Forenzentaks komt uit de pen van kortzichtige politici

Forenzentaks komt uit de pen van kortzichtige politici image
Afbeelding ‘Reizigers stappen in de trein naar Maastricht’ van Shirley de Jong (CC BY-NC 2.0)
8 aug 2012 | | 3009 keer bekeken
De forenzentaks staat vooralsnog op de rol om 1 januari 2013 ingevoerd te worden. Maar niet als het aan de Tilburgse fiscaal econoom Wijtvliet ligt. Het plan dat een essentieel onderdeel maakt van het lenteakkoord rammelt aan alle kanten en is een brevet van onvermogen. Het schendt het draagkrachtbeginsel, het impliceert een dubbele heffing en het heeft tot slot alle kenmerken van boekhoudkundige noodsprong.

Denkend aan de voorgenomen belasting op de vergoeding voor woon-werkverkeer doet direct het aloude adagium opgeld dat haastige spoed zelden goed is. Het wekt ook weinig verbazing dat het vervallen van de fiscale facilitering van het woon-werkverkeer, inmiddels in het spraakgebruik aangeduid als de forenzentaks, onder brede lagen van de bevolking op grote weerstand stuit en in strijd komt met het rechtsgevoel van de belastingplichtige. Dit gedrocht verlaagt immers niet alleen het netto-inkomen van de werknemer (zie ook de standaardpresentatie inkomensgetallen in de Voorjaarsnota 2012), ook verhoogt het de prijs op deelname aan het arbeidsproces en arbeidsmobiliteit en geeft de heffing blijk van weinig principieel en bijzonder kortzichtig begrotingsbeleid.

Het bezwaar dat de forenzentaks de werkende Nederlander hard in de beurs treft, kan als zodanig evenwel nauwelijks tot geen gewicht in de schaal leggen. Iedere belasting kost de burger immers per definitie geld. Wel maakt deze heffing op pijnlijke wijze duidelijk dat het politieke credo “werken moet lonen” steeds vaker en verder verwordt tot holle verkiezingsretoriek, te meer daar de belastingvrije vergoeding voor woon-werkverkeer in buurlanden zoals Duitsland hoger ligt[1]. Er zijn echter vooral ook principiële bezwaren tegen de forenzentaks aan te voeren.

Schending draagkrachtbeginsel

Zo is de grootste grief tegen deze heffing gelegen in het feit dat zij een flagrante schending van het draagkrachtbeginsel behelst. Het is een in de internationale fiscale literatuur breed gedragen opvatting dat dit beginsel het leidende verdelingsprincipe in onze inkomstenbelasting vormt. Het draagkrachtbeginsel waarborgt het rechtvaardigheidsgehalte van en het draagvlak voor het fiscale systeem en beoogt een gelijkmatige belasting van financiële draagkracht. Veronachtzaming van dit principe leidt tot wat de Duitse emeriti-hoogleraren Tipke en Lang (2010) aanduiden als een “fundamentaler Prinzipienlosigkeit.” En daarmee komen we tot de kern van mijn bezwaar. Een tegemoetkoming in de reiskosten noch de verstrekking van een ov-jaarkaart resulteert in een draagkrachtvermeerdering voor de belastingplichtige. Zij vormen louter bijdragen in de kosten ter verwerving van arbeidsinkomen, waarvan draagkrachtbeginsel in mijn ogen eerder aftrekbaarheid dan belastbaarheid dicteert.

Dubbele heffing

Schending van het draagkrachtbeginsel zou in principe al voldoende grond moeten vormen om de forenzentaks als een afzichtelijke Yahoo uit Gulliver’s reizen te verjagen. Maar, er is meer. Hen die regelmatig het nieuws volgen, zal het niet ontgaan zijn dat de forenzentaks meebrengt dat het verzamelinkomen van belastingplichtigen op kunstmatige wijze wordt verhoogd. Dit kan aanzienlijke gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke regelingen, zoals de zorg-, huur- en kinderopvangtoeslag. De gedachte aan dubbele heffing, of althans, additionele daling van het netto-inkomen dringt zich hier meteen op. Evenmin mist de forenzentaks zijn uitwerking op de plannen om “scheefwoners” (lees: mensen met een bruto-inkomen van meer dan € 33.000,-) een boveninflatoire huurverhoging aan te zeggen. Reiskostenvergoedingen worden voortaan namelijk gezien als inkomen. Zo laat het zich denken dat iemand met een brutoloon van € 30.000 en een tweedeklas ov-jaarkaart ter waarde van € 3.540 (prijzen 2012) per 1 januari 2013 niet alleen belast wordt over een bruto-inkomen ad € 33.540, maar ook nog eens een extra huurverhoging in het vooruitzicht wordt gesteld. Door een principiële weeffout en verloochening van het draagkrachtbeginsel krijgt deze persoon in kwestie aldus meerdere rekeningen gepresenteerd.

Kortzichtig boekhouden

Een opportunistische politicus zal opperen dat het hier slechts randgevallen betreft, dat geen rekening kan worden gehouden met individuele situaties en dat additionele effecten geen rol kunnen spelen. Dat roept bij mij de gedachte op dat het rechtvaardigheidsgehalte van deze maatregel toch echt beoordeeld moet worden naar de verandering in de omstandigheden van die mensen die hierdoor (het hardst) worden getroffen. Dat aan indirecte effecten geen betekenis toekomt, moge zo zijn wanneer wij spreken over financiële meevallers. Voorzichtigheid in inkomstenramingen en conservatief begrotingsbeleid verkleinen immers de kans op onverwachte tegenvallers. In situaties van achteruitgang in de financiële positie van burgers onderstreept het negeren van wat feitelijk als dubbele belastingheffing kan worden gezien het falen van de huidige modus operandi echter des te meer. Waar het op neerkomt is dat de bewindslieden die de forenzentaks voorstaan en verdedigen er goed aan zouden doen deze maatregel niet louter in isolatie op zijn budgettaire merites te bejubelen, maar de gevolgen ervan in een bredere context te analyseren. Het is beter enige afstand te nemen en de uitwerking van de maatregel op het systeem als geheel te overzien, dan om ziende blind beslissingen voor de korte termijn te nemen zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor grote groepen werkenden.

Verdwaasd beleid

Vermeldenswaard is nog de passage uit Stabiliteitsprogramma Nederland (2012) waarin de opstellers beweren dat de voorgenomen maatregel “bevordert dat mensen dichterbij hun werk gaan wonen (…)”. Je vraagt je toch echt af in wat voor wereld deze politici zich wanen wanneer verderop in dezelfde nota gesproken wordt over een vastgeroeste woningmarkt. Een andere baan zoeken lijkt mij in de huidige omstandigheden eveneens een brug te ver. En wat te denken van gezinnen waarvan beide ouders buiten hun woonplaats werkzaam zijn? Deze (en andere) praktische problemen die kleven de forenzentaks stemmen de burger droef te moede. Ik laat dan de vraag of de overheid überhaupt mag bepalen waar mensen wonen en werken dan voor het gemak nog buiten beschouwing. Het moge dan ook duidelijk zijn dat de forenzentaks eerder problemen creëert dan oplost. Problemen zijn over het algemeen het laatste waar de gemiddelde reiziger op zit te wachten.

Voetnoot

  1. In deze bijdrage beperk ik me tot discussie van deze belastingmaatregel en ga ik niet in op het bedenken van alternatieven. Een van de taken van een econoom is het uitroeien van denkfouten in beleid en naar mijn mening vormt deze maatregel een verstorend element in de belastingplannen en heeft het alle tekenen van een denkfout.

Referenties

Tipke, K. en J. Lang, 2010, Steuerrecht, Keulen: Schmidt.

Tweede Kamer, 2012, Stabiliteitsprogramma Nederland, Kamerstukken II 2011/12, 21 501-07, nr. 910

Tweede Kamer, 2012, Voorjaarsnota 2012, Kamerstukken II 2011/12, 33 280, nr. 1,

Te citeren als

Laurens Wijtvliet, “Forenzentaks komt uit de pen van kortzichtige politici”, Me Judice, 8 augustus 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.