Mijn economiemuseum: het raadsel geld

Mijn economiemuseum: het raadsel geld image
Afbeelding ‘Burned Money’ van W.T. Pfefferle (CC BY-NC-ND 2.0)
10 okt 2016 | |commentaar

Bas Haring zet zich onverminderd in om zijn economiemuseum in te richten. Geld kan niet ontbreken in zo’n museum, maar het moet volgens hem anders tentoongesteld worden dan een serie munten. Door naar de economie van alledag te kijken probeert hij in deze aflevering het raadsel geld te ontwarren. Over verlopen boekenbonnen die toch als ‘geld’ kunnen functioneren.

Het wezen van geld

Een economiemuseum is iets anders dan een geldmuseum. Van geldmusea zijn er zat. Die in Utrecht is al weer een tijdje gesloten, maar het lijkt erop alsof het museum van De Nederlandsche Bank een en ander overgenomen heeft. In ieder geval verwijst de url www.geldmuseum.nl nu naar de website van dnb.

Geld is ook een lekker concreet onderwerp. Fijn om tentoon te stellen: Muntjes van vroeger, een goudstaaf, papiergeld uit de crisisjaren. Ik vind ook wel dat een economiemuseum iets over geld zou moeten zeggen. Maar dan moet dat museum iets laten zien over het wezen van geld. Geen muntjes tentoonstellen. Dat is nog niet zo eenvoudig. Het is niet makkelijk om het wezen van geld goed beeldend uit te leggen. Maar het is vooral niet zo eenvoudig om te weten wat het wezen van geld is. Dat heb ik zelf ondervonden.

Kennisoverdracht

Als mensen wetenschap proberen uit te leggen, of iets anders dat ingewikkeld is, dan proberen ze meestal het eindresultaat, de kennis, over te dragen. Dat is zelfs zo standaard dat vermoedelijk sommige lezers bij de vorige zin gedacht zullen hebben: "Allicht, het uitleggen van ingewikkelde dingen heet toch niet voor niets kennisoverdracht?" Maar in plaats van kennis over te dragen kun je ook proberen te vertellen hoe die kennis langzaam tot stand gekomen is. Stukje bij beetje. Dat kan door de geschiedenis te beschrijven: eerst dacht men dit, daarna dat enzovoorts. Maar het kan ook door een concreet geval te beschrijven van iemand die zich vergist. Dat laatste lijkt me handig als het gaat om geld. En degene die zich vergist heeft ben ikzelf.

Wat is geld?

Vraag iemand die weinig weet over economie wat geld is en je krijgt vermoedelijk een als antwoord "een betaal- of ruilmiddel". Dat is het ook. Bovendien kan het, omdat het een ruilmiddel is, ook nog gebruikt worden als opslag van waarde, en is het ook nog een eenheid van waarde. Zoals meters een eenheid van lengte zijn. Toch dekt "ruilmiddel" onvoldoende de lading. Geld is meer dan dat. Het is ingewikkelder. Iets waar ik mijn vinger lang niet op kon leggen.

Op een gegeven moment – ik wist toen al iets over economie – dacht ik dat ik het door had. Geld zou te begrijpen zijn als een bioscoopkaartje. Net als geld heeft zo'n kaartje zelf geen waarde. Het is een waardeloos briefje dat je in kunt ruilen voor iets anders dat wel waardevol is. De vergelijking hielp me. Zo hielp-ie me inflatie te begrijpen. Als er méér bioscoopkaartjes uitgegeven worden dan dat er bioscoopstoelen zijn, dan gaat er iets gebeuren. Wat precies laat ik even in het midden, maar ik kan me voorstellen dat zo'n kaartje dan gaat gelden als een lot, dat een kans vertegenwoordigt op een bioscoopstoel. Of misschien gaat één zo'n kaartje dan wel staan voor een stukje van een stoel. Maar in ieder geval is het duidelijk dat, als er "te veel" bioscoopkaartjes worden uitgegeven, meerdere bioscoopkaartjes nodig zijn voor één bioscoopstoel. Of, met andere woorden, zo'n stoel is er duurder op geworden in termen van bioscoopkaartjes. Voilà: inflatie. Ik had het begrepen.

Ik heb zelfs die bioscoopkaartjes-metafoor gebruikt toen ik een keer op televisie uitlegde wat er gebeurt wanneer je vijfhonderd euro in de fik steekt. Ik had zojuist een duur horloge kapot geslagen – een horloge dat door het televisieprogramma beschikbaar was gesteld en dat er feitelijk alleen maar duur uitzag. En ik had vijfhonderd euro verbrand. Een echt briefje van vijfhonderd, dat ik zelf bij een bankkantoor besteld had. Van mijzelf. Retorisch vroeg ik aan de presentatoren van het programma in welk van beide gevallen er waarde verloren was gegaan. Toen ik het horloge kapot sloeg, of toen ik vijfhonderd euro verbrandde?

Er gaat geen waarde verloren als je vijfhonderd euro in de fik steekt, legde ik uit. Want geld is te vergelijken met een bioscoopkaartje. Steek je zo'n kaartje in de fik, dan verdwijnt er niet ergens een bioscoopstoel of zo. Je kunt gewoon een nieuw kaartje vragen. Maar als de bioscoop slim is verkopen ze gewoon hetzelfde kaartje nog een keer. Feitelijk heb je het kaartje teruggegeven aan de bioscoop. En hetzelfde geldt voor geld. Als je vijfhonderd euro verbrandt, dan geef je het terug aan De Nederlandsche Bank.

Ik dacht echt dat ik het begrepen had.

Manke metafoor

Maar de vergelijking tussen geld en bioscoopkaartjes gaat mank. Zo'n kaartje is een soort van tegoedbon die direct verwijst naar iets van waarde. Maar geld doet dat niet. Het kwartje viel pas bij me toen ik me realiseerde dat geld eerder te vergelijken is met een bioscoopkaartje voor een film die al vertoond is. Werkelijk waardeloos. En het belooft echt helemaal niets. Slechts omdat we geld in zijn betekenis gebruiken, en erop vertrouwen dat het die betekenis behoudt, kunnen we geld als ruilmiddel gebruiken.

Het schijnt dat oud-president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink regelmatig zei dat geld "gestold vertrouwen" is. Dat zal best kloppen. Maar niemand weet in één keer wat daarmee bedoeld wordt. Om te kunnen begrijpen wat die uitspraak betekent moet je langzaam naar dat begrip toewerken. En daarom komt er in het economiemuseum een verhaaltje. Met begeleidende plaatjes weliswaar; het blijft een museum. Het verhaaltje gaat niet over bioscoopkaartjes maar over andersoortige tegoedbonnen; tegoedbonnen voor taarten.

Het schijnt dat Nout Wellink regelmatig zei dat geld 'gestold vertrouwen' is. Dat zal best kloppen. Maar niemand weet in één keer wat daarmee bedoeld wordt.

Ik heb het verhaaltje een keertje eerder opgeschreven – in een boek – en ik heb het zelf bedacht, maar ik heb het een econoom ook horen vertellen. Tijdens een etentje met mensen die ik nauwelijks kende. Hij vertelde het op haast dezelfde manier als ik zelf had opgeschreven. Blijkbaar is het een voor de hand liggend verhaaltje. Maar vooral is het verhaal gedeeltelijk een vergissing. Omdat het doet alsof geld een tegoedbon is.

"Stel je voor dat je iemand voor zijn verjaardag een taart wilt geven. Dan kun je hem, in plaats daarvan ook een tegoedbon geven voor een taart: 'Lever deze bon bij me in en je krijgt een taart van me.' Dat is een prima cadeau. De jarige kan die bon natuurlijk incasseren, maar hij kan hem ook doorgeven: aan iemand die er bijvoorbeeld het gras voor maait. De tuinman in kwestie kan de bon allicht inruilen voor taart, maar hij kan de bon ook voor iets anders gebruiken. Enzovoorts. Het is mogelijk dat de taartentegoedbon rond blijft zingen maar nooit wordt gebruikt. En dat is geld."

Dit was het verhaal zoals mijn tafelgenoot het vertelde, en was letterlijk het verhaal zoals ik dat eerder opgeschreven had. Alleen klopt het niet. Niet helemaal. Geld is geen tegoedbon. Tegoedbonnen kun je niet eindeloos bij blijven drukken omdat er een tegoed tegenover moet staan. Daarom moet het verhaaltje een vervolg krijgen: "En stel je nou eens voor dat je iemand een tegoedbon geeft voor 'tuurt' in plaats van voor taart. Niemand weet wat 'tuurt' is en feitelijk betekent het ook niks. Ook dan kan diezelfde bon werken. En dát is geld!"

Maar misschien zijn verlopen boekenbonnen een nóg beter voorbeeld. In mijn studententijd was het in mijn groepje vrienden vrij gebruikelijk om boekenbonnen te gebruiken als geld. Was je even blut en wilde je wel mee uiteten, dan betaalde je mee via een boekenbon. Ik had altijd wel boekenbonnen slingeren en er was altijd wel iemand die zo'n bon accepteerde. Toen we wat verder in onze studie kwamen kregen de meesten van ons wat meer geld en de boekenbon werd steeds minder als betaalmiddel gebruikt. Op een gegeven moment waren er nog maar een paar boekenbonnen in omloop. Tijdens een etentje hebben we die boekenbonnen eens beter bekeken, en het bleek dat geen van de boekenbonnen nog geldig was. Sterker nog, dat waren ze al minstens een jaar niet meer. Maar dat deed er niets aan af dat ze hun functie als geld al die tijd prima vervuld hadden.

Gestold vertrouwen

Zo'n verhaaltje gaat er in het economiemuseum komen. Eerst maakt het invoelbaar dat geld te vergelijken is met een tegoedbon. Dan laat het zien dat tegoedbonnen gebruikt kunnen worden als geld. En daarna vertelt het dat tegoedbonnen die nergens tegoed voor staan óók werken. Zo lang iedereen ze maar als zodanig gebruikt en vertrouwt. Als je zo'n verhaaltje vertelt, dan kun je misschien het wezen uitleggen achter de uitspraak: "Geld is gestold vertrouwen."

Te citeren als

Bas Haring, “Mijn economiemuseum: het raadsel geld”, Me Judice, 10 oktober 2016.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.