Mensen leven langer, maar werk is er niet

oudere
Emdot, Flickr.
13 okt 2014 |
De legitimering van de geplande stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd – mensen worden ouder, dus kunnen langer doorwerken – is komen te vervallen. Dit stelt Harrie Verbon. Vele ouderen kunnen namelijk helemaal geen werk vinden. De arbeidsmarktpositie van ouderen is zo verzwakt dat de werkloosheid onder ouderen sneller toeneemt dan onder jongeren.

Iedereen aan de slag

De AOW-leeftijd gaat sinds 2012 langzaam omhoog, eerst in stapjes naar 67 jaar en later wellicht zelfs naar 71 jaar. Bij de verhoging van de AOW-leeftijd speelde het rapport van de commissie-Bakker uit juni 2008 een grote rol. Deze commissie voorspelde grote tekorten op de arbeidsmarkt. Er zou steeds meer werk voor steeds minder mensen komen. Daarom moest iedereen aan de slag en het liefst zo lang mogelijk. Ook oudere werknemers zouden nodig zijn om de tekorten in de zorg en het onderwijs op te vullen.

Dat ouderen aan de slag zouden komen of blijven werd door menigeen (waaronder ondergetekende) betwijfeld, maar in de politiek en onder de meeste economen was er geen enkele twijfel. Lans Bovenberg en Jan Willem Oosterwijk, twee prominente leden van de commissie Bakker schreven op dit forum in juni 2008 hoopvol: 'Een hogere pensioenleeftijd is mogelijk omdat (...) de duurzame inzetbaarheid van de bevolking verbetert en daarnaast de gezonde levensverwachting stijgt. Het is de meest effectieve maatregel om de arbeidsparticipatie te verhogen zonder daarbij de overheidsfinanciën te belasten.'

De praktijk blijkt weerbarstiger dan de theorie. Werkgevers blijken er voor te kiezen om ouderen uit te rangeren en/of om ze niet aan te nemen. Ouderen worden kennelijk beschouwd als de minder productieve werknemers met een te hoog inkomen, waarop verlies geleden wordt. De verhoging van de AOW-leeftijd maakt dat verlies alleen maar groter waardoor de positie van ouderen op de arbeidsmarkt slechter wordt. Inderdaad zien we dat, terwijl voor de meeste oudere werknemers de verhoging van de AOW-leeftijd nog slechts beperkt is tot hooguit een jaar, de werkloosheid onder ouderen voortdurend toeneemt. Volgens gegevens van de UWV is het beroep op de WW van 55-plussers momenteel meer dan 9 procent, de netto instroom in de WW neemt in 2014 nog steeds toe, terwijl dit voor jongere leeftijdsgroepen afneemt. Het aantal werkloze 55-plussers is daarmee in twee jaar tijd toegenomen van 68.000 in 2012 naar ruim 120.000 op dit moment. Zeventig procent van de 55-plussers die werkloos raakt, vindt bovendien geen baan terwijl ze in de WW zitten.

Werkloosheid onder ouderen

Het is al langer bekend dat als ouderen eenmaal ontslagen zijn, hun kans op het vinden van een baan lager is dan voor jongeren (zie bijvoorbeeld CPB). Het is echter een betrekkelijk nieuw fenomeen dat de werkloosheid onder ouderen sneller toeneemt dan onder jongeren. Met uitzondering van de allerjongste leeftijdsgroep (15-25 jaar) is het werkloosheidspercentage van ouderen nu hoger dan van jongere werkenden. Nu is voor de meeste oudere werknemers de verhoging van de AOW-leeftijd nog slechts beperkt tot hooguit een jaar. De relatieve arbeidsmarktpositie van toekomstige ouderen, die langer moeten doorwerken dan de huidige ouderen, zou dus nog verder kunnen verslechteren. Dat is in strijd met wat vrij algemeen wordt aangenomen. Ouderen hebben immers verworven rechten en een vast contract waar werkgevers niet aan kunnen of willen komen. Jongeren hebben daarentegen minder ervaring en geen vast contract en worden daarom in slechte tijden eerder en makkelijker ontslagen dan oudere werknemers. Dit wordt in de economische literatuur bijna als een natuurwet beschouwd, maar kennelijk moeten voor Nederland de leerboeken op dit punt herschreven worden. Het is een unieke prestatie van het beleid van de opeenvolgende kabinetten Rutte om de arbeidsmarktpositie van ouderen zo te verzwakken dat de werkloosheid onder ouderen sneller toeneemt dan onder jongeren.

Geen bijstand

Het beleid van lagere overheden is de positie van ouderen nog verder aan het ondermijnen, zo werd onlangs duidelijk. Van de rechter mogen gemeenten van oudere werklozen van wie de WW-uitkering is verlopen eisen dat ze eerst hun pensioengelden (in de derde pijler) aanspreken alvorens een beroep op bijstand te doen. Terwijl de Rijksoverheid deze mensen een deel van hun AOW-rechten heeft afgenomen, is de lagere overheid dus bezig de opbouw van de pensioenen te ondermijnen. Hieronder bevinden zich ook zzp-ers die uit nood voor zichzelf begonnen zijn en ook zelf een pensioen moeten opbouwen. Binnenkort kunnen we bij de decentralisatie van de zorg nog meer van deze schrijnende een-tweetjes tussen gemeenten en het Rijk tegemoet zien, maar dan op het terrein van de zorg.

Het is overigens niet zo dat onze huidige minister van Sociale Zaken, Lodewijk Asscher, een harteloze man is die zich de precaire situatie van ouderen op de arbeidsmarkt niet aantrekt. Op de zogeheten barometer 50-plus van september, waar het UWV de arbeidsmarktsituatie van ouderen weergeeft, schrijft hij: 'Voor veel oudere werkzoekenden is er nog geen reden om feest te vieren. Het is sociaal onaanvaardbaar en economisch onverantwoord om oudere werkzoekenden langdurig aan de kant te laten staan.' Asscher voelt het als zijn plicht zich voor oudere werklozen in te blijven zetten. Heel goed. Hier alvast een gratis tip: verlaag de AOW-leeftijd!

Dit is een herziene versie van een artikel dat is verschenen in De Volkskrant, 6 oktober 2014.

Te citeren als

Harrie Verbon, “Mensen leven langer, maar werk is er niet”, Me Judice, 13 oktober 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.