De retoriek van het huishoudboekje

De retoriek van het huishoudboekje image
Afbeelding ‘Jan Kees de Jager (Minister van Financiën)’ van Danny Mekic' (CC BY-ND 2.0)
De financiële markten en overheden houden elkaar gevangen met de retoriek van het huishoudboekje. De overheidsbegroting moet kloppen is de gangbare redenering, ook al versterkt men daarmee een depressie. De Groningse economen Bezemer en Brakman bespeuren eenzelfde angst en retoriek bij de Nederlandse minister van financiën. Dit staat noodzakelijk macro-economisch beleid in de weg.

"Wij, de wereld, maken liever de ellende door van de werkelijkheid die we hebben gecreëerd … dan dat we een nieuwe, weloverwogen werkelijkheid in elkaar zetten" J.M. Coetzee, uit Een manier van vriendschap, 2012.

Je hoeft geen econoom te zijn om, zoals J.M. Coetzee, in te zien dat er betere manieren zijn om met de crisis om te gaan dan vast te houden aan de ‘werkelijkheid die we hebben gecreëerd’, zoals hij in een brief aan Paul Auster schreef. Eén van onze zelfgemaakte problemen is het vasthouden aan de gedachte dat overheidstekorten altijd schadelijk zijn, zelfs in crisistijd. Op 25 juli verscheen een stuk van die strekking in De Volkskrant , Van schulden is nooit een land ziek geworden. Dat is natuurlijk niet zo, maar het zijn vooral de private schulden die ons opgebroken zijn in deze crisis. Financiële markten zijn echter geobsedeerd door staatsschulden en straffen elke vertraging in het terugbrengen van financieringstekorten af met een rentestijging en dwingen hierdoor onwenselijk beleid af, zoals een invoering van een BTW-verhoging, slechts bedoeld om op korte termijn het financieringstekort te kunnen verlagen, maar met schadelijke gevolgen voor de economie.

Schuld en boete

Op 7 juni van dit jaar hield minister De Jager een toespraak op de SS Rotterdam: “geen enkele organisatie kan meer blijven uitgeven dan er binnenkomt, zonder in de problemen te komen.” Dat geldt ook voor de Nederlandse Staat.” De vergelijking van overheidsfinanciën met een huishoudboekje is even aantrekkelijk als fout. Het huidige demissionaire CDA/VVD-kabinet maakt veelvuldig gebruik van deze vergelijking om de geesten rijp te maken voor ver(der)gaande bezuinigingen. Het bovenstaande citaat is betrekkelijk willekeurig; de combinatie ‘Jan Kees de Jager’ en ‘huishoudboekje’ levert al snel enkele duizenden treffers op internet op met soortgelijke opmerkingen. Ook de financiële markten zijn doordrongen van deze boodschap en zien schuld slechts als een probleem, niet als een investering of belegging - want dat is overheidsschuld in feite.

De vergelijking met huishoudboekjes leidt tot misverstanden, waarin de financiële markten op dit moment helemaal meegaan. Dit leidt tot grote en onnodige kosten voor ons allemaal. Het belangrijkste misverstand is wel het idee dat overheidsschuld moet worden terugbetaald (net als bijvoorbeeld een consumptief krediet in ons privé huishoudboekje). Doen wij dat niet, dan zadelen we in feite elke pasgeboren baby vanaf de geboorte op met onze staatsschuld die wij nu op roekeloze wijze aangaan. In liberale kringen is deze denkbeeldige baby een populaire verschijning. Schuldsanering is daarom bittere noodzaak, althans dat is de redenering.

Het eeuwige leven

Wat hier over het hoofd wordt gezien is dat voor ons het aardse leven eindig is (het is niet anders), maar voor de staat niet: die heeft het eeuwige leven. Bij overlijden moeten wij onze schulden hebben afbetaald, of onze kinderen draaien ervoor op. De staat kan schulden echter oneindig voor zich uit schuiven. Bij aflossing van een oude lening kan direct weer worden geleend, en zo gebeurt het ook. Beleggers in binnen- en buitenland zijn hier over het algemeen heel tevreden mee, omdat Nederlandse staatsschuld een veilige belegging is. Getuigt dit van slecht rentmeesterschap ten aanzien van de toekomstige generatie? Nee, om twee redenen. Een pasgeborene heeft niet alleen direct een schuld, maar ook een tegoed. En de lasten van de staatsschuld (rentebetalingen) zijn in eerste instantie geen last voor toekomstige generaties, maar voor de huidige.

Voor iedere pasgeborene staat tegenover de lasten van een Staatsschuld (rentebetalingen) direct ook een vordering in de vorm van obligatie-inkomsten en - belangrijker nog - ook in de vorm van een goed lopende economie. Wat het eerste betreft, de rentebetalingen zijn geen last zijn voor toekomstige generaties, maar een overdracht binnen de huidige generatie. De rente gaat immers naar huidige obligatiebezitters, zoals onze pensioenfondsen. Deze obligatiebezitter kan overigens ook in het buitenland wonen. Er vinden dan grensoverschrijdende overdrachten plaats.

Oplopende staatsschuld een zorg?

Bij oplopende staatsschuld kan deze renteoverdracht tussen belastingbetaler en obligatiebezitter in de loop van de tijd toenemen. Zijn de obligatiehouders Nederlanders, dan gaat het om binnenlandse herverdeling. De lastendruk neemt hierdoor toe, maar de schuld voor de economie als totaal nul. Voorzover de Nederlandse staatsschuld in handen is van buitenlanders, betreft dit een overdracht van de Nederlandse staat naar buitenlandse beleggers (hoofdzakelijk Europese beleggers). Opnieuw is de totale schuld van alle Europeanen en uiteindelijk alle aardbewoners nul, maar de rentebetalingen blijven nu niet binnen de Nederlandse economie. De overdracht wordt nu ‘gefinancierd’ uit de exportinkomsten en kapitaalinstroom. Voor een overschotland als Nederland is dit geen knellend bezwaar.

Is de oplopende lastendruk dan misschien een reden om de staatsschuld te verminderen? Soms wel, en soms niet. In Griekenland is deze lastendruk – inclusief de netto overdracht aan het buitenland - dusdanig groot geworden dat het een zelfstandige verstorende werking heeft op de economie omdat het zinvollere bestedingen van de overheid in de weg staat. In normale omstandigheden maakt de lastendruk schuldreductie niet altijd noodzakelijk, zeker niet als de rente erg laag is, zoals nu. De voordelen van schuldreductie wegen vaak niet op tegen de voordelen van de overheidsinvesteringen en –uitgaven die door staatsschuld mogelijk zijn. Toekomstige generaties hebben ook een verplichting aan ons. Wij investeren nu in onderwijs, veiligheid, gezondheidzorg, infrastructuur en – niet onbelangrijk – in het voorkomen van een economische depressie (tenminste, dat zouden we moeten doen). Vooral toekomstige generaties profiteren hiervan. Het lijkt daarom niet onredelijk om in moeilijke tijden hiervoor een extra inspanning te vragen aan toekomstige generaties in de vorm van een wat hogere lastendruk. Daar komt nog bij dat die hogere lastendruk er misschien wel in euro’s gemeten zal zijn, maar niet per se in reële termen. Door nu te investeren (met oplopende staatsschuld) voorkomen we krimp en recessie en kan straks de economie harder groeien. Wat nu als een schuld wordt gezien is in de toekomst zeer wel te dragen – tenminste, als we economische groei realiseren. Dan moeten we wel nú durven investeren in de toekomst.

De feiten spreken in dit verband voor zich: een hoge staatschuld is niet per se schadelijk, en ze kan door economische groei snel worden weggewerkt. De huidige staatsschuld is ongeveer 70% van het nationaal inkomen en dit is historisch gezien zeer bescheiden, zie onderstaande figuur.

Figuur 1: Staatsschuld als percentage van het bruto binnenlands product

Figuur 1: Staatsschuld als percentage van het bruto binnenlands product
Bron: CBS (2001) en data op http://statline.cbs.nl/.

Nederland kwam de Tweede Wereldoorlog uit met een staatsschuld van 223%. In 1953 was de schuld al teruggebracht tot onder de 100% en ze daalde gestaag door tot 38 % in 1977. We kunnen nog verder teruggaan. In de eerste helft van de negentiende eeuw kwam de Nederlandse staatsschuld nooit onder de 100% en was deze gedurende een aanzienlijke tijd meer dan 200%. Of neem de drie decennia van 1872 tot 1902: toen schommelde de staatschuld vrij stabiel tussen 83% en 103 % van het BBP. De levensstandaard van de Nederlander, gemeten als inflatie-gecorrigeerd inkomen per hoofd van de bevolking, nam in die jaren met ruim een kwart toe. Kortom, de cijfers laten zien dat je lang en gelukkig met hoge staatsschulden kunt leven. En soms moet je ze verhogen om te investeren in groei.

Begrotingsneurose

De financiële markten zijn echter in navolging van het kabinet in de ban van het “kloppende huishoudboekje”. Ook een sterke economie als de Nederlandse krijgt hiermee te maken. Kleine rimpelingen in het begrotingstekort worden direct afgestraft met een hogere rente. Dit was niet altijd het geval; in de jaren ’80 bijvoorbeeld nam de Nederlandse staatsschuld toe van 45% van het BBP naar 76%, maar de Nederlandse kapitaalmarktrente nam af van boven de 10% tot 7%. Gemiddeld genomen is er van de jaren ’50 tot de jaren ’90 ook geen positief verband tussen staatsschulden en obligatierentes (zie CBS data en Reinhart & Rogoff, 2011). Dat kwam pas daarna, toen we het ons begonnen aan te praten dat het zo hoort en de markten het uiteindelijk gingen geloven. Oplopende obligatierentes zijn geen natuurlijk gevolg van tekorten. Ze zijn misschien het gevolg van onbegrip op de financiële markten over de functie en houdbaarheid van tekorten en schuld. Wij economen kunnen ons dat wel aantrekken: hier heeft de economische wetenschap blijkbaar in haar publieke onderwijstaak gefaald.

Retoriek staat beleid in de weg

De huishoudboekjesretoriek bijt zichzelf hiermee in de staart. Het gevolg is dat pogingen van de overheid de crisis enigszins in goede banen te leiden direct worden afgestraft op de financiële markten op basis van gebrek aan inzicht. Het is jammer dat het kabinet dit onbegrip aanmoedigt met een misleidende beeldspraak. Nog onlangs is door topeconomen als Paul Krugman en Richard Layard opgeroepen minder dogmatisch om te gaan met begrotingsbeleid om te voorkomen dat wij wegglijden in een economische depressie. De oproep is voorlopig nog aan dovemansoren gericht. Het huishoudboekje regeert, zowel in de politiek als op de financiële markten. Zo krijgt een beeldspraak een scherpe rand door noodzakelijk beleid onmogelijk te maken.

• Het onderhavige stuk is een aangepaste versie van ‘Van schulden is nooit een land ziek geworden’ in de Volkskrant, 25 juli 2012. Met dank aan Michael Ellman, Henk Folmer, Merijn Knibbe en Clemens Kool voor commentaar.

Referenties

CBS, 2001, Tweehonderd jaar statistiek in tijdreeksen, 1800–1999 , Voorburg/Heerlen.

Reinhart, C. en K. Rogoff (2011) ‘From Financial Crash to Debt Crisis,” American Economic Review 101: 1676–1706.

Te citeren als

Dirk Bezemer, Steven Brakman, “De retoriek van het huishoudboekje”, Me Judice, 5 augustus 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.