Duurzaamheid door hergebruik leegstaande gebouwen

Duurzaamheid door hergebruik leegstaande gebouwen image
Door de kredietcrisis en het gedoe bij het Intergovernmental Panel on Climate Change is de discussie over milieu en klimaat een beetje verstomd. Een onderwerp dat de aandacht verdient – zelfs voor klimaatsceptici – is de gebouwde omgeving. Het is immers niet alleen in het belang van het klimaat om duurzaam te bouwen, maar door besparing van energiekosten kunnen ook interessante economische baten worden gerealiseerd. Dat vereist wel dat er juiste prikkels zijn om te investeren in duurzame bouw. Het blijkt dat daarbij nog veel ruimte is voor verbetering.

Het Empire State Building in New York gebruikt na renovatie 38 procent minder energie. De uitstoot van CO2 is in vijftien jaar met ruim honderd ton teruggebracht. De jaarlijkse besparing is 4,4 miljoen dollar; de investeringen zijn in drie jaar terugverdiend. Het heeft even geduurd in de VS, maar als ze eenmaal iets willen kan het snel gaan. Hoe gaat dat in Nederland? Door vrijblijvend polderen en overdreven bouwwoede lijdt Nederland kostbaar tijdverlies.

In 2003 hebben de Europese leiders de ‘Energy Performance of Buildings Directive’ (EPBD) aangenomen. Deze richtlijn verplicht lidstaten om de grotere gebouwen van meer dan duizend vierkante meter energie-efficiënt te maken, en creëert een uniforme standaard om de energieprestaties van gebouwen te meten. De aangepaste EPBD uit 2009 gaat nog een stap verder: lidstaten moeten nieuwe publieke gebouwen vanaf 2019 en alle nieuwbouw na 2021 energieneutraal maken (dat geldt voor alle gebouwen van meer dan vijftig vierkante meter). Lidstaten mogen nationale regels opstellen voor het aandeel bestaande gebouwen dat energieneutraal dient te zijn.

Om de ambitieuze doelstellingen van Europa te halen zijn flinke investeringen nodig, in de orde van grootte van 24 tot 35 miljard euro. Deze investeringen kunnen rendabel zijn, omdat er energiebesparingen en waardestijging van vastgoed tegenover staan. Maar het blijkt in Nederland niet gemakkelijk om deze baten te realiseren. We zien drie redenen.

Ten eerste wordt er eindeloos gepolderd over juridische, technische en organisatorische kwesties. Dit leidt vooral tot onzekerheid en uitstel. Partijen zijn best bereid om te investeren in duurzame gebouwen, maar onzekerheid door zwalkend beleid is de natuurlijke vijand van investeringsbereidheid. Ook woonconsumenten willen wel, maar zij weten vaak niet dat maatregelen (als spouwmuurisolatie) al snel baten opleveren. En de regelingen om consumenten te ondersteunen zijn vaak veel te ingewikkeld.

Ten tweede gaat het polderen gepaard met vrijblijvendheid. De overheid wil de milieudoelen bereiken met goede bedoelingen, convenanten, subsidies en andere lokmiddelen. Juist nu de financiële krapte door de crisis voelbaar wordt, gaat die vrijblijvendheid ons nekken. Volgens een beleidsevaluatie van het Energie Centrum Nederland zullen de doelen bij voorzetting van het huidige beleid dan ook bij lange na niet worden gehaald. Duitsland heeft de verandering van verleiding naar harde afspraken al gemaakt en plukt daar nu de vruchten van.

De tijd is rijp om te ontpolderen en de vrijblijvendheid vaarwel te zeggen. Het voorbeeld van het Empire State Building toont dat economische en milieuwinsten samen kunnen gaan. Die winst kan alleen gerealiseerd worden als Nederland hardere eisen gaat stellen op het gebied van energielabels, resultaatverplichtingen voor energiebedrijven en prestatie-eisen voor energiedragers.

Tevens kan de informatie voor investeerders duidelijker. Want wie wil nu niet minder betalen aan energie en tegelijk het huis in waarde zien stijgen en minder geluidsoverlast hebben? Ook subsidies kunnen een stuk eenvoudiger, bijvoorbeeld door het aanstellen van een gemeentelijk hulploket.

Er is nog een derde reden dat Nederland niet voorop loopt met duurzaam bouwen. Ontwikkelaars in Nederland kloppen zich op de borst dat zij het meest duurzame kantoorgebouw of woonwijk hebben ontwikkeld. Maar is dat ook werkelijk het geval? De nieuwbouw van een grootschalig kantoorcomplex trekt huurders aan die een gebouw achterlaten. Van de totale kantorenvoorraad staat een op de zes kantoren leeg (6,7 miljoen vierkante meter). Het dode kapitaal van de leegstand bedraagt daarmee ruim 10 miljard euro. Bij provincies en gemeenten liggen nog plannen in de kast voor zo’n zes miljoen vierkante meter aan nieuwbouw.

Laat die plannen maar lekker in de kast. Het slopen van oude gebouwen en bouwen van nieuwe is een dubbele milieubelasting. Duur sloopmateriaal moet worden gestort, verbrand of gerecycled. Nieuwbouw betekent productie van nieuwe materialen en verbruik van nieuwe grondstoffen.

De meest duurzame vorm van bouw is geen bouw. Door de bestaande leegstaande gebouwen een nieuwe functie te geven, behalen we meerdere duurzame voordelen: we verminderen de milieubelasting en leegstand, waardoor leefbaarheid toeneemt. Bovendien verbeteren we de energieprestatie van de bestaande voorraad, met duurzame aanpassingen aan het bestaande gebouw. Dit vraagt wel om een nieuwe manier van denken van alle betrokken partijen.

Duurzaam bouwen betekent ontpolderen, hardere eisen opleggen en vooral minder bouwen. Op die manier kan Nederland tot de Europese voorhoede toetreden en kunnen milieu- en economische baten hand in hand gaan.

* Dit artikel is in langere versie eerder verschenen in NRC Handelsblad op 26 mei 2010.

Te citeren als

Marcel Canoy, Michel Hek, Koen Rademaekers, “Duurzaamheid door hergebruik leegstaande gebouwen”, Me Judice, 28 mei 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.