Big Pharma-fusie draait maar om één ding: Big Belastingschuiven

Big Pharma-fusie draait maar om één ding: Big Belastingschuiven image
Afbeelding ‘Pills 3’ van e-Magine Art (CC BY 2.0)
10 dec 2015 |

Fusies in de farmaceutische industrie zijn big business. De fusie van Pfizer en Allergan behelst bijvoorbeeld 150 miljard euro. Deze fusies hebben weinig met strategische of economische motieven te maken, doch wijzen vooral op structurele belastingontwijking van Amerikaanse multinationals. Aldus CPB-econoom Maarten van ’t Riet. Nieuwe maatregelen van het Amerikaanse ministerie van financiën, of de plannen van de OESO tegen belastingontwijking, veranderen daar niets aan. Het verplaatsen van hoofdkantoren blijft onverminderd profijtelijk. Nederland blijkt wat dit betreft ook bijzonder aantrekkelijk als vestigingsplaats voor hoofdkantoren.

Fusie Pfizer-Allergan

De voorgenomen fusie van de farmaceutische reus Pfizer, producent van onder meer Viagra, en branchegenoot Allergan, van de Botox, zou gaan om 150 miljard euro. Daarmee is deze transactie de op twee na grootste fusie of overname ooit. Het betreft een zogenaamde inversion: het huidige Pfizer is belastingplichtig in de VS voor de winstbelasting maar zal bij de fusie fiscaal verhuizen naar Dublin. Een ander voorbeeld van een tax inversion afgerond in december 2014, is de overname van de Canadese fastfoodketen Tim Hortons door het Amerikaanse Burger King. Hierbij verhuisde de wettelijke vestigingsplaats van Burger King naar Canada. In het algemeen is er niet of nauwelijks sprake van verplaatsing van feitelijke economische activiteiten, zoals productie.

Een inversion betekent voor een Amerikaanse multinational gemiddeld 10 procentpunt minder belastingdruk op de winsten die uit andere landen naarde VS gehaald worden. Bij de fusie verhuizen de buitenlandse winsten van Pfizer naar Ierland. De andere kant hiervan is het verdwijnen van belastinggrondslag voor de Amerikaanse overheid. Deze lijkt met de bedrijven die willen inverteren verwikkeld in een wedloop van nieuwe beperkende maatregelen en nieuwe oplossingen om deze te omzeilen.

Opgemerkt zij hier dat er naast belastingmotieven natuurlijk ook commerciële of andere bedrijfseconomische motieven voor fusies en overnames zijn. Voor de farmaceutische reuzen zou gelden dat ze ervoor moeten zorgen dat ze voldoende innovatieve producten in de maak hebben om klappers te worden, zoals Viagra en Botox, waarvan op den duur het intellectuele eigendom afloopt. Dit is niet onderwerp van deze bijdrage.

Schuiven met winsten

Als toelichting bij de belastingbaten door inversion wordt vaak gewezen op het verschil in de tarieven van de winstbelasting, in het geval van Pfizer en Allergan gaat het om het 35% belastingtarief van de VS en de 12,5% van Ierland. Dit suggereert dat er een zeer aanzienlijke 22,5 procentpunt bespaard kan worden op de gehele winst. De bedrijven zelf noemen andere percentages. Twee zaken moeten hierbij bedacht worden. Ten eerste dat de genoemde tarieven nominaal zijn. Door allerlei aftrekmogelijkheden en het schuiven met winsten zijn de effectieve belastingvoeten lager. Deze mogelijkheden bestaan voor én na de fusie. Ten tweede is er het gegeven dat er nauwelijks sprake zal zijn verplaatsing van feitelijke economische activiteiten. De belasting op de behaalde winsten in de VS en Ierland zullen dan ook nauwelijks verschillen. Hét verschil wordt alleen gemaakt op de belasting van winsten uit derde landen wanneer deze gerepatrieerd worden naar het moederbedrijf. Pas dan kunnen de winsten van de buitenlandse dochters uitgekeerd worden aan de aandeelhouders.

Van ’t Riet en Lejour (2014, 2015) brengen de repatriëringsbelastingen op dividenden in kaart voor 108 landen. Van belang zijn de bronbelastingen die geheven worden op uitgaande dividenden. Deze belasting wordt al dan niet geheven in het gastland waar het dochterbedrijf zetelt. Daar kan een standaardtarief voor gelden, en dat ook in sommige gevallen ook nul kan zijn zoals in het Verenigd Koninkrijk. Verder geldt dat er in bilaterale belastingverdragen vaak wederkerige verlagingen van de standaardtarieven afgesproken worden. Vervolgens kan ook het thuisland - dus waar het moederbedrijf zetelt - belasting heffen. Nederland en vele andere landen doen dat niet omdat ze een deelnemingsvrijstelling hebben. Er bestaan ook andere unilaterale methoden ter voorkoming van dubbele belasting. De VS en Ierland passen de zogenaamde credit-methode toe. Zij belasten, in principe, het wereldwijde inkomen van hun burgers en bedrijven. En dan doen de belastingtarieven van 35% en de 12,5% er wel toe, met in achtneming van de reeds betaalde belasting in het bronland, want die levert een tegoed (credit) op voor de verschuldigde belasting. Dat pakt vanwege het lage tarief van 12,5% heel anders uit voor Ierland dan voor de VS. Daarbij geldt voor Ierland ook nog de zogenaamde Moeder-Dochter richtlijn van de EU, die bepaalt dat deze belastingen op dividenden binnen de EU sowieso nul zijn.

Tabel 1: Gemiddelde dubbele belastingvoet (%) op inkomende dividenden

Belastingvoet Rangnummer
Nederland 3.4 1
Finland 3.7 2
VK 3.8 3
Zweden 3.8 4
Luxemburg 4.0 5
Ierland 5.6 11
Canada 6.4 18
VS 16.7 64
wereld 11.8
Bron: EY Wordlwide Corporate Tax Guide 2013 en eigen berekeningen

Voor 108x107 landenparen hebben we de effectieve repatriëringsbelastingvoeten berekend op basis van belastingparameters uit 2013. We beschouwen alleen de dubbele belasting, dus de belasting die bovenop de winstbelasting in het bronland komt. Vervolgens hebben we per land de inkomende belastingvoeten gewogen naar het bbp van de bronlanden. Die gemiddelde voeten zouden een indicatie moeten geven voor de aantrekkelijkheid als bestemming voor een tax inversion.

Nederland staat bovenaan de lijst (zie tabel 1): het heeft de deelnemingsvrijstelling en een groot aantal bilaterale belastingverdragen. Het is dan ook meerdere malen de bestemming geweest van een inversion (zie Bloomberg, 2015). Om een voorbeeld uit de farma-hoek te geven, in februari 2015 is de Mylan-Abott deal op die wijze tot stand gekomen met het hoofdkantoor in Nederland. Finland lijkt een verrassing maar wordt inmiddels ook door Amerikaanse multinationals gevonden. Er is een fusie onderweg tussen de Amerikaanse machinebouwer Terex en de Finse hijskranenproducent Konecranes. Gecombineerd zou de omzet jaarlijks 10 miljard dollar zijn. En het beoogde hoofdkantoor? In Finland natuurlijk.

Meer in het algemeen is duidelijk dat een tax inversion met tal van Europese landen als bestemming ruim 10 procentpunt minder belasting betekent op gerepatrieerde dividenden van buiten de VS. Ook met Canada als bestemming (denk aan Burger King) is het verschil meer dan 10 procentpunten. Deze belastingbaten betreffen toekomstige buitenlandse winsten.

Enorme belastingclaims

Hebben Amerikaanse multinationals in het verleden dan altijd hoge belastingen betaald op hun buitenlandse winsten? Welnee, die zijn offshore gebleven, want een kenmerk van het Amerikaanse stelsel is dat de belastingen daarop pas verschuldigd zijn wanneer de winsten daadwerkelijk gerepatrieerd worden, uitgekeerd aan het Amerikaanse moederbedrijf. Dat wordt dus uitgesteld. Bijgevolg hebben de multinationals hun gecumuleerde buitenlandse winsten buiten de VS gestald. Microsoft is dit jaar door de 100-miljard-dollar-grens gegaan (Bloomberg News, 2015). Voor de VS totaal gaat het om meer dan 2 biljoen (trillion) dollar. Op die winsten rust dus een belastingclaim; men spreekt dan van een lock-out.

Wel kunnen deze winsten weer in het buitenland geïnvesteerd worden. Pfizer, bijvoorbeeld, nam in mei 2015 een minderheidsbelang van 87,5 miljoen dollar in het biofarmaceutische bedrijf AM-Pharma uit Bunnik. Daarnaast heeft het een optie genomen voor een totale overname van het Nederlandse bedrijf voor 600 miljoen dollar; het blijft immers Big Pharma. Ook kunnen de buitengesloten winsten gebruikt worden voor vijandige overnames.

Tegengaan van inversions

Een eerste golf van inversions had bestemmingen als Bermuda en de Kaaiman-eilanden, waar geen of nauwelijks bedrijfseconomische activiteit plaats vond. Wetgeving uit 2004 maakte hier een einde aan (Marples & Gravelle, 2014). Vanaf toen zijn de belastingvoordelen van een inversion in het geheel niet meer te realiseren als de aandeelhouders van het oorspronkelijke Amerikaanse bedrijf 80% of meer van het nieuwe bedrijf in handen krijgen. Want dan ziet de belastingdienst het als hetzelfde binnenlandse bedrijf. Bij voortgezet eigendom tussen 60% en 80% is er een apart regime met enigszins beperkte belastingbaten. Echter, via fusies met, of overnames van of door, grotere partijen bleven de voordelen van inversion wel binnen bereik. Sterker nog, er zijn pogingen gedaan door bedrijven om via een inversion zich belastingvrij toegang te verschaffen tot hun gecumuleerde buitenlandse winsten. Maatregelen van het Amerikaanse ministerie van financiën (US Treasury) van september 2014 hebben daar een stokje voor gestoken. Deze maatregelen pakken ook trucs aan om aan de 80%-eigendomsregel te voldoen.

Bij de voorgenomen fusie tussen Pfizer en Allergan wordt aangenomen dat de huidige aandeelhouders van Pfizer 54% van de aandelen zullen bezitten van het nieuwe bedrijf. Hoe dan ook wordt ervoor gezorgd dat het voortgezet eigendom onder de 60% blijft en het regime van beperkte belastingbaten niet van toepassing wordt. Zie hier het spel tussen de multinationals die door inversion hun belastingdruk willen verlagen en de US Treasury. De nieuwste maatregelen zijn van 19 november 2015; deze maatregelen hebben echter het fusieplan van Pfizer en Allergan niet kunnen tegengehouden.

De fusie is nog niet definitief. Hierover moet nog verder over worden onderhandeld en vormgegeven. Kennis van de fiscale wetgeving in de jurisdictie van het nieuwe hoofdkantoor is daarbij van wezenlijk belang. Dit is ook meteen een verklaring waarom de Amerikaanse multinationals het vooral zoeken in het eigen taalgebied – Ierland, VK, Canada (Marples & Gravelle, 2014) omdat deze wetgeving voor Angelsakische juristen eenvoudiger is te doorgronden. Voor Nederland geldt dat het niet aantrekkelijker geworden zal zijn met de verklaring van de EU dat de belastingafspraak met Starbucks verboden staatssteun is.

Bestrijding internationale belastingontwijking

Er is een wedloop gaande tussen multinationals die willen inverteren en het Amerikaanse ministerie van financiën; nieuwe beperkingen worden keer op keer omzeild. Deze race zal nog wel doorgaan omdat het de opgelegde beperkingen de baten voor multinationals niet aantasten. Op basis van kale belastingparameters blijkt dat de baten van inversion groot zijn; gemiddeld ruim 10 procentpunt van de buitenlandse winsten bij repatriëring.

In een meer algemene context is de belastingontwijking door multinationals onderwerp van het BEPS-initiatief van de G20 en de OESO. BEPS staat voor Base Erosion and Profit Shifting. In oktober 2015 kwam de OESO met 15 actiepunten (OECD, 2015). De actiepunten behelzen vooral oplossingen in de vorm van juridische beperkingen. De analogie met de wedloop van de Amerikaanse ministerie van financiën dringt zich op; de onderliggende prikkels voor het internationaal schuiven met winsten blijven in tact. De potentiële belastingbaten blijven onverminderd hoog, het enige wat de OESO bewerkstelligd is dat lastiger gemaakt wordt deze te realiseren.

Maar hoe dan?

Het tegengaan van inversions en belastingontwijking moet dan ook in andere hoeken gezocht worden. Als eerste mogelijkheid kan gedacht worden aan de rol van consumenten. In het verleden is maatschappelijke ophef over zaken als kinderarbeid, slechte arbeidsomstandigheden, en milieuvervuiling reden geweest voor ander bedrijfsbeleid. Hoe vatbaar zijn bedrijven voor imagoschade? In een reactie op consumentenprotesten schonk Starbucks 20 miljoen pond aan de Engelse staat, aan wie ze eerder nauwelijks winstbelasting betaalden. Tax shaming kan ook volgen op publiek beschikbare landenrapporten waarin multinationals rapporteren hoeveel belasting in welk land afgedragen wordt. Het OESO-actiepunt 13 voorziet nu in beschikbaarheid voor alleen de belastingdiensten. Als tweede mogelijkheid zijn er de meer fundamentele belastingherzieningen die wél de onderliggende prikkels veranderen. De Democraten en de Republikeinen in de VS hebben daar verschillende visies op. Donald Trump wil belastingverlaging voor de bedrijven, Hillary Clinton wil meer opbrengsten voor de overheid. En ook in Europa is er een enorm internationaal coördinatieprobleem dat maakt dat meer fundamentele oplossingen slecht van de grond komen.

Referenties

Bloomberg Quicktake, 2015, Tax Inversion , How US companies buy tax breaks, 23 november 2015.

Bloomberg News, 2015, Microsoft’s Offshore Profit Pile Surges Past $100 Billion Mark , 3 augustus 2015.

Marples, Donald J. and Jane G. Gravelle, 2014, Corporate Expatriation, Inversions, and Mergers: Tax Issues, Congressional Research Service Report

OECD, 2015, BEPS Final Reports 2015, Parijs.

Van ’t Riet, Maarten and Arjan Lejour, 2014, Ranking the Stars: Network Analysis of Bilateral Tax Treaties , CPB Discussion Paper 290

Van ’t Riet, Maarten and Arjan Lejour, 2015, Tax Inversion Remains (Huge), VoxEU column, January 5, 2015.

Te citeren als

Maarten van ’t Riet, “Big Pharma-fusie draait maar om één ding: Big Belastingschuiven”, Me Judice, 10 december 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.