Waarom ‘soft’ drugsbeleid beter werkt dan ‘hard’ drugsbeleid

Waarom ‘soft’ drugsbeleid beter werkt dan ‘hard’ drugsbeleid image
24 sep 2008 | | 8413 keer bekeken
Moet een regering het gebruik van softdrugs overlaten aan de zachte krachten van de markt of de strenge hand van de overheid? De empirie van het gebruik van genotsmiddelen suggereert dat softdrugsgebruik niet anders is dan tabaksgebruik. Omdat het harde softdrugsbeleid geen effect heeft, is het beter om via vraag- en aanbodregulering softdrugsgebruik in toom te houden. Een accijns op cannabisgebruik en een regulering van de aanbodkant via vergunningen en kwaliteitscontrole verdienen de voorkeur boven een ‘war on drugs’.

Het gebruik van genotmiddelen verschilt nogal van land tot land. In onderstaande tabel worden Nederland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk met elkaar vergeleken. In Nederland wordt veel meer gerookt, maar wordt minder cannabis en cocaïne gebruikt dan in de VS en het VK. Wat betreft het gebruik van ecstasy zit Nederland boven de VS, maar onder het VK.

Tabel 1: Gebruik cannabis, cocaïne, ecstasy, tabak in Nederland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk (percentages van relevante gebruikersgroepen (a))

(a) Tabak: percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat dagelijks rookt; cannabis, cocaïne, ecstasy: percentage van de bevolking 15-64 jaar dat het afgelopen jaar heeft gebruikt;

Bronnen: tabak: OECD, Health at a Glance, Paris, 2007; cannabis, cocaïne, ecstasy: United Nations, World Drugs Report, Washington, 2006.

Het overheidsbeleid ten aanzien van genotmiddelen verschilt nogal van land tot land, waarbij vooral ten aanzien van cannabis het onderscheid groot is. Aan de ene kant van het spectrum van beleidsmogelijkheden staat Nederland met een betrekkelijk liberaal beleid, aan de andere kant de VS met een streng beleid. De vraag naar het waarom van deze verschillen is moeilijk te beantwoorden op basis van economische argumenten.

Legaal en illegaal

Tabaksgebruik en -productie zijn overal legaal, productie en gebruik van cocaïne en ecstasy is illegaal. Ten aanzien van cannabis zijn er duidelijk verschillen. In de VS wordt er anders dan in Nederland geen onderscheid gemaakt tussen softdrugs – met geringe schadelijke effecten voor de gezondheid en hard drugs – met bewezen en grote schadelijke gezondheidseffecten. In Nederland is het beleid ten aanzien van het gebruik van cannabis liberaal. Het gebruik van cannabis is sinds 1976 gedecriminaliseerd en cannabis kan onder bepaalde voorwaarden en in kleine hoeveelheden betrekkelijk ongehinderd worden gekocht in cannabiswinkels (1). Een belangrijk motief voor dit liberale cannabisbeleid is het gezondheidsaspect; door het gebruik van cannabis toe te staan wordt voorkomen dat gebruikers op zoek naar leveranciers gemakkelijk overstappen op hard drugs met hogere winstmarges voor de leverancier maar met veel schadelijker effecten voor de gezondheid van de gebruiker.

Schadelijke effecten

Veel mensen die roken kunnen maar moeilijk stoppen, veel mensen die cannabis gebruiken doen dat slechts een korte periode en het overstappen naar harddrugs komt maar weinig voor. Roken wordt steeds meer aan banden gelegd omdat het zowel slecht is voor de gezondheid van de roker, als voor de gezondheid van de omstanders, de passieve rokers, maar wie wil roken kan dat binnen grenzen vrij gemakkelijk doen. Cannabis gebruiken is ook slecht voor je gezondheid. Hoe ernstig de gezondheidseffecten zijn is onderwerp van discussie. Er zijn ook andere schadelijke effecten, bijvoorbeeld ten aanzien van het opleidingsniveau van de gebruiker. Onderzoek onder Australische gebruikers laat zien dat cannabisgebruik dat op latere leeftijd begint, vanaf 17-18 jaar, geen negatieve effecten meer heeft op de opleiding van de gebruiker (zie Van Ours en Williams, 2008). Over de relatie cannabisgebruik en arbeidsmarktpositie zijn de uitkomsten niet eenduidig. Sommige studies vinden dat cannabisgebruik de kansen op een baan verkleind en een negatieve invloed heeft op het loon, maar andere studies vinden hier geen aanwijzingen voor.

Overheidsbeleid

In de VS is met de “war on drugs” veel beleid gericht op de aanbodkant. Door potentieel aanbod te onderscheppen gaat de prijs omhoog en daardoor de vraag omlaag. Erg succesvol is dat beleid niet. De prijzen van veel drugs zijn de afgelopen decennia gestaag gedaald. Ook de vraagkant wordt beïnvloed; via zware straffen wordt cannabisgebruik ontmoedigd. Jaarlijks worden honderdduizenden cannabisgebruikers gearresteerd. In 2007 waren dat er bijvoorbeeld 830.000; gemiddeld werden elk uur bijna 100 cannabisgebruikers gearresteerd. Hoewel overheidsbeleid gericht kan worden op vraag, aanbod en prijsvorming, wordt de prijsvorming zowel in de VS als in Nederland ongemoeid gelaten. In de VS kan dat ook moeilijk anders omdat, het moeilijk is op een illegale substantie accijns te heffen.

Het feit dat het Amerikaanse beleid weinig succesvol is blijkt wel uit de cijfers. In de VS is cannabis een stuk duurder, dan in Nederland. Volgens het World Drugs Report betalen consumenten in de VS gemiddeld 50% meer voor hun cannabis dan Nederlandse consumenten. Desalniettemin wordt er in Nederland minder cannabis gebruikt. Zoals aangegeven in bovenstaande tabel gebruikt in Nederland ongeveer 6% van de bevolking van 15-64 jaar cannabis, terwijl dat in de VS ruim 12% is (2).

Marktwerking

De tabaksmarkt zit niet zo ingewikkeld in elkaar. Vraag en aanbod worden redelijk ongemoeid gelaten terwijl de prijsvorming wordt beïnvloed door het heffen van een stevige accijns op tabak. Via de hoge prijzen wordt roken ontmoedigd. Andere restricties zoals een rookverbod in openbare ruimtes zullen wel indirect het roken ontmoedigen, maar zijn vooral gericht op het voorkomen van negatieve effecten voor omstanders. De cannabismarkt zit ingewikkelder in elkaar. De vraag wordt gereguleerd door de verkoop te beperken tot coffeeshops die aan allerlei eisen moeten voldoen. Hoe de coffeeshops van cannabis worden voorzien is niet duidelijk. Wat wel duidelijk is dat het aanbod zeker niet tot stand komt via marktmechanismen. Consumenten mogen voor eigen gebruik 5 cannabisplanten in huis hebben, meer dan 5 is streng verboden. Het verbouwen van cannabis is erg lucratief. Regelmatig worden zolders ontruimd omdat er een illegale plantage is aangetroffen. Het strenge aanbodbeleid heeft tot gevolg dat er veel geld mee wordt verdiend en het is dan ook geen wonder dat het verbouwen van cannabis wordt omgeven door criminele en quasi-criminele activiteiten.

Naar een soft softdrugsbeleid

Naar de effecten van overheidsbeleid op het beïnvloeden van het cannabisgebruik is nauwelijks onderzoek verricht. Voor zover er vergelijkingen zijn gemaakt is er weinig reden om te veronderstellen dat het restrictieve Amerikaanse beleid veel zoden aan de dijk zet. Uit een vergelijkende studie naar cannabisgebruik in Amsterdam en San Francisco – universiteitssteden van een vergelijkbare omvang – blijkt dat het cannabisgebruik nauwelijks verschilt, ondanks het grote verschil in drugsbeleid van de overheid (Cohen en Kaal, 2001). In beide steden beginnen gebruikers op 16-jarige leeftijd met cannabis en bereiken ze hun piek in gebruik op hun 21ste. Dagelijks gebruik komt, zelfs in piekperioden, weinig voor.

Waarom er voor tabak en cannabis verschillende vormen van beleid worden gehanteerd is economisch moeilijk te doorgronden. Vooralsnog is er geen reden, anders dan een emotionele, om cannabisgebruik anders te benaderen dan tabaksgebruik. Roken en cannabisgebruik lijken veel op elkaar qua negatieve effecten op de gezondheid. Daarom is het verstandig om het gebruik te ontmoedigen via voorlichting en het beïnvloeden van de prijsvorming via het heffen van accijns. Evenals het aanbod van tabak wordt gedoogd zou ook het aanbod van cannabis moeten worden gedoogd. De criminele winsten zullen door de accijns worden afgeroomd. Wat nodig is, is geen streng softdrug beleid maar een soft softdrug beleid: het beleid aan de vraagkant behoeft weinig bijstelling en voor het beleid aan de aanbodkant is een radicale koerswijziging nodig. In plaats van verbieden zou het beter zijn de cannabisteelt te reguleren bijvoorbeeld via vergunningen en kwaliteitscontrole (3).

Referenties:

Becker, GS, K Murphy, M Grossman (2006) The market for illegal goods: the case of drugs, Journal of Political Economy, 114, 38-60.

Cohen, PDA, HL Kaal (2001) The irrelevance of drug policy, CEDRO, Universiteit van Amsterdam.

United Nations, World Drugs Report 2007.

Van Ours, JC, S Pudney (2006) On the economics of illicit drugs, De Economist, 154, 483-490.

Van Ours, JC, J Williams (2008) Why parents worry: initiation into cannabis use by youth and their educational attainment, Journal of Health Economics, forthcoming.

Voetnoten:

(1) Ook wel “coffeeshops” genoemd, omdat een van de voorwaarden waaronder vergunning worden verstrekt is dat er geen reclame voor mag worden gemaakt.

(2) Zie Van Ours en Pudney (2006) voor een uitgebreider overzicht van gebruik van cannabis, cocaïne, opiaten, amfetamine en ecstasy in verschillende landen.

(3) Zie hierover ook bijvoorbeeld Becker, Murphy en Grossman (2006).

Te citeren als

Jan van Ours, “Waarom ‘soft’ drugsbeleid beter werkt dan ‘hard’ drugsbeleid”, Me Judice, 24 september 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.