Twee procent van ons inkomen of anders de zondvloed

Twee procent van ons inkomen of anders de zondvloed image
Afbeelding ‘350 climate change in Amsterdam’ van Newsphoto (CC BY 2.0)
27 nov 2010 |
In Nederland zijn belastingen op milieugrondslag een integraal onderdeel geworden van de economie, met een opbrengst van ongeveer 5 miljard euro per jaar, goed voor ruim 1 procent van ons bruto inkomen. Zure regen, smog, een vervuilde Rijn bijvoorbeeld, zijn daardoor problemen uit het verleden. Maar is dit ook het begin van duurzame groei? Kunnen we met een beperkte fiscale ingreep in de economie het kapitalisme verenigen met duurzaamheid?

Blind voor klimaatverandering

Als we kijken naar mondiale milieuproblemen is het beeld minder positief. De Nederlandse overheid lijkt bewust blind geworden voor de gevolgen van klimaatverandering, in het bijzonder de mogelijke zeespiegelstijging. Terwijl de grootste klimaatveranderingen pas na 2100 zullen plaatsvinden, houden de rapporten van de overheid op bij het jaar 2100. Volgens experts is er 20% kans dat Groenland smelt in de komende eeuwen, zelfs als we het uiterst mogelijke doen om verdere klimaatveranderingen tegen te gaan. Als Groenland smelt stijgt de zeespiegel met ongeveer 7 meter, en zullen Amsterdam, Den Haag en Rotterdam vóór het jaar 3000 mogelijk verdwijnen. Er is geen zekerheid, maar dat betekent niet dat we moeten afwachten. Elk jaar dat we wachten met gecoördineerd wereldwijd klimaatbeleid neemt de kans toe dat Groenland zal smelt. De beleidsvraag moet zijn of we dat voor onze rekening willen nemen.

De prijs van milieubehoud

Hoeveel zou het kosten om de kans dat Groenland smelt zo klein mogelijk te houden? Uit de economische analyses komt een onverwacht beeld naar voren. Een streng klimaatbeleid kost misschien één jaar economische groei in de periode tot 2050. We kunnen de kosten van klimaatbeleid ook uit een heel andere hoek benaderen. Als we 2% van het inkomen in de komende 30 jaar besteden aan de ontwikkeling van en investering in schone energie, kunnen we mogelijk binnen 50 jaar klimaatneutraal worden. Op deze manier beschreven zijn de kosten hoog, maar niet ondraaglijk. Ter vergelijking, tijdens de koude oorlog gaven we 3% van ons inkomen uit aan defensie (nu minder dan 1%). Als de noodzaak begrepen wordt, zijn zulke collectieve uitgaven acceptabel.

De verleiding van de status quo

De macro-economische kosten zijn dan ook niet het grote probleem waar ze voor gehouden worden. Veel belangrijker zijn de verwachte financiële effecten voor specifieke groepen. Effectief internationaal klimaatbeleid zal de waarde van steenkolen, teerzanden en niet-conventionele olie laten afnemen. De fossiele energiesector heeft duidelijk goed reden om klimaatbeleid tegen te houden. Canada en Australië met hun grote voorraden kolen en teerzanden, en de Verenigde Staten en hu grote oliesector, zijn vooral daarom niet enthousiast over klimaatbeleid. In Nederland zal de energie-intensieve sector last hebben van klimaatbeleid. We zien makkelijker het nadeel voor de één, dan het voordeel voor de ander.

Het gevolg is dat de politiek de status quo verdedigt. De wetenschappelijke inbreng, waarin een afgewogen totaalplaatje wordt gepresenteerd, wordt gesmoord in belangenbehartiging en populisme.

Een verloren eeuw?

Als over negentig jaar de mensen terugkijken op de 21e eeuw, wat zien ze dan? Als we vasthouden aan de patronen uit het verleden, die ons inderdaad een grote welvaart hebben gebracht, wordt dit een verloren eeuw. Of erger. Als het methaan vrijkomt uit de permafrost, of als door het smelten van ijs de aarde minder zonlicht de ruimte in terugkaatst, of als de Amazone verandert in een savanne, is er misschien geen weg meer terug. Hebben we een les geleerd uit de kredietcrisis? Deze crisis kwam voort uit het ongefundeerd vertrouwen dat successen in het verleden een garantie waren voor succes in de toekomst. Maken we weer dezelfde fout? Als de overheid om politieke redenen dat zegt wat het volk graag hoort, zal de boodschap zijn dat de mondiale milieuproblemen wel meevallen, dat we niet weten of het klimaat verandert, en dat we heel hard ons best doen. We houden ons zelf voor de gek, omdat dat de minste inspanning vraagt.

Nu of nooit

Of zijn we bereid om bijvoorbeeld 2% van het inkomen te besteden aan investeringen in schone energie, en kunnen we dit nationaal en internationaal coördineren? Om duurzame groei te bereiken hebben we een sterke Europese Unie nodig die een krachtige rol speelt in het internationale milieu- en klimaatoverleg. De Europese weg is veel effectiever dan de plannen van de huidige regering die Europa buiten de deur probeert te houden. In plaats daarvan moet Nederland ijveren voor een bodemprijs in de Europese emissiehandel. Deze minimumprijs moet zo hoog zijn dat een investering in een kolencentrale niet kan concurreren met een investering in een gascentrale of een windmolen. De inkomsten van de veiling van emissierechten moeten gebruikt worden om belastingen te verlagen, zodat de burgers zien dat het milieu niet alleen geld kost, maar vooral een verschuiving van lasten met zich meebrengt. Er is haast. Of anders na ons de zondvloed.

* Deze bijdrage vormt een onderdeel van de inaugurele rede die Reyer Gerlagh 26 november 2010 heeft gehouden aan de Universiteit van Tilburg.

Te citeren als

Reyer Gerlagh, “Twee procent van ons inkomen of anders de zondvloed”, Me Judice, 27 november 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.