliezen in de vorm van afboekingen. Banken met een omvangrijke positie in mortgage-backed securities (MBS) kunnen daaraan gerelateerde verliezen boekhoudkundig compenseren door de voorziening voor dubieuze debiteuren te verlagen.

Wij constateren dat banken met een grote MBS-portefeuille inderdaad relatief lage percentages aan genoemde voorzieningen en kredietafboekingen hanteren. Wij hebben tevens onderzoek gedaan naar de keuze van banken met betrekking tot de classificatie van MBS als ofwel aangehouden tot het einde van de looptijd ofwel beschikbaar voor verkoop, waarbij wij onderscheid hebben gemaakt tussen MBS die wel en die niet door een overheidsinstelling gegarandeerd of uitgegeven zijn. In 2008 was de reële waarde van niet-gegarandeerde MBS doorgaans lager dan hun geamortiseerde kostprijs.

Dit impliceert dat banken de boekwaarde van activa zouden kunnen verhogen door ze als aangehouden tot het einde van de looptijd te classificeren. Wij laten in ons artikel zien dat het percentage niet-gegarandeerde MBS die als aangehouden tot het einde van de looptijd zijn aangemerkt in 2008 inderdaad aanzienlijk toenam. Voornoemde classificatie is ook voordelig voor banken die de koers van hun aandeel als gevolg van omvangrijke vastgoedgerelateerde belangen onderuit hebben zien gaan. In lijn daarmee tonen wij aan dat het percentage MBS die tot het einde van de looptijd worden aangehouden in aanzienlijke mate gerelateerd is aan zowel vastgoedkredieten als MBS-posities. Deze relaties zijn sterker bij banken met een lage waardering.

Banken stuk minder gezond dan ze lijken

Deze uitkomsten geven tezamen aan dat banken bij de classificatie van activa, de keuze van waarderingstechnieken en de behandeling van kredietverliezen momenteel van hun aanzienlijke boekhoudkundige beoordelingsvrijheid gebruikmaken. Deze vrijheid blijkt door banken te worden benut om de nadelige effecten van de financiële crisis op de boekwaarde van hun activa te verzachten. Hoewel enige boekhoudkundige speelruimte onvermijdelijk is – boekhoudsystemen van bedrijven zijn voor een deel mechanismen om informatie aan beleggers en andere externe partijen kenbaar te maken – brengt deze beoordelingsvrijheid het gevaar van zeer onnauwkeurige verslaggeving tijdens recessies als de huidige met zich mee.

Onnauwkeurige verslaggevingsinformatie kan in het geval van banken extra schadelijk zijn: toezichthouders kunnen erdoor van ingrijpen afzien, waardoor ook de belastingbetaler risico loopt. Tijdens de huidige financiële crisis lijkt de financiële verslaggeving van banken de boekwaarde van activa zodanig te flatteren dat de informatie voor zowel beleggers als toezichthouders op het misleidende af is.

Gevestigde belangen dringen aan op veranderingen die het belang van boekhoudkundige verantwoording op basis van reële waarde ondermijnen. De stresstests waaraan het Amerikaanse ministerie van Financiën belangrijke Amerikaanse banken in 2009 onderworpen heeft, brachten in meerdere gevallen een ontoereikende vermogenspositie aan het licht. Hieruit blijkt dat algemeen beschikbare verslaggevingsinformatie op dat moment een onjuist beeld van de gezondheid van de betrokken banken schetste.

De huidige crisis kan daarom worden beschouwd als een stresstest van het boekhoudregime, die de volgende uitkomst heeft: boekwaarden blijken niet altijd de best mogelijke schatting van de waarde van activa te vertegenwoordigen, zeker niet tijdens perioden waarin marktwaarden sterk dalen. De boekhoudkundige hervormingen die tot dusverre aangekondigd zijn, lijken echter tegengesteld gericht te zijn en het verschil tussen boekwaarden en marktwaarden alleen nog maar te vergroten. Een indicatie dat de belangen van banken zwaar wegen in dit debat.

* Dit artikel is een vertaling uit het Engels van een 7 oktober jl. op Voxeu.org verschenen column ‘Fiddling with accounting rules won’t fix the banks’ van dezelfde auteurs.

Referenties:

Financial Stability Forum, (2008), “Report on Enhancing Market and Institutional Resilience”, April.

Laux, Christian and Christian Leuz, (2009), “The crisis of fair value accounting: making sense of the recent debate”, Accounting, Organizations and Society, 34, 826-834.

Huizinga, Harry and Luc Laeven, (2009), “Accounting discretion of banks during a financial crisis”, CEPR Discussion Paper 7381.

Te citeren als

Harry Huizinga, Luc Laeven, “Banken veel minder gezond dan ze doen voorkomen”, Me Judice, 22 oktober 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.