Startende ondernemer niet vanzelf innovatief

Silicon Valley
Silicon Valley Boulevard, L., Flickr.
14 jan 2015 | | 539 keer bekeken
Voor innovatieve startende ondernemingen is meer nodig dan faciliterende extra’s vanuit het beleid. Sectoren met veel starters zijn juist minder innovatief, blijkt uit onderzoek van de de Groningse economen Wilfred Dolfsma en Gerben van der Velde. Om de innovativiteit te verhogen is het van belang om onderliggende wet- en regelgeving, waaronder  de faillissementswetgeving en het arbeidsrecht, meer op startende ondernemers toe te snijden.

Ondernemen is innoveren, in Den Haag

Beleidsmakers verwachten veel van startende ondernemers: zij zouden innovatie, economische groei en werkgelegenheid brengen. Het Ministerie van Economische Zaken heeft tal van beleidsinstrumenten ontwikkeld om startende ondernemers te faciliteren. Voordat bestaande instrumenten worden geëvalueerd, komen er veelal al weer nieuwe instrumenten. EZ ziet innovatie en ondernemerschap als synoniemen.

Belangrijker dan de vraag of de instrumenten effectief zijn is de vraag of startende ondernemers inderdaad voor innovaties zorgen. Uit ons onderzoek blijkt dat sectoren waar meer starters actief zijn juist minder innovatief zijn. Starters remmen innovativiteit dus juist in een sector. Kunnen we zoveel heil van starters verwachten? Dit land kent vele honderdduizenden midden- en kleinbedrijven. Daar kwamen in 2013 172 duizend starters bij, waarvan er binnen een jaar echter al weer vele stoppen. 129 Duizend bedrijven stopten datzelfde jaar.

Rem op innovatie

Waardoor komt het dat starters innovativiteit niet stimuleren? Starters zijn veelal te vol van het idee voor een nieuw product of dienst dat ze hebben. Zij overschatten steevast de waarde van het product of de dienst, en onderschatten al het werk dat gedaan moet worden om iets nieuws goed in de markt te zetten. Goede bedrijfsvoering komt je als starter niet aanwaaien. Luisteren naar wat de markt nu echt wil, en daar product of dienst op aanpassen is de starter niet zomaar gegeven. Samenwerking zoeken met andere partijen, inclusief grotere partijen, wekt snel weerstand op: “Houd ik wel controle over mijn ideeën, en waarom zou een ander verdienen aan mijn ideeën?” En dan hebben we het voor het gemak even niet over de vele startende ZZP’ers die simpelweg worden ingezet als flexibele schil door grote bedrijven, of andere starters die uit nood of als laatste hoop een bedrijf starten.

Faillissementsrecht

De starters die Nederland heeft zouden vervolgens beter voorbereid en begeleid kunnen worden. De her en der opgerichte Centers of Entrepreneurship zijn hier uiteraard op gericht. Er is soms geen betere lering dan learning-by-doing: een onderneming starten, falen, en er vervolgens weer een starten, maar dan beter. Dit is een pilaar van het Amerikaanse model, en zou voor Nederland een vrij eenvoudige wetswijziging vergen: het faillissementsrecht aanpassen. Dit kost de Staat weinig, terwijl de effecten groot zijn.

Kleinere bedrijven die goed geleid worden door ervaren mensen maken een sector juist innovatief. Bestaande, meest familiebedrijven zouden meer erkenning kunnen krijgen voor de bijdrage die ze leveren. De specifieke problemen waar zij mee te maken hebben, zouden meer aandacht mogen krijgen. Hoe laat je ze groeihobbels overwinnen? Hoe zorg je voor een goede overgang van eigenaren? Is meer flexibiliteit in het arbeidscontract dat zij kunnen aanbieden mogelijk? Voor een klein bedrijf zijn de risico’s van een medewerker aanstellen relatief groter en de kosten van afscheid nemen ook. Overigens weten we dat kleine bedrijven prettiger werkgevers zijn, volgens de medewerkers zelf.

Er zou meer aandacht moeten komen voor de economische en innovatieve bijdrage van de vele bestaande, kleinere bedrijven. Starters moeten verder beter geëquipeerd de markt op gaan. Als Nederland echt innovatiever wil zijn, moet de overheid niet alleen beleidsinstrumenten voor startende ondernemers inzetten, als extraatje, zonder bestaande instrumenten en wet- en regelgeving aan te passen. Nederland heeft behoefte aan coherent innovatie- en ondernemerschapsbeleid.

Referenties

W.Dolfsma en G. van der Velde (2014) “Industry innovativeness, firm size, and entrepreneurship: Schumpeter Mark III?”, Journal of Evolutionary Economics 24(4), p. 713-736.

Te citeren als

Wilfred Dolfsma, Gerben van der Velde, “Startende ondernemer niet vanzelf innovatief”, Me Judice, 14 januari 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.