Staat pakt meer van elke euro dan u denkt

portemonnee
Afbeelding ‘Another Costanza Wallet’ van Dean Shareski (CC BY-NC 2.0)
29 mei 2013 | | 8065 keer bekeken
Een tarief inkomstenbelasting van 42 of 52 procent is al fors, maar uiteindelijk betalen we nog veel meer belasting dan we vaak denken. De Amsterdamse hoogleraar Roel Beetsma rekent dit uit voor een doorsnee Nederlander met een middeninkomen. Bovenop de inkomstenbelasting komt de BTW en, als inkomen niet direct wordt uitgegeven, de vermogensrendementsheffing en de erfbelasting. Wie tenslotte bedenkt dat inflatie de waarde van spaargeld uitholt, waar de overheid ook de hand in heeft, ziet in de loop van de tijd 80 eurocent van elke euro verdwijnen.

Sluipenderwijs

Doe eens het volgende gedachte-experiment. Stel dat de inkomstenbelasting dit jaar en de afgelopen jaren altijd 5% is geweest. Ineens kondigt de overheid aan dat het tarief van de inkomstenbelasting vanaf volgend jaar naar 41% gaat? Wat zal er dan gebeuren? Een grote groep woedende belastingbetalers zal naar het Malieveld trekken om zijn boosheid te uiten. Maar stel nu dat het inkomstenbelasting tarief dit jaar en alle voorgaande jaren 41% is geweest en dat de overheid aankondigt dat het vanaf volgend jaar 42% zal zijn. Grote kans dat de meeste Nederlanders even mopperen en vervolgens de schouders ophalen.

Zo gaat het met belastingen. Eén reden waarom ze kunnen zo hoog zijn, is dat ze vaak geleidelijk over een lange reeks van jaren, zo niet decennia, omhoog kruipen. Wanneer mensen eenmaal gewend zijn aan de laatste verhoging is het niet zo moeilijk een nieuwe verhoging, zo lang die niet te groot is, door te voeren. Elke nieuwe verhoging wordt meteen uitgegeven, of is al uitgegeven aan nieuwe langlopende verplichtingen van de overheid. Dus is het heel lastig om de verhogingen weer terug te draaien. Wie herinnert zich niet het kwartje van Kok? Dit patroon van geleidelijke verhogingen vindt ook plaats tijdens de huidige crisis. Overheden hebben hun uitgaven verhoogd, bijvoorbeeld doordat ze de automatische stabilisatoren hebben laten werken, of de belastinginkomsten zijn gedaald doordat de BBP groei is achtergebleven. De overheid heeft dus een (te) hoog te kort en kan twee dingen doen: de uitgaven weer verlagen of de belastingtarieven verhogen. Dit laatste is politiek het makkelijkste, omdat iedereen erdoor getroffen wordt, waardoor de smart relatief dun gespreid wordt, en omdat de marginale verhoging meestal niet te groot is, terwijl een verlaging van de uitgaven meestal een specifiek groep treft die moord en brand gaat schreeuwen.

Meer dan inkomstenbelasting

Er is nog een tweede reden waarom de belastingen zo hoog kunnen zijn, en dat is omdat mensen eigenlijk helemaal niet weten hoeveel belasting ze betalen. Neem iemand die in het marginale tarief van 42% zit. Weet de gemiddelde Nederlander eigenlijk wel hoeveel belasting hij betaalt wanneer hij een extra verdiende euro meteen uitgeeft? Van de euro houdt hij 58 eurocent over. Daarvan kan hij een product met kale prijs van ongeveer 48 cent kopen. Immers op die kale prijs betaalt hij 21% BTW (48 cent keer 1,21 is ongeveer 58 cent). De belasting op zijn meteen uitgegeven euro komt daarmee op 52%, fors boven zijn marginale tarief voor de inkomstenbelasting. Voor iemand in het 52% marginale tarief komt de totale belasting op ruim 60%. Hij houdt dus nog slechts 40% over.

Ik heb het tot nu toe steeds gehad over de extra euro die meteen wordt uitgegeven. Dat is een belangrijke toevoeging, want de belasting kan nog hoger. Als iemand extra inkomsten heeft, wordt namelijk meestal een deel gespaard voordat het daadwerkelijk wordt uitgegeven. Stel dat de extra euro een jaar gespaard wordt tegen een rendement van 4% en vervolgens wordt uitgegeven. Zonder welke belasting dan ook zou deze hardwerkende Nederlander 1,04 euro te besteden hebben. Met alle belastingen, en aannemende dat deze persoon met zijn financiële bezittingen boven de vermogensvrijstelling zit, kan hij nog maar 49,3 cent besteden. Achtereenvolgens zijn namelijk ingehouden (i) de inkomstenbelasting, waardoor hij slechts 58 cent te beleggen had, (ii) de vermogensrendementsheffing (30% van 4%), waardoor het rendement slechts 70% van 4%, dus 2,8%, was, en (iii) de BTW van 21%. De effectieve belasting is hiermee op (1,04 – 0,493) / 1,04 = 52,6% gekomen. Bij het meenemen van de BTW is genegeerd dat sommige producten en diensten onder een lager tarief vallen, maar dat andere effectief veel zwaarder belast worden, zoals auto’s waarop de bijzondere verbruiksbelasting rust en alcohol en tabak waarop nog extra accijnzen rusten.

Stel nu dat deze persoon die extra euro op zijn 45ste verdient en pas op zijn 75ste uitgeeft. Hoeveel belasting zou hij dan betalen? Ook dit is gemakkelijk uit te rekenen. Zonder welke belastingen dan ook zou hij 3,24 euro te besteden hebben (1,04 tot de macht 30) op zijn 75 ste. Met alle genoemde belastingen heeft hij nog maar ongeveer 1,10 euro te besteden (namelijk 0,58, maal 1,028 tot de macht 30, gedeeld door 1,21). Met andere woorden, de belasting op zijn verdiensten is tot maar liefst 66% gestegen, namelijk (3,24 – 1,10) gedeeld door 3,24. Hij houdt dus nog maar een derde over van wat hij zonder welke belasting dan ook zou hebben gehad.

Kunnen de belastingen nog hoger? Jazeker! Stel dat deze hardwerkende Nederlander op zijn 75ste overlijdt en dat zijn vermogen naar zijn zoon gaat die het meteen besteedt. Wanneer het vermogen van de overledene 118.254 euro of hoger is, dan betaalt zijn zoon 20% erfbelasting. Deze zoon houdt dan nog 91,5 eurocent over, namelijk 0,58, maal 1,028 tot de macht 30, gedeeld door 1,20 (erfbelasting), gedeeld door 1,21 (BTW). In dat geval is de belasting opgelopen tot circa 72%. Als de zoon zijn erfenis belegt om later te besteden, dan gaat zijn effectieve belasting verder omhoog.

Effect inflatie

De effecten van inflatie zijn tot nu toe genegeerd. Inflatie wordt deels gedreven door extra geldschepping en is daarmee een inkomstenbron voor de overheid. DE ECB hanteert een bovengrens voor inflatie van 2% per jaar op de middellange termijn, maar probeert de inflatie dicht bij deze 2% te houden, enerzijds omdat de gemeten inflatie de feitelijke inflatie overstijgt (bijvoorbeeld doordat kwaliteitsverbeteringen in producten niet goed kunnen worden meegenomen in de meting), anderzijds omdat ze het gevaar van deflatie klein wil houden. Het verschil tussen de gemeten en feitelijke inflatie is niet eenduidig vast te stellen. Een ruwe schatting is dat het 1% punt is. Als de gemeten inflatie gemiddeld over de lange termijn 2% per jaar is, dan is de gemiddelde feitelijke inflatie 1% per jaar. Deze inflatie zorgt ervoor dat het reële rendement op sparen in bovenstaande voorbeelden daalt van 2,8% naar ongeveer 1,8%. Van de euro die onze hardwerkende Nederlander op zijn 45ste bruto verdient, houdt hij na 30 jaar in koopkrachttermen nog maar 81,4 cent over (namelijk 0,58, maal 1,018 tot de macht 30, gedeeld door 1,21), zodat de totale “belastingdruk” is opgelopen tot (3,24 – 0,814) gedeeld door 3,24 is 75%. In het geval van de nalatenschap die direct wordt besteed blijft nog maar 67,9 cent over in reële termen, zodat het totale verlies oploopt tot bijna 80%!

Wie denkt dat hoge belastingen een “privilege” zijn voor de rijke stinkerds wordt met bovenstaande voorbeelden uit de droom geholpen. Deze voorbeelden zijn van toepassing op iemand met een midden inkomen en een partner die op zijn 45ste een niet al te groot vermogen van minstens 42.278 euro heeft opgebouwd en een eigen huis met een waarde van minstens 118.254 nalaat aan een van zijn kinderen. Dit is een situatie waaraan een zeer groot deel van Nederland voldoet.

Belastingen verstoren economie

Met bovenstaande berekeningen is niet gezegd dat belastingen slecht zijn of welvaartsverlagend. Met belastingen worden noodzakelijke uitgaven van de overheid gefinancierd, zoals onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid, en een gewenste mate van herverdeling tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Een deel van de geheven inkomsten wordt natuurlijk verknoeid door inefficiëntie of verspilling. Of hogere belastingen welvaartsverlagend zijn, hangt er vanaf welk welvaartscriterium wordt gehanteerd. Een verandering in de belastingen maakt altijd wel iemand slechter af en iemand beter af. De hoogte van de belastingen is uiteindelijk een politieke keuze. Wel is het belangrijk om te realiseren dat hoge belastingtarieven de economie verstoren, bijvoorbeeld doordat het arbeidsaanbod wordt teruggeschroefd (werken levert immers minder op). Dit heeft een negatief effect op het BBP. De vraag die we ons moeten stellen is of we een overheid van deze omvang nog wel in stand kunnen houden. De toenemende kosten van de vergrijzing zullen de belastingdruk immers steeds verder opdrijven. De negatieve effecten op onze economische activiteit betekenen dan dat er uiteindelijk weer minder is om te verdelen.

Te citeren als

Roel Beetsma, “Staat pakt meer van elke euro dan u denkt”, Me Judice, 29 mei 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.