Halfslachtigheid overheerst in Grieks noodplan

Halfslachtigheid overheerst in Grieks noodplan image
25 jul 2011 |
Het noodfonds biedt met een lagere rente perspectief aan Griekenland, maar het is te klein om alle problemen te verhelpen. Het komt neer op euro-obligaties, zonder dat daartegenover macht in Brussel staat. Indien de macht om in te grijpen bij lidstaten niet wordt gecentraliseerd dan hebben de Europese regeringsleiders met dit plan hek opengezet naar het opblazen van de euro, aldus Arnoud Boot.

Deal op nippertje

Je kunt veel zeggen over de Europese regeringsleiders, maar gevoel voor drama kun je ze niet ontzeggen. Een emergency summit op donderdag in Brussel, spoedoverleg tussen Sarkozy en Merkel op woensdagavond in Berlijn en commissie-president Barroso die die zelfde avond waarschuwt voor dramatische gevolgen van de eurocrisis in alle uithoeken van Europa als detop van die donderdag geen resultaat oplevert. En in Nederland op donderdagochtend, zomerreces of niet, spoedoverleg in de Tweede Kamer met minister van Financiën De Jager, om premier Mark Rutte diezelfde donderdag bij de top de speelruimte te geven om in te kunnen stemmen met het nieuwste Europese reddingsplan voor Griekenland en de euro.

Europa op tweesprong

Het lijkt effect te hebben gehad. Griekenland krijgt geld en tegen een veel lagere rente dan eerst. Maar het echte nieuws is dat de verklaring van de EU-regeringsleiders een centrale rol geeft aan het gemeenschappelijke noodfonds van 440 miljard euro dat vorig jaar was ingesteld. Het fonds – en de opvolger, het ESM – kan landen gaan financieren, banken redden en pro-actief optreden bij dreigende financieringsproblemen van de lidstaten. En de rentes waar tegen geleend wordt, gaan drastisch omlaag. Hoewel het fonds te klein is, is hier mee een majeure stap gezet naar een gemeenschappelijke financiering van de lidstaten. De precieze governance details – wie heeft wat te zeggen en wanneer – moeten nog uitgewerkt worden. Het is de vraag of dit werkelijk draagvlak heeft. Het wordt of een splijtzwam of een historische stap naar een gemeenschappelijk Europees begrotingsbeleid. Het zal de regeringsleiders niet slecht uitkomen dat bijna iedereen inmiddels op vakantie is.

Wat is er aan de hand?

Halfslachtige maatregelen van Europa ondermijnen het vertrouwen onder de houdbaarheid van de euro. Een op zich behapbaar Grieks probleem werd een twistappel voor de euro. Een land met een onhoudbare schuldenlast - lees: Griekenland - werd met lapmiddelen op de been gehouden. De discussie in de sterke noordelijke landen – lees: Duitsland en Nederland – ging over de vraag waarom wij zouden moeten betalen voor de fouten (en manipulatie) van Griekenland. Griekenland zelf werd gevraagd zware bezuinigingsmaatregelen door te voeren en salarissen te verlagen. De regering-Papendreou deed zijn best, maar zonder licht aan het eind van de tunnel is het moeilijk draagvlak te houden onder de bevolking.

Besmetting

Het echte probleem werd echter de schuldenproblematiek in de rest van het eurogebied. Noodpakketten werden in elkaar gezet voor Portugal en Ierland, maar landen zoals Spanje en recentelijk Italië kwamen ook onder druk te staan. En dat relatief sterke Italië werd de eye opener voor de Europese problematiek in de afgelopen twee weken. Europese regeringsleiders ontdekten dat als je maar genoeg onzekerheid creëert over de gemeenschappelijke euro, financiële markten vraagtekens gaan plaatsen bij de bereidheid om een beleid te voeren dat past bij een dergelijke gemeenschappelijke munt. De primaire splijtzwam bij de euro is niet Griekenland maar een noord-zuidbreuklijn. Is het sterkere noorden bereid solidair te zijn met het zuiden, en is het zuiden bereid om een economisch beleid te voeren dat niet anticipeert op subsidies van het noorden?

Politiek versus ECB

Er is nog een tweede splijtzwam, en deze is tussen de Europese regeringsleiders en de Europese Centrale Bank, de ECB. De ECB heeft tot nu toe het politieke falen kunnen opvangen. Zij was bereid vorig jaar bij te springen door in de secundaire markt overheidsobligaties van zwakke landen op te kopen (aardig tegenover de politiek, maar niet heel verstandig), en ook om haar traditionele rol als lender of last resort voor het bankwezen in het eurogebied te blijven vervullen, juist ook voor banken in de zwakke lidstaten (onmisbaar). Geen bank in Griekenland had nog overeind gestaan als de ECB deze rol niet had vervuld. Via deze weg heeft de ECB geld verstrekt aan Griekse banken met Grieks overheidspapier als onderpand. In een muntunie betekent dit dat de centrale bank geconfronteerd wordt met sovereign risico: het risico dat een land failliet gaat. Als dit gebeurt dan kan dus ook de ECB failliet gaan. De politiek was niet bereid het sovereign risico bij voorbaat af te dekken. Blijkbaar vond ze het prettig om de ECB te laten bungelen. Dit verklaart ook in hoge mate waarom de ECB tegen elke vorm van herstructurering van schulden is. Voor de belastingbetaler is het allemaal vestzak-broekzak. Hoe dan ook, de belastingbetaler staat garant voor de ECB.

Hoe moet men het laatste akkoord beoordelen?

Om met het positieve te beginnen, het huidige pakket maatregelen heeft iets geleerd van de verkeerde keuzes tot nu toe. Met twee cruciale uitgangspunten wordt nu rekening gehouden:

1. Een land moet perspectief worden geboden. Dus het helpt niet om Griekenland of Portugal te hulp te schieten met een extra hoge boeterente. Dit ontmoedigt een land, en ondermijnt draagvlak in die landen en maakt de onbetaalbaarheid van de schuldenproblematiek alleen maar groter. Bovendien verwoest het elk groeiperspectief van die landen. Het akkoord voorziet in een lage rente, goed dus. De uitgestelde herstructurering van de Griekse schulden (via een vertraagde betrokkenheid van de private sector) en elke ontkenning van welke andere herstructurering van schulden dan ook is echter problematisch.

2. Verdere verzieking moet worden vermeden. De aanpak van Griekenland moet hand in hand gaan met een oplossing voor de rest. De grotere rol van het noodfonds biedt hiervoor een houvast. Het geeft een duidelijk commitment dat andere landen worden ondersteund indien nodig, en dat dit tijdig kan gebeuren. In de marge mag het noodfonds ook op de secundaire markt obligaties op kopen, dit zou op termijn ook kunnen betekenen dat de risico’s uit de ECB worden gehaald.

Maar het akkoord is halfslachtig

Het noodfonds is te klein. Als je werkelijk in het noodfonds gelooft, moet dit een omvang hebben die geen twijfel laat bestaan over de beschikbaarheid er van. Details over de precieze werking van het noodfonds zijn nog niet bepaald.

De governance van het eurogebied is echter cruciaal. De wijdere steun uit het noodfonds moet hand in hand gaan met met meer macht voor Brussel. Hier zit een groot probleem. Eigenlijk is het noodfonds nu bijna identiek aan het uitgeven van euro-obligaties zonder dat er een centrale macht is. Dat is vragen om problemen.

Wat betekent noodplan echt?

Er is nu gekozen voor een Europa van naties die bij elkaar willen horen en verantwoordelijkheid hebben voor elkaar. De realiteit is dat er een mechanisme moet komen om macht te geven aan Europa. De bredere rol van het noodfonds vereist macht om tijdig in te grijpen in de lidstaten. Doen we dit niet dan hebben de Europese regeringsleiders afgelopen donderdag het hek opengezet naar het opblazen van de euro. De kern van het Europese probleem is: niet doorpakken. En dat dreigt nu weer.

* Deze bijdrage verscheen eerder in NRC Handelsblad van 23 juli 2011.: European Council

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Te citeren als

Arnoud Boot, “Halfslachtigheid overheerst in Grieks noodplan”, Me Judice, 25 juli 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.