Subsidie schone energie zonder klimaatverdrag werkt contraproductief

Protestbom Greenpeace
Afbeelding ‘Cottbus: Protest gegen…’ van GuenterHH (CC BY-ND 2.0)
14 jan 2011 |
Het tegengaan van de opwarming van de aarde zonder strikte beperking van CO2 via een klimaatverdrag gaat niet werken. Beperking van CO2 van één activiteit zonder CO2-beprijzing lokt andere activiteiten uit waardoor CO2 weer toeneemt. En stimulering van zon en wind met subsidies vergroot het verbruik alleen maar, stelt Jeroen van den Bergh.

Voorstanders van subsidies voor schone energie treft men aan ter linker- en rechterzijde van het politieke spectrum. Eén argument is dat we niet hoeven te rekenen op een post-Kyoto klimaatverdrag dat effectief zal zijn in het realiseren van een veilige CO2-concentratie in de atmosfeer door emissiereductie. Zo’n verdrag wordt door velen zelfs als onnodig beschouwd, omdat men meent dat individuele landen, Nederland in het bijzonder, ook snel tot grootschalige toepassing van schone energie kunnen komen en wel met directe stimulering van schone technieken. Dit geeft echter een foutief signaal af. Technologiestimulerend beleid zoals Duitsland de afgelopen decennia heeft gevoerd, is geen substituut voor milieuregulering. Beide zijn nodig.

Uiteraard is het mogelijk dat Duitsland een ‘first mover advantage’ heeft gerealiseerd door subsidies voor zonnepanelen. Leuk voor Duitsland, maar het garandeert geen oplossing voor het klimaatprobleem. Misschien was het subsidiegeld beter besteed aan internationale campagnes om steun te verwerven voor een klimaatverdrag.

Groene paradox en rebound

Als we de prijs van fossiele brandstoffen niet verhogen maar die van schone energie wel kunstmatig verlagen via subsidies of prijsgaranties, zal het energiegebruik alleen maar worden gestimuleerd. De Duitse econoom Hans-Werner Sinn (2008) heeft gewezen op het risico van een zogenaamde 'groene paradox': een lagere prijs van schone energie vormt een stimulans voor versnelde uitputting van fossiele brandstofvoorraden met het risico dat de prijs daarvan daalt en de vraag toeneemt. De versnelde uitputting is het gevolg van marktconcurrentie en de dreiging van een schoon alternatief, waardoor de waarde van olievoorraden in de bodem daalt.

Het probleem van de groene paradox zit hem in het feit dat we klimaatoplossingen niet koppelen aan oliemarkten. Dit wordt geïllustreerd door een toepassing van het massabalans principe uit de thermodynamica: een reductie van CO2 in de atmosfeer moet voornamelijk worden gerealiseerd door een vermindering van fossiel brandstofgebruik, aangezien de enige alternatieven, namelijk bosaanplant en koolstofafvang en -opslag, een zeer beperkte capaciteit bieden voor emissiereductie. De groene paradox heeft echter een bredere betekenis: ook strategieën als energiebesparing via energie-efficiëntere technologieën en inzet van nucleaire energie voor elektriciteitsopwekking dringen de vraag naar fossiele brandstoffen terug zonder rekening te houden met aanbodsreacties.

Meer algemeen geldt dat indien de prijs van energie te laag wordt gehouden, energiebesparing minder effectief is, omdat het leidt tot zogeheten 'rebound' ('terugkaatsing'). Dit is indirect energiegebruik doordat nieuwe activiteiten worden uitgelokt door de initiële energiebesparing. Voorbeelden zijn de aankoop van zwaardere of snellere apparaten of apparaten met meer functie (bijv. auto’s met airco en gips), herbezetting van financiële besparingen door energiebesparing, of diffusie van energie-efficiëntere technologieën naar nieuwe toepassingen (Van den Bergh, 2011). Jevons (1865) was de eerste die wees op het risico van rebound. Hij nam waar dat technische verbeteringen resulterend in een verhoogde efficiëntie van het gebruik van kolen leidde tot meer consumptie ervan in allerlei soorten activiteiten. De notie 'Jevons paradox' wordt tegenwoordig gebruikt om meer dan 100 % rebound aan te duiden.

Ter vermijding van rebound moet men niet alleen schone energie goedkoper maken maar vuile energie ook duurder, of nog beter, een harde grens opleggen aan CO2emissies en die koppelen aan een variabele CO2 -prijs (ofwel, een systeem van verhandelbare CO2-rechten). Er is dus geen gemakkelijke oplossing voor klimaatverandering zonder 'economische pijn'.

Milieuregulering is onvoldoende

Omgekeerd, milieuregulering alleen, dus zonder technologiebeleid, is ook onvoldoende, want dit zal de keuze voor kosteneffectieve opties stimuleren, ten nadele van milieutechnologieën die op lange termijn beter presteren. Economische studies laten overigens zien dat we niet veel moeten verwachten van technologische innovatie op korte termijn. Dit komt door het trage proces van innovatie, van uitvinding tot grootschalige markttoepassing. De bulk van emissiereducties op middellange termijn moet komen van veranderingen in gedrag gebruikmakend van reeds bestaande technologie en gestimuleerd door prijsverhogingen van fossiele brandstoffen. Dit laat onverlet dat na 2040 een grootschalige transitie naar hernieuwbare energie alleen mogelijk is door fundamentele doorbraken in technologisch onderzoek. Beprijzing van CO2 zal beide elementen, gedragsverandering en innovatie stimuleren (Van den Bergh, 2010b). Maar technologiebeleid zoals subsidies is nodig om vroege lock-in of dominantie van momenteel kosteneffectieve opties te vermijden en technologiepaden met veel leerpotentieel open te houden.

Wat betreft subsidies is het van belang een onderscheid te maken tussen subsidies op onderzoek en op markttoepassingen. Studies laten zien dat onderzoek de kosten van hernieuwbare energie sneller terugbrengt dan opschaling in markten. Dit geldt voor zonnepanelen, maar ook voor windmolens (Klaassen e.a., 2007).

Klimaatverdrag is noodzakelijk

Ik hoor veel participanten in het milieudebat zeggen dat een mondiaal klimaatverdrag er toch nooit zal komen en dat we ook zonder zo´n verdrag kunnen. Daarom kiezen ze voor vrijwillige oplossingen, of zelfs unilateraal milieubeleid door Nederland. Maar helaas leiden goede bedoelingen niet tot goede uitkomsten. Soms wordt beweerd dat optimisme gerechtvaardigd is, omdat historische energietransities ook zonder verdrag tot stand zijn gekomen. Maar daarbij wordt vergeten dat we nu omwille van klimaatrisico's een 'onlogische' transitie nastreven, namelijk naar minder geconcentreerde en dus minder aantrekkelijke vormen van energie. Bovendien is een snelle transitie nodig om gevaarlijke klimaatverandering voor te zijn. We moeten echter niet vergeten dat de historische energietransities zoals van hout naar kolen, van kolen naar olie, en elektrificering ruwweg resp. 200, 85 en 65 jaar duurden (Huberty and Zysman, 2010).

Zonder een klimaatverdrag en met een oliepeak alsmede een snel stijgende vraag naar olie in landen als India en China, ligt een onbedoelde overgang naar kolen in het verschiet. De huidige keus van de Nederlandse energiebedrijven om te investeren in kolencentrales is een voorbode hiervan. Ongewenst vanuit klimaatoogpunt, maar economisch gezien begrijpelijk. De prijzen van olie en gas gaan stijgen, terwijl hernieuwbare energie nog duur is. De optie kolen is een logische keuze. Dat wil zeggen, zolang er geen serieuze CO2-heffing wordt ingevoerd. En dat kan alleen via een internationaal klimaatverdrag geschieden, hoe moeilijk het ook is om dit tot stand te brengen. De Nederlandse ontwikkelingen illustreren het risico van een ongewenste transitie naar kolen in de afwezigheid van zo’n verdrag.

Ik ben de laatste om te ontkennen dat een effectief klimaatverdrag uitermate moeilijk zal zijn te realiseren, maar ik zie simpelweg geen substituut hiervoor. De benodigde bottom-up oplossingen kunnen alleen geïnitieerd worden met behulp van een dergelijk verdrag. Dit zal niet alleen de prijs van fossiele brandstoffen verhogen en dus het gebruik ervan afremmen, alsmede milieu-innovaties stimuleren, maar tevens de kosten en prijzen van vuile energie internationaal gelijkschakelen, en aldus voorkomen dat de concurrentiepositie van landen met een verantwoord, veilig klimaatbeleid in het geding komt.

Mogelijkheden voor een verdrag

Waarom is succes bij de onderhandelingen voor een post-Kyoto klimaatverdrag tot dusver uitgebleven? De belangrijkste reden lijkt mij het wijdverspreide idee dat klimaatbeleid extreem duur of zelfs rampzalig zal zijn voor onze economie. Er zijn echter verschillende redenen om te geloven dat de kosten wel zullen meevallen. Bijvoorbeeld de onderzoekskosten om zonnepanelen rendabel te maken worden geschat op 0,017 procent van het gezamenlijke bnp van alle OESO-landen, 1 procent van de kosten van de Irak-oorlog; of indien men uitgaat van een periode van 10 jaar om zo'n PV kosteneffectief te maken 4 % van de uitgaven aan wapenonderzoek wereldwijd gedurende een zelfde periode (Van den Bergh, 2010).

Een andere reden om positief te zijn, is dat het Kyoto Protocol toch vrij snel is overeengekomen, namelijk een decennium nadat klimaatverandering was doorgedrongen tot sociale en beleidswetenschappers, politiek en burgers. Kyoto moet men niet te serieus beoordelen op de merites doelmatigheid en effectiviteit – het was slechts een lakmoesproef voor de internationale politiek, een “stepping stone” voor iets beters. Maar het is tijd om door te schakelen en in een hogere versnelling te onderhandelen, en daarbij alle creativiteit en drukmiddelen in te zetten. Het huidige kabinet heeft echter klimaatverandering niet in haar prioriteitenlijstje opgenomen. En onze kersverse minister-president is een analfabeet op klimaatterrein. Dus daar kunnen we helaas niet veel van verwachten.

* Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in NRC Handelsblad van 10 januari 2011.

Referenties:

Huberty, M., and J. Zysman (2010). An energy system transformation: Framing research choices for the climate challenge. Research Policy 39(8): 1027-29.

Jevons W.S. (1865). The Coal Question: An Inquiry Concerning the Progress of the Nation, and the Probably Exhaustion of our Coal-mines. Macmillan and Co, London.

Klaassen, G., S. Miketa, K. Larsen and T. Sundqvist, T. (2005). The impact of R&D on innovation for wind energy in Denmark, Germany and the United Kingdom. Ecological Economics 54: 227-240.

Van den Bergh, J.C.J.M. (2010a). Safe climate policy is affordable – 12 reasons. Climatic Change 101(3): 339–385.

Van den Bergh, J.C.J.M. (2010b). Environmental and climate innovation: Limitations, prices and policies. Unpublished working paper, ICTA-UAB.

Van den Bergh, J.C.J.M. (2011). Energy conservation more effective with rebound policy. Environmental and Resource Economics 48(1): 43-58.

Sinn, H.W. (2008). Public policies against global warming: A supply-side approach. International Tax and Public Finance 15(4): 360-394.

Te citeren als

Jeroen van den Bergh, “Subsidie schone energie zonder klimaatverdrag werkt contraproductief”, Me Judice, 14 januari 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.