Zet de mens centraal in belastingstelsel, niet de financiële sector

Zet de mens centraal in belastingstelsel, niet de financiële sector image

Afbeelding ‘Charlie Chaplin, "Modern Times"’ van Laura Loveday (CC BY-NC-SA 2.0)

5 nov 2013 |
Het is van groot belang dat het belastingstelsel weer in het teken komt te staan van bevordering van werk, eerlijk delen en reële economische groei. Aldus de PvdA-economen Ed Groot en Henk Nijboer. De crisis heeft volgens hen de noodzaak van groot onderhoud van het belastingstelsel indringend aan het licht gebracht. De lasten op arbeid zijn toegenomen terwijl de lasten op kapitaal zijn gedaald. Vandaar hun pleidooi om de mens weer centraal te stellen in het belastingstelsel en niet de financiële sector.

Opgeblazen balansen

De Nederlandse economie heeft het zwaar te verduren, ondanks onze sterke economische fundamenten. Dit is voor een groot deel het gevolg van onze lange traditie om het maken van schulden te stimuleren, door de rente op hypotheken en vreemd vermogen fiscaal aftrekbaar te maken. Tegelijk stimuleert de overheid fiscaal massaal het sparen voor onder andere pensioen en banksparen en zijn vermogens in internationaal perspectief beperkt belast. Zo krijg je een grote financiële sector en een zogenoemde boom-bust economie. In goede tijden levert dat extra groei op: de stijgende vermogens in huizen, aandelen en in de pensioenvoorziening voeden dan extra consumptie en extra kredietverlening. Maar in slechte tijden werkt het andersom en in ons nadeel.

Nederland gaat, met andere woorden, gebukt onder zijn opgeblazen balansen. De lasten van de crisis zijn afgewenteld op mensen in loondienst, waardoor werknemers duurder worden terwijl hun koopkracht daalt. Internationale belastingcompetitie zorgt ervoor dat andere grondslagen de afgelopen jaren steeds minder worden belast. Terwijl ook grote bedrijven en kapitaal hun 'fair share' zouden moeten bijdragen.

Hieronder wordt eerst beschreven hoe de lasten op arbeid zijn toegenomen, terwijl de lasten op kapitaal zijn gedaald. Vervolgens schetsen wij een sociaaldemocratische agenda voor het belastingstelsel: een betere balans tussen lasten op arbeid en kapitaal die dienstbaar is aan de werkgelegenheid (evenwichtiger), een systeem dat solidariteit schraagt in plaats van uitholt (eerlijker) en een stelsel dat eenvoudiger en fraudebestendiger wordt.

Lasten op arbeid steeds hoger en op kapitaal steeds lager

Nederland kent de meest opgeblazen balans van Europa: we hebben zowel de grootste particuliere vermogens als de hoogste hypotheekschulden van Europa. De oorzaken zijn duidelijk. Aan de ene kant heeft de overheid het maken van grote schulden altijd gestimuleerd door de aftrekbare rente op hypotheken en vreemd vermogen. Aan de andere kant stimuleert diezelfde fiscus het sparen door de premies voor onder andere pensioen en banksparen en door kapitaal nauwelijks te belasten.

De keerzijde hiervan is dat de fiscale aftrek van hypotheekschulden en pensioenpremies een budgettaire derving opleveren van bijna 25 miljard. Met andere woorden: zonder deze aftrekposten zouden de schijftarieven over de brede linie met ruim 7 procentpunten kunnen dalen. Daarbij komt dat de overheid de afgelopen jaren zich gedwongen heeft gezien om de lasten op arbeid drastisch te verhogen om het verlies van de belastinginkomsten als gevolg van de balansrecessie op te vangen. Daarmee wordt de trend versterkt die al gaande is sinds 2001: de lastendruk op arbeid neemt toe terwijl die op kapitaal gestaag afneemt.

Hoewel er sprake is van een internationale trend (Karabarbounis en Neiman, 2012, en DNB, 2013), springt Nederland er negatief uit; kapitaal wordt in Europees opzicht opvallend laag belast, terwijl de lasten op de factor arbeid hoog liggen en snel toenemen[1]. Onderstaande figuren laten dit indringend zien.

Figuur 1: Ontwikkeling van de belasting op kapitaal als percentage van de totale belastingen 1995-2011

Figuur 1: Ontwikkeling van de belasting op kapitaal als percentage van de totale belastingen 1995-2011
Bron: European Commission, Taxation trends (2013 edition) , Annex A, tabel C.3_T

Het tegenovergestelde geldt voor de lasten op arbeid. In 1995 lag het aandeel van lasten op arbeid als percentage van de totale belastingen in Nederland ver onder het Europese gemiddelde, inmiddels ligt het daar ver boven. De stijging bedraagt bijna 6% tussen 1995 en 2011.

De laatste tien jaar zijn de sociale lasten voor werkgevers en werknemers met ongeveer 5% punt gestegen tot bij elkaar 50% van het brutoloon. Dit tast de koopkracht van werknemers aan, maakt arbeid duurder en drukt de werkgelegenheid.

Figuur 2: Ontwikkeling van de belasting op arbeid als percentage van de totale belastingen 1995-2011

Figuur 2: Ontwikkeling van de belasting op arbeid als percentage van de totale belastingen 1995-2011
Bron: European Commission, Taxation trends (2013 edition) , Annex A, tabel C.3_T

Hervorm het belastingstelsel

Het is hoog tijd om te komen tot een evenwichtiger, eerlijker en eenvoudiger belastingstelsel dat het stimuleren van de werkgelegenheid centraal stelt en waarbij financieel vermogen de belangen van de mensen dient in plaats van andersom. De weg daar naar toe is lang en soms pijnlijk, maar belangrijk is dat het kabinet Rutte-Asscher inmiddels al belangrijke stappen heeft gezet, door schulden niet te stimuleren maar juist ook de grote vermogens die Nederland heeft beter te benutten. Hierbij gaat stimuleren van de economie hand in hand met welvaartswinst door meer keuzevrijheid. Niettemin is er ook na deze kabinetsperiode nog een weg te gaan. Hieronder een agenda op hoofdpunten.

Evenwichtiger door stoppen overstimuleren vreemd vermogen

De ongelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen (rente aftrekbaar, winsten belast) leidt tot allerlei fiscale constructies en tot overmatige schuldfinanciering. Een meer gelijke aftrek voor eigen en vreemd vermogen haalt die perverse prikkel weg. Dit zal een domper zijn voor in Nederland gevestigde ‘brievenbusmaatschappijen’, maar juist weer gunstig voor concernfinanciering vanuit Nederland van reële investeringen. Een gelijke vermogensaftrek is ook gunstig voor het midden- en kleinbedrijf omdat het MKB verhoudingsgewijs met veel eigen vermogen is gefinancierd.

…aanpak belastingontwijking

Bij de winstbelasting (vpb) moet de race to the bottom worden gekeerd. De OESO wijst er op dat de almaar dalende belastingdruk op internationale concerns desastreus is voor kleine lokale bedrijven die wél het volle pond moeten betalen. Hier is een internationale oplossing nodig. Datzelfde geldt voor agressieve fiscale planning van internationale bedrijven, al ontslaat dat Nederland uiteraard niet van de verplichting om ook eenzijdig maatregelen te nemen om excessen tegen te gaan. Ons fiscaal verdragsbeleid dient niet gericht te zijn op het faciliteren van internationale belastingontwijking, maar op het aantrekken van reële buitenlandse investeringen.

…en belastingmix die werkgelegenheid stimuleert

De negatieve trend naar steeds hogere lasten op arbeid en steeds lagere lasten op kapitaal moet worden gekeerd. Nederland moet kijken naar echte concurrentievoordelen. Daarom moet de belastingmix zo worden aangepast dat minder verstorende belastingen (zoals belastingen op consumptie, kapitaal en vermogen) een groter aandeel krijgen, zodat de lasten op arbeid omlaag kunnen. Ook kostprijsverhogende belastingen die gericht zijn op het milieu zijn hierbij het bekijken waard. Vergroening van het belastingstelsel met terugsluis naar de loonbelasting dient zowel het belang van het milieu als de werkgelegenheid. Door de lasten op arbeid omlaag te brengen stimuleren we ook de export. Door de lasten op kapitaal en arbeid weer meer in evenwicht te brengen kunnen tegelijkertijd essentiële collectieve voorzieningen in stand worden gehouden waarmee Nederland de internationale concurrentie aankan: Welk land heeft goede verbindingen, goede talenkennis, concurrerende arbeidskrachten en betrouwbare instituties? Waar kun je prettig wonen en is er rechtszekerheid en stabiliteit? Nederland heeft alles in huis om die slag te winnen.

Eerlijker stelsel door grondslagverbreding in ruil voor lagere tarieven

Zowel de Studiecommissie Belastingstelsel, (2010) als Van Dijkhuizen bepleiten grondslagverbreding in ruil voor lagere tarieven. Dat is niet alleen efficiënter, omdat er minder geld wordt rondgepompt, maar ook eerlijker, omdat het vooral de hoge inkomens zijn die van grondslagversmallers profiteren. De drie grootste aftrekposten zijn de hypotheekrenteaftrek, de pensioenpremies en de arbeidskorting.

De hypotheekrenteaftrek wordt nu eindelijk aangepakt, maar veruit de grootste en snelst stijgende aftrekpost betreft de pensioenpremies (14 miljard in 2012). In navolging van de Commissie Van Dijkhuizen valt niet in te zien wat de rechtvaardigheid of doelmatigheid is van een onbeperkte premieaftrek voor hoge inkomens. Een lagere inkomensgrens en beperking van het percentage waartegen mag worden afgetrokken levert lagere loonkosten op, hogere nettolonen en minder fiscale aftrek, die kan worden teruggegeven in lagere belastingtarieven en vooral verhoging van de arbeidskorting. De arbeidskorting heeft namelijk gunstige effecten waar die het meest nodig zijn: aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

…waarin ook banken moeten meebetalen

Nu de belastingbetaler is bijgesprongen om de banken te redden, is het redelijk dat deze sector nu zelf ook een bijdrage levert. Dat de bankenbelasting banken zoveel geld kost dat het voor hen onmogelijk wordt om hun kapitaal te versterken is onzin. Analoog aan de assurantiebelasting is de bankenbelasting immers te zien als een (beperkt) substituut voor de btw-vrijstelling voor financiële diensten. Bij te lage buffers is directe kapitaalversterking van banken naar Amerikaans voorbeeld de koninklijke weg. Een bijdrage van 600 miljoen op een binnenlands balanstotaal van 1000 miljard is te overzien. Daarnaast kunnen banken zelf nog snijden in hun kosten. De salarissen in de financiële sector groeien al decennia harder dan in de rest van de economie. De bedrijfskosten van de drie grootbanken liggen als gevolg op ongeveer zestig procent van de inkomsten, waar de meest efficiënte buitenlandse banken ratio’s van rond de veertig procent laten zien.

Eenvoud door minder aftrekposten en stroomlijning toeslagen

De Bulgarenfraude heeft indringend duidelijk gemaakt dat de problemen niet alleen aan de inkomstenkant van het belastingstelsel zitten maar ook bij de uitgavenkant. Fraude ondermijnt het vertrouwen en dat is onverteerbaar. Intensiever fraudebestrijding moet hand in hand gaan met vereenvoudiging. Het is daarom goed dat het kabinet Rutte-Asscher de huishoudenstoeslag vanaf 2015 gefaseerd wil gaan invoeren. Op deze manier worden verschillende toeslagen samengevoegd en vereenvoudigd. Hiermee wordt het aantrekkelijker om te gaan werken voor wie dat kunnen en willen, kunnen we de toeslagen beter richten op de mensen die het echt nodig hebben en wordt fraude met toeslagen tegengegaan.

Conclusies

Nederland gaat gebukt onder zijn opgeblazen balansen, die voor een groot deel het gevolg zijn van ons fiscale stelsel. Dit maakt onze open economie onnodig conjunctuurgevoelig. De lasten van de crisis zijn afgewenteld op mensen in loondienst, waardoor werknemers duurder worden terwijl hun koopkracht daalt. Daar moeten we iets aan doen.

Landen met een ontwikkeld sociaal vangnet en goede collectieve voorzieningen kennen onvermijdelijk een relatief hoge belastingdruk. Daar is niets mis mee. Nederland heeft door de jaren heen bewezen toch uitstekend concurrerend te kunnen zijn. Op goede collectieve voorzieningen kunnen we juist trots zijn. Des te belangrijker is het dan wel om te zorgen voor een fiscaal stelsel dat de werkgelegenheid en economische groei optimaal bevordert en dat als eerlijk wordt ervaren. De crisis heeft de noodzaak van groot onderhoud van ons belastingstelsel indringend aan het licht gebracht.

De sociaaldemocratische agenda bestaat eruit het belastingstelsel evenwichtiger, eerlijker en eenvoudiger in te richten. Door de internationale belastingontwijking tegen te gaan kunnen de lasten op kapitaal en arbeid meer in evenwicht worden gebracht. Door minder geld rond te pompen kunnen we de werkgelegenheid stimuleren én eerlijker delen. Door regelingen te stroomlijnen en het stelsel eenvoudiger in te richten kunnen fraude en fiscale schijnconstructies worden aangepakt. Als we deze agenda voortvarend uitvoeren is er geen enkele reden waarom we niet sterker en socialer uit de crisis kunnen komen.

* Dit is een verkorte weergave van een uitgebreider betoog dat in Liberaal Reveil van oktober 2013 is afgedrukt.

Voetnoten

  1. De Europese Commissie maakt, in navolging van de literatuur, een onderscheid tussen belastingen en premies naar economische grondslag, te weten, consumptie, arbeid en kapitaal. Volgens  (European Communities, 2009) annex B kan hiervoor de volgende indeling worden gemaakt: (a) belastingen op consumptie: omzetbelasting, accijnzen (alcohol, brandstof en tabak), invoerrechten, belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM), belastingen op milieugrondslag, verpakkingsbelastingen, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, kansspelbelasting en assurantiebelasting; (b) belastingen op arbeid: loonbelasting, inkomstenbelasting (met uitzondering van belasting op inkomsten uit vermogen, waaronder vermogen belegd in eigen onderneming en besloten vennootschap), premies volksverzekeringen (met dezelfde uitzondering als voor de inkomstenbelasting) en premies werknemersverzekeringen; en (c) belastingen op kapitaal: belastingen en premies op inkomsten uit vermogen (waaronder vermogen belegd in eigen onderneming en besloten vennootschap), vennootschapsbelasting, dividendbelasting, overdrachtsbelasting, schenk- en erfbelastingen, onroerende zaakbelasting, motorrijtuigenbelasting en omslagheffing waterschappen.

Referenties

DNB, (2013), “Minder geld in de huishoudportemonnee”, Amsterdam.

European Commission, (2009), Taxation trends in the European Union: Data for the EU Member States and Norway , 2009 edition.

Karabarbounis, L. en Neiman, B. (2012), “Declining labor shares and the global rise of corporate saving”, NBER Working Paper Series, Working Paper 18154. Cambridge MA,

Studiecommissie Belastingstelsel, (2010). Continuïteit en vernieuwing; een visie op het belastingstelsel. Den Haag.

Te citeren als

Ed Groot, Henk Nijboer, “Zet de mens centraal in belastingstelsel, niet de financiële sector”, Me Judice, 5 november 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.