Hoe ontworstelt Nederland zich uit zijn vermogensspagaat?

Hoe ontworstelt Nederland zich uit zijn vermogensspagaat? image
Afbeelding ‘Balancing lady’ van orangebrompton (CC BY-NC-SA 2.0)
24 jan 2013 |

Hoe krijgt Nederland zijn  financiële huishouding weer op orde? Nederland zit opgescheept met een financiële sector die veel groter is dan economisch noodzakelijk en met huishoudens, bedrijven en de overheid die zich in een vermogensspagaat bevinden: het gelijktijdig accumuleren van vermogens en schulden, aangemoedigd door fiscale wetgeving. Een verkorting van de balans moet de hoofdlijn voor de nabije toekomst zijn volgens de Delftse econoom Evers. Met een zesstappenplan zet hij uiteen hoe de fiscus de financiële balansen weer gezond kan maken.

 

Hoe is Nederland weer crisisbestendig te krijgen? Natuurlijk moeten de overheidsfinanciën op orde komen en natuurlijk is het bancaire stelsel toe aan herstructurering. Daar wordt hard aan gewerkt, maar ondertussen zit Nederland opgescheept met een financiële sector die veel groter is dan economisch noodzakelijk. De oorzaak van deze onbalans ligt het gelijktijdig accumuleren van zowel vermogen als schulden. Dit wordt gestimuleerd door de fiscale wetgeving en is langs die weg ook aan te pakken. Onderstaande regels geven de weg aan voor de fiscus om de financiële onbalans te reduceren tot gezonde proporties en om ook de afhankelijkheid van de financiële sector terug te dringen.

1. Voorheffing inkomstenbelasting bij de pensioenfondsen

De pensioenfondsen beheren bij elkaar ruim 900 miljard euro. Een groot deel bestaat uit latente, bij de uitkering af te dragen inkomstenbelasting. Gerekend tegen een laag tarief van 30%, gaat het om ten minste 270 miljard. Aan de andere kant is de overheidsschuld 400 miljard euro. Dat is een omvangrijke vermogensspagaat. De fiscus zou deze 270 miljard ook direct als voorheffing van 30% bij de pensioenkas kunnen incasseren en later in de uitkeringen verrekenen. De fiscale voordelen voor de pensioenspaarder blijven intact, maar de pensioenfondsen hebben dan 270 miljard euro minder te beheren, terwijl overheidsschuld even zo veel minder wordt. Dat geeft een aanzienlijke besparing aan beheerskosten.

2. Hanteer andere definitie van belastbaar eigen vermogen

Bij de berekening van het belastbare eigen vermogen kan men het bedrag aan uitstaande schulden van het bedrag aan gedeponeerd geld aftrekken. Aldus wordt het nettovermogen boven een vrije voet belast met 1,2%. Men kan dus zonder fiscaal nadeel gelijktijdig schuld en spaargeld hebben uitstaan. Dit is te ontmoedigen door de definitie van het belastbare vermogen te herzien, in de zin dat (bijvoorbeeld) slechts de helft van het bedrag aan de uitstaande schuld is af te trekken, terwijl als compensatie het tarief wordt verlaagd tot (bijvoorbeeld) 1%. In feite wordt hiermee het aanhouden van schuld “beboet”. Dat is redelijk omdat bankschuld maatschappelijke risico’s met zich mee blijkt te brengen. De voorgestelde regeling is dus op te vatten als een dekking van deze risico’s.

3. De eigen woning fiscaal bevrijden

De nationale hypotheekschuld is extreem hoog: ongeveer 660 miljard euro. Daar tegenover staat 220 miljard aan contractuele spaargelden voor de aflossing op termijn. Dat is een aanzienlijke vermogensspagaat. Oorzaak van deze onbalans is de hypotheekrenteaftrek (HRA). Onder de nieuwe regeling loopt de HRA in 30 jaar af en zal deze spagaat verdwijnen. Echter de HRA blijft wel bestaan en sneller dan annuïtair aflossen blijft fiscaal nadelig. Beter kan de fiscus de HRA vervangen door een subsidie als vast percentage van de WOZ-waarde van de woning; dus onafhankelijk van de financiering en onafhankelijk van de inkomenspositie van de betrokkene. Beginnend met (bijvoorbeeld) 2,1% zou deze subsidie in 20 jaar lineair moeten aflopen tot nul. Als men de woning voor die tijd zou verkopen, dan zou men het resterende recht op subsidie mogen overdragen naar de WOZ-waarde van een eventuele nieuw te kopen woning. Op de huidige hypotheken is dit toe te passen, door de regeling te enten op de netto uitstaande hypotheekschuld.

Het gaat hier duidelijk om een instapsubsidie, die echter geheel gefinancierd wordt door het huurwaarde forfait. Uit berekeningen blijkt dat deze instapsubsidie de afschaffing van de HRA afdoende compenseert, zonder dat de fiscus daarop hoeft toe te leggen. In deze regeling kan men zonder fiscaal nadeel extra aflossen, of algemener, men krijgt meer vrijheid om een gunstig persoonlijk financieel beleid te voeren.

4. Gebruik de eigenwoning als pensioenvoorziening

Een veelvuldig voorkomende vermogensspagaat ligt in de combinatie van hypotheekschuld en gespaard geld in een lijfrenteverzekering. Vooral bij zelfstandigen die buiten een collectief pensioen vallen, is dat het geval. Deze spagaat zou verdwijnen wanneer men aflossing van de schuld, zonder fiscaal nadeel, kon combineren met sparen in lijfrenteverzekering. De uitkering van de lijfrente zou kunnen op basis van een creditrekening met de eigen woning als borg en dan gekoppeld met de dan geldende marktwaarde van de woning. Dit is te typeren als een hypothecaire lijfrenteverzekering.

Wanneer deze constructie gekoppeld is aan een annuïtaire hypotheek, dan is het aflossingsdeel als inleg voor de lijfrenteverzekering op te vatten. Wanneer echter de HRA vervangen wordt de voorgestelde instapsubsidie, zijn (zonder fiscaal nadeel) ruimere inlegschema’s mogelijk. In deze opzet liggen de risico’s vooral bij de woningeigenaar, zodat risicotoeslagen op het rentedeel achterwege kunnen blijven. Uiteraard moet de fiscus voorzien in een regeling die de hypothecaire lijfrenteverzekering mogelijk maakt.

5. Vorm hypotheekbanken gespecialiseerd in financiering van woningen

Voorstellen circuleren om de banken te verkleinen door deze te splitsen in nuts- en zakenbanken. Dat lijkt praktisch moeilijk. Anders ligt dat voor de hypothecaire financiering van woningen. Dit is een specifiek, goed af te bakenen gebied en is daarom goed onder te brengen in afzonderlijke hypotheekbanken. De oprichting is te bevorderen door daaraan een wettelijke structuur te verbinden over bepaalde vormen van garantie, toe te kennen door de overheid mits aan gestelde voorwaarden is voldaan.

De bedoeling is om daarmee veilige, renderende investeringsfondsen te bieden voor institutionele beleggers (zoals pensionfondsen), om daarmee te voorzien in een stabiele, bancair onafhankelijke financiering van woningen. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden denkbaar; zie bijvoorbeeld “het Canadese model”, zoals beschreven is door van den Berg, Bovenberg, van den Brink (2012). Deze opzet geeft de mogelijkheid om het indirecte vermogensspagaat van pensioenvermogen en hypotheekschuld te vereffenen, door deze vermogens buiten het andere bancaire circuit te houden.

6. Gebruik een vermogensneutrale vennootschapsbelasting

Financiële instellingen en andere ondernemingen zijn sterk vervlochten omdat zij ook elkaar financieren. Een van de oorzaken ligt in de fiscale regeling dat de fiscale winst van de onderneming de kosten van geleend geld af te trekken van bedrijfskundige winst. Voor dividend als vergoeding voor eigen vermogen geldt dit niet. Het is daarom fiscaal voordelig om de onderneming vooral met vreemd vermogen te financieren. Ingewikkelde reparatie wetgeving is nodig om misbruik te beteugelen. Deze zaken spelen ook elders in Europa.

Om dit recht te trekken, opteert de Mirrlees Review (IFS, 2010) voor de Allowance for Corporate Equity (ACE) regel. Hierin wordt, naast de aftrek van de kosten op geleend geld, ook een aftrek op het netto eigen vermogen toegestaan tegen een door de fiscus vastgestelde rekenrente. De beoogde fiscale neutraliteit ontstaat als de rekenrente adequaat gekozen wordt. De Nederlandse Studiecommissie Belastingstelsel (2010) brengt de ACE onder de naam vermogensaftrek/bijtelling en komt tot een overeenkomstige aanbeveling. Deze rekenrente zou ook moeten gelden voor de af te trekken kosten van geleend geld. Er is een argument om dat slechts gedeeltelijk aftrekbaar te houden; bijvoorbeeld tot 95%. Geleend geld wordt dus iets duurder dan eigen vermogen; onderlinge financiering is niet meer gratis. Met deze modificatie zou het geheel voor de fiscus ongeveer neutraal uitwerken.

De kerncijfers van Europese beursgenoteerde bedrijven laten zien dat de schuldquote van bedrijven uit de reële economie loopt van één tot zeven, terwijl dat voor banken ongeveer dertig is. Onder deze gemodificeerde ACE zouden banken dus iets meer vennootschapsbelasting gaan betalen en de bedrijven uit de reële economie iets minder. Dat is een argument om geen aparte “bankentaks” in te voeren. Varianten van de ACE zijn in enkele Europese landen van kracht en blijken daar naar behoren te functioneren.

Tijd voor fiscale revolutie

In de literatuur, maar wel onder andere noemers, zijn de vermogensspagaat en zijn gevolgen al aan de orde gesteld (zie Boot, Bovenberg, 2012; De Haan, van Leuvenstein, 2012; Evers, 2012). Over de funeste effecten van de HRA is veel geschreven. In het FD (interview 12 januari 2013) noemt de econoom Buiter de hypotheekrenteaftrek “crimineel”. De huidige voorstellen van de regering gaan zover dat zelfs de contractvorm wordt voorgeschreven om voor de HRA in aanmerking te komen. Daarmee is elke vorm van flexibiliteit rond de woningfinanciering verdwenen. Voorstellen om de HRA inkomensneutraal af te schaffen zijn er wel degelijk (Rijkers en Van Vijfeijken, 2010; en Evers, 2012), maar die schijnen te ver van de gewoontewijsheid af te staan. Voorstellen om het voor pensioen fondsen aantrekkelijk te maken om rechtstreeks te beleggen in hypothecaire woningfinanciering zijn legio (bijvoorbeeld Bovenberg, Polman, 2012, Van den Goorberg, 2013). De hier gepresenteerde agenda schetst een samenhangend beleid dat de potentie heeft om de omvang van de financiële sector en de maatschappelijke afhankelijkheid daarvan drastisch te verminderen.

Referenties

Berg, P. van den, A.L. Bovenberg, R.G.C. van den Brink, (2012) Het Canadese hypotheekmodel; ESB, jaargang 97, 14 december 2012

Boot, A.W.A., en A.L. Bovenberg (2012) Macro-oplossing voor hypotheekberg. ESB, jaargang 97, 25 mei 2012.

Boot, A.W.A., en A.L. Bovenberg (2012) Europese Commissie onderschat fiscale windhandel in Nederland. Me Judice, 21 mei 2012.

Bovenberg, A.L. en R. Polman (2012), Benut pensioengelden voor robuustere woningmarkt en financieel stelsel. Me Judice, 8 december 2011.

Evers, J.J.M. (2012) Vervang hypotheekrenteaftrek door aflopende instapsubsidie. Me Judice, 3 oktober 2012.

Evers, J.J.M. (2012) Trek vijfmiljard weg bij de Nederlandse financiële sector. Me Judice, 17 juli 2012.

Evers, J.J.M. (2011) Winsten evenwichtig belast. ESB 96(4609), 2011

Goorbergh, W. van den (2013) Beleg pensioen besparingen in woninghypotheken. Me Judice 9 januari 2013.

Haan, J. de, en M. van Leuvenstein (2012) Nederlandse banken: hoog niveau leningen ten opzichte van spaartegoeden. Me Judice 12 november 2012

Mirrlees Review (2010) Tax by Design, Institute of Fiscal Studies, Oxford: Oxford University Press.

Rijkers, A.C., en I.J.F.A. van Vijfeijken (2010), Fiscaliteit en vermogensvorming in een inkomensbelasting. Studiecommissie Belastingstelsel, Min.Fin. 07-04-2010.

Rijkers, A.C. (2012), Arie Rijkers over de eigen woning. video Me Judice 29-10-2012

Studiecommissie belastingstelsel, (2010), Continuïteit en vernieuwing: visie op het belastingstelsel. Min.Fin., 07-04-2010.

Te citeren als

Joop Evers, “Hoe ontworstelt Nederland zich uit zijn vermogensspagaat?”, Me Judice, 24 januari 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.