Waarom Eindhoven de slimste regio van de wereld is

Waarom Eindhoven de slimste regio van de wereld is image
Afbeelding ‘Glow Eindhoven’ van Gerard Stolk (CC BY-NC 2.0)
20 jul 2011 | | 7260 keer bekeken
Wat heeft Eindhoven dat andere regio’s in de wereld niet hebben? De kranten waren ronduit sceptisch, maar de Eindhovense hoogleraar Romme vindt de recente uitverkiezing van Eindhoven tot slimste regio in de wereld allerminst vreemd. Brabanders kloppen zichzelf nu eenmaal niet graag zelf op de borst. De Eindhovense regio moet echter deze uitverkoren status wel goed uitspelen. Het is een bevestiging van de kracht van de regio Eindhoven en kan een positieve uitwerking hebben op het aantrekken van kapitaal en kenniswerkers.

Uitverkoren regio

Over de erkenning van Eindhoven als slimste gemeenschap ter wereld, enkele weken geleden door het Intelligent Community Forum (ICF), is recentelijk met enige scepsis in enkele landelijke dagbladen geschreven (zoals: Financieele Dagblad, 29 juni 2011). Het ICF is een internationale denktank op het gebied van economische en sociale ontwikkeling, bestaande uit een vakjury van onafhankelijke academici. Elk jaar melden zich meer dan 300 stedelijke regio’s voor de nominatie World's Most Intelligent Community, waaruit elk jaar de slimste regio wordt gekozen. Men kan zijn twijfels hebben over de wijze waarop het ICF tot zijn oordeel is gekomen, maar er zijn goede redenen waarom Eindhoven deze status verdient.

Nabijheid

Een slimme regio maakt maximaal gebruik van diverse voordelen van nabijheid (proximity). Nabijheid heeft verschillende dimensies: fysiek, cognitief en sociaal (Frenken, 2009). Fysieke nabijheid vergroot de kans dat kenniswerkers van verschillende ondernemingen en kennisinstituten met elkaar in contact komen en taciete kennis delen (Frenken, 2009). Cognitieve nabijheid ontstaat wanneer twee actoren, in een specifieke context, hetzelfde jargon spreken en bovendien over gemeenschappelijke kennis en ervaring beschikken (Gilsing et al., 2008). Zonder enige cognitieve nabijheid, kan een onderneming de toegevoegde waarde van producten en processen van andere ondernemingen niet goed in schatten. Sociale nabijheid betreft het gemeenschappelijke sociale netwerk: het aantal ondernemingen en andere organisaties dat zowel onderneming A als onderneming B goed kent (Frenken, 2009). Een groot gemeenschappelijk netwerk vergroot de vertrouwensbasis tussen onderneming A (bijvoorbeeld: producent van hightech systemen) en B (leverancier van belangrijke onderdelen van genoemde hightech systemen), waardoor het makkelijker is voor beide ondernemingen om veel middelen in hun relatie te investeren en kennis te delen.

Structurele samenwerking in wat Leydesdorff en Fritsch (2006) noemende Triple Helix van ondernemingen, kennisinstituten en locale overheid is daarbij de drijvende kracht. De Triple Helix is een organisatievorm waarin industrie, kennisinstellingen en overheid intensief samenwerken en gezamenlijk projecten entameren. Op deze manier bouwen slimme regio’s de eerder genoemde voordelen van fysieke nabijheid bewust uit in de richting van cognitieve en sociale nabijheid (Van der Borgh et al., 2011). Dit stelt deze regio’s in staat om te excelleren in technologische en sociale innovaties en deze ook in concrete resultaten om te zetten. Omdat de gemiddelde afstand tussen alle deelnemers beperkt moet blijven, zijn slimme regio’s over het algemeen veel kleiner dan de bekende metropolen (zoals Shanghai en Milaan).

De afgelopen jaren hebben steden als Suwon (Korea), Waterloo (Canada) en Stockholm het predicaat de 'slimste gemeenschap van de wereld' gekregen. Dit jaar is dit predicaat toegekend aan de regio Eindhoven, samen met Veldhoven en Helmond ook bekend als Brainport. In de laatste competitieronde dit jaar waren de directe concurrenten van Eindhoven onder meer Riverside (voorstad van Los Angeles), het nieuwe hightech centrum van Californië; en Issy Les Moulineaux (voorstad van Parijs) waar veel traditionele mediabedrijven maar ook veel pioniers in nieuwe media zijn gevestigd. Het gaat hier niet om regio’s waar het meeste geld wordt verdiend, maar om broedplaatsen van nieuwe producten en andere innovaties waarmee de economische groei ook elders wordt aangejaagd. De meer dan veertig universiteiten, onderzoeksinstituten en R&D vestigingen van ondernemingen in Suwon brengen innovaties voort waarmee vooral in Seoul de economische groei wordt gestimuleerd. Een vergelijkbare situatie bestaat in Eindhoven. Ondernemingen zoals TomTom en Philips hebben hun R&D en productontwikkeling grotendeels geconcentreerd in Eindhoven, maar doen veel andere (productie)activiteiten op andere locaties. Een ander voorbeeld vormt de leveranciersketen van ASML, die onder meer bestaat uit enkele honderden ondernemingen gevestigd in andere regio’s in Nederland en Europa.

Pluim voor Eindhoven

Het ICF juryrapport roemt de regio Eindhoven om de samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en locale overheid via de publiek-private samenwerking in Brainport. De Brainport organisatie omvat een kleine groep professionals, die regelmatig met vertegenwoordigers van ondernemingen, instellingen en locale overheden spreken om hun behoeften en ideeën te inventariseren; vervolgens brengt men verschillende partijen bij elkaar om nieuwe projecten te entameren en realiseren. Het belang van een professionele en bestendige invulling van de triple helix gedachte wordt vaak onderschat. Brainport is opgezet als een stichting met een gezamenlijk bestuur, een sociale innovatie waarvoor de ICF jury veel waardering uitspreekt.

De jury spreekt ook veel waardering uit voor het creëren van 55 duizend banen in de technologiesector in de afgelopen tien jaar, en het uitrollen van een breedband-netwerk in de hele regio. Bovendien is men vol lof over vele projecten waarin ICT wordt ingezet voor sociale, maatschappelijke én zakelijke doelen.In het bijzonder spreekt de jury ook veel waardering uit voor ontwikkelingen op terrein van gezondheid en gezondheidszorg, via het Brainport Health Innovation project. Dit project beoogt de verplaatsing van werkgelegenheid van de ene sector (zorginstellingen) naar een belendende sector (ondernemingen die nieuwe technologie voor de zorgsector ontwikkelen).Aldus laat deze internationale erkenning zien dat het label Brainport, als een broedplaats voor innovatie, nieuwe technologie en nieuwe bedrijvigheid, begint te werken en daadwerkelijk impact heeft: “Eindhoven is the model for a new way of thinking about collaboration and regional development. (…) What has emerged is an extremely efficient local economy that can compete with anyone, anywhere”, aldus Louis Zacharilla, lid van het ICF-bestuur.

Bestrijden zelfbeeld

Waarom is deze erkenning zo belangrijk voor de ontwikkeling van Eindhoven en de Nederlandse economie? Dewellicht belangrijkste betekenis schuilt in het benoemen van de innovatiekracht, bij gebrek aan eigen marketing. Van oudsher hebben Brabanders, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Amsterdammers, moeite met zichzelf op de borst kloppen. Dit zelfbeeld staat haaks op het beeld dat de ICF jury schetst: een regio die excelleert als broedplaats van innovatie. Het traditionele zelfbeeld van deze regio weerspiegelt zich ook in het imago dat Eindhoven elders in Nederland heeft. De gemiddelde Nederlander vindt Eindhoven een gemoedelijke maar ook saaie stad met veel introverte ‘nerds’ en ‘geeks’. Dat beeld verschilt sterk van het beeld dat internationale experts beschrijven: een spannende en dynamische stad waar veel nieuwe ideeën en producten worden ontwikkeld, en technische vernieuwing én sociale experimenten meer mogelijk zijn dan in andere regio’s. Het wijzigen van het zelfbeeld en imago van Eindhoven zal tijd kosten, en vereist een proactief beleid ten aanzien van het merk Eindhoven-Brainport door de locale overheden, ondernemingen (zoals ASML, NXP, VDL, Philips, DAF, FEI en TomTom) en kennisinstellingen (zoals TU/e, Design Academy Eindhoven, TNO en Holst).

De imagoverandering is ook van groot belang om steeds opnieuw nieuwe kenniswerkers, ondernemers en investeerdersnaar Eindhoven te kunnen halen. Eindhoven heeft een lange traditie van ondernemers die nieuwe ideeën met succes wisten om te zetten in nieuwe producten. De snel toenemende concurrentie tussen slimme regio’s impliceert echter dat ook het pr-verhaal van Eindhoven zal moeten klinken als een klok. De High Tech Campus Eindhoven (met meer dan 8000 gepromoveerde onderzoekers en productontwikkelaars), het TU/e Science Park, de Automotive campus in Helmond en het beoogde Health Technology park in Veldhoven zullen de komende jaren duizenden mensen extra nodig hebben om de volgende fase in de ontwikkeling van het Brainport ecosysteem mogelijk te maken. De internationale erkenning van de slimheid van dit Eindhovense ecosysteem kan hier bij helpen. Brainport krijgt echter pas echt een stimulans indien het wereldwijd bekend staat als een omgeving waar nieuwe ideeën, producten en ondernemingen niet alleen ontstaan maar ook tot volle wasdom komen.

Referenties

Frenken, K. (2009), Geography of scientific knowledge: A proximity approach. Paper presented at the Eindhoven Center of Innovation Studies (ECIS), Eindhoven University of Technology, September 2009.

Gilsing, V., B. Nooteboom, W. Vanhaverbeke, G. Duysters en A. van den Oord (2008), Network embeddedness and the exploration of novel technologies: Technological distance, betweenness centrality and density. Research Policy, 37: 1717-1731.

Leydesdorff, L. en M. Fritsch (2006), Measuring the knowledge base of regional innovation systems in Germany in terms of a Triple Helix dynamics. Research Policy, 35: 1538-1553.

Van der Borgh, M., M. Cloodt en A.G.L. Romme (2011), Value creation by knowledge-based ecosystems: Evidence from a field study. R&D Management, te verschijnen.

Te citeren als

Sjoerd Romme, “Waarom Eindhoven de slimste regio van de wereld is”, Me Judice, 20 juli 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.