Laat Griekenland per decreet prijzen en schulden verlagen

Laat Griekenland per decreet prijzen en schulden verlagen image
8 dec 2010 |
Door toetreding tot de euro kan een individueel land de eigen munt niet langer devalueren. Dat is een groot nadeel voor een land als Griekenland. Wat wel kan, stelt Tsjalle van der Burg, is per decreet alle binnenlandse prijzen en schulden in termen van buitenlandse valuta verlagen. Een dergelijk ‘deflatiedecreet’ kan dezelfde positieve effecten hebben als devaluatie van de munt, zonder dat een land uit de muntunie hoeft te treden.

Een alternatief voor devaluatie

Zwakke eurolanden kunnen hun problemen niet langer oplossen via een devaluatie van de eigen munt. Daarom moeten ze bezuinigen. Dat ligt politiek moeilijk. En wie onder druk bezuinigt, maakt vaak verkeerde keuzes. Bovendien worden de lonen en de overheidsuitgaven vaak wel verlaagd, maar de schulden niet. Een devaluatie heeft wat dit betreft een voordeel: niet alleen de lonen en uitgaven, maar ook de schulden gaan - in termen van buitenlandse valuta - omlaag. Mede daarom wordt nu gesproken over de mogelijkheid dat sommige landen de euro verlaten. Echter, ook hieraan zijn grote problemen verbonden (zie bijvoorbeeld The Economist, 4-10 dec, p. 13). Kunnen zwakke eurolanden niet iets doen dat dezelfde effecten sorteert als een devaluatie, zonder uit de euro te stappen? Dat kan, middels een “deflatiedecreet”.

Maar eerst het bekende verhaal over een devaluatie. Een devaluatie, van bijvoorbeeld 10%, houdt in dat per direct alle binnenlandse prijzen en schulden in termen van buitenlandse valuta met 10% dalen. De binnenlandse prijzen zijn echter vrij, en gaan na een devaluatie vaak stijgen. Eerst stijgen vooral de prijzen van geïmporteerde goederen. Dit kan dan tot enige loonstijging leiden, vervolgens tot nog meer inflatie, enzovoort. Hoeveel de inflatie uiteindelijk wordt hangt sterk af van de vakbonden, en hun bereidheid om een daling van de reële lonen te accepteren. Meestal accepteren de vakbonden wel een zekere daling, zeker als de werkloosheid hoog is. Daarom wordt het effect van de devaluatie hooguit ten dele teniet gedaan door de inflatie. En zelfs al zouden de vakbonden volledige prijscompensatie eisen, dan is er nog een andere factor: vanwege de ontstane inflatie dalen alle schulden in reële termen. Dat betekent, in reële termen, lagere hypotheeklasten en (indien de overheid daarvoor kiest) lagere belastingen. De vakbonden zullen hiermee rekening houden, waardoor de lonen uiteindelijk met minder dan 10% stijgen – zelfs bij volledige prijscompensatie. Het land krijgt dus een betere concurrentiepositie, en dat bij lagere reële schulden. De economie zal groeien.

Deflatie per decreet

Nu het deflatiedecreet. Hierbij is Griekenland het voorbeeld, maar dat kan worden gelezen als “zwak euroland”. Ik bespreek eerst een situatie zonder bankencrisis, waarbij jaren geleden al juridisch is vastgelegd dat Griekenland op enig moment een deflatiedecreet mag uitvaardigen. Griekenland heeft, ook zonder bankencrisis, wel economische problemen. Een deflatiedecreet van (bijvoorbeeld) 10% houdt nu in dat de Griekse overheid bepaalt dat, in Griekenland, alle schulden en prijzen per direct 10% lager worden. Het gaat hierbij, meer precies, om alle schulden en prijzen die - in de hypothetische situatie dat Griekenland de drachme nog had - bij een devaluatie van de drachme met 10%, in termen van buitenlandse valuta 10% minder waard zouden worden. Aan het decreet ligt een degelijke juridische basis ten grondslag, zodat tot in detail duidelijk is welke prijzen en schulden moeten dalen.

Voor de duidelijkheid: alle prijzen dalen in de eerste seconde na het decreet met 10%. Dat is juridisch vastgelegd, of minimaal door de overheid zo geformuleerd. In die ene seconde dus reguleert de overheid de prijzen. Daarbij zal de pers ongetwijfeld verkondigen dat een kopje koffie dan twintig cent goedkoper moet zijn. Echter, dezelfde prijzen kunnen, vanaf seconde twee, weer in alle vrijheid stijgen – net als na een devaluatie. Dit met uitzondering van prijzen die nog enige maanden of jaren contractueel vast liggen, zoals huren en Cao-lonen. Deze prijzen en lonen blijven gedurende de resterende looptijd van het contract 10% lager dan oorspronkelijk was overeengekomen.

Positief effect op economie

De prijsstijgingen na een deflatiedecreet zullen in principe dezelfde zijn als de prijsstijgingen na een devaluatie. Dit omdat, net als bij een devaluatie, alle te importeren goederen in die eerste seconde in vergelijking met binnenlandse goederen 10% duurder worden. Een verschil is dat de binnenlandse prijzen na een devaluatie vanaf niveau nul beginnen te stijgen, terwijl deze prijzen na een deflatiedecreet op het niveau van min tien procent beginnen. De conclusie kan zijn dat een deflatiedecreet op alle relatieve prijzen in principe dezelfde effecten heeft als een devaluatie, maar dat de inflatie 10% lager blijft. De concurrentiepositie verbetert dan op dezelfde wijze als bij een devaluatie, en de economie trekt aan. Een zeer goede maatregel dus.

Natuurlijk zijn er op detailniveau verschillen met een devaluatie. Zo moeten de vakbonden bij een deflatiedecreet een daling van de nominale lonen accepteren, wat psychologisch moeilijker is. Maar de bedoeling is dat een deflatiedecreet alleen bij een grote crisis wordt ingevoerd (zie onder), en dan is er meer matigingsbereidheid. In dit verband is het, vergeleken met de huidige bezuinigingen in zwakke eurolanden, een groot voordeel dat niet alleen werknemers en belastingbetalers inleveren, maar ook beleggers. En dat dus bij dalende schulden voor huizenbezitters en overheid. De vakbonden zullen de voordelen zeker zien.

Beleggers in obligaties en hypotheken worden dus getroffen. Ze wisten echter al jaren geleden dat dit kon gebeuren, en hebben zich hiertegen ongetwijfeld ingedekt - via hogere rentes, en via derivaten. Dat doen ze immers ook bij landen waarvan de munt kan devalueren. Ze mogen hun gang gaan, met de volgende uitzondering. Wanneer de staatschuld van een zwak euroland, of een hypotheek op een huis in dat land, als gevolg van een deflatiedecreet in waarde daalt, dan is het verboden dat de overheid of de huizenbezitter schuldeisers hiervoor (na het deflatiedecreet) compenseert. Dit verbod zal tot gevolg hebben dat overheid en huizenbezitters in slecht presterende landen hogere rentes op hun leningen moeten betalen. Dat is dan meteen een prima stimulans om te zorgen dat de economie beter gaat draaien en de schulden beperkt blijven. En als er dan toch een crisis komt, dan is die tenminste wat makkelijker op te lossen.

Er zijn (in aanvulling op het Stabiliteitspact) drie spelregels. (1) Een deflatiedecreet mag alleen als zowel het betrokken land als de ECB er mee instemt. (2) Elke twintig jaar mag hooguit de helft van de eurolanden deflatiedecreten uitvaardigen. (3) Er zijn criteria die bepalen wanneer een decreet mag worden uitgevaardigd, en wat het maximale percentage van de daling van prijzen en schulden mag zijn. Het percentage zou bijvoorbeeld deels gebaseerd kunnen zijn op het verschil tussen de inflatie (over een reeks van jaren) in het betrokken land en de inflatie in het euroland met de laagste inflatie.

Onverwacht

Kunnen deflatiedecreten soelaas bieden voor de huidige crisis? Zoals betoogd werken ze in grote lijnen goed. De vraag is echter of ze, als ze in 2011 worden ingevoerd en dus onverwacht komen, de bankencrisis niet zullen aanwakkeren. Immers, de waarde van de vorderingen van banken op zwakke eurolanden kan met 10% dalen. Dit probleem kan wel eens meevallen. Allereerst leiden deflatiedecreten tot een lagere inflatie in Europa. De koers van de euro zal dus stijgen, zodat de banken winst maken op hun Duitse en Nederlandse bezittingen. Ten tweede zijn de decreten goed voor de economie, en dus ook voor internationale beleggers en banken.

Maar het decreet blijft natuurlijk onverwacht. Gelukkig laten de huidige rentepercentages zien dat beleggers al wel rekening houden met mogelijke waardedalingen van schuldbewijzen uit zwakke eurolanden, langs een of andere weg. Het effect van het deflatiedecreet is dus minimaal deels voorzien. En omdat de banken ook voordelen ondervinden, gaan waarschijnlijk hooguit weinig banken kapot.

Als enkele banken door de deflatiedecreten toch in serieuze problemen komen, dan lossen we dat op. De banken kunnen de schade van de decreten precies berekenen. Een probleembank krijgt dan van de ECB een bedrag dat gelijk is aan de schade. In ruil daarvoor krijgt de ECB bijvoorbeeld aandelen van die bank (afkomstig uit een emissie van nieuwe aandelen). De ECB betaalt hiervoor de marktwaarde. De aankoop wordt monetair gefinancierd. Natuurlijk kan dit de inflatie bevorderen, maar dit mag ook best omdat de deflatiedecreten zelf de inflatie juist verminderen. De ECB probeert de verkregen bankaandelen later weer te verkopen. Natuurlijk zijn hieraan risico’s verbonden. Maar die zijn voor de overheid waarschijnlijk veel kleiner dan de risico’s van de huidige steunoperaties. Dit vooral omdat beleggers aan de inflatiedecreten wel veel meebetalen, maar aan de huidige steunoperaties weinig tot niets. Daarnaast maakt de overheid winst op het (gerechtvaardigde) “drukken van nieuw geld”.

Dit artikel doet geen uitspraak over de vraag of de bij de deflatiedecreten horende schuldreducties momenteel juridisch haalbaar zijn, dan wel in overleg met beleggers te realiseren zijn. Maar ze zijn in elk geval goed georganiseerd en voldoen aan duidelijke criteria. Bovendien bevatten de deflatiedecreten ook elementen waarvan beleggers profiteren. Daarom zijn de schuldreducties bij deflatiedecreten hoogstwaarschijnlijk makkelijker te realiseren dan andere vormen van “afstempeling”. Kortom, deflatiedecreten zijn het overwegen waard. : European People's Party, Flickr

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Te citeren als

Tsjalle van der Burg, “Laat Griekenland per decreet prijzen en schulden verlagen”, Me Judice, 8 december 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.