Bezuinigen? Het hoeft allemaal niet ineens

Bezuinigen? Het hoeft allemaal niet ineens image
Het Centraal Planbureau dramatiseert het overheidstekort door het te relateren aan de vergrijzing en de nadruk te leggen op de last die het vormt voor toekomstige generaties, stellen Sylvester Eijffinger en Theo van de Klundert. Toekomstige generaties zijn niet alleen maar slechter af, maar profiteren ook van de vergrijzing. Dat nu 29 miljard moet worden bezuinigd, zoals het CPB stelt, is uit de lucht gegrepen.

Een tijd van tekorten

Het zijn moeilijke tijden voor financieel-economische beleidmakers. De Nederlandse economie staat er slecht voor. De groei en werkgelegenheid hebben door de crisis forse klappen gehad. Het economisch herstel is bescheiden en wordt gedragen door een stijging van de export. De particuliere consumptie stijgt nauwelijks en de bedrijfsinvesteringen nemen zelfs af.

De onzekerheden over de toekomst maken het voor beleidmakers moeilijk de juiste keuzen te maken. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) moeten de komende twee kabinetten 29 miljard euro bezuinigen met het oog op het houdbaarheidstekort, om de rekening van de crisis niet bij toekomstige generaties neer te leggen. Is het verstandig om deze bezuinigingen zo sterk te koppelen aan het vergrijzingsprobleem?

De Nederlandse overheid heeft op dit moment een begrotingstekort van meer dan 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In de toekomst zijn weer overschotten nodig om de overheidsfinanciën in het gareel te krijgen. Voorlopig lijkt een beleid gericht op een begrotingsevenwicht in 2015 verstandig. Dit komt neer op bezuinigingen van zo’n 18 miljard euro in de komende kabinetsperiode. We weten niet precies hoe het conjunctureel herstel gaat verlopen en hoeveel van het berekende groeiverlies van 5 procent als gevolg van de crisis tijdelijk of permanent is. Wellicht dat het permanente groeiverlies maar 2 à 3 procent is.

CPB wil alles meteen

Ook het CPB erkent dat het herstel op oneindig veel manieren kan worden gerealiseerd. De manier waarop door het bureau vervolgens de discussie over houdbaarheid wordt aangezwengeld, is misleidend. Het hoeft allemaal niet ineens. Het bedrag van 29 miljard euro is niet hard te maken. Een bijkomend probleem is dat de door het CPB gehanteerde discontovoet niet onomstreden is, maar heel bepalend voor de berekening van het houdbaarheidstekort in de komende twee kabinetsperioden.

Veel economen bestempelen de tekortfinanciering van de overheid als een last voor toekomstige generaties. De zaak wordt gedramatiseerd door te verwijzen naar de vergrijzing van de bevolking. Dit leidt tot paniekvoetbal, en verwarring bij de politici van alle partijen. De overheidsschuld moet worden gestabiliseerd, maar rentebetalingen zijn niet alleen een last voor het nageslacht. Toekomstige generaties ontvangen immers ook rente in de vorm van opbrengsten. Daarbij moet bedacht worden dat ruim 20 procent van het oplopen van de staatsschuldquote het gevolg is van de nationalisatie van ABN Amro en Fortis, en van de kapitaalinjecties aan overige banken en verzekeraars.

De vergrijzing moet als afzonderlijk vraagstuk worden geanalyseerd. Daarbij moet je kijken naar de reële economie. Toekomstige generaties erven van de huidige generatie een productiepotentieel in de vorm van kapitaal, kennis en intangibles. Ook door de voortschrijdende technologische ontwikkeling zijn toekomstige generaties beter af. Het CPB bagatelliseert de baten van de vergrijzing en geeft zo geen evenwichtig beeld van dit probleem op lange termijn.

Vergrijzing is verdelingsprobleem

Vergrijzing leidt wel tot een verslechtering van de verhouding tussen inactieven en actieven, en dus tot een verdelingsprobleem. Hiervoor zijn verschillende oplossingen mogelijk. Flexibilisering van de arbeidsmarkt met een activerend, maar sociaal vangnet kan de ongunstige ontwikkeling van de verhouding tussen inactieven en actieven ombuigen. Een andere oplossing is verhoging van AOW en pensioenleeftijd tot bijvoorbeeld 67 jaar. Hiervoor valt veel te zeggen, omdat zowel de gezondheid als de levensverwachting sterk is toegenomen. Deze structurele maatregelen moeten door het nieuwe kabinet worden genomen, omdat het even duurt voor ze effectief zijn.

CPB vergeet opbrengsten van investeringen in kennis

Bij de discussie over de bezuinigingen en het houdbaarheidstekort moet ook met de effecten van de te nemen maatregelen op de economische groei rekening worden gehouden. Het CPB doet dit niet en zet de structurele groei vast op 1,75 procent. Daardoor blijft onzichtbaar dat investeringen van de overheid in onderzoek, onderwijs en wellicht ook in de zorg de productiviteit verhogen. Dat kan mede een oplossing bieden voor het verdelingsvraagstuk tussen actieven en inactieven. Daarnaast genereert extra structurele groei ook extra structurele belastinginkomsten, waardoor het houdbaarheidstekort eveneens verbetert.

Tot slot betekent een hogere levensverwachting een welvaartsverhoging, waarvan ook toekomstige generaties zullen profiteren. Als de komende kabinetten een verstandig beleid met de voornoemde structurele hervormingen voeren, dan hoeven toekomstige generaties niet alleen de kosten van de vergrijzing te dragen, maar profiteren ze ook van de baten hiervan. ‘Tel je zegeningen’ heet het dan ook in het advies over de vergrijzing van de Raad van Economisch Adviseurs (REA) uit 2006.

De REA wijst wel op de stijgende zorgkosten bij een toenemende vergrijzing. Bezien dient te worden wat door de overheid en door de verzekeringen kan en moet worden betaald. Sommige luxere producten of diensten kunnen als gewone consumptiegoederen worden aangemerkt, die individuen zelf kunnen betalen (bijvoorbeeld een rollater). Ook rijst de vraag of de gemeenschap moet opdraaien voor de kosten die met ongezonde levenswijzen (overmatig drankgebruik of roken) te maken hebben. Het is niet vanzelfsprekend dat de zorg volledig uit publieke middelen gefinancierd wordt. Private financiering van bepaalde onderdelen van de zorg is onontkoombaar.

Dit artikel is eerder verschenen in de Volkskrant van 27 april 2010.

Te citeren als

Sylvester Eijffinger, Theo van de Klundert, “Bezuinigen? Het hoeft allemaal niet ineens”, Me Judice, 27 april 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.