Banken zijn het waterhoofd van Europa

koekoeksjong wordt gevoerd
Koekoeksjong, David Cook, Flickr.
7 jul 2014 | | 1061 keer bekeken
Zij die het Europese bankensysteem overzien, komen tot de conclusie dat het nog altijd een grote bedreiging vormt voor onze welvaart. De politiek blijkt niet meer in staat daar nog iets aan te doen. De Groningse oud-hoogleraar Dik Degenkamp bespreekt een recent, alarmerend rapport van de European Systemic Risk Board en een gelieerd essay van jurist Adam J. Levitin.

Europese bankensysteem ziek

Sinds eind 2010 heeft de Europese Unie een European Systemic Risk Board (ESRB). Mario Draghi is de huidige voorzitter. Bedoeling is dat deze organisatie het Europese financiële systeem in de gaten houdt. Dat dit niet overbodig is, heeft het recente verleden geleerd. Bankiers hebben de reële economie vakkundig naar de afgrond gestuurd. Die bankiers hebben van de door hen veroorzaakte crisis niets geleerd; wettelijke beperking van bonussen leidt in de praktijk tot hogere vaste salarissen; de financiële wereld waant zich kennelijk boven de wet. Zowel de nationale als de bovennationale politiek lijken de gevangene te zijn van de banken, van de financiële wereld.

Maar, er wordt wel gestudeerd en vorige maand publiceerde de ERSB een wetenschappelijk rapport met de omineuze titel ‘Is Europe overbanked?’. Dit rapport dreigt haast ongemerkt in diepe laden te verdwijnen , maar dat zou zeer onterecht zijn, want de inhoud is angstaanjagend. Kort samengevat is de conclusie dat het Europese bankensysteem ziek is; inderdaad, Europa is ‘overbanked’ . Het systeem lijdt aan overgewicht, is zeer geconcentreerd en de financiële hefbomen (de verhouding totaal vermogen - eigen vermogen) zijn angstwekkend hoog.

De huidige banken-bubbel is een grote bedreiging voor onze economie en het is jammer dat de ERSB-commissie zich voor wat betreft de structuur van de financiële sector nogal terughoudend opstelt. Banken zijn als gevolg van een te grote neiging tot deregulering alles gaan aanpakken waar zij geld roken. De universele bank verzorgt niet alleen het betalingsverkeer en de saaie hypotheekverstrekking, maar ‘speelt’ met derivaten, securitiseert vorderingen en verzint andere financiële producten, handelt in overheidsobligaties, begeeft zich op de verzekeringsmarkt (woekerpolissen) en nog veel meer exotische financiële hoogstandjes. Niemand weet meer hoe reëel de onderliggende waarden zijn, maar collectief graaigedrag stuwt de massa voort totdat de bom barst. Dat is dan ook al ruim zes jaar geleden gebeurd en nog steeds zitten wij in de reële economie (economische groei, werkloosheid) volop in de problemen.

Het ESRB-rapport schetst een onthutsend beeld van de feitelijke ontwikkelingen. Er is sprake geweest van een krediet-explosie, van extreme concentratie van banken en van vooral op de financiële sector gerichte bankactiviteiten. Om van dit laatste een voorbeeld te geven: 30% van de bankactiviteiten zijn gericht op de reële economie, de rest 70% op de financiële sector zelf! De grote universele banken leveren volgens het rapport een veel groter risico op dan niet-universele kleinere banken. Kort samengevat: de sociale kosten van het Europese waterhoofd-banksysteem zijn enorm.

Politiek gevangen

Hoe heeft dit allemaal kunnen gebeuren? Het rapport stelt dat banken een symbiotische relatie hebben met de politiek. Banken hebben de overheid nodig en de overheid kan niet zonder banken. Dat is aardig gezegd, maar geeft de relatie toch een beetje te vriendelijk weer. Door de sterke neiging tot deregulering werden de verschillende overheden de gevangene van de financiële wereld, ‘capture’ noemen wij dat. Nationale overheden stimuleerden het ontstaan van nationale ‘grootbanken’ die te groot werden om nationaal te kunnen worden gecontroleerd, terwijl bovennationale controle ontbrak; de financiële markten konden zich ongecontroleerd ontwikkelen. Gevolg is geweest dat het Europese bankensysteem volgens het rapport de economie waarschijnlijk negatief heeft beïnvloed. Banken zijn een belangrijke risicofactor voor de economie geworden. Het is daarom wel enigszins verrassend dat het rapport de sector toch wel met fluwelen handschoenen aanpakt. De politiek wordt gemaand de fiscale bevoordeling van vreemd vermogen te staken; dus betaalde rente op schulden niet meer aftrekbaar te laten zijn. Verder wordt aanbevolen het concentratiebeleid te verstevigen en de hefbomen te verlagen door verhoging van het eigen vermogen. Dit laatste kan bereikt worden door winstinhouding en aandelenuitgifte.

Eén belangrijke oorzaak van de crisis wordt in het rapport niet aangepakt: de noodzakelijke volledige scheiding van nuts- en zakenbanken. Nutsbanken verzorgen financiële diensten van openbaar belang, zijn saai en degelijk als er adequaat toezicht op wordt uitgeoefend. Zakenbanken zijn de financiële ‘cowboys’ en moeten ook werkelijk de risico’s van hun financiële avonturen zelf dragen, dus nooit een bail out met belastinggeld.

Bij de ESRB dus geen verschil van mening over wat er gebeurd is. Dat ligt in Amerika anders. Dat bewijst het uitgelopen boekenbesprekings-essay in Harvard Law Review van mei jongstleden, geschreven door Adam J. Levitin getiteld “The politics of financial regulation and the regulation of financial politics; a review essay”. Levitin wijst op het Rashomon-verschijnsel: mensen kijken naar eenzelfde verschijnsel, maar zien allemaal wat anders. Hij bespreekt publicaties van respectievelijk een centrale bankier (Bernanke), een establishment-econoom (Blinder), een ‘bank regulator’ (Sheila Bair, een ‘skunk in the garden party of self-regulation), een lid van het Openbaar Ministerie (Barofsky), een lobbyist (Connaughton) en ten slotte twee onafhankelijke hoogleraren (Admati en Hellwig) met hun inmiddels beroemde boek ‘The Bankers’ New Clothes’. Een bonte rij met niet verrassende zeer verschillende beschrijvingen van wat er gebeurd is. Excuses, “met de wetenschap van nu…. “ en harde verwijten van mensen die het spel door hadden maar vakkundig werden uitgerangeerd. In dit kader is het meest interessant het New Clothes-boek. Kort samengevat is hun kernargument: “It’s the capital, stupid!”; verhoging van het risicodragend eigen vermogen niet naar 3-4% van het balanstotaal, maar naar 20-30% is volgens hen noodzakelijk om een veilig banksysteem op te zetten. Levitin is het met Admati c.s. eens dat verhoging van de eigen vermogen-eis bankkosten meebrengt, maar stelt dat niet alleen naar private kosten-opbrengsten moet worden gekeken, maar dat ook sociale kosten-opbrengsten in het oog moeten worden gehouden.

Richting afgrond

Levitin schakelt na de boekbespreking over op hét kernonderwerp: ‘financial politics’: is de crisis een gevolg van obsolete regelgeving en lost reparatie-wetgeving de zaak op? Dat is het antwoord dat nu in Europa wordt gegeven en dat naar mijn inzicht niet zal werken. Of is de crisis het gevolg van het feit dat het politieke systeem de gevangene is van het financiële systeem? Een sombere constatering, maar waarop volgens Levitin – en mijns inziens terecht – ‘ja’ moet worden gezegd. Daarom zal het moeilijk, zo niet onmogelijk zijn structurele veranderingen aan te brengen. Banksplitsingen à la de Glass-Steagall Act in 1933 zijn nu onmogelijk omdat de politiek het tij heeft laten verlopen.

Universele banken blijven de markt beheersen, met alle te voorspellen sombere gevolgen incluis. De financiële markten heersen, kapitaal heerst, human capital verliest. De factor arbeid is de grote verliezer in dit grote spel. In een recente dissertatie betoogt de jurist M. Holtzer dat de invloed van werknemers op het strategisch beleid van ondernemingen afneemt naarmate de onderneming, de groep, een internationaler karakter krijgt. En dat is wat gebeurt, het bedrijfsleven kent geen grenzen. Door ongelukkig beleid van de klassieke sociaal-democraten en de vakbeweging zijn veel mensen onzeker en bang geworden. Nationaal kan de PvdA de Partij van de Afvalligen worden genoemd en gaat de partij de ondergang tegemoet. Populisten kunnen hun slag slaan. Protestbewegingen als Occupy en dergelijke zijn niet in staat structurele veranderingen te bewerkstelligen. Wie een oplossing weet mag het zeggen.

Te citeren als

Dik Degenkamp, “Banken zijn het waterhoofd van Europa”, Me Judice, 7 juli 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.