Gaan de Polen en Grieken straks van ons geld met pensioen?

Gaan de Polen en Grieken straks van ons geld met pensioen? image
Afbeelding ‘Fishing with Grandpa’ van Michael Coté (CC BY 2.0)
7 nov 2011 | | 3496 keer bekeken
De kans bestaat dat Nederland gaat meebetalen aan het vergrijzingsprobleem van de overige eurolanden, stellen Loek Groot en Marga Peeters. De huidige eurocrisis laat zien dat landen met excessieve begrotingstekorten en staatsschulden andere eurolanden mede-eigenaar maken van hun probleem. De vergrijzing legt extra druk op de toch al slechte situatie van de overheidsfinanciën in veel Europese landen.

Grijze golf

Vergrijzing vindt plaats in alle EU-landen. Gebruik makend van de jongste ramingen van de Verenigde Naties valt te becijferen dat de grijze druk, gedefinieerd als het aantal 65-plussers ten opzichte van de potentiële werkzame beroepsbevolking (15 tot 65-jarigen), tussen 2010 en 2050 verdubbelt in de meeste ontwikkelde economieën. De verwachting is dat de grijze druk voor Nederland in deze periode stijgt van 23 naar 50 (Figuur 1). Figuur 1 geeft verder de bandbreedte aan van de overige landen. Hierbij bepalen Slovakije en Hongarije de minimumgrens en Italië en Spanje de bovengrens voor deze twee jaren.

Figuur 1. Ouderen in EU economieën (% beroepsbevolking)

1
Bron: Auteurs op basis van VN gegevens.

Met de vergrijzing zullen de publieke uitgaven aan pensioenen toenemen. Naar verwachting zullen de extra overheidsuitgaven bijna 4%-punt van het bruto nationaal product hoger liggen in Nederland in 2100 ten opzichte van de uitgaven die Nederland in 2007 deed aan overheidspensioenen (de AOW) en aannemende dat verhouding tussen de fiscale kosten per oudere en het inkomen per hoofd in de loop der tijd constant blijft. Dit lijkt niet veel, het is een stijging van 4,8% van het bbp in 2007 tot 8,6% in 2100, wat neerkomt op 0,04% per jaar (waarbij de publieke uitgaven aan gezondheidszorg dus niet zijn meegenomen). Echter, aangezien Nederland snel vergrijst zoals blijkt uit Figuur 1, vindt het gros van deze stijging al in de periode 2010-2040 plaats. Demografisch gezien piekt de vergrijzing in Nederland rond 2040. Na 2040 blijft de demografische druk tamelijk constant.

Dit is dus goed nieuws voor Nederland. Het vergrijzingsprobleem is slechts van tijdelijke aard en duurt pakweg één generatie. Als Nederland vóór 2040 de additionele kosten die de vergrijzing jaarlijks met zich meebrengt structureel kan opvangen, dan heeft het in de periode daarna geen aanpassingsprobleem meer. Dit volgt nog eens uit het linker panel van Figuur 2. Het illustreert dat de cohorten van de potentiële beroepsbevolking in 2050 geen uitstulpingen meer laten zien. Per cohort is er dus een gelijk aantal mensen.

Figuur 2. Bevolkingspiramides Nederland en Griekenland

2

Bron: Auteurs op basis van VN gegevens.

Vergrijzing slaat elders vaak later toe

De situatie is geheel anders voor veel andere landen, waaronder ook landen van de Europese Unie en het eurogebied. Veel van deze landen pieken na 2040 pas. Daar komt bij dat de meeste geen tweede pensioenpijler hebben. De pensioenlasten drukken daarmee volledig op hun overheidsbegroting. De huidige eurocrisis laat zien dat landen met excessieve begrotingstekorten en staatsschulden andere eurolanden mede-eigenaar maken van hun probleem. Het is daarom niet ondenkbaar dat Nederland gaat meebetalen aan het vergrijzingsprobleem van de overige eurolanden.

Dit is dus slecht nieuws voor Nederland, tenzij nu al op het niveau van de EU of het eurogebied stappen worden gezet tot meer coördinatie en begrotingsdiscipline. De publieke pensioenlasten van Griekenland, bij wijze van voorbeeld, bedroegen in 2007, het jaar voorafgaande aan de financiële crises, reeds 12% van het bbp. Zoals Figuur 2 (panel rechts) laat zien neemt de vergrijzing tot 2050 nog sterk toe en zullen deze lasten naar verwachting nog met 7%-punt verder oplopen, ceteris paribus.

Tabel 1 geeft een overzicht van de fiscale vergrijzingsdruk, uitgesplitst naar de Zuid-Europese GIPS-landen, de andere landen van het eurogebied en de overige EU-landen. Alle GIPS-landen laten een sterke verhoging van de pensioenlasten als percentage van het bbp zien in 2050, waarbij Portugal met 10%-punt koploper is. Op de keper beschouwd zijn Griekenland’s extra lasten niet of nauwelijks hoger dan de extra lasten van Duitsland of Frankrijk. Echter, de huidige hoge stand van de overheidsschuld speelt Griekenland parten. Het heeft namelijk minder ruimte om de vergrijzingskosten te dragen door de staatsschuld te laten oplopen. Opmerkelijk zijn voorts de hoge lasten voor Polen en Turkije. Ze nemen met meer dan 10%-punt van hun bbp toe, en zelfs met meer dan 20%-punt voor Turkije in 2100.

Tabel 1. Overheidsuitgaven aan pensioenen

t1

Bron: Auteurs op basis van OESO- en VN-gegevens.

Figuur 3. Gestileerde bevolkingspiramide

3
Bron: Auteurs.

Te benutten arbeidspotentieel

Het beter benutten van de ruimte die de nationale arbeidsmarkten nog bieden kan het financieringsprobleem verlichten (zie de gestileerde bevolkingspiramide in Figuur 3). Deze ruimte bestaat doorgaans uit jongeren die nog studeren, ouderen die vervroegd met pensioen gaan, werklozen, en personen die niet voltijds werken of om een andere reden niet betaald werk verrichten.

Dit is dus ruimte binnen de beroepsbevolking, naast de voltijds werkenden die in de huidige sociale systemen de premies en afdrachten betalen voor de huidige voorzieningen voor ouderen, jongeren en niet-werkenden. Deze ruimte is voor sommige landen groter dan voor andere landen (zie Figuur 4).

In relatie tot de fiscale vergrijzingsdruk blijken landen met een grotere verandering in de druk tot aan 2020 ook veelal meer arbeidsmarktruimte te hebben. Dit blijkt uit Figuur 4. Landen als Polen en Turkije bevinden zich hoog op de verticale as, in vergelijking met de andere landen, en hebben daarmee relatief meer onbenut arbeidspotentieel. Ze hebben dus relatief meer ruimte die benut kan worden om het vooruitzicht van een stijgende demografische druk het hoofd te bieden.

Figuur 4. Demografische druk in relatie tot de arbeidsmarktruimte

4

Europese landen zouden een actiever beleid kunnen voeren en meer prikkels inbouwen om niet-werkenden te stimuleren tot participatie op de arbeidsmarkt, in geval van een grotere toename in de fiscale vergrijzingsdruk en grotere beschikbare ruimte op de arbeidsmarkt. Te denken valt hierbij aan het versoberen van arrangementen voor vervroegd pensioen. Nederland mag dan een behoorlijk pensioenstelsel hebben in vergelijking met andere landen, de recente ontwikkelingen hebben laten zien dat het binnen het eurogebied niet verstandig is om lijdzaam toe te kijken hoe elders de overheidsfinanciën uit het lood slaan. De stijgende kosten van de vergrijzing hier en elders, gepaard met de verschillen in de pensioen- en gezondheidszorgsystemen tussen de eurolanden, zullen alleen al daarom hoog op de agenda blijven.

Referenties

Groot, Loek en Marga Peeters (2011) A global view on demographic pressure and labour market participation, MPRA 32057.

Peeters, Marga en Loek Groot (2011) Demographic change across the globe – Maintaining social security in ageing economies.

Te citeren als

Loek Groot, Marga Peeters, “Gaan de Polen en Grieken straks van ons geld met pensioen?”, Me Judice, 7 november 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.