De guldenkwestie of de kostbare les van een onmogelijk project

De guldenkwestie of de kostbare les van een onmogelijk project image
25 nov 2011 |
Op speciaal verzoek van de redactie van Me Judice hebben een aantal economen zich gebogen over de vraag of een terugkeer van de gulden een wijs plan is. In deze bijdrage neemt de Rotterdamse econoom Arjo Klamer de guldenkwestie onder de loep. Hij stelt dat de gezien het ontbreken van een hechte gemeenschap en een politieke unie het europroject al vanaf het begin gedoemd was te mislukken wanneer de gemeenschap onder druk komt te staan.

Wat is verstandig beleid?

De huidige Nederlandse politici gaan niet beslissen dat de gulden terug komt. Daarvoor is de verwevenheid en binding met de euro te sterk. De vraag is eerder wat verstandig beleid is wanneer de euro niet langer houdbaar blijkt te zijn. Gaan we mee met de Duitsers of zouden we er beter aan doen een eigen koers te varen en de gulden weer in te voeren?

Tot ongeveer maart dit jaar was een discussie over een verkleining van de eurozone nog ondenkbaar. Suggereerde je het einde van de euro, dan kwam je van Mars. Nu spreken ook beleidsmakers openlijk over beide opties. Dat kan nu omdat de voorspellingen van de critici van de euro al na iets meer dan vijf jaar uitgekomen zijn. Zoals voorspeld hebben de eurolanden bij een gebrek aan een stevige politieke unie de grootst mogelijke moeite de euro te managen; de euro maakt de onderlinge verschillen pijnlijk duidelijk alsook het ontbreken van goede correctiemechanismes. Strengere regels en steviger toezicht gaan dit gebrek niet goedmaken.

Terug naar de basisprincipes van geld

Bij het monetaire ontwerp van de toekomst is het van belang rekenschap te geven van het falen van de euro en te letten op de belangrijke basisprincipes voor een goed functionerend geldstelsel.

1. Een geldeenheid fungeert niet alleen als ruilmiddel, maar ook als rekeneenheid. Een eenduidig ruilmiddel vergemakkelijkt de ruil. Dat is de efficiëntieslag van een gemeenschappelijke munt. Maar de rekeneenheid staat voor de waarde van de munt. Wanneer door een heterogeen economisch gebied, met regio’s die onderling sterk verschillen in economische kracht, overal dezelfde eenheid geldt, verliezen partijen inzicht in de onderlinge waardeverschillen. Een eigen munt biedt de kans om de eigen economie apart te prijzen, een kans die verloren gaat met een gemeenschappelijke munt. Veel economen zien graag prijzen die fluctueren om aanpassingen sneller en efficiënter te doen verlopen.

2. Een geldeenheid moet beheerd worden. En daar is een stevige politiek eenheid voor nodig. Zoals de casus van de euro weer eens heeft duidelijk gemaakt, vraagt een stevige munt een krachtige politiek en een betrouwbare centrale bank. Het managen van geld is niet alleen een zaak van monetaire autoriteiten maar ook van economische autoriteiten. Het gaat niet alleen om de beheersing van de rente en van de geldhoeveelheid maar ook om beheersing van de overheidsbegroting, de huizenmarkt, de internationale handel en de lonen en de prijzen. Nu ondermijnen onevenwichtigheden in de financiële sector, de huizenmarkt maar vooral in de internationale handel de euro. In de nabije toekomst zou het inflatiespook kunnen opkomen en zal het gaan om de beheersing van grondstoffenprijzen en van de lonen.

3. Geld fungeert ook als bindmiddel. Een munt circuleert in een geografische ruimte en accentueert de handelsstromen in die ruimte. Een goede munt bestendigt een gedeelde ervaring, zoals de dollar dat deed bij haar invoering in het begin van de 20ste eeuw, en de mark ooit. Een lokale munt versterkt de lokale economie. Niet onbelangrijk is de overweging dat een munt een sterke gemeenschap nodig heeft om haar waarde vast te houden.

De euro voldoet niet aan deze basisprincipes. Een gulden doet dat wel.

Wanneer de eurozone uiteenvalt, zullen de Nederlanders de neiging hebben om samen met de Duitsers, en eventueel wat meer landen, een muntunie te vormen. Dat gaat een tijd werken totdat Nederlanders genoeg hebben van het aan de leiband lopen van de Duitsers, of wanneer de Duitsers genoeg krijgen van de bemoeizucht van de Nederlanders. Zolang nationale sentimenten sterk zijn, blijft een gemeenschappelijke munt een onrealistisch ideaal.

De euro werd ingevoerd tegen beter weten in (Klamer, 1998). Hardnekkig vasthouden aan een verkeerde constructie is hopeloos en kostbaar. Het zou zo veel beter zijn als beleidsmakers erkennen dat de euro een mislukt experiment is geweest, om te kunnen werken aan een ordelijke transitie naar een wereld met meerdere munten, waaronder de gulden.

Referenties:

Klamer, A., 1998, Euro wordt speelbal van national politici, de Volkskrant, 28 december 1998.

Bron foto: Flickr

Te citeren als

Arjo Klamer, “De guldenkwestie of de kostbare les van een onmogelijk project”, Me Judice, 25 november 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.