3%: een beperkte sociaaleconomische agenda

3%: een beperkte sociaaleconomische agenda image

Afbeelding ‘Eurogroup meeting 11.2.2013’ van Eu Council Eurozone (CC BY-NC-ND 2.0)

16 jun 2013 | | 3354 keer bekeken
Het sociaaleconomische beleid is de laatste jaren volledig gefixeerd op het terugdringen van het tekort op de rijksbegroting. Daardoor worden belangrijke doelstellingen van sociaaleconomisch beleid, zoals het bevorderen van de werkgelegenheid, expliciet ondergeschikt gemaakt aan deze begrotingsopgave. Hier wordt Nederland op korte en langere termijn niet gelukkig van. Aldus Hans Stegeman en Ruth van de Belt van de Rabobank.

­­­Voortgaande bezuinigingswoede gijzelt groei…

Sinds 2010 is het in Europa en Nederland bezuinigen wat de klok slaat. Daarmee kiest de euro­zone een duidelijk andere route dan bijvoorbeeld de VS en Japan. Deels is dit logisch: we spreken niet voor niets over een Europese staatsschuldencrisis. Daarbij wordt echter, mede door de zelf opgelegde Europese regels, geen onderscheid gemaakt tussen landen die nau­we­lijks problemen hebben met hun overheidsfinanciën, zoals Duitsland en Nederland, en landen die dat wel hebben, vooral de perifere landen, Griekenland voorop.

Wij hebben al eerder beargu­men­teerd dat begro­tings­rust en structurele hervormingen in Nederland van groter belang zijn dan in blinde paniek verder bezuinigen (Kamalodin et al. 2013, Piljic et al, 2013). Ook het IMF zit inmiddels in het kamp dat gelooft dat extra bezuinigingen in Europa niet de oplossing vormen voor de huidige crisis. De Europese Commissie (2013a) neigt echter meer naar het kamp van de ‘Austerianen’ en blijft hameren op de 3%-tekortnorm. Voor 2013 heeft Nederland weliswaar respijt gekregen, maar in 2014 moet het tekort daadwerkelijk worden teruggebracht (EC, 2013b). De Nederlandse regering lijkt vooralsnog te willen voldoen aan de begrotingseis uit Brussel. Nu het er naar uitziet dat de groene waas van Rutte er niet gaat komen, moet met Prinsjesdag niet de eerder gedachte 4,2 miljard worden omgebogen ( MinFin, 2013 ), maar minimaal 6 miljard (EC, 2013b).

Deze bezuinigingen en lastenverzwaringen volgen op een groot aantal maatregelen die in de af­ge­lopen jaren zijn aangekondigd om het begrotingstekort terug te dringen. De ervaring leert dat de opbrengst van de maat­regelen keer op keer tegenvalt, omdat de economische groei consequent lager uitvalt dan waar het kabinet op rekende. Dit is met name het gevolg van een be­gro­tings­mul­tiplier die aanzienlijk groter is dan in ‘normale tijden’ (Stegeman et al. 2013). De tegen­val­lende econo­mi­sche groei is de belang­rijkste reden waarom het Nederland dit jaar niet lukt om aan de aan­be­veling van de Raad van de Euro­pese Unie te voldoen om het bui­ten­sporige tekort, dat in 2009 is ont­staan, terug te dringen tot maximaal 3% van het BBP en er opnieuw moet worden omgebogen.

…en leidt tot werkloosheid

De bezuinigingsdrift van de Nederlandse regering drukt niet alleen de economische groei, maar heeft er ook voor gezorgd dat de werkloosheid in het afgelopen jaar in rap tempo is opgelopen (figuur 1). Na het uitbreken van de financiële en economische crisis in 2009 liep de werkloosheid in Nederland veel minder hard op dan was voorzien op basis van de productiekrimp. Hierdoor was de gevoelstemperatuur van de economie tijdens de Grote Recessie van 2009 voor veel Nederlanders nog best goed. Immers, de koopkracht steeg en de werkloosheid was zowel in internationaal als in historisch perspectief laag. De beperkte stijging van de werkloosheid was het gevolg van een veel gunstigere ontwikkeling van de werkgelegenheid dan verwacht. Bedrijven hamsterden arbeid (de Jong, 2011), omdat de kosten van het in dienst houden van overtollig personeel lager waren dan de kosten van het ontslaan van werk­ne­mers. Niet alleen verwachtten veel ondernemers dat de pro­ductieterugval van korte duur zou zijn, veel bedrijven stonden er in financieel opzicht ook goed voor waardoor zij het zich konden per­mit­teren. In combinatie met de tijdelijke deeltijd-WW-re­ge­ling en de zeer krappe arbeidsmarkt van voor 2009 nog vers in hun geheugen hielden bedrij­ven personeel in dienst.

In plaats van een voorspoedig herstel verkeert de Neder­landse economie inmiddels voor de derde keer in vier jaar tijd in een recessie. De kwakkelende eco­no­mie van de afgelopen jaren heeft ervoor ge­zorgd dat veel bedrijven aanzienlijk minder vet op de botten heb­ben, zeker in sectoren die het moeten hebben van de binnenlandse bestedingen. Om het hoofd boven water te houden, hebben deze bedrijven geen andere keuze dan personeel te ontslaan. De fragiele economische situatie heeft er eveneens voor gezorgd dat het aantal faillisse­menten snel oploopt. Door de afname van de werkgelegenheid en de lichte toename van het arbeidsaanbod is de werkloosheid sterk toegenomen. Bovendien is het eind nog niet in zicht ( Rabobank, 2013).

Figuur 1: Werkloosheid loopt op

Figuur 1: Werkloosheid loopt op
Bron: CBS

De werkgelegenheid staat onder druk, en daarmee ons welzijn...

De focus op kortetermijnbezuinigingen tast ons welzijn aan. De echte pijn van deze langdurige periode van laagconjunctuur is namelijk het niet hebben van een baan. Uit onderzoek van het SCP (2009) blijkt dat werklozen minder tevreden en gelukkig zijn dan mensen met een baan. Het hebben van betaald werk is belangrijk voor de kwaliteit van leven. Niet alleen omdat het een inkomen en een bepaalde levensstandaard verschaft, maar ook omdat het bijdraagt aan zelfvertrouwen, persoonlijke ont­wikkeling en sociale geborgenheid (OECD, 2011). De stand van de conjunctuur blijkt bovendien een zelfstandig effect te hebben op onze kwaliteit van leven. Als de werkloosheid hoog is, zijn werklozen en niet-werklozen minder tevreden dan in perioden waarin de werkloosheid laag is (SCP, 2009). Werklozen zien de hoge werkloosheid mogelijk als obstakel om aan de bak te komen. Voor niet-werklozen leidt de hoge werkloosheid mogelijk tot economische onzekerheid. Onder hen kan de angst toenemen om hun baan kwijt te raken. Di Tella et al (2003) laten zien dat een daling van de werkloosheid met 1% hetzelfde effect heeft op het welzijn van mensen als stijging van het Bruto Binnenlands Product (BBP) met 2,2%.

…ten gevolge van kabinetsbeleid

Een belangrijke oorzaak voor de kwakkelende economie en de oplopende werkloosheid is het kabinetsbeleid (figuur 2). Op basis van de doorrekeningen van het CPB van het regeerakkoord van Rutte I, het Begrotingsakkoord (‘Kunduz-akkoord’) en het regeer­akkoord van Rutte II kan worden berekend dat het cumulatieve effect op de werkloosheid van dit beleid 3,3%-punt is. Hierbij dient te worden op­gemerkt dat de groeiprestaties van de Neder­landse economie de laatste jaren aanzienlijk achter­blijven bij de aan­names van het CPB bij de doorrekening van de akkoorden, waardoor het werkelijke cumulatieve effect waarschijnlijk nog groter is. Op basis van de CPB-doorrekeningen kan worden gesteld dat bezuinigingen ter waarde van 2%-punt van het BBP leiden tot een toename van de werkloosheid met 1%-punt, waarbij in de CPB-modellen wordt aangenomen dat er sprake is van een tijdelijk effect.

Figuur 2: Kabinetsbeleid debet aan oplopende werkloosheid

Figuur 2: Kabinetsbeleid debet aan oplopende werkloosheid
Bron: CPB, Rabobank

De economische ellende als gevolg van het kabinetsbeleid is groot. De misery index, dat wil zeggen de optelsom van de inflatie en de werkloosheid in een land, is door de bezuinigingsdrift sterk toegenomen (figuur 3). Op basis van deze indicator is duidelijk dat 2009 voor velen helemaal niet het ‘Grote Recessie’-gevoel gaf: door de relatief lage inflatie en de slechts beperkt oplopende werk­loosheid bereikte de index in dat jaar juist het laagste punt sinds de eeuwwisseling. Daarna liep de ellende sterk op. Deels door de tegenvallende conjunctuur, maar grotendeels door het overheids­beleid (ook weer op basis van de CPB-doorrekeningen). De ellende zal in 2017 ongeveer twee keer zo groot zijn als zonder begrotings­conso­lidatie, vooral door de forse toename van de werkloosheid. En hoewel dit een zeer imperfecte maatstaf is, geeft het wel een beeld van de omvang van de gevolgen van het kabinetsbeleid voor het welzijn.

Figuur 3: Misery index (werkloosheid + inflatie) stijgt door kabinetsbeleid

Figuur 3: Misery index stijgt door kabinetsbeleid
Bron: CPB, Rabobank

Naast deze beleidseffecten op de werkloosheid leidt de jaarlijks terugkerende discussie over bezuinigingen tot veel onzekerheid bij consumenten. Dit zien we ook terug in het in historisch en internationaal perspectief lage consumentenvertrouwen. En (beleids-)onzekerheid leidt ook tot een lager welzijn (verwijzing). Een niet te onderschatten effect van de beperkte sociaaleconomische agenda van de politiek.

Nieuw drama ligt op de loer

De voortgaande bezuinigingswoede van het kabinet kan bovendien leiden tot een aantasting van het groeipotentieel voor de lange termijn. Door de aanhoudende laagconjunctuur verslechtert vooral het arbeidsmarktperspectief van jongeren. Hoewel Nederland internationaal gezien een relatief lage jeugdwerkloosheid kent, loopt de werkloosheid onder jongeren wel het sterkst op (figuur 4). Dit is overigens een bekend ver­schijn­sel. Jongeren hebben immers nog geen gevestigde plek op de arbeidsmarkt verworven en worden als eerste ontslagen wanneer bedrijven het moeilijk krijgen. Bovendien is het voor onder­nemers eenvoudiger om geen schoolverlaters aan te nemen, dan zittend personeel te ontslaan.

In een oplopende jeugdwerkloosheid schuilt echter een groot gevaar. Indien jongeren de aan­sluiting met de arbeidsmarkt nu missen, bestaat de kans op een ‘verloren generatie’. Door lang­du­rige werkloosheid treedt er depreciatie van menselijk kapitaal op. Daarnaast zullen jongeren eerder een baan op een lager niveau accepteren, waardoor de relevante arbeidsmarktervaring langzamer wordt opgebouwd. Macro-economisch betekent dit verlies van productiecapaciteit. Dit zogenoemde hysterese-effect leidt op langere termijn ook tot een lager groeipotentieel voor de Nederlandse economie. Dit is een deel van de prijs die we betalen voor de nadruk op kortetermijnbezuini­gin­gen.

Figuur 4: Jeugdwerkloosheid stijgt het sterkst

Figuur 4: Jeugdwerkloosheid stijgt het sterkst
Bron: CBS

Wat moet de overheid doen?

In artikel 19 van de grondwet staat dat de overheid zich moet inzetten voor de bevordering van voldoende werkgelegenheid. En terecht. Werkloosheid doet meer met het welzijn van mensen dan economische groei. Dat die twee met elkaar samenhangen, is daarbij natuurlijk evident. De een­zijdige focus van dit kabinet op begrotingsconsolidatie leidt ertoe dat alle andere doelen van macro-economisch beleid –dus zelfs die uit de grondwet– worden verdrongen naar de achter­grond. Ook voedt het de onzekerheid van huishoudens. In plaats van snelle budgettaire saneringen kan het kabinet beter inzetten op structurele hervormingen en deze in wetten vastleggen. Het gaat immers niet om het begrotingstekort van dit of vol­gend jaar, maar om de houdbaarheid van de overheidsschuld. Met het oog hierop zijn juist structurele hervormingen onvermijdelijk om de (toekom­sti­ge) stijging van de overheidsuitgaven structureel af te remmen. Dit maakt forse ombuigingen op korte termijn overbodig. Door meer tijd te nemen voor verstandige maatregelen en zo beleidsrust en –duidelijkheid te geven, is het hysterese-effect kleiner. Als tegelijkertijd de werkgelegenheid wordt gestimuleerd, met name onder jongeren, kan de misère van de langdurige periode van laagconjunctuur worden verkleind. Dit kan uiteindelijk leiden tot een hogere welvaart en meer welzijn.

Referenties

Belt, R. van de, D. Piljic en H. Stegeman. Economische stagnatie als vooruitzicht. Me Judice, 12 oktober 2012.

Di Tella, R., R.J. MacCulloch en A.J. Oswald (2003). The Macroeconomics of Happiness. The Review of Economics and Statistics, 85(4), pp. 809-827.

Europese Commissie (2013a). European Economic Forecast, Spring 2013. Brussel: EC.

Europese Commissie (2013b). Aanbeveling voor een Aanbeveling van de Raad over het nationale hervormingsprogramma 2013 van Nederland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma van Nederland voor de periode 2012-2017 . Brussel: EC.

Jong, J. de (2011). Werkloosheid en de Grote Recessie. Den Haag: CPB.

Ministerie van Financiën (2013). Stabiliteitsprogramma Nederland, April 2013. Den Haag: MinFin.

Piljic, D. en H. Stegeman. Brussels spel zet Nederlandse economie klem. Me Judice, 3 juni 2013.

Rabobank (2013). Economisch Kwartaalbericht, Nederland: economie gevangen in begrotingsval. Utrecht: Rabobank.

Sociaal Cultureel Planbureau (2009). Werkloos in crisistijd, Baanverliezers, inkomensveranderingen en sociale gevolgen; een verkenning. Den Haag: SCP

Stegeman, H. en S. Kamalodin (2013). Mind the fiscal speed limit. Utrecht: Rabobank

Te citeren als

Hans Stegeman, Ruth van de Belt, “3%: een beperkte sociaaleconomische agenda”, Me Judice, 16 juni 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.