Historisch AOW-besluit is nog maar begin van een oplossing

Historisch AOW-besluit is nog maar begin van een oplossing image
26 okt 2009 |
Het kabinet heeft een historische beslissing genomen door de AOW-leeftijd tussen 2020 en 2025 te verhogen van 65 naar 67. Hiermee lijkt ons land het goede voorbeeld van Duitsland en Denemarken te volgen. Maar schijn bedriegt, want in Nederland ligt de verantwoordelijkheid voor het pensioenstelsel niet alleen bij de overheid, maar ook bij de sociale partners. Zij gaan over de kapitaalgedekte aanvullende pensioenen en deze pensioenen maken op ongeveer de helft van het totale inkomen van ouderen uit.

Aanvullende pensioenen verantwoordelijkheid sociale partners

De werkgevers hadden wellicht de hoop dat de politiek de kastanjes voor hen uit het vuur zou halen door het fiscale kader voor de pensioenopbouw per direct aanzienlijk te beperken. Maar het kabinet verwijst de aanvullende pensioenen in feite weer terug naar de sociale partners. En zo hoort dat ook in de Nederlandse verhoudingen. De overheid versobert de maximaal fiscaal toegestane pensioenopbouw namelijk pas vanaf 2020 en in zeer beperkte mate. De meeste huidige pensioenregelingen passen nu al in dat iets krappere fiscale jasje. Bovendien betekent het vanaf 2020 verminderen van de pensioenopbouw op basis van een twee jaar hogere pensioenleeftijd dat de feitelijke pensioenleeftijd over een periode van zo’n 40 jaar geleidelijk naar 67 gaat en dus pas na 2060 (!) op 67 ligt. De 49-jarigen van nu krijgen op hun 67ste een AOW-uitkering, maar zullen hun aanvullende pensioen in 2025 vrijwel nog geheel hebben opgebouwd op basis van een pensioenleeftijd van 65.

Versoberen aanvullende pensioenen belangrijk en urgent…

Maar een hogere aanvullende pensioenleeftijd in lijn met de AOW-leeftijd is essentieel voor het sociale karakter en de effectiviteit van de kabinetsplannen. De AOW is immers vooral van belang voor de lage inkomens, terwijl voor hogere inkomens de aanvullende pensioenen zwaarder tellen. Zonder snelle aanpassingen in de opbouw van aanvullende pensioenen kunnen hogere inkomens de verhoging van de pensioenleeftijd nog lang voor zich uitschuiven en dat terwijl in de arbeidsmarkt van 2025 vooral de behoefte aan geschoolde werknemers groot zal zijn.

…ten behoeve van betrouwbaar pensioenstel en investeringen in mensen

De sociale partners zijn nu aan zet. Een toekomstige verhoging van de pensioenleeftijd in de aanvullende pensioenen vraagt om een abrupte, snelle aanpassing in de pensioenopbouw omdat veranderingen in een kapitaalgedekt pensioen zich pas zo’n 40 jaar later volledig vertalen in feitelijk pensioneringsgedrag. De onmiddellijke kostenbesparing van minder pensioenopbouw kan worden benut om de welvaartsvastheid van pensioenen op peil te houden. Zo wordt een sluipende verschraling van pensioenuitkeringen voorkomen nu de kosten van pensioenen stijgen. Want de vergrijzing noopt tot minder risicovol beleggen en doet beleggingsrendementen dalen. Een ander deel van de besparingen kan worden ingezet om de inzetbaarheid van werknemers te koesteren. Nederland staat het komende decennium voor de uitdaging om te investeren in mensen en in een beter functionerende arbeidsmarkt voor ouderen.

Overheid moet AOW na 2025 koppelen aan levensverwachting…

De overheid kan op drie manieren bijdragen aan robuuste aanvullende pensioenen. In de eerste plaats moet -- net als in Denemarken -- de AOW-leeftijd na 2025 gekoppeld worden aan de levensverwachting. Juist in landen met een grote kapitaalgedekte pijler hoort een betrouwbare overheid helder te communiceren over de toekomst van de AOW. Want alleen zo kan de aanvullende pensioenopbouw goed worden afgestemd op de toekomstige ontwikkeling van de AOW. Bovendien voorkomen we hiermee dat er straks moet worden gepraat over een verdere verhoging van de pensioenleeftijd. Op de daarbij behorende maatschappelijke en sociale onrust zit niemand te wachten.

..de AOW vanaf 2015 in kleine stappen verhogen tot 67 in 2025..

Het gelijk oplopen van de aanvullende pensioenleeftijd met de AOW vereist verder dat de AOW-leeftijd wordt verhoogd in kleine stapjes. Want de feitelijke pensioenleeftijd in de aanvullende pensioenen kan niet anders dan geleidelijk omhoog vanwege het kapitaalgedekte karakter, ook al wordt de pensioenopbouw abrupt verlaagd. Om de AOW-leeftijd rond 2025 op 67 te laten uitkomen, moet hij daarom al uiterlijk vanaf 2015 worden verhoogd met twee maanden per jaar. Daarmee wordt de verhoging ook geloofwaardiger en kan het CPB eerder een budgettaire opbrengst inboeken.

…en lage inkomens ontzien

Tenslotte zouden mensen zonder veel arbeidsverleden de mogelijkheid moeten krijgen om vóór de nieuwe AOW-leeftijd al een AOW-uitkering aan te vragen. Het arbeidsverleden hoeft dan niet te worden geregistreerd en de AOW blijft eenvoudig. Belangrijker is nog dat werkgevers niet met die oudere werknemers worden opgezadeld die op hun 65ste nauwelijks nog productief zijn. Sociale partners hebben daarvoor dan ook geen reparaties in aanvullende pensioenen nodig. Andere landen zijn ruimhartiger in het toestaan van flexibelere pensionering om zo tegemoet te komen aan de heterogeniteit van persoonlijke omstandigheden aan het einde van het werkzame leven. Door het denivellerende effect van een hogere AOW-leeftijd te compenseren met een ruimhartigere, flexibelere AOW en andere faciliteiten voor lage inkomens, wordt een hogere pensioenleeftijd losgekoppeld van herverdeling. Zonder verdere sociale en politieke barrières kan de pensioenleeftijd dan al vanaf 2015 omhoog om rond 2025 gekoppeld te worden aan de levensverwachting.

Slot

Het Nederlandse pensioenstelsel wordt internationaal terecht geroemd. Deze positie is te danken aan de overheid en sociale partners die zich samen verantwoordelijk weten voor het hele stelsel. Het moedige besluit van het kabinet om de AOW-leeftijd te verhogen vraagt in de komende maanden om een vervolg waarbij de sociale partners de aanvullende pensioenen hervormen terwijl de politiek het AOW-besluit bijstelt in het belang van het pensioenstel als geheel.

* Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in NRC Handelsblad op 26 oktober.

Te citeren als

Lans Bovenberg, “Historisch AOW-besluit is nog maar begin van een oplossing”, Me Judice, 26 oktober 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.