Hoe gemeenten zich laten inpakken door gehaaide bouwbedrijven

Hoe gemeenten zich laten inpakken door gehaaide bouwbedrijven image
Afbeelding ‘Maquette’ van Calystee (CC BY-NC-SA 2.0)
18 sep 2013 | | 2055 keer bekeken
Opportunistische bouwbedrijven weten zich dankzij naïviteit van gemeenten voor te sorteren bij het realiseren van prestigieuze projecten zoals sportstadions, stelt Tsjalle van der Burg. Gemeenten zien een project waarbij alles door de private sector geregeld wordt: het bouwbedrijf is tegelijk ook aandeelhouder of kredietverschaffer, denk aan de nieuwe Kuip of luchthaven Twente. Vergeten wordt dat in dit soort constructies de bedrijven altijd beter af zijn, ook bij faillissement. Dankzij het buitenspel zetten van de concurrentie profiteren de bedrijven van opdrachten met grote winstmarges, de burger kan de scherven opruimen als het prestigieuze project toch niet zo goed loopt als voorgespiegeld. Dit is ethisch en economisch onwenselijk, en mogelijk in strijd met de Europese regels voor eerlijke concurrentie.

Misbruik maken van de situatie

Bestuurders dienen bij het sluiten van contracten te waken voor opportunisme van de tegenpartij. Toch zijn er projecten of plannen waarbij bedrijven soms flinke kansen krijgen om met opportunistisch gedrag veel geld te verdienen. Dit wordt hier kort besproken (en hier in een uitgebreider achtergrondartikel van dezelfde auteur). We beginnen met vliegen.

(1) Luchthaven Twente

In Twente gaat financieringsmaatschappij Reggeborgh van ondernemer Wessels een luchthaven bouwen en exploiteren. Daarvoor wordt binnenkort een concessieovereenkomst met de regionale overheid gesloten. Dit na een aanbestedingsprocedure waarbij alleen Wessels een offerte uitbracht. Nu denken alle luchtvaartdeskundigen dat een luchthaven in Twente niet uit kan. Een faillissement is dus (op termijn) niet onmogelijk. De vraag is nu wat dan de schade voor Wessels zou zijn.

De luchthaven komt in handen van een nieuw bedrijf waarvan Reggeborgh de grote aandeelhouder is. Reggeborgh legt hiervoor een bedrag in dat gelijk is aan 25 procent van de bouwkosten van de luchthaven. De overige 75 procent komt op tafel dankzij overheidssteun, en vooral via subsidies en garanties op leningen (waarover al tijdens de aanbesteding duidelijkheid bestond). Wessels heeft onlangs gezegd dat zijn bedrijf VolkerWessels de bouwopdracht krijgt. Hij onderhandelt dus straks met zichzelf over het contract. Als hij de prijs dan zo zet dat zijn bouwbedrijf 30 procent (over)winst maakt, kan hij zijn luchthavenbedrijf in principe meteen na oplevering failliet laten gaan terwijl hijzelf per saldo nog winst maakt. Hier wordt niet gezegd dat dit ook gebeurt, maar wel dat de overheid een dergelijk scenario mogelijk heeft gemaakt.

Zo’n scenario betekent dat de bouw, door de combinatie van overheidssteun en te hoge prijs, in wezen geheel met belastinggeld wordt gefinancierd. Daarbij wordt het doel van de overheid – een functionerende luchthaven – door het faillissement niet bereikt. Natuurlijk kan de overheid een faillissement wel afwenden, maar dat kost dan weer extra belastinggeld.

Al met al heeft de overheid bij de aanbesteding opportunistische bedrijven meer kansen gegeven dan andere bedrijven. Een opportunistisch bedrijf kan open staan voor het idee om aandeelhouder te worden van een vliegveld dat ten koste van de belastingbetaler failliet gaat, terwijl men zelf met winst opstijgt. Bedrijven met hoge ethische normen kunnen dit niet.

(2) De nieuwe Kuip

Feyenoord en VolkerWessels lanceerden dit jaar een plan voor een nieuw voetbalstadion. Vanwege weerstand van de gemeenteraad is het plan voorlopig ingetrokken, maar het komt mogelijk terug.

Volgens het plan komt het stadion in handen van een nieuw bedrijf, HNS. De aandeelhouders hiervan zijn vooral commerciële bedrijven, met VolkerWessels voorop. De aandeelhouders leggen samen 84 miljoen euro in. Verder leent HNS 160 miljoen onder gemeentegarantie, plus nog enkele tientallen miljoenen zonder overheidsgarantie. Er komt ook nog geld van Feyenoord en van supporters. Het totaal komt zo op 327 miljoen, precies genoeg om de bouwprijs te betalen.

De commerciële aandeelhouders, en de commerciële financiers die leningen verstrekken zonder overheidsgarantie, leveren samen ongeveer 100 miljoen euro. In ruil hiervoor krijgen zij exclusieve contracten bij de bouw of de exploitatie (onderhoud, horeca, e.d.). In totaal heeft HNS voor meer dan 400 miljoen aan opdrachten te vergeven. Als nu elke opdracht 30 procent (over)winst oplevert, dan is dat voor alle opdrachten samen meer dan 120 miljoen. En dus zullen bedrijven die opdrachten krijgen in ruil daarvoor best 100 miljoen aan risicodragend kapitaal willen leveren, terwijl men dat anders niet zou doen vanwege het risico.

Feyenoord en VolkerWessels geven zelf toe dat er te weinig kapitaal komt als men financiers bij opdrachten geen speciale voordelen biedt. Volgens mij betekent dit dat de prijzen van bouw en exploitatie hoger worden. Een directielid van Feyenoord ziet dit anders: “Het klopt dat een partij die geld meebrengt een voorkeurspositie heeft, maar het moet volgens een marktconforme prijs gaan.” Onzin. Op een normale markt concurreren bedrijven met elkaar om een opdracht, en juist dat verlaagt de prijs. En dus is alleen de door concurrentie ontstane prijs marktconform.

Feyenoord is hier niet waakzaam genoeg. Misschien hebben bedrijven de club wel beloofd dat de prijzen marktconform worden, maar wie een contract sluit mag de tegenpartij nooit zomaar geloven. De prijs wordt duidelijk hoger dan marktconform, en dat zal Feyenoord schaden. Want de club is sterk afhankelijk van de winstgevendheid van het stadion.

Een gerelateerd probleem betreft de zeggenschap. Als VolkerWessels, of een groep bedrijven, voor 43 miljoen aandelen HNS koopt, heeft men al meer dan de helft van de aandelen van het stadion. En ook zonder zo’n meerderheid bestaat het probleem dat ondernemers die opdrachten willen, stemrecht hebben op de aandeelhoudersvergadering. Opportunistische aandeelhouders kunnen zo invloed uitoefenen op bestuurders met wie zij ook over opdrachten onderhandelen. Dit zal de kosten van bouw en exploitatie verder verhogen.

En inderdaad, als men de afgesproken bouwprijs van 327 miljoen omrekent in een prijs per tribuneplaats, dan blijkt dat deze prijs flink hoger is – soms zelfs twee keer zo hoog – dan de prijzen die men bij andere stadions ziet. Dit vergroot de toch al behoorlijke kans dat het stadion financieel niet uit kan. Hierdoor kan de gemeente, die via de garanties in wezen bijna de helft van de bouwkosten financiert, flinke schade lijden. Het gemeentebestuur, voorstander van het plan, heeft zich wellicht in slaap laten sussen door het feit dat marktpartijen aandeelhouder van het stadion willen worden, denkende dat dit betekent dat de markt de zaak dus rendabel acht. Maar dit is onjuist, want de aandeelhouders kunnen ook bij een faillissement nog winst maken – dankzij hun opdrachten.

Feyenoord krijgt dus een stadion dat geen 327 miljoen waard is, maar veel minder. Ondertussen wordt overal verteld dat er een schitterend stadion ter waarde van 327 miljoen komt. Aannemers en leveranciers die hieraan niet mee willen doen, maken geen kans op opdrachten. Immers, een bedrijf dat club, supporters en belastingbetalers niet met een onredelijk duur stadion wil helpen opzadelen, zal juist daarom in een opdracht onvoldoende compensatie kunnen vinden voor het verplichte offer van een bijdrage in het kapitaal.

Veel aandeelhouders zullen straks skyboxen of business seats huren. De ereplaatsen worden dan dus deels bezet door mensen die de fans benadeeld hebben. Geen ideale voorbeelden. Het is ook hierom goed dat de gemeenteraad het plan heeft afgewezen. Helaas lijkt Feyenoord er toch mee door te willen, terwijl het voor de club zo nadelig is. Waarom toch?

Conclusie

In Twente en Rotterdam is sprake van plannen voor overheidssteun voor projecten waarbij de bouwers, en soms ook andere leveranciers, tevens aandeelhouder of kredietverschaffer zijn. Mede hierdoor krijgen opportunistische bedrijven meer kansen dan andere bedrijven. Volgens het bijbehorende achtergrondartikel geldt dit ook voor de (afgeketste) plannen voor het ijsstadion in Zoetermeer, en mogelijk ook voor (veel) andere projecten (waaronder wellicht de nieuwe schaatstempel in Almere). Zo ontstaat het gevaar dat, mede door de concurrentie, opportunistische bedrijven het meest kunnen groeien. De overheid draagt zo bij aan een verval van normen en waarden.

Ook economisch gezien zijn er nadelen. Bij eerlijke concurrentie overleven de sterke bedrijven en verdwijnen de zwakke, en dat verhoogt de welvaart. Maar als opportunistische bedrijven teveel kansen krijgen, dan kunnen de beste bedrijven toch overvleugeld worden als ze wat hogere ethische normen hanteren. Gelukkig moet er volgens de Europese regels eerlijke concurrentie zijn, wat lijkt te betekenen dat de besproken vormen van overheidssteun onwettig zijn.

De Europese Commissie wil binnenkort, overigens vooral met het oog op andere argumenten, over de steun voor luchthaven Twente oordelen. In dit stuk is een extra argument gegeven om die steun te verbieden. Er kan geen eerlijke concurrentie zijn als de overheid opportunistische bedrijven de meeste kansen biedt.

Te citeren als

Tsjalle van der Burg, “Hoe gemeenten zich laten inpakken door gehaaide bouwbedrijven”, Me Judice, 18 september 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.