Fiscale bemoeienis met sparen en hypotheken schiet doel voorbij

Fiscale bemoeienis met sparen en hypotheken schiet doel voorbij image
Afbeelding ‘Calculating Taxes Up And Down’ van Ken Teegardin (CC BY-SA 2.0)
4 jul 2012 | | 3100 keer bekeken
Om te profiteren van fiscale regelingen rond sparen en hypotheken maken veel Nederlanders beslissingen die niet verstandig zijn, zoals het aanhouden van een hoge hypotheekschuld. De starheid van de regels maakt aansluiten bij de persoonlijke situatie kostbaar. Door de complexiteit van de regelingen wordt de burger bovendien vaak zaken aangepraat die vooral de financiële sector ten goede komen. Joop Evers stelt dat het doel achter deze regelingen beter op een andere manier is te bereiken: door het vergemakkelijken van beleggen in staatsobligaties op naam en door een subsidie voor starters op de woningmarkt die onafhankelijk is van de manier waarop de woning is gefinancierd.

Financiële sector profiteert

De Nederlander heeft gemiddeld een hoge hypotheekschuld, maar tegelijkertijd ook veel hypothecair spaargeld en geld in individuele pensioenvoorzieningen zoals lijfrentes. Deze gespletenheid is het gevolg van twee fiscale regelingen: de hypotheekrenteaftrek en de regeling voor uitgestelde afdracht van inkomstenbelasting (het laatste houdt in dat over pensioenafdrachten pas belasting wordt betaald bij uitbetaling van het pensioen). Hierdoor regelt men zijn financiën eerder op fiscale overwegingen dan op economisch-persoonlijke. Dat gaat via contracten met een of meerdere financiële instellingen. Een contract veranderen is ingewikkeld en duur. Dat geeft verstarring en kost welvaart.

Voor de financiële sector creëren deze fiscale regelingen een lucratieve markt. Voor de hypotheekschuld wordt een hogere rente gerekend dan wat de spaargelden aan rente ontvangen. Bovendien worden deze spaargelden met aanzienlijke risico’s veelvuldig uitgeleend. Veel geld in individueel pensioen is door de crisis “verdampt”, ook dat van de fiscus als niet meer te innen inkomstenbelasting. Dit lijkt algemeen geaccepteerd als een normale, gewenste gang van zaken. Pogingen om dit te veranderen stuiten op hardnekkig verzet. Toch is hier bijna zonder nadelige neveneffecten, vanaf te komen. Namelijk, (a) door de hypotheekrenteaftrek te vervangen door een fiscaal neutrale starterssubsidie en (b) door de inrichting van een internet depositobank bij de schatkist waarbij de spaargelden buiten de vermogensbelasting blijven.

Naast het collectief pensioen zoals dat in het algemeen vanuit de werkkring is geregeld, zijn er individuele pensioenvoorzieningen. De belangrijkste is de lijfrenteverzekering. Pensioensparen wordt fiscaal gestimuleerd door de regeling voor uitgestelde heffing van inkomstenbelasting en door het gespaarde vermogen buiten de vermogensbelasting te houden. Uitstel van inkomsten-belasting is aantrekkelijk omdat daarmee de progressiviteit is te ontlopen. Daarnaast zijn er ook andere fiscaal gestimuleerde spaarregelingen, zoals de levensloop-, spaarloon- en vitaliteitsregelingen en banksparen.

In de praktijk blijkt echter dat veel van het fiscale voordeel bij de financiële instellingen terecht komt. Dit komt voor een deel door de complexiteit van de regelingen: financieel ‘adviseurs’ zitten hier beter in dan de gemiddelde burger. Daarbij komt dat wie het gespaarde geld opneemt vóór de 65-jarige leeftijd weer een deel van de fiscale voordelen moet inleveren.De regeling werkt hierdoor verstarrend. Voor de schatkist is de regeling tenslotte nadelig omdat de uitstaande latente belastingschuld een beleggingsrisico vormt: het is immers onzeker hoe groot de som van uitgestelde belastingafdrachten zal zijn.

Staatsobligaties op naam bij internet depositobank

Verschillende studies pleiten er om deze redenen voor deze fiscale regeling af te schaffen of drastisch te hervormen (Hoogduin, 2012). Er zijn dus argumenten om te voorzien in een alternatief waarbij men veilig, flexibel en met een redelijk rendement kan sparen.

Een aanknopingspunt hiervoor geven de bekende staatsobligaties “op naam” die hoofdzakelijk door particulieren worden gekocht. In tegenstelling tot de vrij verhandelbare staatsobligaties “aan toonder” die vooral door financiële instellingen worden gekocht, loopt men met staatsobligaties op naam geen koersrisico. Sparen door het aankopen van staatsobligaties op naam is toegankelijker te maken via een daartoe in te richten internet depositobank bij het Agentschap van de Generale Thesaurie waarbij iedere burger tot een bepaald maximum zou kunnen sparen. De rente wordt volgens een vaste procedure afgeleid van die op staatsobligaties aan toonder. Op de spaargelden wordt géén vermogensbelasting geheven. Immers, deze is bedoeld als een belasting op rendement in zo ver die de inflatie overtreft; met het rentetarief op staatsobligaties zal dat nauwelijks het geval zijn. Met de inrichting van de depositobank bij de schatkist krijgt de overheid ook een speculatievrij financieringskanaal ter beschikking. Met deze fiscaal gunstige spaarregeling zou de exotica aan fiscale spaarpotjes kunnen verdwijnen.

Een financieringsonafhankelijke subsidie voor starters op de woningmarkt

Onder de hypotheekrenteaftrek neemt men langdurig de maximale hypotheekschuld onder een langlopend contract. Dat levert dit al gauw jaarlijks 2% van de WOZ-waarde aan fiscaal voordeel op. De eenvoudigste manier om hier vanaf te komen is de aftrek af te schaffen, maar dat zal maatschappelijk onaanvaardbare negatieve inkomenseffecten opleveren. In lijn met het oorspronkelijke doel van de aftrek is dat te compenseren door een met de tijd aflopende starterssubsidie in te voeren. De maximale hoogte daarvan zou alleen gerelateerd moeten zijn aan de waarde van de woning; dus onafhankelijk van de financiering.

Het eenvoudigste schema daartoe is lineair afnemend. Na enig rekenen lijkt de volgende regeling geschikt: voor de eerste eigen woning krijgt men een subsidie van 2,4% van de WOZ-waarde; die subsidie wordt elk jaar 0,16% minder; na 15 jaar houdt de subsidie op; als men de woning voor die tijd verkoopt, dan wordt het resterende recht op subsidie overgedragen naar de WOZ-waarde van een eventuele nieuw te kopen woning. Op de huidige hypotheken is dit toe te passen, door de regeling te enten op de uitstaande hypotheekschuld, waarbij de beginsubsidie 1,6% wordt, elk jaar aflopend met 0,16%. De verrekening geschiedt via de inkomstenbelasting.

Inkomenseffecten

De positie van de leeftijdsgroep tot 35 jaar is economisch ongunstiger dan die van 35 tot 65 jaar. Ook de positie van pensioengerechtigden is anders. Zo blijkt dat de mate van hypothecaire financiering voor deze categorieën op 95%, 54% en 7% uitkomt.Dat is een reden om de evaluatie te differentiëren naar deze drie leeftijdsklassen en te vergelijken methet huidige stelsel.

De gegevens over de inkomensverdeling en woningbezit naar leeftijd zijn af te leiden uit enkele CBS-publicaties uit 2010 (met hypotheekrenteaftrek en 6% overdrachtsbelasting). Het huurwaarde forfait plus “uitgesmeerde” overdrachtsbelasting is voor de nieuwe situatie 0,2% lager genomen. Aangevuld met enkle plausibele veronderstellingen, leidt enig gereken tot het volgende beeld. In het begin haalt de fiscus ca. 0,6% meer belasting op, overeenkomend met ca. 0,8 miljard; bij volledige invoering zou dat ca. 1,7% worden, overeenkomend met ca. 2,6 miljard. Gedifferentieerd naar drie leeftijdsklassen en zeven inkomensklasse, blijken de inkomens tot 50.000 euro gemiddeld er niet meer dan 2% op achteruit te gaan, terwijl starters met een laag inkomen er iets op vooruit gaan.

Het effect van de lagere last aan huurwaarde forfait plus verrekende overdrachtsbelasting is zichtbaar in de 65-plussers met eigen woning: zij gaan er iets op vooruit. Bij de inkomens, vallend onder de hoogste belastingschijf, compenseert de starterssubsidie het verlies aan hypotheekrenteaftrek slechts gedeeltelijk. Afgezien daarvan zijn de inkomenseffecten zodanig klein, dat directe invoering van de starterssubsidie met afschaffing van de aftrek maatschappelijk aanvaardbaar is.

Persoonlijke vrijheid in geldzaken

De voorgestelde defiscalisering geeft vrijheid om de persoonlijke geldzaken gunstig te regelen. Het is dan bijvoorbeeld mogelijk om een hypotheekcontract aan te bieden dat voorziet in een creditrekening waarop men vrijelijk kan aflossen en geld opnemen tot aan het maximum dat in het contract is vastgelegd. Men hoeft daarbij geen rekening te houden met fiscale effecten. In combinatie met een deposito rekening bij de schatkist, werkt dit uitermate flexibel. Iemand kan sparen op de depositorekening om bij aankoop van een woning het saldo, als aflossing, over te brengen naar de creditrekening van het hypotheekcontract. Later kan men geld kan men altijd opnemen en veel later ook als individueel pensioen. Op deze manier komen spaargelden voor individueel pensioen direct beschikbaar voor de financiering van de eigen woning.

De fiscaal onafhankelijke financiering van de eigen woning opent ook de mogelijkheid om gebruik te maken de (in de VS populaire) omgekeerde annuïteitenhypotheek (De Roon et al., 2011). Hiermee krijgt de woning eigenaar (ouder dan 65 jaar) jaarlijks een deel van de waarde van zijn huis in handen. Hij neemt aldus geleidelijk de vermogenswaarde van zijn woning op als pensioenvoorziening. Omdat dit feitelijk om eigen geld gaat, is dit bedrag belastingvrij en heeft het geen invloed op uitkeringen uit sociale verzekeringen zoals het pensioen. Uiteraard moet het huis daartoe vrij zijn van lasten.

Het is duidelijk dat deze mogelijkheden om het eigen vermogen flexibel in te zetten een hoger rendement kunnen opleveren dan nu mogelijk is. Dat lijkt voldoende om eventuele negatieve inkomenseffecten te compenseren die mogelijk ontstaan ten gevolge van vervanging van de hypotheekrenteaftrek door de starterssubsidie.

Nieuw beleid

Mijn voorstel is het volgende: de hypotheekrenteaftrek wordt direct vervangen door de geschetste starterssubsidie; de overdrachtsbelasting verdwijnt en wordt meegenomen in het tarief voor het huurwaarde forfait; er komt een internet depositobank bij de rijksschatkist, waarbij op de saldi géén vermogensbelasting wordt geheven; afgezien van collectief pensioen en lijfrenteverzekeringen, worden de andere regelingen voor uitgestelde heffing van inkomstenbelasting afgeschaft.

Wat levert dit op? De inkomenseffecten zullen binnen maatschappelijk aanvaardbare normen blijven. De fiscus zal netto meer geld ophalen. De regels voor inkomstenbelasting worden eenvoudiger. De burger wordt weer baas over zijn eigen geld en kan veilig sparen voor de lange termijn. Er komt meer geld voor de aankoop van een eigen woning.

De huidige politieke voorstellen zijn zwak. Het jongste CDA-voorstel tot de inrichting van een speciaal fiscaal spaarpotje om bij te dragen in de financiering van de (eerste) eigen woning, is duur, overbodig en bevoogdend. In het lente-akkoord blijft de hypotheekrenteaftrek bestaan en daarmee ook immobiliteit van persoonlijk vermogen. De kritiek van de EU-commissaris Rehn op de instandhouding van de aftrek is terecht, maar met de starterssubsidie zal hij ongetwijfeld instemmen. De berekeningen van De Nederlandsche Bank tonen aan dat in het lente-akkoord te weinig stimuleert. De “ontdooiing” van private vermogens waar het voorgestelde nieuwe beleid in voorziet, zal geld opleveren voor nieuwe initiatieven en zal stimulerend werken. Dat zou ook de VVD en D66 moeten aanspreken: zij vertrouwen in de eigen kracht van mensen in plaats van een bevoogdende staat.

Referenties

CBS (2010-a): Inkomensklassen; personen in particuliere huishoudens naar kenmerken. Statline.CBS.nl

CBS (2010-b): Woningen; hoofdbewoner/huishouden. Statline.CBS.nl

Evers, Joop J.M. (2011): Hoe de woningmarkt is vlot te trekken. Me Judice, 4-de jaargang, 1 mei 2011.

Hoogduin, L. (2012): Waarom heffen we pensioenfondsen niet op?, NRC Handelsblad, 28 april 2012.

Min WWI (2010): Het wonen overwogen: resultaten van het Woon Onderzoek Nederland. CBS in opdracht.

Roon F. De, Eichholtz P, Koedijk K. (2011): Je eigen huis als pensioen is zo gek nog niet, Me Judice, 18 febuari 2011

Vereniging van de Belastingwetenschap (2011): Fiscale behandeling van oudedagsvoorzieningen: het kan beter, eerlijker, efficiënter en eenvoudiger. Geschrift 242, Kluwer, Deventer 2011.

Te citeren als

Joop Evers, “Fiscale bemoeienis met sparen en hypotheken schiet doel voorbij”, Me Judice, 4 juli 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.