Ongepast scherpe uitval van Israël richting PGGM

Ongepast scherpe uitval van Israël richting PGGM image

Afbeelding ‘IDF soldier at Wailing Wall’ van Corey Jackson (CC BY-NC-ND 2.0)

18 jan 2014 | | 469 keer bekeken

Het pensioenfonds PGGM heeft zich terugtrokken uit vijf Israëlische banken op grond van haar verantwoorde beleggingsbeleid en Israel reageerde als door een wesp gestoken. De Maastrichtse hoogleraar Hummels neemt deze casus onder de loep en kan niet anders concluderen dat de reactie van Israel overtrokken is. PGGM heeft gewoon het recht om afscheid te nemen van beleggingen die niet passen in haar eigen beleid. En men moet niet denken dat het beleid van een 'kleine' speler als PGGM enige effect zal hebben op de financiering van nederzettingen.

Verantwoord beleggen PGGM

Eens in de zoveel tijd vindt er in Nederland een discussie plaats over maatschappelijk ongewenste investeringen. Na acties tegen apartheid in Zuid-Afrika in de jaren zeventig en tachtig, kritiek op Shell in 1995 volgend op de dood van Ken Saro Wiwa en discussies over clustermunitie in 2007, zijn vandaag de investeringen in door Israël bezette gebieden voorpaginanieuws. Deze discussie loopt al geruime tijd en wordt in Nederland, wegens de politieke gevoeligheid ervan omzichtig en zorgvuldig gevoerd. Aan Israëlische zijde lijkt evenwel sprake van een zekere escalatie. Nadat de Israëlische krant Haaretz op 8 januari meldde dat PGGM zich terugtrok uit vijf Israëlische banken op grond van haar verantwoorde beleggingsbeleid, is er een stroom van reacties op gang gekomen – tot en met het ontbieden van de Nederlandse ambassadeur toe.

Wat gebeurt hier nu werkelijk?

Naar aanleiding van de clustermunitiediscussie in 2007 hebben de gezamenlijke Nederlandse pensioenfondsen een ‘Praktische Commissie’ ingesteld. Het rapport van de commissie heeft ertoe geleid dat inmiddels vrijwel alle pensioenfondsen beleid voeren op het terrein van verantwoord beleggen. De pensioenfondsen gebruiken daarbij de 10 uitgangspunten van de VN Global Compact vaak als referentiekader. Bescherming van mensenrechten en het respecteren van internationaal recht spelen in dit kader een belangrijke rol. Het logische gevolg van het hebben van een verantwoord beleggingsbeleid is het uitvoeren ervan en het afleggen van verantwoording daarover. In het geval van de vijf Israëlische banken heeft PGGM besloten de investeringen van de hand te doen, nadat duidelijk was geworden dat de banken hun betrokkenheid bij financieringen in de bezette gebieden niet wilden en zelfs niet konden terugtrekken. Investeren in de bezette gebieden is voor de betreffende banken bij wet verplicht en buitenlandse inmenging in het beleid wordt – zeker door de Israëlische regering en haar sympathisanten – gezien als ongepast. Zo sprak SGP-voorman Van der Staaij in het programma Knevel en Van de Brink over “een geur van boycot” en gooide daarmee nog eens olie op het vuur. Hij is niet de enige.

Waar draait discussie om?

In de discussie komen aspecten naar voren die voorbij gaan aan waar het hier in de kern om draait: een verschil van inzicht tussen private partijen die in het verleden op vrijwillige basis een (investerings)contract zijn aangegaan. Wat zijn die aspecten waar men zich druk over maakt?

  • De angst bestaat dat als er een schaap over de dam is er mogelijk meer zullen volgen. Dat is verre van waarschijnlijk. Niet alle pensioenfondsen hebben een zo ver uitgewerkt beleid als PGGM. Het verleden wijst uit dat andere pensioenfondsen de maatregelen van PGGM inzake PetroChina of Walmart lang niet altijd volgen.
  • De desinvestering is ongepast, aldus de Israëlische regering, "in de geest van de warme vriendschap tussen de twee landen". De Nederlandse regering wordt gevraagd zich uit te spreken tegen stappen, "die de relaties tussen Nederland en Israël alleen maar beschadigen". Dit argument gaat voorbij aan het karakter van de beslissing: een private stichting besluit niet langer te investeren in vijf banken die handelen in strijd met de uitgangspunten van de stichting. De discussie wordt bewust naar een politiek niveau getrokken waar noch de Nederlandse regering, noch PGGM passend op kunnen reageren. Anders dan in Israël gaat in Nederland de overheid niet over private investeringen.
  • Het signaal komt op een ongelukkig moment nu minister Perry tracht Israël en de Palestijnen opnieuw rond de tafel te krijgen. Dit punt gaat voorbij aan het feit dat PGGM geen politieke intentie heeft, maar invulling geeft aan haar beleid. Daarbij komt dat een desinvestering van 9 miljoen euro betekenisloos is binnen het geopolitieke kader waarbinnen de Israëlisch-Palestijnse betrekkingen tot stand komen.
  • PGGM zou inconsistent beleid voeren. De werkelijkheid is dat vermogensbeheerder ook in het verleden bedrijven heeft uitgesloten die handelen in strijd met het beleggingsbeleid. Zo sloot PGGM in 2008 PetroChina uit omdat de Chinese moederonderneming CNPC betrokken zou zijn bij mensenrechtenschendingen in Soedan.

Hoe materieel is dit nu?

De discussie wijst uit dat politiek en handel in onze mondiale wereld onderscheiden zijn, maar nooit gescheiden. De werkelijkheid is dat de nederzettingen gefinancierd zullen blijven. Is het niet met geld van Nederlandse pensioenfondsen dan wel met dat van Amerikaanse investeerders. Dat is dan ook het enige dat in de praktijk gebeurt: de ene investeerder vervangt de andere.

De vraag die men wel mag stellen is die naar de effectiviteit van het ingezette instrumentarium. Als het er PGGM om te doen is het beleid van de banken te beïnvloeden, is het de vraag of een individuele dialoog zinvol is. Zelfs een grote belegger als PGGM is maar een zandkorrel in de woestijn van investeringen. Zeker als die investeringen plaats vinden binnen een politiek gevoelige context. Samenwerking met andere universele beleggers zoals APG, het Noorse pensioenfonds, de Zweedse AP-fondsen, het Amerikaanse TIAA-CREF en vele anderen, zou dan op zijn plaats zijn geweest. Maar als het gewoon gaat om het vaststellen van een incompatibiliteit tussen het beleid van de banken en dat van de belegger, dan is er weinig aan de hand. PGGM heeft vanzelfsprekend het recht om afscheid te nemen van beleggingen die niet passen in haar eigen beleid. Juist omdat de vermogensbeheer getracht heeft dat zeer discreet te doen, valt haar weinig te verwijten. De Israëlische regering en haar sympathisanten reageren dan ook met een scherpte die niet past bij de ernst en de omvang van de situatie. Wat meer gevoel voor verhoudingen, zou hier gepast zijn.

* Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in Trouw van 17 januari 2014.

Te citeren als

Harry Hummels, “Ongepast scherpe uitval van Israël richting PGGM”, Me Judice, 18 januari 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.