Zolang economen zichzelf niet begrijpen zullen ze de wereld ook niet begrijpen

Zolang economen zichzelf niet begrijpen zullen ze de wereld ook niet begrijpen image

Afbeelding ‘Liberation of Consciousness’ van Hartwig HKD (CC BY-ND 2.0)

31 aug 2015 | | 1385 keer bekeken
Economen hebben moeite om de kredietcrisis begrijpen en volgens de Utrechtse econoom Piet Keizer is dit vooral te danken aan hun partiële, economische blik op zaken. Onlangs zijn de resultaten van een enquête onder Nederlandse economen gepubliceerd (Van Dalen e.a. 2015a, 2015b, 2015c). Het beeld dat daaruit naar voren komt laat zien dat universitaire economen – om dezelfde redenen – ook zichzelf niet begrijpen. De interactie tussen zelfbeeld en wereldbeeld is verwrongen en Keizer geeft aan hoe beide beelden realistischer gemaakt kunnen worden.

Economen kunnen de crisis niet begrijpen

In 2009 heb ik laten zien waarom een grote meerderheid van de economen de crisis niet heeft zien aankomen. Neoklassieke economen plaatsen menselijk gedrag in de context van een wereld waarin alleen economische en rationele individuen wonen. Ze gaan geen sociale, maar louter economische relaties met elkaar aan. Irrationaliteit en positief- of negatief-sociaal gedrag bestaat niet. Daar de crisis zijn oorzaak vindt in de ontwikkeling van subculturen in de financiële wereld, waarin kritiek op het eigen beleid praktisch onmogelijk was geworden, missen de economen de kern van het probleem. Ook de botsing tussen de Griekse regering en de Trojka staat bol van irrationaliteit en negatieve socialiteit, en is daarom onbegrijpelijk voor de neoklassieke econoom [1] .

Het zelfbeeld van de econoom

Volgens de enquête roepen economen vaak irritatie op. Economische theorie is te abstract en onrealistisch. Moraliteit speelt geen rol en te vaak gaan ze er vanuit dat ze voldoende kennis hebben om de samenleving gedetailleerd te adviseren (zie Van Dalen e.a., 2015c).

De enquêteurs zien een kanteling in het wereldbeeld, en een terugkeer van Keynes, hoewel ze die als onwaarschijnlijk betitelen. Grondig onderzoek van de literatuur en 50 jaar ervaring in de wereld van economen doen mij echter concluderen, dat geen van beide stellingen houdbaar zijn. De opvattingen van universitaire economen ten aanzien van economische wetenschap zijn nauwelijks veranderd (Keizer, 2015, p. 150-156). Wel is het veld veel meer versnipperd geraakt, en wordt veel empirisch onderzoek gedaan, waarbij weinig aandacht wordt besteed aan de gehanteerde theoretische basis. Onderzoek naar de inhoud van de tekstboeken die de westerse onderwijsprogramma’s domineren, geeft aan dat deze al decennialang praktisch ongewijzigd is gebleven. Er is meer aandacht voor ‘public choice’ ,maar dat is slechts een uitbreiding van het neoklassieke programma. Ook wordt de rol van instituties meer belicht; echter ook weer vooral vanuit het neoklassieke perspectief. De enige uitzondering is gedragseconomie, maar deze bevindt zich nog in het stadium van supplement en appendix, en wordt veelal als facultatief beschouwd.

Het neoklassieke paradigma domineert het verplichte deel van het universitaire onderwijsprogramma als nooit tevoren, en het werk van Keynes wordt nog steeds niet gepresenteerd als een wetenschappelijke revolutie en als een alternatieve “General Theory” -hooguit als een speciaal geval, die zich niet meer voordoet als gevolg van effectief monetair management.

De wereld van economen

Na 50 jaar in de wereld van economen geleefd te hebben, en vele tochten te hebben gemaakt door de wereld van filosofen, psychologen en sociologen, kom ik tot de conclusie dat gedragswetenschappers modellen hanteren die hun eigen gedrag, noch individueel noch groepsgewijs, kunnen verklaren. Om me tot de economen te beperken: veruit de meeste wetenschappers negeren in hun analyses de fenomenen irrationaliteit en positieve en negatieve socialiteit. In hun dagelijkse werkomgeving echter, bepalen beide grootheden een belangrijk deel van hun gedrag. Ter illustratie zullen we twee voorbeelden geven.

In de eerste plaats zijn weinig economen bereid de eigen axioma’s onder ogen te zien, en daarmee staan ze niet open om het gesprek daarover met anderen aan te gaan. Daar andersdenkenden vaak ook niet openstaan voor een dergelijk gesprek, is een diepgaand methodologisch debat een zeldzaamheid (Keizer, 2009). Als de Griekse regering op de voorstellen van de Trojka reageert vanuit andere axioma’s, zijn de leden van de dominante groep niet in staat om de tegenvoorstellen serieus te bekijken (zie ook: Heukelom, Sent, 2015). Transparantie over axioma’s maakt mensen kwetsbaar. Het haalt ze uit hun comfortzone. Daarom hebben ze een beschermingslaag (“protective belt”) nodig. De discussies gaan vervolgens louter over deze laag, en dan met name over de kwantitatieve methoden, die deze laag kwaliteit moeten geven. De huidige praktijk van seminars en proefschriftverdediging illustreert dit ook. [2] Deze onwil of onmacht om het eigen wereldbeeld ter discussie te stellen, is een perfect voorbeeld van irrationaliteit.

In de tweede plaats opereren economische wetenschappers groepsgewijs. De formulering van onderwijs- en onderzoeksprogramma’s is geen resultaat van overleg en diepgaand debat tussen individuen, maar van onderhandelingen tussen groepen van wetenschappers. Dit geldt met name voor de wijze waarop kwaliteitsnormen worden vastgesteld. Er hebben zich netwerken gevormd, en iedere insider weet welke netwerken de programma’s en daarmee de budgetten bepalen.

Indien een individu zich niet aanpast aan de groepscultuur, verliest hij, net zoals in de financiële wereld, zijn ‘effectiviteit’. Tegenwoordig worden alleen nog stafleden aangetrokken die in een vastgesteld programma passen. Dat geldt niet alleen voor promotiestudenten, maar ook voor hoogleraren. De vrijheid van meningsuiting is juridisch gewaarborgd, maar in de dagelijkse praktijk blijkt de prijs ervan voor een kritisch persoon erg hoog. De ervaring leert dus dat economen wel degelijk sterk irrationeel en groepsgewijs rivaliserend zijn – iets wat ze in hun analyses ontkennen.

De noodzaak van paradigmaveranderingen

Irrationele personen die groepen vormen, ontwikkelen een subcultuur. De gemeenschappelijke interpretatie van de situatie zorgt ervoor dat de meeste leden van de groep geen druk ervaren. Voor personen, die hun persoonlijkheid bewaren, is de druk moordend. Kritische personen met eigen ideeën worden de mond gesnoerd, hetgeen negatief uitwerkt op de kwaliteit van het werk. Een toenemend aantal economen beschuldigt bankiers van irrationeel en onverantwoord gedrag; ik denk terecht. Maar indien we dat model toepassen op de wereld van universitaire economen, dan komen deze argumenten als een boemerang terug. Veel van die bankiers zijn door universitaire economen opgeleid met een wereldvreemd wereldbeeld. Indien de economen meer bewust waren geweest van hun eigen gedrag, dan hadden ze de wereldvreemdheid beter onderkend.

Een belangrijke verbetering in de kwaliteit van het werk van economen kan worden bereikt door het expliciet formuleren van de axioma’s van ieder perspectief. Door introspectie en machtsvrij communiceren kan veel helderheid worden verschaft over de vraag welk model in welke situatie het meest realistisch is. Geïntegreerde multidisciplinaire modellen hebben uiteraard een voorsprong boven mono-disciplinaire modellen. Maar snel groeiende complexiteit vormt een belemmering voor al teveel nuance. Het doorbreken van het monopolie van het neoklassieke paradigma is het belangrijkste doel. Er moet serieuze concurrentie komen, zodat studenten hun eigen perspectief kunnen construeren, nadat ze van veel verschillende stromingen hebben kunnen proeven.

In mijn boek (Keizer (2015) betoog ik dat het economische model moet worden geïntegreerd met het psychische en het sociale model. Met name de combinatie van irrationaliteit en immoraliteit blijkt explosief te zijn: personen, markten en (over)heidsorganisaties falen in hun functionaliteit. Dit betekent voor economische onderwijsprogramma’s dat op de behoeften van economen afgestelde blokken in economische psychologie, economische sociologie en psychologische sociologie in het verplichte deel thuishoren.

Conclusie

Economen zien zichzelf als vrijheidsstrijders. Weg met al die regeltjes, die de creativiteit van het individu maar belemmeren. Zo zien ze de wereld om zich heen. Maar hun eigen gedrag wordt sterk beïnvloed door regeltjes, die ze zelf hebben ingesteld uit psychische en sociale motieven. Zolang het economische model partieel blijft, is het ongeschikt om ons zelf en de wereld om ons heen te begrijpen.

Voetnoten:


[1] Recent verschenen enkele publicaties in de Nederlandse media waarin veel gelezen economen het Trojka beleid stevig kritiseerden; bijvoorbeeld Arjen van Witteloostuijn en Brakman en Bas Jacobs in de NRC, en Keizer in Trouw en het FD. Maar tot nu toe werden kenners van het werk van Keynes en Sen in de media weinig serieus genomen. Journalisten die de economische verslaggeving voor hun rekening nemen, hebben in het onderwijsprogramma bijna nooit iets anders dan de neoklassieke benadering geleerd.

[2] . Tegenwoordig worden erg veel proefschriften goedgekeurd met het oordeel: de kandidaat heeft laten zien dat hij/zij de kwantitatieve methoden voldoende beheerst.

Referenties

Dalen, H. van, A. Klamer, K.Koedijk, 2015a. Het gekantelde wereldbeeld van economen, Me Judice, 16 maart 2015

Dalen, H. van, A. Klamer, K. Koedijk, 2015b, De onwaarschijnlijke terugkeer van Keynes in Nederland, Me Judice, 29 mei 2015.

Dalen, H. van, A. Klamer, K. Koedijk, 2015c, De econoom als onrustzaaijer en bestrijder van de status quoMe Judice, 24 juni, 2015.

Heukelom, F., E.M. Sent, 2015, Yanis Varoufakis als econoom is zo slecht nog nietMe Judice, 30 april, 2015.

Keizer, P., 2008, Economen over de kredietcrisisMe Judice,10 oktober, 2008.

Keizer, P, 2009, Economen praten langs elkaar heen over oplossingenMe Judice, 12 maart, 2009.

Keizer, P.2015, Multidisciplinary Economics, A Methodological Account, Oxford: Oxford University Press.

Te citeren als

Piet Keizer, “Zolang economen zichzelf niet begrijpen zullen ze de wereld ook niet begrijpen”, Me Judice, 31 augustus 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

In de media