Innovaties pensioenakkoord gewikt en gewogen

In de week voor kerst is er een pensioenakkoord gesloten met een aantal belangrijke innovaties. Zo wordt er gesproken over een generatietoets voor de premie, toekomstbestendige indexatie en het gebruik van pensioenpremies voor het aflossen van hypotheken. Deze plannen zijn soms vaag en soms nietszeggend en de Tilburgse economen Bovenberg en Nijman geven op deze plaats een concrete voorzet voor de invulling van deze innovaties.

Evenwichtige generatietoets

Het akkoord introduceert een generatie-evenwichtstoets voor de pensioenpremies maar de concrete inhoud van deze toets is nog onduidelijk. Een helder criterium zou zijn dat nieuwe pensioenopbouw de waarde van al opgebouwde pensioenrechten niet mag beïnvloeden. Herverdeling tussen de premiebetalers enerzijds en gepensioneerden anderzijds is dan uitgesloten. Dit principe van een dekkingsgraadneutrale opbouw voorkomt conflicten tussen werkenden en gepensioneerden over de bepaling van de premie. Het resulteert bovendien in een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen sociale partners enerzijds en het pensioenfondsbestuur anderzijds. Bij de waardering van pensioenrechten gaat het daarbij niet alleen om de onvoorwaardelijke aanspraken maar ook om de rechten op voorwaardelijke op- en afslagen.

Deze invulling van de generatie-evenwichtstoets neemt afscheid van risicodeling tussen nieuwe en bestaande opbouw. Deze risicodeling kan aanzienlijke welvaartswinsten generen. Maar daar staan wel grote politieke risico’s tegenover. Bovendien is de welvaartswinst beperkt bij vaste premies en beperkte hersteltermijnen van maximaal 10 jaar. Een toetsingscriterium dat de opbouw bij benadering dekkingsgraadneutraal dient te zijn heeft daarom onze voorkeur.

Een vaste pensioenopbouw, een vaste pensioenpremie en de afwezigheid van kruissubsidies tussen werkenden en gepensioneerden vormen een onmogelijke driehoek. Een vaste pensioenpremie vraagt dus om variabele pensioenopbouw; wanneer bij lage rentes of lage verwachte rendementen de prijs van pensioen hoog is, kan minder pensioen worden ingekocht. Het Witteveenkader dient hierop te worden aangepast.

Robuuste indexatie

Een ander element uit het pensioenakkoord is de toekomstbestendige indexatie. Dit houdt in dat indexatie alleen kan worden verleend als deze indexatie ook voor een langere periode kan worden waargemaakt. Ook deze innovatie roept nog vragen op. Zonder uitspraken over het risico en het daarmee verbonden verwachte rendement op de beleggingsportefeuille zegt het begrip toekomstbestendige indexatie namelijk nog weinig over de intergenerationele verdeling. Hoe hoger het gekozen beleggingsrisico, hoe hoger de verwachte duurzame indexatie zal zijn en hoe groter het deel van het vermogen dat toekomt aan de oudere generaties.

De overheid kan deze perverse prikkels voorkomen door het risicoprofiel waaronder de duurzame indexatie wordt berekend dwingend op te leggen. Maar hiermee gaat de overheid nog meer op de stoel van het pensioenfondsbestuur zitten. Door fondsen voor te schrijven om altijd toekomstbestendig te indexeren, bepaalt de overheid ook al hoe schokken worden verdeeld over generaties.

De keuze van het risicoprofiel is in onze visie een kerntaak van het pensioenfondsbestuur en niet van de overheid. Daarom bepleiten wij een heldere verdeling van verantwoordelijkheden: de overheid beschermt private eigendomsrechten en de fondsbesturen bepaalt het beleggingsprofiel en de verdeling van risico over de deelnemers. Individuele eigendomsrechten worden beschermd door af te dwingen dat fondsbesturen zich verantwoorden als de waarde van de pensioenrechten van individuen verschuiven door veranderingen in het beleggingsbeleid van fondsen of door andere aanpassingen van het pensioencontract. Een alternatief is om dergelijke waardeverschuivingen geheel uit te sluiten.

Met heldere eigendomsrechten kan pensioenfondsbesturen meer vrijheid worden geboden bij de keuze van het risicoprofiel. Deze beslissingen worden immers niet vermengd met intergenerationele herverdeling. Het pensioenfondsbestuur mag door het beleggingsbeleid te wijzigen wel de risico’s waaraan deelnemers blootstaan veranderen maar niet de waarde van de pensioenrechten.

Pensioenpremie inzetten voor aflossing hypotheek

Een derde innovatie in het pensioenakkoord is de mogelijkheid om de pensioenpremie te benutten voor het aflossen van de hypotheek. Voor elke individuele premiebetaler zal de ingelegde premie overeen moeten komen met de waarde van de hiermee opgebouwde pensioenrechten om perverse prikkels te voorkomen. Dat vraagt om het elimineren van de doorsneesystematiek. Anders hebben jongeren een kunstmatig sterke prikkel om hun pensioenpremie te benutten voor het aflossen van hun hypotheek omdat ze zo de solidariteit met oudere werknemers kunnen ontgaan. Afschaffing van de doorsneesystematiek creëert echter een groot transitieprobleem dat op korte termijn moeilijk oplosbaar is. Een eenvoudiger oplossing voor de hypotheekproblematiek van huishoudens is om deelnemers wier eigen woning onder water staat toe te staan de waarde van hun pensioenrechten te verzilveren om hun restschuld af te lossen. Een minder vergaand alternatief is om deze mensen toe te staan hun pensioen als onderpand te gebruiken bij het financieren van hun restschuld. In Canada en Zwitserland bestaan dergelijke mogelijkheden al.

Te citeren als

Lans Bovenberg, Theo Nijman, “Innovaties pensioenakkoord gewikt en gewogen”, Me Judice, 8 januari 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Ontvang updates via e-mail