Pensioenakkoord getuigt van moed

Pensioenakkoord getuigt van moed image
14 mrt 2011 | | 3259 keer bekeken
Het is een roerige tijd rond de pensioenen. Decennialang dachten we dat het Nederlandse pensioenstelsel stond als een huis. Maar nu blijkt het ineens veel minder zekerheid te bieden dan ons steeds is voorgehouden. Een nieuw pensioenakkoord tussen de sociale partners, dat in de maak is, lijkt deze onzekerheid alleen nog maar te vergroten. Dat die onzekerheid ook de reeds opgebouwde pensioenrechten treft, zou het akkoord volgens de landsadvocaat zelfs juridisch onhaalbaar maken, zo meldde de Volkskrant op 11 maart. Zetten de vakbonden met dit akkoord inderdaad de verworven rechten van werknemers op een gegarandeerd pensioen overboord?

Harde garanties zijn illusie

Feit is dat ons pensioen nooit zo zeker is geweest als velen meenden. De simpele reden daarvoor is dat de toekomst fundamenteel onzeker is. Harde garanties zijn voor de lange termijn onmogelijk te geven – en als ze wel worden gegeven zijn ze weinig waard. Wie heeft enige zekerheid over zijn woon- en leefsituatie over, pakweg, twintig of dertig jaar? Wie weet waar je dan zal wonen, hoe gezond je zal zijn, met wie je samenleeft? Waarom eisen we ten aanzien van ons pensioen dan wel absolute zekerheid, terwijl we de welvaartsontwikkeling en levensverwachting niet in de hand hebben?

Twee factoren maken ons toekomstige pensioen onzeker: de onvoorspelbaarheid van de toekomstige economische en demografische situatie en de onzekerheid over het (pensioen)beleid. Lange tijd leken beide factoren van ondergeschikt belang. Een gestage economische groei en een weliswaar fluctuerend, maar behoorlijk gemiddeld rendement op beleggingen, zorgden voor goed gevulde pensioenkassen. Het maatschappelijk draagvlak onder de AOW en het aanvullende pensioen was zo stevig, dat het stelsel in beton gegoten leek. De economische crisis en de demografische ontwikkeling hebben dit alles aan het wankelen gebracht. De waarde van de pensioenbeleggingen daalde sterk, terwijl de extreem lage rentestand de pensioenverplichtingen extra duur maakte. Tegelijkertijd steeg de levensverwachting sneller dan voorspeld, wat de financiële problemen nog eens vergrootte. Doordat de beroepsbevolking krimpt kan de rekening ook niet naar de toekomst worden doorgeschoven. Door de crisis verdween ook het politieke taboe op wijzigingen in de AOW en de pensioenen. Er ontstond plotseling een brede politieke meerderheid voor verhoging van de AOW-leeftijd. En de dramatische daling van de dekkingsgraad van de pensioenfondsen maakte het onmogelijk de pensioenen aan te passen aan de inflatie, laat staan aan de loonstijging (de z.g. indexering). Enkele pensioenfondsen moeten de pensioenuitkeringen zelfs verlagen (‘afstempelen’).

Een natuurlijke neiging in een dergelijk geval is om zo snel mogelijk de oude situatie te willen herstellen. Verlaag de pensioenaanspraken eenmalig of verhoog de pensioenpremies om de dekkingsgraden weer op peil te brengen. Dat doet even pijn, maar daarna is ons pensioen tenminste weer veilig gesteld. Een dergelijke aanpak ontkent echter de fundamentele onzekerheid over de toekomst, ongeacht de maatregelen die we nemen. Dat de dekkingsgraad van de pensioenfondsen vóór de crisis voldoende hoog was, bleek achteraf immers ook geen zekerheid te bieden.

Pensioenakkoord is moedig

Het is daarom een moedig en wijs besluit van de sociale partners om in hun pensioenakkoord niet te proberen oude zekerheden te herstellen, maar te accepteren dat er sprake is van fundamentele onzekerheid. Juist daarom is het gewenst een conservatief pensioenbeleid te voeren. Dat wil zeggen, een constant en consistent beleid dat niet steeds hoeft te worden aangepast als de economische of demografische omstandigheden wijzigen. Dit betekent onder meer een constante pensioenpremie, die niet wordt verhoogd als het even tegenzit met de pensioenbeleggingen, maar ook niet verlaagd als de dekkingsgraden van de pensioenfondsen ver boven de gevarenzone liggen. Daarmee wordt een buffer gecreëerd voor moeilijke tijden. Dat is niet alleen in het belang van de werkgevers, maar ook van de werknemers, want de pensioenpremie moet uiteindelijk uit de loonruimte worden opgebracht.

Koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting zorgt ervoor dat de verhouding tussen het aantal gewerkte jaren (waarover premie wordt betaald) en het aantal pensioenjaren constant blijft. Een dergelijk pensioenstelsel biedt niet langer de zekerheid dat je vanaf een bepaalde leeftijd een gegarandeerd pensioen zult ontvangen. Maar minder zekerheid betekent nog niet, zoals wel wordt gesuggereerd, een slechter pensioen. Het streven blijft om in een gemiddelde loopbaan een pensioen van rond de zeventig procent van het gemiddelde salaris op te bouwen dat wordt aangepast aan de welvaartsontwikkeling. Mocht de dekkingsgraad van de pensioenfondsen te laag zijn om dat mogelijk te maken, dan willen de sociale partners een ruime periode van tien jaar nemen om de dekkingsgraad te herstellen, zodat er geen abrupte maatregelen nodig zijn. Een dergelijk stelsel erkent de fundamentele onzekerheid over het toekomstige pensioen, maar probeert de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te dempen en de risico’s eerlijk te spreiden over werkgevers en werknemers en over jongeren en ouderen.

Illusie te lang in stand gehouden

Wat de sociale partners – maar overigens ook de politiek – te verwijten valt is dat ze te lang de illusie in stand hebben gehouden van een gegarandeerd welvaartsvast pensioen op 65-jarige leeftijd. Dat ze nu erkennen dat die belofte niet valt waar te maken, is winst. Dat zal voor de achterban van de vakbeweging even slikken zijn. Maar het is beter nu te kiezen voor een stelsel dat bestand is tegen onvoorziene economische en demografische schokken, dan later opnieuw te moeten toegeven dat je je beloftes niet kunt waarmaken.

* Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant van 14 maart 2011.: Flickr

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Te citeren als

Paul de Beer, “Pensioenakkoord getuigt van moed”, Me Judice, 14 maart 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.