Een volwaardige arbeidsplaats voor iedere Nederlander

Een volwaardige arbeidsplaats voor iedere Nederlander image
2 nov 2011 | | 1934 keer bekeken
De bijna twee miljoen Nederlanders die langdurig zonder werk zitten moeten recht krijgen op een volwaardige arbeidsplaats, stellen Saskia Klosse en Joan Muysken. Dat recht bestaat nu in de praktijk alleen voor mensen met een ernstige beperking in de vorm van de sociale werkvoorziening – al wordt die door dit kabinet bedreigd. Zonder maatregelen neemt de ongelijkheid toe tussen mensen met volwaardig werk en mensen die marginale banen hebben of met een uitkering aan de kant staan.

Veel Nederlanders zonder werk

Werk is de basis voor zelfstandigheid en het benutten en ontwikkelen van talenten en vaardigheden. Werk biedt mensen bovendien perspectief, structuur, zelfrespect en sociale contacten. Werk is verder de grondslag voor de financiering van onze sociale voorzieningen. Opdat deze voorzieningen betaalbaar blijven, heeft de overheid er belang dat zoveel mogelijk mensen werken. Veel ingrepen in de sociale zekerheid zijn hierop geënt.

Toch zijn er in Nederland circa twee miljoen mensen die geen (volwaardig) betaald werk hebben. Bijna 75% van hen heeft een uitkering en meer dan de helft van het overblijvende deel staat als werkzoekende ingeschreven bij het UWV, zonder een uitkering te ontvangen.

Baangaranties

Om ook deze mensen perspectief op volwaardig betaald werk te bieden, zijn baangaranties nodig. Dat is de kern van ons betoog. Wij splitsen dit op in twee delen. In dit eerste deel beargumenteren wij dat er een groeiende tweedeling dreigt tussen mensen met volwaardig werk en mensen die marginale banen hebben of al dan niet met een uitkering aan de kant staan. In het (over enkele dagen te verschijnen) tweede deel bepleiten wij dat de overheid verantwoordelijk is om voor deze laatste groep een baangarantie te verschaffen en werken wij deze gedachte nader uit.

Startpunt van ons betoog is dat de mogelijkheden voor volwaardige werkgelegenheid met het huidige overheidsbeleid ongelijk wordt verdeeld. Immers, ondanks alle maatregelen lukt het, ook met gerichte inspanningen, niet om alle werkzoekenden aan regulier betaald werk te helpen. Met name mensen met een beperkt arbeidsvermogen vissen regelmatig achter het net.

Dit wordt meestal veroorzaakt door kortsluiting tussen hun arbeidsmogelijkheden en de eisen die worden gesteld aan de beschikbare functies op de arbeidsmarkt. Daarnaast spelen ook de beperkingen van deze mensen parten. Die vragen veelal om specifieke ondersteuning en begeleiding, dus om meer dan ‘normale’ werkgeversaandacht op de werkplek. De ervaring leert dat werkgevers lang niet altijd bereid zijn daarin te investeren. Langdurige deelname aan re-integratietrajecten zonder uitzicht op volwaardig werk is dan het perspectief.

Werk en uitkering

Dit betekent overigens niet dat deze groep niet werkzaam is. Ter vergroting van hun kans op regulier, betaald werk, kunnen zij bijvoorbeeld worden verplicht om bij een reguliere werkgever bepaalde werkzaamheden te verrichten. Zij krijgen daarvoor geen loon, maar doen dat met behoud van hun uitkering. Mogelijk is ook dat werkgevers met de loondispensatieregeling worden verleid hen in dienst nemen. Uitkeringsgerechtigden worden daarmee werknemers die minder verdienen dan het wettelijk minimumloon en daarnaast een aanvullende uitkering ontvangen.

Sociale werkvoorziening

Uitkeringsgerechtigden zijn verplicht aan dit soort constructies mee te werken op straffe van verlaging of verlies van de uitkering. De positie van uitkeringsgerechtigden verschilt op dit punt van mensen die in het kader van de sociale werkvoorziening (WSW) werkzaam zijn. Deze laatsten zijn in principe verzekerd van (gesubsidieerde) arbeid die is toegesneden op hun arbeidsmogelijkheden. Zij verrichten die arbeid als werknemer en worden daarmee in een positie gebracht die het werken onder reguliere omstandigheden zo dicht mogelijk benadert. Maar ook dit is niet voor iedereen weggelegd. Toelating tot de WSW vereist een indicatie waaruit blijkt dat deelname aan het reguliere arbeidsproces, ook met ondersteunende voorzieningen, redelijkerwijs niet realiseerbaar is.

Al met al zijn er zo drie categorieën werkenden op de Nederlandse arbeidsmarkt, namelijk:

(1) werknemers die in staat zijn onder reguliere condities te werken en dat veelal doen op basis van een arbeidsovereenkomst;

(2) uitkeringsgerechtigden die ter bevordering van hun re-integratie werkzaam zijn bij een werkgever met behoud van (een deel van) hun uitkering;

(3) WSW-ers die eveneens op basis van een arbeidsovereenkomst maar onder aangepaste condities werken.

Minder perspectief voor uitkeringsgerechtigden

De categorie waarin men zit bepaalt het perspectief op een volwaardige arbeidsplaats. Anders dan mensen die vallen onder de eerste en de derde categorie hebben uitkeringsgerechtigden daarop gaandeweg steeds minder perspectief. Zij moeten na verloop van tijd iedere kans op werk aangrijpen, ook als ze daarmee geen enkele affiniteit hebben. Voor zover zij met loondispensatie arbeid gaan verrichten, krijgen zij een tweeslachtige arbeidspositie die niet gelijkwaardig is aan die van een reguliere werknemer, hoewel ze, net als de WSW-er, op basis van een arbeidsovereenkomst werken naar vermogen. Wordt er met behoud van uitkering gewerkt dan komt er überhaupt geen arbeidsovereenkomst tot stand en wordt de onvolwaardigheid dus nog groter.

De rechtvaardiging voor dit verschil in behandeling tussen uitkeringsgerechtigden en WSW-ers ligt in de aanname dat uitkeringsgerechtigden met gerichte inspanningen wel een reguliere arbeidsplaats kunnen bemachtigen, terwijl WSW-ers een indicatie hebben waaruit blijkt dat zij daartoe niet in staat zijn.

Regulier werk vaak onbereikbaar

Deze aanname valt echter te betwisten. Immers ook uitkeringsgerechtigden lopen regelmatig op tegen het probleem dat zij niet kunnen voldoen aan de huidige functie-eisen. Zeker naarmate hun beperkingen groter zijn, zijn werkgevers misschien wel bereid om tijdelijk op te treden als werkverschaffer, maar niet om het volle loon te betalen en andere verplichtingen op zich te nemen die aan de reguliere werknemersstatus verbonden zijn. In wezen geldt daarmee ook voor hen dat deelname aan het reguliere arbeidsproces veelal geen reële optie is.

In het licht van het belang van het hebben van volwaardig werk valt er daarom wat voor te zeggen om deze groep onder de derde categorie te brengen. Uit bezuinigingsoverwegingen kiest het huidige kabinet echter voor precies het tegenovergestelde, zo blijkt uit het recente voorstel voor een nieuwe wet Wet Werken naar Vermogen – zie ook Klosse en Muysken (2011). Behalve bijstandsgerechtigden en Wajongers, moet een substantieel deel van de WSW-ers daarin worden ondergebracht. Mensen die nu nog vallen onder de WSW verliezen daarmee hun perspectief op een volwaardige arbeidsplaats. Immers, in plaats van werknemer worden ze daarmee overgeheveld naar de categorie van de uitkeringsgerechtigden met alle gevolgen van dien. Al met al wordt de bestaande tweedeling tussen mensen die wel een volwaardige arbeidspositie kunnen krijgen en mensen die dat niet kunnen, zo nog groter.

Bron foto: Flickr.

Referentie

Klosse, S en J. Muysken (2011b), WWNV-voorstel: een wolf in schaapskleren, Tijdschrift voor Recht en Arbeidsvraagstukken, aflevering 8/9, nr. 67, 5-11.

Te citeren als

Saskia Klosse, Joan Muysken, “Een volwaardige arbeidsplaats voor iedere Nederlander”, Me Judice, 2 november 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.