Simpele economie is het moeilijkst

Simpele economie is het moeilijkst image
2 dec 2011 | | 1973 keer bekeken
Economen maken in hun race naar de toptijdschriften vaak ingewikkelde analyses, waardoor ze soms simpele zaken over het hoofd zien. De maatschappij betaalt de rekening, stelt Tsjalle van der Burg. Economen moeten meer beoordeeld worden op hun waarde voor de samenleving en niet eenzijdig op de waarde voor de pure wetenschap.

De optimale prijs is nul

Toen de KNVB, in 1996, de samenvattingen van de eredivisie achter de decoder wilde plaatsen, moest ik net tentamenvragen maken voor het vak Inleiding Economie. Ik vroeg of het plan goed was voor de welvaart. Veel studenten begonnen hun antwoord met een regel uit het leerboek: de Pareto-efficiënte prijs van een product is gelijk aan de marginale kosten, oftewel de kosten van één extra product voor één consument. Een aantal stelde vervolgens dat de marginale kosten van televisiebeelden nul zijn. Immers, de productiekosten van een zender gaan niet omhoog als er een kijker bijkomt. En dus is de optimale prijs van voetbalbeelden nul, en betaaltelevisie onnodig. Ja, bij ons in Twente lopen goede studenten rond. Om het voor lezers uit de Randstad wat simpeler uit te leggen: in vergelijking met de situatie met betaaltelevisie zullen bij een coderingsverbod, oftewel een prijs van nul, meer mensen van voetbalbeelden genieten zonder dat er meer kosten zijn - zodat de welvaart hoger is.

Sommige van mijn studenten gaven ook de uitzondering op de marginale kostenregel: hij geldt niet als de resulterende prijs zo laag is dat de producent ermee kapt. Want dan heeft men niets. Weer correct! Ik geef nu zelf het vervolg. Voetbalbeelden zullen ook zonder decoders altijd worden uitgezonden, omdat de reclameopbrengsten de kosten overtreffen. Dit kan zonder belastinggeld, zoals commerciële zenders bewijzen. Wel kan een coderingsverbod de inkomsten van zenders verlagen, en via hen ook die van clubs en spelers. Dat is niet erg, want de voetbalsector heeft tussen 1870 en 1990 bewezen zonder decoders zeer vermakelijk voetbal te kunnen leveren. De uitzondering geldt dus niet; een coderingsverbod is zinvol.1

Nu heeft de Nederlandse overheid bepaald dat de samenvattingen van de eredivisie gratis blijven. Maar Spanje geeft betaaltelevisie wel alle ruimte, waardoor Spaanse topclubs veel verdienen en altijd van Ajax winnen. Tegelijkertijd moeten Spaanse kijkers flink dokken, ook weer niet goed. En dus moet er voor voetbal een Europees coderingsverbod komen. Hiermee helpt Europa de mensen op direct zichtbare wijze, wat Europa weer iets populairder kan maken - momenteel geen overbodige luxe. Simpel allemaal. Juist vanwege de eenvoud zegt Groot (2008, p.154) het volgende over een Europees coderingsverbod voor voetbalbeelden: “a more convincing case for government intervention is hardly conceivable.” Echter, bij mijn weten heeft verder nog geen enkele topeconoom voor zo’n verbod gepleit. Wat is er mis met de economische wetenschap?

Diepgang in de wetenschap

Veel wetenschappers baseren zich op het adagium “In der Beschränkung zeigt sich der Meister”. Oftewel: als men het onderzochte probleem inperkt, wordt het makkelijker om de voor bewijzen benodigde diepgang te krijgen. Zo richten wiskundig economen zich altijd op een beperkt aantal variabelen, teneinde de relaties met ingewikkelde, diepgaande modellen te kunnen analyseren. Ook in andere takken van economie richt men zich vaak op een beperkt aantal onderdelen van het systeem en hun onderlinge verbanden; er is vaak sprake van vergaande specialisatie. Focus past dus bij wetenschap. Maar in principe mag men ook een bredere visie ontwikkelen, en meer zaken tegelijk analyseren. Dat kan via kwalitatieve analyses, zoals historici vaak doen. Maar economen doen dit niet zo vaak, want hun toptijdschriften eisen vooral wiskundige of statistische analyses.

Eenvoud in de praktijk

Een goede adviseur denkt anders. Hij moet álle oorzaken en mogelijke oplossingen van een probleem analyseren. Bij elke beleidsoptie moeten alle voor- en nadelen worden afgewogen, ook als ze niet goed onderzocht zijn. Gezond verstand, en het vermogen hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden, is hier dan ook belangrijker dan superieure intelligentie. Er geldt, met enige overdrijving: “In der Beschränkung zeigt sich der Idiot”. Het probleem is nu dat veel topadviseurs van de overheid dit geworden zijn omdat ze hadden gescoord in wetenschappelijke tijdschriften, via analyses waarbij veel factoren die in werkelijkheid belangrijk zijn genegeerd werden. Dat is gevaarlijk.

Riskante adviseurs

Zo kregen we adviseurs die het prima vonden als banken het risico van wanbetaling op door henzelf verstrekte hypotheken doorspeelden naar andere partijen, zodat ze zelf minder risico liepen. Ze baseerden zich hierbij op diepgaande modellen welke aantoonden dat risico minder erg is als het over veel partijen gespreid wordt. Maar de modellen negeerden het simpele feit dat banken die zelf nauwelijks meer risico lopen, dus ook makkelijk hypotheken kunnen verstrekken aan niet-kredietwaardige klanten – zolang de partijen die het risico overnemen die klanten niet kennen maar hun kredietwaardigheid beoordelen met statistische modellen (Skidelsky, 2010). Ziedaar een deel van het recept voor de Amerikaanse huizencrisis. Economische adviseurs hebben ook allerlei andere simpele gevaren over het hoofd gezien, waardoor ze de rampspoed van de laatste vijf jaar flink hebben bevorderd.

Juist omdat zijn publicaties maar een klein deel van de werkelijkheid vangen, zal een wetenschapper die voor het eerst advies moet geven zich toch wel wat onzeker voelen. Er is dan gelukkig een veilige weg: hetzelfde zeggen als anderen. Als men dan fout zit, blijft de reputatieschade beperkt. Dit blijkt wel uit het feit dat veel topadviseurs die niet tegen de crisis hebben gewaarschuwd nog steeds een goede naam hebben. Kuddegedrag kan ook verklaren waarom zoveel economen in de jaren vóór de crisis steeds weer voor marktwerking en deregulering pleitten. Niet dat dit altijd fout was, maar soms ontbrak een goede afweging van alle voor- en nadelen.

Onlangs kwamen Buiter en Rahbarie (2011) met een prima voorstel: leg nu al juridisch vast hoe, over tien jaar, een eventuele schuldherstructurering van een zwak euroland vorm krijgt, zodat zaken dan snel kunnen worden afgewikkeld. Beleggers in staatsobligaties, waaronder banken, weten zo vooraf dat ze bij te hoog oplopende schulden verliezen kunnen lijden die dan redelijk voorspelbaar zijn. Door deze voorspelbaarheid wordt ook de kans op een bankencrisis kleiner. Helaas komt het voorstel voor de huidige crisis te laat. Als het voorgestelde plan al in 2000 was gerealiseerd, was Griekenland nu een veel kleiner probleem geweest. Maar destijds dachten de meest invloedrijke kuddes adviseurs niet na over wat te doen als een euroland de begrotingsafspraken zou schenden en te hoge schulden zou krijgen. Terwijl dit toch een hoofdvraag had moeten zijn. Economen zijn slecht in hoofdzaken.

Nog meer slechte adviseurs

Onze toekomstige adviseurs dreigen nog slechter te worden. Steeds grotere publicatiedruk dwingt de jongste generatie onderzoekers zich nog meer te specialiseren. En de tijdschriftredacties die over hen oordelen zitten vol met economen die geloven in wiskunde, statistiek, en theorieën zoals de theorie van de rationele verwachtingen welke flink aan het geloof in de vrije markt en de deregulering van het bankwezen heeft bijgedragen - en dus aan de crisis. Dat zulke economen dit jaar wederom een Nobelprijs hebben gewonnen, zal veel redacties sterken in het geloof dat, ondanks de crisis, hun visie in wezen juist is..

De belangrijkste ontwikkeling van de laatste vijftig jaar is dat Oost-Aziatische ontwikkelingslanden zich in recordtempo hebben omgevormd tot economische toppers. Dit gebeurde door de markt sterk te reguleren. Economen die dit beleid hebben vormgegeven, of geanalyseerd, hebben nooit een Nobelprijs gewonnen. Dat zegt wat over het blikveld van veel van de topeconomen die het Nobelprijscomité adviseren. De Aziaten, die van afstand toekijken hoe het westen zich laat adviseren door dit soort economen, lachen in hun vuistje.

Tijd voor verandering

Het is tijd de wijze waarop onze academische economen door hun werkgevers beoordeeld worden, te veranderen. Niet de eisen van de huidige toptijdschriften moeten leidend zijn, maar de behoefte van de maatschappij aan kennis die de partiële analyse overstijgt. Hierover moet binnen de wetenschap een discussie komen. En daar ligt meteen het probleem. Veel ‘machthebbers’ in de wetenschap danken hun status aan ingewikkelde analyses van delen van het economisch systeem.. En juist zij zullen moeten gaan inzien dat minder briljante analyses soms tot betere adviezen kunnen leiden. Dat zal niet makkelijk zijn. Daarom leg ik nog eens uit wat mijn studenten al begrepen. Als iemand zijn televisie aanzet, stijgen de kosten van de zender niet. En het mooiste doelpunt aller tijden, dat van Maradonna op het WK van 1986, werd geproduceerd zonder enige hulp van decoders. En dus verhoogt een coderingsverbod de welvaart. Is dat echt te eenvoudig om te begrijpen, topeconomen?

Voetnoot

1. Voor een eenvoudige analyse van enkele andere punten die hierbij kunnen spelen, zie Van der Burg 2010.

Referenties

Buiter, W. en E. Rahbarie (2011), “Wie faalt betaalt: een derde weg voor de eurozone.” Me Judice, 22 september 2011.

Burg, T van der, 2010, Een kleine economie van het voetbal. Nieuwegein, Arko Sports Media.

Groot, L., 2008, Economics, Uncertainty and European Football. Cheltenham, Edward Elgar.

Skidelsky, R. 2010, Keynes. De Terugkeer van de Meester. Amsterdam, De Bezige Bij.

Bron foto: Flickr

Te citeren als

Tsjalle van der Burg, “Simpele economie is het moeilijkst”, Me Judice, 2 december 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.