Waarom kredietunies de financiering van kleine bedrijven kunnen verlichten

Waarom kredietunies de financiering van kleine bedrijven kunnen verlichten image
6 dec 2011 | | 2484 keer bekeken
De Nederlandse economie kan sterk worden teruggeworpen door de crisis. Het vermogensaabod voor met name de kleine bedrijven (10 werknemers of minder) in het MKB dreigt volledig op te drogen. Daarom is het zaak om op zoek te gaan naar nieuwe financieringsbronnen die deze bedrijven in staat stellen de groei te hervatten. De Tilburgers Duffhues en Camdzic hebben zich gebogen over deze vraag en zien een oplossing in de oprichting van kredietunies naar het voorbeeld van ‘credit unions’ die in vele landen, waaronder de VS, al geruime tijd een succes zijn.

Waarom aandacht voor kredietunies?

Kredietunies zijn specifieke financiële instellingen met het karakter van een spaarbank op coöperatieve basis. Nederlanders zullen wellicht meteen denken aan de basisfisosofie van de Rabobank Groep in Nederland waarvan de wortels in de negentiende eeuw lagen bij de initiatiefnemers Raiffeisen en Van den Elsen. Intussen heeft de Rabobankgroep zich ontwikkeld tot een grootmacht onder de gevestigde Nederlandse en internationale banken en met een in vele opzichten prachtige staat van dienst. De kredietunies waar wij het over hebben zijn echter veel kleinschaliger. Ze dragen een enigszins vergelijkbare bedrijfsfilosofie uit maar houden met nadruk vast aan de basisfilosofie van de genoemde voorlopers van de huidige Rabobank. Deze komt neer op het hanteren van een eenvoudig model van een spaarbank annex kredietverlener in de vorm van overeenkomsten met uitsluitend de leden van de cooperatie en zonder transacties op geld- en kapitaalmarkten en met een bestuur dat uitsluitend door leden en direct wordt bepaald. Ze wensen daarvan niet af te wijken. Ze bestaan in een aantal landen meestal al heel lang naast het gevestigde bankwezen. Daarbij moet worden gedacht aan landen als de Verenigde Staten, Canada, Ierland, Rusland, Australie, Polen en de Philippijnen maar ook de continenten Afrika en Zuid-Amerika. In de Verenigde Staten bestaan ze innavolging van Europa al sinds het begin van de negentiende eeuw en kregen ze formele status op staats- en op federaal niveau, dit laatste bij wet van 1935. Voorzover bekend bestaan ze in Nederland niet. Een werkgroep van oud-bankiers (www.dekredietunie.nl) wil daar verandering in aanbrengen en in Nederland voorzichtig starten met de invoering van credit unions.

Onbehagen

De achtergrond van deze toegenomen belangstelling is tweeledig. Enerzijds is er onder economen en bedrijfsleven een duidelijke mate van onbehagen over de vraag- en aanbodverhoudingen op het terrein van de financiering van het midden- en kleinbedrijf in Nederland. Anderzijds is er onbehagen over de kwaliteit van het traditionele ‘relationship banking’ voor MKB-bedrijven dat traditionele banken aanbieden en waarmee zij zich in het verre verleden juist sterk hebben geprofileerd. Kenmerkend voor relationship banking zijn de nauwe banden die in de tijd ontstaan tussen de bank en de klant. De bank verwerft hierdoor een informatievoordeel over de kwaliteit van de klant. Dit vergemakkelijkt het screening- en monitoringproces in haar streven naar kwaliteitsbewaking. Voor ondernemers betekent het dat naast zakelijke ook persoonlijke factoren een rol van betekenis spelen in haar contacten met de bank. De duurzaamheid van de relatie is hiermee in het algemeen gediend mede door gemakkelijker heronderhandelingsmogelijkheden. Een mogelijk nadeel voor de klant is dat het informatievoordeel van de bank het karakter kan krijgen van een informatiemonopolie met alle gevolgen vandien voor de leningvoorwaarden (o.a. Boot, 2000). Tegenover het relationships bankingmodel staat het transaction bankingmodel dat door een veel grotere afstandelijkheid en grootschaligheid wordt gekenmerkt.

Vraag en aanbod van vermogen

Dat onbehagen over vraag- en aanbodverhoudingen in de vermogens- voorziening van MKB-bedrijven is niet nieuw. Ter toelichting maken we hierbij onderscheid tussen vraag van ondernemingen naar vermogen voor de korte en lange termijn.

Het lange termijn vermogensaanbod voor het MKB (d.w.z. looptijden langer dan een jaar) is al decennialang uiterst beperkt door het ontbreken van een voldoende gespreid spectrum van aanbieders. Sommige banken spelen daarbinnen een rol van betekenis o.a. met middellange en langlopende kredieten en met lease financiering. Inmiddels verschraalt dat aanbod vanwege de bankencrisis van 2011. In 2011 komt daar nu als versterkende factor bij de door allerlei verliezen sterk verzwakte positie van het bankwezen inclusief de zeer matige perspectieven op snelle aansterking van deze instellingen. De toegang tot de markt voor langlopend bankkrediet, de obligatiemarkt, de onderhandse leningmarkt en de aandelenmarkt (alle betrekking hebbend op lang vermogen) is zeer beperkt ondanks recentelijk opgekomen nieuwe initiatieven in de financiële sector om hierin verbetering te brengen (zie Advies Expertgroep bedrijfsfinanciering, 2011).

Op het korte termijn vermogensaanbod geldt dat vooral MKB-bedrijven meer dan gemiddeld afhankelijk zijn van kortlopend bankkrediet. Dit komt minder gemakkelijk beschikbaar dan wel tegen hogere kosten. De banken hebben zelf een financieringsprobleem doordat gebruikelijke financieringsbronnen van de banken opdrogen zoals obligatieleningen en aandelenuitgiften. Het komt steeds vaker voor dat de ECB in Frankfurt de helpende hand moet bieden. Op de spaarmarkt wordt scherp geconcurreerd.

Daarmee wordt het aanbod van vermogen dat nodig is voor investeringen in vaste activa en werkkapitaal van MKB-bedrijven bedreigd. Een sterke rantsoenering van vermogensaanbod dreigt door de crisis van 2011. Die bedreiging heeft een volume- en een kostendimensie. Het alternatief – het inhouden van winst als financieringsbron - veronderstelt dat een adequaat winstniveau wordt behaald. Als een recessie toeslaat zoals eind 2008 het geval was en mogelijk wederom eind 2011 het geval zal zijn, is dat een lastige opgave. De groei van een belangrijk deel van de economie staat hiermee op de tocht wegens een te weinig gediversifieerd vermogensaanbod. Het MKB heeft buiten de (object-)financieringsvormen als leasing, factoring en hypotheek nauwelijks keuzemogelijkheden op het gebied van de externe financiering. Er is voor de daar werkzame ondernemingen sprake van een ‘verkild’ financieringsklimaat (Duffhues en Roosenboom, 2011). Verruiming van het aanbod met nieuwe aanbieders is dan ook zeer welkom.

Verwaarlozing van relationship banking

Los van het bovenstaande over vraag- en aanbodverhoudingen is er al geruime tijd in Nederland een reeks van klaagzangen te beluisteren die afkomstig is van ondernemers uit het MKB. Deze klachten betreffen de wijze waarop ondernemingen meer algemeen door banken worden gefaciliteerd en gecontroleerd. Het gaat vooral om een groeiende ontoegankelijkheid van banken voor ondernemers, het ontoereikend be?nvloedbaar zijn van de besluitvorming over kredietaanvragen, de ervaring met frequente wisselingen van accountmanagers en het gebrek aan prikkels om risico’s te observeren en te bewaken als gevolg van de trend naar securitisation (het doorverkopen van kredieten en leningen). Kredieten werden in het afgelopen decennium in toenemende mate doorverkocht.

Het vervangen van relationship banking door transaction banking gaat derhalve gepaard met toenemende klachten. Relationship banking legt juist de nadruk op het screenen en monitoren van kredietnemers met het doel informatieasymmetrie tussen kredietverlener en kredietvrager te verkleinen. Dit traditionele uitgangspunt van de theorie is als gevolg van de securitisatiegolf tenminste voor een deel achterhaald. Het probleem van de vaak moeilijk verifieerbare informatie van banken over kredietnemers werd in het verleden zo goed mogelijk opgelost door een sterke relatie tussen beide partijen. Gaandeweg is dit vervangen door een ontwikkeling in de richting van ‘transaction lending’ waarbij de contacten tussen bank en ondernemer minder persoonlijk, meer anoniem, meer incidenteel en op strikt zakelijke basis plaats vinden (Boot, 2000; Ongena en Smith, 2000). De verklaring voor deze trend ligt in de economische motieven als het behalen van schaalvoordelen die grote complexe banken eerder doen opteren voor het transaction lending model; kleine banken die overzichtelijk zijn georganiseerd zullen juist eerder opteren voor het relations lending model (Degryse, 2000). Empirisch werd dit beeld recentelijk ondersteund door Japans onderzoek in Uchida (2011).

Gat in de markt voor kredietunies

De bevinding dat de dominante grootbanken 'relationships banking' hebben verwaarloosd is gunstig voor het ontstaan van een klimaat waarin kredietunies. Een ander relevant onderzoek betrof de negatieve invloed die consolidatieprocessen in de banksector hebben op de verkrijgbaarheid van krediet voor kleine ondernemingen (Ely en Robinson, 2009). De groei van banken heeft ertoe geleid dat waarschijnlijk als onbedoeld bijprodukt het 'relations banking'-model in het algemeen aan kracht heeft ingeboet. Onbedoeld zijn bedrijven uit het MKB daarvan het slachtoffer. Zij kunnen niet naar de obligatie- of aandelenmarkt. Aanvulling van het aanbod met nieuwe initiatieven die een ommekeer in dit proces kunnen bewerkstelligen is dringend gewenst.

In het buitenland vormen ‘credit unions’ al jaren een nuttige aanvulling in het bieden van financieringsoplossingen voor haar leden. De belangrijkste motieven die in de buitenlandse literatuur worden genoemd ten gunste van een invoering van kredietunies zijn: (1) lagere kostenniveau’s voor kredieten; (2) minder risico’s van wanprestatie door kredietnemers; en (3) hogere spaarrentes. Dat klinkt als muziek in de oren voor spaarders die op zoek zijn naar hogere rente en voor kleine bedrijven die gemakkelijker krediet verkrijgen tegen lagere kosten. Wij voegen hieraan als vierde factor toe een herstel van het 'relations banking'. Er is zelfs een vijfde factor. De gevestigde banken krijgen de kans om de valkuilen van het transaction banking model te corrigeren (binnen de bestaande bankgroepen) opdat een terugkeer naar meer bedrijfseconomisch verantwoord evenwicht in activiteiten en risico’s wordt bereikt. Dat perspectief is in het belang van de gevestigde banken zelf. In Nederland is een sterk geconcentreerde bancaire markt waar 'relationship banking' is verwaarloosd met alle klachten vandien. Kredietunies zijn banken die juist tegenwicht bieden door kredieten te verstrekken waarbij naast financiële kengetallen ook meer ‘zachte’ informatie wordt verwerkt over de geldnemer, in het bijzonder of de kredietvrager wel ondernemerschap bezit.

Tot besluit

De Nederlandse overheid, de burgers en het financiële bedrijfsleven hebben belang bij een groei van de nationale economie. Kredietunies kunnen daarbij in tweevoudige zin een nuttige rol vervullen: een ruimer vermogensaanbod van banken voor investeringen en een beter bankmodel voor de kleinste bedrijven.

Referenties

Advies van de Expertgroep bedrijfsfinanciering (Commissie de Swaan), Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (juni 2011), Naar een gezonde basis: bedrijfsfinanciering na de crisis, blz. 1-96.

Boot, A.W.A. (2000), Relationship banking: what do we know?, Journal of Financial Intermediation, Vol. 9, pp.7-25.

Degryse, H., en P. van Cayseele (2000), Relationship Lending within a Bank-Based System: Evidence from European Small Business Data, Journal of Financial Intermediation, Vol. 9, pp.90-109.

Duffhues, P. en P. Roosenboom (2011), Ondernemingsfinanciering nu en in de toekomst, (Position paper opgenomen in het rapport Naar een gezonde basis: bedrijfsfinanciering na de crisis, Advies van de Expertgroep bedrijfsfinanciering, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, blz. 1-22).

Ely, D.P., en K.J.Robinson (2009), Credit Unions and Small Business Lending, Journal of Financial Services Research, Vol .35, blz. 53-80.

Ongena, S., en D.C.Smith (2000), What Determines the Number of Bank Relationships? Cross-Country Evidence, Journal of Financial Intermediation, Vol. 9, pp. 26-56.

Uchida, H. (2011), What Do Banks Evaluate When They Screen Borrowers? Soft information, Hard Information and Collateral, Journal of Financial Services Research, Vol.40, No1, 1-2,October, blz. 29-48.

Bron foto: Flickr

Te citeren als

Benjamin Camdzic, Piet Duffhues, “Waarom kredietunies de financiering van kleine bedrijven kunnen verlichten”, Me Judice, 6 december 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.