Geld is belangrijk, maar niet alles bepalend: hoop voor Feyenoord

Geld is belangrijk, maar niet alles bepalend: hoop voor Feyenoord image
Hoe meer geld een club te besteden heeft, hoe beter de sportieve resultaten. Maar Twente en eerder AZ hebben laten zien dat verrassingen mogelijk blijven. Daarom blijft er hoop voor Feyenoord, al hebben PSV en Ajax de helft meer te besteden. Europees succes zit er voor geen enkele Nederlandse club meer in, een kleine kans op de Europa League daargelaten: clubs uit grote landen zitten nu eenmaal veel ruimer bij kas.

Feyenoord: een club met een roemruchte historie

Feyenoord neemt een belangrijke plaats in de Nederlandse voetbalgeschiedenis in (zie bijvoorbeeld: Feyenoord, 2008). In 1937, zeventien jaar vóór de invoering van het profvoetbal in Nederland (1954), had Feyenoord ‘De Kuip’ gebouwd, een stadion dat meer dan 60.000 toeschouwers kon herbergen. Slechts Ajax (29) en PSV (21) werden sinds 1889 vaker landskampioen dan de Rotterdamse club (14). Alleen Ajax wist het toernooi om de KNVB beker vaker te winnen (17 keer versus 11 keer). De allereerste double in het proftijdperk, het landskampioenschap en de KNVB beker in één seizoen, brachten de Kuipbewoners in de jaargang 1964/1965 op hun naam. In 1970 won Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europa Cup voor Landskampioenen (EC I), sinds 1992 de UEFA Champions League. Aansluitend won de club ook de officieuze wereldbeker voor clubteams, een van de voorlopers van de FIFA Club World Cup. In 1974 was Feyenoord ook de eerste Nederlandse winnaar van de UEFA Cup, de voorloper van de in 2009 gestarte UEFA Europa League. Feyenoord won deze prijs ook in 2002 nog een keer. Daarmee is de club vooralsnog ook de allerlaatste Nederlandse winnaar van een Europese trofee.

De combinatie van een groot stadion en een omvangrijke aanhang maakte Feyenoord tot een rijke club, zeker tot en met 1974. Een uitgekiend transferbeleid zorgde voor een sterk team. Vanaf het midden van de jaren zeventig werd Feyenoord geconfronteerd met exploitatietekorten. De eerder behaalde successen joegen de spelerssalarissen en transfersommen flink op. Het transferbeleid liet daarnaast veel te wensen over. Feyenoord kocht dure spitsen, die vervolgens (te) weinig scoorden, of de club kocht voetballers die al over hun hoogtepunt waren. Met de status als puissant rijke club was het na 1974, het jaar waarin Feyenoord nog hofleverancier van het zeer succesvolle Oranje was, snel gedaan, ook al omdat veel fans het lieten afweten.

Financiële moeilijkheden

De roemruchte historie ten spijt verkeert Feyenoord financieel gezien al enige jaren in erg zwaar weer. Ook sportief gaat het niet goed. In de onderstaande tabel worden de resultaten van Feyenoord in de nationale voetbalcompetitie over de afgelopen 50 jaar samengevat. Duidelijk is dat die prestaties minder zijn geworden. In de jaren zestig eindigde Feyenoord gemiddeld op de tweede plaats, in de afgelopen 10 jaar was de club gemiddeld goed voor een vierde positie. In de jaren zestig werd Feyenoord vier keer landskampioen, in het afgelopen decennium geen enkele keer. Zowel in 2007 als in 2009 miste de club de kwalificatie voor ‘Europees voetbal’. Het aantal toeschouwers fluctueerde nogal, met als dieptepunt een gemiddelde van ruim 18.000 toeschouwers in de jaren ‘80. Daar staat tegenover dat het gemiddelde over de afgelopen tien jaar hoger is dan in elk voorafgaand decennium. De grote aanhang, ‘Het Legioen’ leeft dus tussen hoop, zoals blijkt uit de onverminderd grote belangstelling, en vrees, gegeven de slechte financiële situatie. De vraag rijst dus: is er nog hoop voor Feyenoord?

Tabel: Eindklassering, aantal kampioenschappen, laagste positie op de ranglijst en aantal toeschouwers per wedstrijd; gemiddeld per decennium

Eindklassering, aantal kampioenschappen, laagste positie op de ranglijst en aantal toeschouwers per wedstrijd; gemiddeld per decennium

Nederlandse clubs kunnen niet tegen Europese concurrentie op

Voetbal is een internationaal concurrerende bedrijfstak geworden. Voetballers migreren gemakkelijk naar landen waar ze het best betaald worden. Dat is niet in een klein land. Sinds de hervorming van de EC I in 1992 is het toernooi om de Champions League zeventien keer gespeeld. Vijftien van de zeventien keer won een club uit een van de vijf grote voetballanden: Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië en Spanje. Eenmalige winnaars uit Portugal en Nederland completeren de rij. In deze zelfde periode waren clubs uit de vijf grote voetballanden goed voor 31 van de 34 finaleplaatsen.

De internationale successen van Feyenoord hangen voor een deel samen met de concurrentie op de transfermarkt. In het verleden was die gering. De Spaanse grenzen waren tussen 1962 en 1973 gesloten voor buitenlandse spelers. Italië hield de grenzen van 1965 tot 1980 dicht. Tussen 1931 en 1976 waren in Engeland alleen profcontracten toegestaan voor spelers die al geruime tijd in het Verenigd Koninkrijk woonden. Pas in 1978 werden alle beperkingen in Engeland en Schotland opgeheven. In andere landen, zoals in Frankrijk, Duitsland en Nederland, gold een strikte beperking voor het aantal buitenlandse spelers in de opstelling. Als gevolg van deze relatief gesloten markten vertrokken slechts weinig Nederlandse spelers naar het buitenland. Bovendien was de concurrentie bij het aantrekken van spelers uit bijvoorbeeld de Scandinavische landen betrekkelijk gering. Die tijd is voorbij. Het winnen van de Champions League lijkt voor Feyenoord of enig andere Nederlandse club niet meer haalbaar.

Nationale kansen: verrassingen blijven mogelijk

Op nationaal niveau blijkt er een sterk verband te bestaan tussen sportieve resultaten en financiële middelen. Hoe meer geld een club te besteden heeft, des te beter de sportieve resultaten. Onderstaande figuren laten zien dat er in de afgelopen twee seizoenen een duidelijk positief verband bestond tussen begroting en puntentotaal: meer geld betekent meer punten. Overigens geldt de bekende wet van de afnemende meeropbrengst nogal sterk. Bij een relatief laag puntenaantal kost één extra punt minder additioneel budget dan bij een relatief hoog puntenaantal. Ook laat de figuur zien dat het verband verre van perfect is. Veel clubs halen aanzienlijk minder punten dan volgens de in de figuur weergegeven relatie mocht worden verwacht; andere clubs behalen aanzienlijk meer punten. In het seizoen 2008-09 deed Feyenoord het duidelijk minder goed dan verwacht mocht worden op basis van het geschetste verband en de beschikbare begroting. In 2009 werd AZ kampioen met een lagere begroting dan die van Feyenoord en zeker dan die van Ajax en PSV. Deze beide clubs hebben al jaren vijftig procent meer te besteden dan Feyenoord. In 2010 werd Twente kampioen met een budget dat half zo groot was als dat van Ajax en PSV. Feyenoord deed het aflopen seizoen aanmerkelijk beter dan in 2008-09 (vierde plaats en in de finale van de KNVB beker), maar deed het niet beter dan op grond van de begroting verwacht mocht worden.

De hoop voor toekomstig succes van Feyenoord is gebaseerd op de onvolmaaktheid van de relatie tussen sportief succes en financiële middelen. Geld is belangrijk; een goede trainer, een productieve jeugdopleiding en een slim transferbeleid zijn dat ook. Bij een gelijkblijvende relatieve begroting kan Feyenoord één keer in de zes tot zeven jaar kampioen worden. Vanaf de invoering van het profvoetbal heeft de club continu tenminste zo goed gepresteerd. Als Feyenoord de tiende landstitel in het proftijdperk niet eerder dan 2014 zou behalen, dan is de frequentie nog steeds één keer per zes jaar.

Figuur 1: Puntentotaal en begroting; eredivisie seizoen 2008-09

Puntentotaal en begroting; eredivisie seizoen 2008-09

Figuur 2: Puntentotaal en begroting; eredivisie seizoen 2009-10

Puntentotaal en begroting; eredivisie seizoen 2009-2010

Conclusies

De financieel-economische verschillen met de Europese top zijn voor Nederlandse clubs thans te groot om nog op succes te hopen. Hierdoor lijkt winst van de Champions League niet langer haalbaar. Het winnen van de Europa League valt niet op voorhand uit te sluiten, al was het alleen maar omdat het laatste succes van Feyenoord in voorganger UEFA Cup van betrekkelijk recente datum (2002) is. De landstitel is zeer zeker nog haalbaar. AZ in het seizoen 2008-09 en FC Twente in het seizoen 2009-10 hebben het goede voorbeeld gegeven. Ook de Rotterdamse club wist in het verleden landstitels binnen te halen met een lagere begroting dan die van Ajax en PSV. Er is dus zeker nog hoop voor Feyenoord en de vele supporters.

Referenties:

Feyenoord (2008) 100 Jaar Feyenoord, 1908-2008, officieel Jubileumboek, Uitgeverij De Buitenspelers.

Kuper, S. en S. Szymanski (2009a) Dure spitsen scoren niet; miskopen en de meesters van de transfermarkt, Hard Gras, november 2009, blz. 7-19.

Kuper, S. en S. Szymanski (2009b) Dure spitsen scoren niet en andere raadsels van het voetbal verklaard, Nieuw Amsterdam.

Van Tuijl, M. en J.C. van Ours (2009) Perspectieven voor Feyenoord: een soccernomische analyse, Kwartaalschrift Economie, 3, 419-448 (gepubliceerd mei 2010).

Van Tuijl is supporter van FC Eindhoven, Van Ours is supporter van Feyenoord, in bezit van een seizoenskaart. Voor een meer uitvoerige ‘soccernomische’ analyse van het wel en wee van Feyenoord, zie Van Tuijl en Van Ours (2010), waarbij ‘soccernomics’ staat voor de speelse toepassing van economische analysetechnieken op het professionele voetbal zoals in Kuper and Szymanski (2009a, 2009b).

Te citeren als

Jan van Ours, Martin van Tuijl, “Geld is belangrijk, maar niet alles bepalend: hoop voor Feyenoord”, Me Judice, 7 mei 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.