Nederland aan de zijlijn in debat over regulering banken

bis in Bazel
Afbeelding ‘Bank for Interntational Settlements’ van Metro Centric (CC BY 2.0)
30 jan 2014 |
Het Nederlandse debat over regulering van banken loopt ernstig achter de feiten aan. Komende week vergadert de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer over de kapitaaleisen voor banken. Dit is buitengewoon relevant, maar wat velen lijken  vergeten, is dat de meeste regels niet in Den Haag maar in Brussel of Bazel worden gemaakt – en al lang zijn gemaakt.  Het lijkt wel alsof Nederland zich beperkt tot commentaar aan de zijlijn, stelt Martien Lubberink.

Nederland buitenspel

De in Nederland eind vorig jaar opgeleefde discussie over de eisen die de overheid moet stellen aan bankkapitaal staat grotendeels los van de dagelijkse werkelijkheid. Vanaf 2009 is de Nederlandse zeggenschap over bankkapitaal geleidelijk en tegelijkertijd drastisch ingeperkt. De discussie ging hieraan voorbij, alsof zij zich in een eigen universum voltrok. Dit is een serieus verzuim, vooral omdat we van meet af aan het proces van regelgeving konden beïnvloeden.

Internationale regelgeving

Op gezag van de G-20 van april 2009 begon de bankregelgeving te veranderen. In 2009 verschenen de eerste concepten ter aanpassing van de destijds geldende Europese bankkapitaal richtlijn. Deze aanpassing verscherpte de eisen voor het kernkapitaal van banken. Ze werd een jaar later ingevoerd onder de naam CRD II.

De meest ingrijpende bankregels zijn dit jaar ingegaan. Ze bestaan uit een richtlijn (CRD IV) en een verordening (CRR). Deze regels beogen een significante verbetering van de kwaliteit én de kwantiteit van bankkapitaal. Eigen vermogen krijgt een significant groter aandeel in bankkapitaal. Een minimum risico-gewogen kapitaalsratio van 18% behoort nu tot de mogelijkheden.

Meer nog dan voorheen is de nieuwe bankregelgeving een Europese aangelegenheid. Europese lidstaten kunnen de belangrijkste regels over kwaliteit en de kwantiteit van bankkapitaal niet meer op eigen houtje invullen.

Gelukkig is het proces dat aan de nieuwe bankregels ten grondslag ligt transparant en toegankelijk. Bazel, de Europese Commissie, en de European Banking Authority (EBA), de primaire bronnen van nieuwe bankregels, hebben ons van meet af aan in staat gesteld mee te praten. Vooral de EBA is proactief in het vragen naar feedback. De EBA betracht bij het aanpassen van bankregels ook een grote mate van openheid. Zo heeft de EBA regels voor beter en meer bankkapitaal sinds 2009 stelselmatig geconsulteerd. Ze houdt verder openbare hoorzittingen over nieuwe regels en brengt verslag uit over relevante processtappen.

Daarnaast volgt de EBA, samen met het Bazels Comité, de implementatie van de nieuwe bankkapitaalregels op de voet: elk halfjaar houden beide gremia monitoringrondes. De resultaten hiervan worden gepubliceerd. Iedereen kan derhalve goed geïnformeerd aan discussies over bankregelgeving deelnemen.

Mosterd na de maaltijd

Het is daarom opvallend dat de stem van enkelingen, aan de vooravond van de invoering van de CRD IV richtlijn en de CRR verordening, zo luid doorklinkt in de discussie over meer en beter bankkapitaal. Najaar 2013 is laat - voor een proces dat in 2009 is begonnen. Voorts lijkt het democratische proces vergeten. Voorstellen van deelnemers aan de discussie over bankkapitaal gaan niet vergezeld van inspraak, consultaties of hoorzittingen. De voorstellen zijn ook weinig verhelderend, ze gaan voorbij aan de werkelijkheid. Een voorstel beoogt een structuur voor kernkapitaal bestaande uit 50% eigen vermogen en 50% converteerbaar kapitaal (Benink et al., 2013). Echter, die structuur maakt sinds 2010 deel uit van CRD II. Bovendien kent de CRR verordening vanaf dit jaar aan converteerbaar kapitaal juist een beperkte rol toe. Een andere bijdrage veronderstelt dat de ledencertificaten van de Rabobank niet gereed zijn voor een beursnotering (Boot en Van Wijnbergen, 2013).

Eisen aan bankkapitaal

De leverage ratio (uitgeleend geld ten opzichte van het eigen vermogen, MJ) domineerde de discussie. Dit is een onvoltooid onderdeel van de CRR verordening. De Kabinetsvisie Nederlandse bankensector grijpt de leverage ratio dan ook aan om de kwantiteit van het Nederlandse bankkapitaal te verhogen.

Weliswaar zijn de regels over de leverage ratio volledig uitgewerkt onder de CRR verordening, zij geeft de EBA ook de opdracht om de leverage ratio voor 1 november 2016 uitgebreid te onderzoeken. Dit onderzoek betreft meer dan alleen het vaststellen van een percentage hoger dan 3. De EBA zal onder andere moeten onderzoeken of de leverage ratio onderdeel kan worden van het flexibiliteitspakket. Dit pakket geeft Europese lidstaten beperkte ruimte om bankkapitaalregels zelf te bepalen. De Kabinetsvisie maakt zich hiervoor sterk, deze wil zeggenschap kunnen krijgen over de leverage ratio.

De vraag is wat Nederland kan bereiken. Bijvoorbeeld, toezichthouders van 28 landen hebben een stem in beslissingen die EBA neemt. Van die landen moeten Frankrijk, Duitsland, Finland en Nederland een forse inhaalslag maken om kapitaaltekorten onder een hogere leverage ratio weg te werken (OECD, 2013). Duitsland heeft reeds aangegeven dat de leverage ratio geen hoofdrol behoeft (Lautenschläger 2013). Daarnaast lijkt in Nederland het momentum om bankregels aan te scherpen verdwenen (Oberndorff en Alberts, 2013). Tegen de tijd dat de leverage ratio wordt heroverwogen, eind 2016, is er mogelijk een andere kabinetsvisie.

Discussies over bankkapitaal zijn gebaat bij inzicht in de relevante regelgeving. Dat inzicht komt in de discussie over bankkapitaal niet altijd naar voren. Juist over banken is kennis van regels belangrijk omdat bankieren onlosmakelijk is verbonden met regelgeving. Het Bazels Comité, de Europese Commissie, en zeker EBA onderkennen dat belang en geven inspraak de ruimte. Deze gremia zijn de eerste aanspreekpunten voor beleidsbeïnvloeding. Met de mondialisering van bankregelgeving is tijdig gebruik van deze beleidsbeïnvloedingmogelijkheden geen overbodige luxe.

Referenties

Benink, H., Kool, C. en Sanders, M. (2013) Kabinet moet meer doen om belastingbetaler te behoeden voor het redden van banken, artikel in Het Financieele Dagblad.

Boot, A. en Van Wijnbergen, S. (2013) Bankiers hopen op overheid die 'penny wise and pound foolish' is, Mejudice.

Lautenschläger S. (2013) The leverage ratio - a simple and comparable measure?, BIS, Bazel.

Oberndorff, M. en Alberts, J. (2013) Business as usual in de bankensector, artikel in Vrij Nederland.

OECD (2013) Economic Outlook, Volume 2013/2, OECD, Parijs.

Te citeren als

Martien Lubberink, “Nederland aan de zijlijn in debat over regulering banken”, Me Judice, 30 januari 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.