De waardevolle economische wetenschap

28 mei 2014 |
Door de crisis hebben economen een slechte naam gekregen, maar geheel onverdiend volgens Ed Westerhout. Voor een belangrijk deel heeft dit te maken met het onrealistische beeld dat het grote publiek van de doorsnee econoom heeft. Economen moeten het hier niet bij laten en dit verwrongen beeld bijstellen door beter en actiever uit te leggen waar het in de economie om draait.

Economische wetenschap

De economische wetenschap is relatief jong. Pas met de publicatie van The Wealth of Nations van Adam Smith in 1776 werd economie als zelfstandig wetenschapsgebied neergezet. Maar in de korte tijd van haar bestaan heeft de economische wetenschap al veel kennis opgeleverd. Over de relaties tussen prijs en volume, de rol en werking van markten, de samenhang tussen markten, de kracht en onmacht van overheidsbeleid. Die kennis speelt zich af op verschillende niveaus: het micro-, meso- en macro-niveau (nationaal en internationaal). Het domein van de economische wetenschap is in de loop der tijd bovendien uitgedijd. Onder aanvoering van de onlangs overleden Gary Becker hebben economen laten zien dat economische principes ook opgaan op gebieden waar dit niet direct logisch werd geacht.

Uiteraard zijn er ook veel vragen waar de economie nog niet uit is, waar algemeen geaccepteerde ideeën ontbreken. Maar ook op dat vlak zijn successen aanwijsbaar. Want waar kennis ontbreekt, kan vaak wel worden aangegeven welke data en welke experimenten nodig zouden zijn om de kennislacune te vullen. Of kan worden geduid waarom lacunes niet kunnen worden ingevuld. De voormalig Amerikaanse defensieminister Donald Rumsfeld sprak in dit verband over known unknowns. En dat is een groot verschil met unknown unknowns.

Slechte naam

Ondanks deze positieve resultaten hebben economen een groot probleem. Dat is dat ze hun kennis niet weten over te brengen op het grote publiek. Dat ziet economen vooral als een stelletje bekvechters en betweters. Als wetenschappers die niet kunnen voorspellen. Als makers en gebruikers van modellen waarvan iedereen ziet dat ze niet realistisch zijn en dus nutteloos, behalve de economen zelf. De waardering van wetenschap in zijn algemeenheid mag de laatste jaren afnemen, die voor de economische wetenschap lijkt daar al langere tijd ver op achter te blijven.

Economen in actie

Je kunt dit als econoom constateren en het daarbij laten. Maar je kunt ook in actie komen. Maak het publiek duidelijk dat het formuleren van trefzekere voorspellingen niet mogelijk is en dat dit ook niet van economen mag worden verwacht. Maar dat voorspellingen altijd zullen blijven worden gemaakt omdat daar nu eenmaal een grote behoefte aan is. De parallel met weersvoorspellingen dringt zich op. Ook al zitten weersvoorspellingen er soms faliekant naast, het idee om te stoppen weersvoorspellingen te maken zou op bijzonder weinig bijval kunnen rekenen.

Probeer het publiek duidelijk te maken dat een realistisch model niet hetzelfde is als een bruikbaar model. De meest bruikbare modellen wijken behoorlijk af van de economische realiteit. Daarvoor zijn het ook modellen: afspiegelingen van de economische werkelijkheid. En economie staat daarin niet alleen. De natuurkunde gebruikt modellen, en ook scheikunde en biologie zijn er niet vies van. En ook daar heeft het gebruik van modellen voor zover ik dat als niet-natuurkundige, -scheikundige en –bioloog kan overzien, de wetenschap geen windeieren gelegd.

Leg het publiek ook uit dat we het inderdaad soms met elkaar oneens zijn. Lang niet over alles; dat blijkt wel uit de enquêtes in de VS en Nederland, zoals gedaan door Me Judice. Maar soms wel en dat heeft alles te maken met de beperkingen bij empirisch onderzoek en het studieobject van de economie. Die beperkingen zijn fundamenteel: bij gebrek aan laboratoriumexperimenten zullen we ons moeten behelpen met data van de echte wereld en die voldoen zo goed als nooit aan de eisen die we als onderzoekers aan een laboratoriumexperiment zouden hebben opgelegd. En het studieobject is helemaal een ramp: het gedrag van mensen, de diersoort bij uitstek die haar gedrag voortdurend kan aanpassen. Natuurkundigen hebben het wat dat betreft een stuk gemakkelijker.

En onderwijs het publiek ook over de kennis die de economische wetenschap heeft vergaard. Over algemene kennis, omdat het gewoon leuk is te weten hoe processen lopen en hoe zaken in elkaar steken. En toepasbare kennis als basis voor overheidsbeleid. En over kennis die op het individuele niveau kan worden toegepast. Bij de economische keuzes die we allemaal moeten maken over onze levenscyclus kunnen economische inzichten als de time diversification fallacy (aandelenrendementsrisico verdwijnt niet door lang genoeg in aandelen te beleggen), het rendement van onderwijs en de afruil tussen risico en rendement van cruciale betekenis zijn.

Work in progress

Tegelijkertijd zullen we ook moeten erkennen dat er nog veel werk te doen is. Veel zaken zijn nog onvoldoende in kaart gebracht. Andere vermeende inzichten zijn door de crisis weer in twijfel getrokken. Bovendien zullen onze ambities niet te hoog kunnen zijn. Wetten in de betekenis van harde verbanden tussen variabelen zullen we in de economie nooit weten te produceren; wetmatigheden – structurele verbanden die alleen zichtbaar worden als de data van hun ruis zijn ontdaan, zijn het hoogst haalbare. Maar toch is dat al een hele vooruitgang ten opzichte van de ‘goede oude tijd’ waarin men geen flauw idee had waarom mensen deden wat ze deden.

De economische crisis moet je als econoom dan ook serieus nemen. Dat betekent wat mij betreft absoluut niet dat de wetenschap op de schop moet. Integendeel, het centrale uitgangspunt van de economische wetenschap is dat van eigenbelang en dat uitgangspunt lijkt door de crisis alleen maar bevestigd. Maar los daarvan zal de wetenschap veel meer oog moeten gaan krijgen voor risico’s, staartrisico’s, de rol van liquiditeit en de financiële sector als geheel. Je kunt je serieus afvragen of het nog wel verantwoord is toekomstverkenningen te produceren die gebaseerd zijn op één enkel scenario. Een dergelijke praktijk staat in schril contrast met het idee dat de economie tal van kanten kan opgaan en dat er fundamentele onzekerheid is welke kant dat zal worden. Ik zou er wel voor voelen bij toekomstverkenningen minstens twee of drie scenario’s te produceren (bijvoorbeeld een good, bad en ugly scenario). Ook al is de kans dat een ugly scenario zich zal realiseren, erg klein, de crisis heeft wel duidelijk gemaakt dat het zinvol is er aandacht aan te geven. Ook op dit punt kunnen economen een maatschappelijke functie vervullen.

Kortom, de economische wetenschap verdient niet alleen een upgrade, maar ook een betere uitleg. Daar wordt al heel veel aan gedaan, maar naar mijn idee onvoldoende. De economische wetenschap is het waard.

* Mijn eigen bijdrage om de economische wetenschap over het voetlicht te brengen is het boek Economen kunnen niet rekenen, verschenen bij Amsterdam University Press.

Te citeren als

Ed Westerhout, “De waardevolle economische wetenschap”, Me Judice, 28 mei 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

In de media