Scoor financieel adviseurs op onafhankelijkheid

calculator
Afbeelding ‘calculator’ van Marie Andersson (CC BY-NC-SA 2.0)
14 apr 2014 | | 618 keer bekeken
De consument is gebaat bij het publiceren van een score die de mate van onafhankelijkheid van financieel adviseurs weergeeft. Dit komt de kwaliteit van het advies ten goede. Daarnaast kunnen consumenten zo makkelijker onafhankelijke adviseurs herkennen. Een maatstaf voor onafhankelijkheid is eenvoudig te maken, stelt Fred de Jong.

Provisieverbod niet afdoende

De mate van onafhankelijkheid van een financieel adviseur hangt sterk af van het verdienmodel en zeggenschapsverbanden. Van oudsher werden tussenpersonen (onafhankelijke financieel adviseurs) via provisie betaald door de aanbieders van financiële producten, de banken en verzekeraars. Deze prikkel heeft er mede toe geleid dat financieel advies tot een productgedreven markt is verworden in plaats van adviesgerelateerd. Er moest een product worden geadviseerd om inkomsten te verdienen.

Met de invoering van een provisieverbod per 2013 tracht de overheid de financiële banden tussen banken en verzekeraars enerzijds en tussenpersonen anderzijds door te knippen. Om daarmee ook de onafhankelijkheid van het advies door tussenpersonen beter te waarborgen. De overheid heeft er echter voor gekozen om provisie alleen te verbieden voor de advisering in complexe en impactvolle financiële producten. Onafhankelijke financieel adviseurs kunnen dus nog steeds provisie ontvangen voor hun bemiddeling in schadeverzekeringen en consumptief krediet.

Maar ook zonder de aanwezigheid van een provisieprikkel bestaan er nog andere vormen van financiële banden tussen aanbieders en adviseurs. Bijvoorbeeld financieringen van de portefeuille of het bezit van aandelen.

Het is dan ook de vraag in hoeverre tussenpersonen na invoering van het provisieverbod daadwerkelijk onafhankelijk zijn. Veel tussenpersonen zijn beperkt in het aantal aanbieders waarmee men kan samenwerken. Banken en verzekeraars willen niet met elke adviseur zaken doen en tussenpersonen maken soms gebruik van preferred suppliers. De echt onafhankelijke tussenpersonen hebben verder moeite om hun onderscheidende waarde ten opzichte van verkoopadviseurs bij banken en verzekeraars duidelijk te maken.

Scoren op onafhankelijkheid

Gezien de verschillende definities van de term onafhankelijkheid, is het verstandig om deze term niet willekeurig te gebruiken. Beter is het om een oplopende schaal van onafhankelijkheid te gebruiken. Bijvoorbeeld van nul (totaal afhankelijk) naar tien (totaal onafhankelijk). Daartoe zou een onafhankelijkheidslabel moeten worden ingesteld. Het aanbrengen van labels helpt consumenten beter geïnformeerde beslissingen te nemen. Zoals dat nu bijvoorbeeld ook gebeurt op het gebied van milieu en energie (auto’s, woningen, wasmachines etc.).

De toezichthouder zou kunnen toezien op het juiste gebruik van de onafhankelijkheidsscore richting de consument in reclames, dienstenwijzers, website, en adviesgesprekken. Een model dat hiervoor kan worden gebruikt, is als volgt: voor elke vorm van onafhankelijkheid ontvangt een financieel adviseur een punt. Naarmate er meer punten worden gescoord, is de onafhankelijkheid groter, met een maximum van tien punten bij een kantoor dat als 100 procent onafhankelijk kwalificeert.

Scoretabel voor bepalen onafhankelijkheid tussenpersoon (10 punten = maximaal onafhankelijk)

1. Beloning geheel op basis van provisie cliënt (ook schadeverzekeringen)

2. Eigen AFM-vergunning bemiddelen of adviseren

3. Geen volledig eigendom van een bank of een verzekeraar

4. Geen contractuele productieverplichting

5. Geen hypotheek op kantoorpand door aanbieder waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten

6. Geen lening bij aanbieder waarmee samenwerkingsovereenkomst is gesloten

7. Geen voordelige financiering van de portefeuille

8. Geen voorkeursmaatschappijen (evenredige spreiding van productie). Bij elk advies wordt een zo groot mogelijk aantal producten en aanbieders betrokken in de analyse.

9. Niet meer dan 10 procent aandelenbezit door een aanbieder

10. Niet meer dan 50 procent aandelenbezit door een aanbieder

Overigens zegt deze scoretabel nog niet alles over de kwaliteit van een intermediair. Ook een kantoor dat op basis van deze objectieve criteria 100 procent onafhankelijk is, kan in haar gedragingen verkeerde adviezen geven of met een zeer beperkt aantal aanbieders samenwerken. Het model kan wel helpen om de consument de mate van onafhankelijkheid van een intermediair, voorafgaand aan het advies vast te laten stellen. Omdat de kans op een goed advies groter wordt naarmate de onafhankelijkheid toeneemt. En daarmee wordt in ieder geval een deel van de informatiekloof gedicht.

In het beschreven model onafhankelijkheidslabel is de manier van beloning van de intermediair niet belangrijker dan de andere aspecten van onafhankelijkheid, omdat daarover voor de consument geen onduidelijkheid bestaat. Door de invoering van het provisieverbod, bij complexe en impactvolle producten, en de toegenomen (weliswaar passieve) transparantie bij schadeverzekeringen, is het voor de consument helder of een intermediair door de aanbieder wordt betaald of dat de klant zelf direct aan het intermediair de beloning betaalt via een vergoeding (urendeclaratie, abonnement of vast tarief).

Het volledige artikel is hier te raadplegen.

Te citeren als

Fred de Jong, “Scoor financieel adviseurs op onafhankelijkheid”, Me Judice, 14 april 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.