Zonder goed sociaal vangnet de crisis in

Zonder goed sociaal vangnet de crisis in image

bron: Patrick Rasenberg, Flickr

18 mei 2009 |
Wie nu werkloos wordt, treft het een stuk slechter dan 25 jaar geleden. Het recht om voor een uitkering in aanmerking te komen is ingeperkt, de hoogte en duur van de uitkering beperkt. De basisfunctie van de sociale zekerheid, het bieden van inkomensbescherming, is volgens econoom Paul de Beer uitgehold.

Crisis is test voor sociaal vangnet

Zoals je je vrienden leert kennen in slechte tijden, moet ook het stelsel van sociale zekerheid zijn waarde bewijzen als het economisch tegenzit. De huidige economische crisis vormt dan ook een uitstekende test voor het succes van de 25 jaar aan hervormingen die we achter de rug hebben. Op 1 januari 1984 werden alle sociale uitkeringen in Nederland met drie procent verlaagd. Deze maatregel vormde het startpunt van een onafzienbare reeks hervormingen in de sociale zekerheid, zowel in de materiewetten (hoogte, duur en voorwaarden voor een uitkering) als in de uitvoering. Het hoofddoel van deze hervormingen was om de uitgaven beheersbaar te maken en de arbeidsparticipatie te verhogen. De eisen om voor een uitkering in aanmerking te komen werden strikter en de hoogte of duur van veel regelingen werd beperkt. De veranderingen in de uitvoeringsorganisatie beoogden deze efficiënter te maken en meer te richten op activering.

Meer armoede onder uitkeringsgerechtigden

Overzien we wat een kwart eeuw aan hervormingen heeft opgeleverd, dan is de beheersing van de uitgaven een groot succes geworden. Als percentage van het bruto binnenlands product zijn de uitgaven voor de sociale zekerheid in 25 jaar gehalveerd van 19 naar 9 procent. Het wekt dan ook verbazing dat we nog steeds met enige regelmaat horen dat er nieuwe maatregelen nodig zijn om de kosten van de sociale zekerheid te beperken. Die omvangrijke bezuiniging op de sociale zekerheid is wel gepaard gegaan met een verslechtering van de uitkeringsvoorwaarden. Het gemiddelde uitkeringsniveau ten opzichte van het gemiddelde loon is volgens het Centraal Planbureau gedaald van 84 naar 66 procent. De basisfunctie van de sociale zekerheid, het bieden van inkomensbescherming, is daarmee fors uitgehold. Dit heeft geresulteerd in een sterke toename van de relatieve armoede. Uitgaande van de Europese armoedegrens (60 procent van het mediaan inkomen) was begin jaren tachtig een op de twaalf uitkeringsgerechtigden arm en in 2006 al een op de vijf.

Kans op werk voor uitkeringsgerechtigde niet omhoog

De resultaten ten aanzien van de arbeidsparticipatie zijn minder eenduidig. Ogenschijnlijk is ook hier succes geboekt, want de arbeidsdeelname steeg van 49 naar 67 procent van de bevolking van 15-64 jaar. Die stijging heeft echter weinig te maken met de hervormingen van de sociale zekerheid. De groei van de arbeidsdeelname concentreerde zich bij (huis)vrouwen en bij scholieren en studenten, die doorgaans toch al geen aanspraak maakten op een uitkering. Daarnaast is de laatste vijftien jaar ook de arbeidsparticipatie van ouderen fors gestegen, maar dat hangt vooral samen met veranderingen in de vut- en de pensioenregelingen, die een verantwoordelijkheid van de sociale partners zijn. Zorgelijk is dat de uitstroom uit de WW en WAO in de afgelopen 25 jaar niet is toegenomen, maar zelfs is gedaald. In 1988 ging 42 procent van de ontvangers van een WW-uitkering binnen een jaar weer aan het werk, in 2007 was dit nog slechts 32 procent. De (totale) uitstroom uit de WAO nam in de eerste helft van de jaren negentig wel iets toe, maar daalde daarna van 11 procent in 1995 naar 7,4 procent in 2007. Alle reorganisaties van de uitvoering ten spijt, is de kans dat uitkeringsgerechtigden weer aan het werk gaan dus niet groter geworden.

Geen werk en geen uitkering

Wel zijn de toegangsdrempels tot de sociale zekerheid aanzienlijk verhoogd. Zo claimde in 1994, op het hoogtepunt van de recessie een op de tien werknemers een WW-uitkering en in 2004, in een beduidend diepere recessie, slechts een op de zestien. De jaarlijkse instroom in de WAO/WIA is teruggelopen van twee procent van de werknemers in 1980 naar rond een half procent momenteel. Als degenen die niet tot de uitkering worden toegelaten aan het werk blijven, valt dit positief te waarderen. Het is echter de vraag of dit het geval is. Feit is dat tussen 2003 en 2007 het aantal uitkeringsontvangers sterker daalde (met 308.000) dan het aantal werkenden groeide (met 258.000). Dit doet vermoeden dat een aanzienlijke groep tussen de wal en het schip valt en noch een uitkering krijgt, noch aan het werk blijft of gaat, maar geheel zonder inkomen komt te zitten.

Momenteel worden allerlei initiatieven genomen om werklozen via mobiliteitscentra weer snel aan het werk te helpen. De ervaring uit het verleden geeft echter weinig hoop dat men nu zal slagen waar men in het verleden tekortschoot. Dit maakt het sociale stelsel in de huidige crisis kwetsbaar. Een snel toenemend aantal uitkeringsgerechtigden zal het stelsel opnieuw onder druk zetten. Tegelijkertijd is de traditionele beschermingsfunctie van de sociale zekerheid, door de eenzijdige nadruk op kostenbeheersing en activering, danig uitgekleed, waardoor de (stille) armoede de komende tijd fors dreigt te stijgen. Na 25 jaar van hervormingen is dat een wel heel pover resultaat.

Dit artikel is gebaseerd op een inleiding voor het maandagavonddebat van het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio van maandag 20 april jl.

Te citeren als

Paul de Beer, “Zonder goed sociaal vangnet de crisis in”, Me Judice, 18 mei 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.