Met Griekenland geen sterke euro

Met Griekenland geen sterke euro image
5 mrt 2010 | | 3763 keer bekeken
De afspraken in het Verdrag van Maastricht niet serieus nemen, betekent de bijl zetten in een waardevaste euro stellen Harry Geels en André ten Dam. Het Verdrag staat aan de basis van de euro en voorziet in sancties tegen lidstaten die zich niet aan de afspraken houden, zoals nu Griekenland, niet in steun. Landen die zich niet aan de afspraken kunnen houden, horen in de eurozone niet thuis.

Actie Duitse economen

Nu Griekenland bijna niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, komen ook de juridische aspecten van het Verdrag van Maastricht naar voren. Dit is het verdrag op grond waarvan de EMU is opgericht en de euro als Europese gemeenschapsmunt is ingevoerd.

Zo berichtte het Duitse Handelsblatt dat een viertal vooraanstaande Duitse economen overweegt de Europese Unie en Duitsland voor de rechter te slepen om een ‘bail-out verbod’ af te dwingen indien deze overheden Griekenland financieel de helpende hand toe zullen steken.

Geen solidariteitsteun maar strikte handhaving Stabiliteitspact

Zoals deze Duitse economen terecht stellen, biedt het Verdrag van Maastricht geen ruimte voor solidariteitsteun (bail-out) aan landen die zich niet houden aan de daarin opgenomen restrictieve regels aangaande nationale staatsschulden en begrotingstekorten. In tegendeel: aan landen die deze regels overtreden, dienen op grond van het Verdrag juist sancties opgelegd te worden.

De betreffende Verdragsregels hebben tot doel de waardevastheid van de euro en de stabiliteit van de eurozone te bewerkstelligen en zijn gebaseerd op de enige en juridisch dwingende monetair-economische Verdragsnorm van houdbare prijsstabiliteit (inflatiebeheersing). Slecht economisch beleid van een individueel euroland tast de waardevastheid van de euro en de stabiliteit van de eurozone aan en werkt inflatieverhogend voor de gehele eurozone.

Omdat het Verdrag de hoogste rechtsbron van geschreven Europees Gemeenschapsrecht is, hebben deze Duitse economen juridisch een sterke zaak, indien de Europese Raad, de ECB of individuele lidstaten zouden besluiten tot financiële steun aan Griekenland. Het is overigens de vraag in hoeverre andere EU-lidstaten in deze tijden van crisis Griekenland nog wel kunnen bijspringen. De Verdragsregels inzake staatsschuld en begrotingstekorten gelden immers ook voor hen en deze regels worden ook door de meeste sterkere eurolanden al overschreden (waarvoor overigens een tijdelijke dispensatie is verleend).

Ook de ECB en de gezamenlijke lidstaten zijn door het Verdrag van Maastricht juridisch met handen gebonden. Het monetair-economische beleid is, zoals gezegd, uitsluitend gericht op en beperkt tot het bewerkstelligen van de waardevastheid van de euro en de stabiliteit van het europact, zulks dus gebaseerd op de enige en juridisch dwingende Verdragsnorm van inflatiebeheersing.

Eerdere waarschuwingen

Voorafgaand aan de invoering van de euro eind jaren negentig van de vorige eeuw hebben diverse economen uit binnen- en buitenland aangegeven dat de eurozone voorbehouden zou moeten blijven aan de economisch sterkere Europese landen met onderling convergerende economieën. Het zou onverantwoord zijn om ook de economisch zwakkere Europese landen aan de EMU en de euro deel te laten nemen. Door de toetreding tot de EMU en de euro raken zij immers de (monetair-)economische instrumenten kwijt om in moeilijke tijden hun economieën te stimuleren. Hierbij valt te denken aan het wisselkoersbeleid (devaluatie van de eigen munt is niet meer mogelijk) en het rentebeleid (wordt nu centraal in Frankfurt bepaald) en de vrijheid tot het geven van financiële overheidsinjecties (is nu aan banden gelegd door de restrictieve Verdragsregels inzake staatsschuld en begrotingtekorten).

Deze waarschuwingen dat het vroeg of laat bij economische tegenwind fout zou lopen lijken nu bewaarheid te worden. Het resultaat is aantasting van de waardevastheid van de euro en stabiliteit van de eurozone. Door de Griekse affaire is de waarde van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar in korte tijd al vijftien procent gedaald. Door hedgefondsen wordt gespeculeerd op een verdere daling van de euro.

Ook de Grieken betalen de rekening voor de beslissing tot de eurozone toe te treden. Als gevolg van de op grond van het Verdrag van Maastricht aan Griekenland opgelegde astronomische bezuinigingsmaatregelen zullen grote groepen Grieken - zonder versterking van de Griekse economie en werkgelegenheid - in armoede vervallen en wellicht noodgedwongen migreren naar de sterkere eurolanden. Zolang zwakkere Europese landen als Griekenland deel uit blijven maken van de eurozone lijkt ook het IMF aan hen geen financiële steun te willen bieden.

Met Griekenland hebben sterke lidstaten paard van Troje binnengehaald

Vanzelfsprekend dient de schuld voor de huidige economische problematiek in Griekenland de Grieken zelf aangerekend te worden. Met de toetreding tot de euro hebben ze gewoon een te grote broek aangetrokken. Bovendien hebben de Grieken zich zelf met creatief boekhouden de euro in gerommeld en hun economische zwakte bij de toetreding tot de euro en ook daarna verdoezeld.

Maar ook de politici van de sterkere lidstaten die Griekenland, in strijd met de afspraken, tot de EMU en de euro toegelaten hebben, gaan hier zeker niet vrijuit. Het besluit tot toelating van Griekenland tot de EMU en de euro is indertijd genomen bij unanimiteit van de politici van alle overige lidstaten en na voorafgaande advisering door de ECB. Zoals bekend voldeed Griekenland bij de toetreding tot de euro niet aan de criteria van het Stabiliteitspact. Naar nu blijkt hebben de ECB en de Europese Raad de Grieken toen onvoldoende gescreend.

Geruchten over Duitse steun

Nadat afgelopen weekend geruchten de kop op staken dat Duitsland (via een staatsbank) Griekenland met een lening met 15 miljard euro te hulp zou schieten, haastte Bondskanselier Angela Merkel zich publiekelijk kenbaar te maken dat er van financiële steun geen sprake zal zijn. Lang niet iedereen is daar gerust op. Nederlandse parlementariërs krijgen in een tweede spoeddebat over de kwestie de gelegenheid de regering aan de tand voelen wat de in het Verdrag van Maastricht gemaakte afspraken nog waard zijn.

Te citeren als

André ten Dam, Harry Geels, “Met Griekenland geen sterke euro”, Me Judice, 5 maart 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.