Maak van zelfsturing niet de zoveelste modegril

Maak van zelfsturing niet de zoveelste modegril image

Afbeelding ‘The Yahoo! Search team’ van Yahoo (CC BY 2.0)

28 apr 2015 | | 984 keer bekeken

Het vak van management en economie staat bol van de modegrillen en zo lijkt het ook weer met zelfsturing te gaan. In de jaren negentig was het hot om weer verlaten te worden door een ander gril en nu is het opeens weer ‘in’. Volgens de Groningse hoogleraren Stoker en Garretsen moeten wetenschappers samen met managers eens serieus met het idee van zelfsturing omgaan. Breng het langdurig in de praktijk en evalueer het nu eens serieus. Dit idee is meer dan een modegril.

Zelfsturing terug van weggeweest

In De Groene Amsterdammer verscheen vorige week een artikel over zelfsturende teams en de revival van het zelfbestuur (Beijer & De Vos, 2015). Na het ontstaan van het concept in de jaren vijftig als onderdeel van de Sociotechniek, waren zelfsturende teams vooral in de jaren negentigerg populair. Daarna werd het stiller rond zelfsturing (en de Sociotechniek), maar de comeback is een feit want dit aloude concept staat opeens weer volop in de belangstelling. Dit betekent ook dat vooral het management als beroepsgroep opnieuw in de ban wordt gedaan, zie bijvoorbeeld de recente uitzending van VPROTegenlicht: ‘het einde van de manager’.

Zelfsturing wordt gepresenteerd als een panacee dat vooral precies zou passen bij de huidige tijd. Waar hebben we dat eerder gehoord? Eerlijk gezegd bij bijna iedere managementmode die een tijdlang te pas en vooral ook te onpas als panklare oplossing voor elk managementvraagstuk wordt omarmd. Totdat de hoegenaamd ‘nieuwe’ tijd toch ingewikkelder blijkt dan de laatste mode aankan, en het wachten is op de (her)ontdekking van een volgende managementhype. Carl Rabstejnek schreef een puntig opiniestuk over ‘management fads and fashions’, waarin hij een tabel opnam met de 100 belangrijkste managementmodes sinds de Tweede Wereldoorlog. En ja, zelfsturende teams staan daar ook prominent tussen. Het concept van zelfsturende teams beleefde dus hoogtijdagen in de jaren negentig. Er verschenen toen al heel veel publicaties en boeken over de overbodigheid van managers, zoals ‘Business without bosses’ van Manz en Sims (1995). Maar er werd ook divers wetenschappelijk onderzoek gedaan naar zelfsturende teams. Als je zelf in die tijd een van deze onderzoekers was (Stoker, 1998), krijg je dus een beetje een déjà-vu bij de huidige opleving. De econoom Robertson beschreef deze ervaring ooit als de cirkel die opgejaagd wild maakt: als je als jager lang genoeg wacht, komt het wild vanzelf weer voorbij. Zo is het ook in de sociale wetenschappen, en zeker ook in de tak van de economie en bedrijfskunde: als je in het onderzoek of de praktijk lang genoeg meegaat, zie je een theorie of concept vanzelf weer voorbijkomen, en valt op hoe kort het geheugen is van zowel onderzoekers als praktijkmensen (zie Garretsen, 1997).

Organisaties zijn fashion victims

Over de beperkingen en negatieve kanten van managementmodes is al veel geschreven. Het lijkt erop dat organisaties vaak klakkeloos achter managementhypes aanlopen, puur omdat de buren het ook doen, omdat een aantal goeroes roept dat het gegarandeerd tot succes leidt, en omdat je er niet bij hoort als je nog op de ‘oude’ (en dus per definitie achterhaalde) manier organiseert. Totdat er weer een nieuwe mode voorbij komt, waar je als organisatie niet aan ontkomt. Daar gaat het management vervolgens weer vol energie mee aan de slag, zonder vaak ooit de vorige mode écht serieus geïmplementeerd of afgemaakt te hebben.

Concepten krijgen geen kans

Het treurige aan deze cirkelgang is dat de managementconcepten hierdoor eigenlijk geen eerlijke kans krijgen. Dat geldt zeker voor het concept van zelfsturende teams. We weten inmiddels door gedegen onderzoek heel veel over de toepasbaarheid van zelfsturende teams voor organisaties. In de jaren negentig zijn talloze wetenschappelijke studies verricht naar de werking van zelfsturende teams. Dat onderzoek heeft veel waardevolle inzichten opgeleverd, onder andere over de randvoorwaarden voor succesvolle invoering en werking van zelfsturende teams. Dat is geen ‘one-size-fits-all’ conclusie; de hoofdboodschap van dit onderzoek is dat de context waarin een organisatie zich bevindt, in termen van bijvoorbeeld het primaire proces, het type medewerkers, de omgeving van de organisatie, et cetera, sterk bepalend is voor het succes en de kans van slagen van zelfsturende teams (zie ook Stoker & Verweij, 2003; Verweij & Stoker, 2000).

Neem de tijd met ideeën

Zelfsturende teams kunnen dus zeer waardevol en bruikbaar zijn voor een organisatie, mits een organisatie er echt de tijd voor neemt, en vooral afhankelijk van de omstandigheden. En daar zit ‘m precies de crux. ‘Het hangt er maar vanaf’ als hoofdboodschap van wetenschappelijke inzichten is vaak niet wat managers willen horen; goeroes trekken er geen volle zalen mee, consultants krijgen het niet makkelijk verkocht aan potentiële klanten en, eerlijk is eerlijk, editors van wetenschappelijke en praktijkgerichte tijdschriften hebben ook liever geen enerzijds/anderzijds paper. Voor wat betreft de verbinding tussen wetenschap en praktijk, lukt het wetenschappers maar in zeer beperkte mate om de eigen wetenschappelijke kennis bij organisaties zelf over het voetlicht te krijgen; wetenschappers zagen dit – tot voor kort – wellicht ook niet als hun taak. Die houding helpt niet bepaald bij het doorprikken van fads of het voorkomen van het opnieuw uitvinden van het managementwiel.

Zelfsturing verdient een kans

De neiging zou dus kunnen zijn om vooral cynisch te worden, en af te wachten tot ook deze hype rondom zelfsturing weer overwaait. Over 20 jaar kunnen we dan blasé de onvermijdelijke terugkeer van zelfsturing bekritiseren, door als wetenschappers hard te roepen dat managers als oppervlakkige fashionistas ook deze mode weer onnadenkend gevolgd hebben. Maar dat is al te gemakkelijk. De verantwoordelijkheid om de brug te slaan tussen wetenschap en praktijk ligt namelijk voor een groot deel bij de onderzoekers. Voor academici is de uitdaging om samen met managers onze wetenschappelijke inzichten te vertalen naar de specifieke situatie van hun organisaties. Er is dus werk aan de winkel om via de toepassing van onderzoek de managementpraktijk vooruit te helpen en haar daarmee van de rotonde van zelfsturing en andere managementmodes af te krijgen.

Referenties:

Beijer, A. & De Vos, E. (2015). Managen zonder managers, De Groene Amsterdammer,

Garretsen, H. (1997). Terug naar 1937? Over economische theorie en economisch beleid. Tijdschrift voor Politieke Economie, 20, 35-60.

Manz, C.C. & Sims, H.P. (1995). Business Without Bosses: How Self-Managing Teams Are Building High- Performing Companies. New York: Wiley.

Stoker, J.I. (1998). Leidinggeven aan zelfstandige taakgroepen. Assen, Koninklijke Van Gorcum (dissertatie).

Verweij, M en Stoker, J. (2000). Sturing en zelfsturing: paradox of panacee? Holland Management Review, 74, 58-66.

Stoker, J. I. , & Verweij, M. (2003). Participatie na De Sitter en In 't Veld. De sociotechniek als oerstructuur . Bedrijfskunde , 1, 76 - 84.

Te citeren als

Janka Stoker, Harry Garretsen, “Maak van zelfsturing niet de zoveelste modegril”, Me Judice, 28 april 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.